Posts tonen met het label familie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label familie. Alle posts tonen

zondag 6 april 2025

Kortstondig verblijf van het gezin De Brouwer in de wijk Jeruzalem

Betuwestraat 29 via Google streetview uit juni 2022
UPDATE

Op 16 april 2020 trokken mijn vrouw en ik in ons net opgeleverde appartement Aan de Waterkant (toren D) in Jeruzalem. Het was volop Coronatijd maar gelukkig trokken de bouwvakkers van de verschillende bedrijven die het gebouw afwerkten zich daar niet veel van aan. Een enkele leverancier kon zich niet aan de levertijden houden, maar dat was gelukkig niet onoverkomelijk. Inmiddels wonen we al vier jaar naar volle tevredenheid op een heel mooie plek in Tilburg, aan het Wilhelminakanaal, met uitzicht over kanaal, Moerenburg en de stad. 

Uit mijn familiegeschiedenis wist ik al dat mijn ouders en broer en zus in Jeruzalem hadden gewoond voordat ik geboren was. Naar dat kleine stukje verleden ben ik op zoek gegaan.

De wijk Jeruzalem viert dit jaar zijn 75 - jarig jubileum. Dat betekent dat de wijk in 1949 is aangelegd en bebouwd. In die beginperiode zijn mijn ouders, mijn broer en zus in die nieuwe wijk gaan wonen. Het was een tijd van grote woningnood, net als nu, en mijn ouders zullen blij zijn geweest dat ze deze nieuwe woning konden betrekken. Ze kwamen van een inmiddels gesloopte bovenwoning aan de Lange Schijfstraat 74 (nu Noordhoekring) en het bezit van een woning met meer ruimte en een tuin hebben ze vast als een geschenk uit de hemel beschouwd. Mijn ouders trouwden kort na de oorlog in september 1947. Mijn broer Ben werd geboren in augustus 1948 en mijn zus Dorine in januari 1952. Op 18 maart 1953 betrokken ze de woning Betuwestraat 61 met hun jonge gezin. 

Ik ben in het bezit van drie foto's uit de Jeruzalemse periode. Helaas zijn twee ervan niet gedateerd. Op de eerste foto staan mijn opa (geb. 2 1 1888) en oma (geb. 9 11 1886) de Nijs-van Beuzekom met mijn broer en zus in de voortuin van het pand aan de Betuwestraat. Gelet op de nette kleding van mijn broer en zus was dit waarschijnlijk ter gelegenheid van de eerste heilige communie van mijn broer Ben die in augustus 1954 zes jaar oud werd. Dat zou dan betekenen dat hij in mei 1955 de eerste heilige communie ontving in de oude Lourdeskerk aan de andere kant van de Ringbaan Oost. Die kerk was gevestigd in een voormalige ijzergieterij die inmiddels fraai is verbouwd tot een complex met woningen en winkels.

Mijn opa en oma De Nijs zijn hier respectievelijk 67 en 68 jaar en natuurlijk trots op de communicant!

< De tweede foto laat een gelukkige vader zien met zijn kroost in de tuin van het huis aan de Betuwestraat. Drie lachende gezichten, een mooi beeld van het jonge gezin. Wie het meisje op de driewieler op de achtergrond is, dat is niet bekend. Waarschijnlijk een buurtgenootje.
[Dat was de oorspronkelijke tekst. Maar ondertussen heeft het publiceren van dit artikel een herkenning opgeleverd. Het meisje op de driewieler is Marcella Rijk die blijkbaar twee deuren verder woonde in de Betuwestraat!
En later werd dat een goede vriendin van mijn zus Dorine toen ze opnieuw buren werden in de Bachlaan in Tilburg. ]

Een derde foto is een schoolfoto van de kleuterschool of de lagere school van mijn broer Ben uit 1954. De kinderen uit de wijk Jeruzalem gingen naar de Sint Paschalis-school op het Lourdesplein aan de andere kant van de Ringbaan Oost. Ik ben er jarenlang langs gefietst. Het was lange tijd een jongens-school. Het schoolgebouw is inmiddels gesloopt. Op de foto staat Kleuterschool Koningshoeven. In welk gebouw deze foto genomen is, dat weet ik niet. Zowel de kleuterschool Bernadette (1955) aan de Betuwestraat 1, nu kinderopvang Aan de Waterkant, als de St. Paschalisschool (1959) op het Lourdesplein waren nog niet gebouwd. Misschien was het een tijdelijk onderkomen. Als je goed naar de wand achter mijn broer Ben kijkt ziet het er wel als iets tijdelijks uit. 



Broer Ben op de kleuterschool/lagere school

Het nieuwe adres in Jeruzalem was aanvankelijk Betuwestraat 61 Dat werd op 16 mei 1955 hernummerd naar nummer 29. Dat pand staat er nog steeds. Helaas heb ik geen verhalen uit die tijd gehoord. Mijn broer is in 1996 verongelukt en mijn zus Dorine was zo jong in die tijd dat ze er nauwelijks herinneringen aan heeft.


Op 12 september 1955, dus al na 2,5 jaar, verhuisde het gezin naar de Wethouder Kerstensstraat 14. Die woning lag in de eveneens nieuwe naoorlogse wijk Fatima. Waarschijnlijk betrof het een woningruil want de inwoner van de Wethouder Kerstensstraat 14, Jan Hamers, verhuisde op dezelfde datum naar de Betuwestraat 29. In de Wethouder Kerstensstraat werd ik ruim drie jaar later geboren in december 1958.



Wethouder Kerstensstraat. Nummer 14 is het tweede huis van rechts.
Hier ben ik op mijn driewieler aan het rijden op de plaats achter Wethouder Kerstensstraat 14.

[Dit artikel is verschenen in de Jeruzalemmer Courant van juli 2024 editie 67]

zaterdag 12 april 2014

Tante Riet en de liefde

Een paar dagen geleden ervoer ik weer eens een historische sensatie. Via een verhaal op Het Geheugen van Tilburg kwam ik er achter hoe de man heette op wie mijn tante Riet verliefd was geweest.

Het verhaal over de motorrijder die verongelukt was had ik wel eens gehoord. De foto's in de nalatenschap van mijn tantes bewezen dat het verhaal op waarheid berustte. Alleen had ik geen naam. Nu wel.

Hoe tragisch is het als twee zussen allebei hun verloofdes verliezen doordat ze jong overlijden. Zus Regine verloor haar verloofde aan tuberculose en mijn tante Riet haar verloofde door een motorongeluk. Beiden bleven daarna hun hele leven vrijgezel.

Mijn tante Riet is geboren op 24 april 1909. Zij was een vrolijke tante. Letterlijk. Ze kon meedoen en ze bezat een sympathieke vrijheid van denken. Ze was geen denker, maar ze genoot waar ze van kon. Voor zover ik haar kende. Kwa opleiding is ze niet zo ver gekomen. Ik heb alleen een diploma machineschrijven in mijn bezit. Ze was wel een vakvrouw die het vak van slager via haar vader had meegekregen. Jarenlang ging ik op vrijdag vlees halen bij slagerij Heldens in de Heuvelstraat waar tante Riet werkte. Ze heeft ook bij slager Lejeune in de Willem II-straat gewerkt. Daar ben ik ook wel eens geweest. Verder was ze actief met haar zuster Regine in de missienaaikring. Regionaal Archief Tilburg bezit een film van een fancy fair (vanaf 9:54 een paar seconden, de vrouw in de zwart-witte jurk die lachend in beeld komt) waar ze op te zien is.

Tante Riet woonde samen met haar zus Regine. Eerst in het ouderlijk huis aan de Enschotse straat, later in Residence De Noordhoek. Ik heb nooit met haar gesproken over relaties of waarom ze niet was getrouwd, Dat deed je niet. Ze had een vrolijke optimistische houding. Ze dronk graag een biertje of borreltje en heeft volgens mij haar hele leven een hondje gehad. In mijn tijd was dat een pinkstertje (in mijn herinnering maar officieel is het geloof ik een pinscher) dat ik niet bepaald een aantrekkelijk beest vond. De kanarie in de kooi hoorde ook bij de huisdieren. Ik heb meerdere foto's waarop zij te zien is met een hond op schoot of in de directe nabijheid. Wat ik me nog aan uitdrukkingen kan herinneren is eigenlijk alleen nog maar een waar het over "dè manvolk" ging. Alsof je daar maar beter uit de buurt kon blijven. Dat pastte wel in mijn beeld van een vrijgezelle dame.

Nu ben ik er achter gekomen dat zij 18 dagen voor haar 30ste verjaardag haar verloofde is kwijtgeraakt, een jaar voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog. Misschien is dat de reden dat er nooit meer een andere man in haar leven is gekomen die ook is blijven hangen. Hij heette Wim de Bakker en was eigenaar van de Motorhut in de Gasthuisstraat (nu Gasthuisring). Ik heb meerdere foto's van hem op zijn motor en portretten van hem. Ze staan in deze blogpost. De overledene was verloofd met mej. de Br. uit de Tuinstraat volgens een uitgebreid artikel met een ooggetuigenverslag van het ongeluk en zijn overlijden. Eigenlijk schokkend dat 75 jaar na dato, want het gebeurde op 6 april 1939, de toedracht duidelijk wordt en ik de naam vind van deze man.

Ik heb nog het persoonsbewijs van tante Riet met daarop een vier- of vijftal namen waarvan er twee nog goed te lezen zijn: Duffy, Macklay. Waarschijnlijk bevrijders die in de slagerij in de Tuinstraat ingekwartierd waren. Dus helemaal afkerig van mannen was ze blijkbaar niet... :)

Twee zussen met een gedeeld verdriet. Dat kan niet anders. Het verklaart in ieder geval waarom ze het goed met elkaar konden vinden en zo ontzettend lang bij elkaar zijn blijven wonen. De derde vrijgezelle zuster was van een ander kaliber. Dat botste, zeker met tante Riet.
Mijn tantes Riet en Regine waren allebei aardig, zachtaardig. Nooit geweten wat hun leed was, ze hadden het er nooit over, zeker niet met mij, veruit de jongste neef die ze hadden.

Ik ben blij dat ik dit verhaal alsnog heb kunnen vastleggen. Dat schept, zelfs vele jaren na haar dood (ze overleed op 11 september 1989), nog een band.

vrijdag 18 januari 2013

De Elfstedentocht van 1943

Het is weer zover. De winter slaat toe en de elfstedenkoorts volgt kort daarna. Hoewel het er waarschijnlijk weer niet van gaat komen. Zo hoort dat namelijk bij de Elfstedentocht: het moet een bijzonder evenement en speciale wedstrijd blijven.
Er zijn alternatieven, de elfstedentocht op de fiets en te voet! Jawel. Er is een heuse website van de wandelvariant die beweert dat de Elfstedentocht wandeling al bestaat sinds 1946. Maar dat is in ieder geval niet waar.

In 1940, 1941 en 1942 was er een Elfstedentocht, voor schaatsers. Dat inspireerde drie dames in 1941 om deze tocht te gaan wandelen. Ik vond een artikel van 28 juli 1941 waarin drie Friese dames de eersten (?) waren die, omdat de Nijmeegse Vierdaagse niet doorging, besloten de Elfstedentocht te gaan wandelen. Ze liepen de afstand in vijf dagen. Een dag later stond er een uitgebreid artikel in over de etappes en de belevenissen van de dames. Het jaar daarop is er wederom gewandeld.

De Leeuwarder Wandelsport Vereeniging reikte na voltooiing van deze wandeltocht in 1943 prachtige diploma's uit voor de wandelaars.
In de kranten van dat jaar woedde een korte discussie over deze wandeltocht. De heer D. v.d. Velde had de tocht van 210 km in juni 1943 in drie dagen gelopen. Vervolgens deed Jan Zeegers dat begin juli dunnetjes over en liep de hele tocht in twee dagen. De Friesche Courant noemde dat een nieuw record. Daartegen kwam de Nederlandschen Wandelsportbond in het geweer en verkondigde dat wandelen geen records kende. Het bestuur verklaarde vervolgens dat de hele tocht door mannen in minimaal 4 dagen en door dames in minimaal 5 dagen gelopen moest worden.

Mijn tante Fien was een sportief type. Ze was voor de oorlog al actief als wandelaarster. Ik heb foto's van haar deelname aan de Nijmeegse Vierdaagse in 1938 en 1939. Zoals ik hiervoor al zei ging tijdens de oorlog de Vierdaagse niet door. Misschien om toch een fikse wandeling in de zomer te doen nam ze in 1943 deel aan de Elfstedentocht te voet. Of was zij de Tilburgse dame die ook al in 1942 mee had gelopen? Hoe dan ook, ze haalde er zelfs de Friesche Courant mee! Blijkbaar waren er negen Tilburgse wandelaars actief in Friesland.

Tante Fien volbracht deze tocht in de vijf dagen die er voor stonden. Prachtig succes natuurlijk! Het diploma is een juweeltje en ik ben blij dat het de jaren goed heeft doorstaan. Bijna 70 jaar na dato is het tijd om mijn sportieve tante een digitale pluim te geven!

Voor alle duidelijkheid: in 1943 is er GEEN Elfstedentocht geschaatst!

[Op beide foto's (1938 en 1939) loopt mijn tante Fien helemaal rechts]

zondag 15 april 2012

Een slagerij bouwen in 1905

Mijn grootvader Bernardus de Brouwer (2 maart 1878 - 29 januari 1961) koos een ander beroep dan zijn broers en zuster. Die gingen als arbeider aan de slag in verschillende bedrijven in Tilburg of gingen de horeca in. Bernard de Brouwer koos voor het beroep van slager.

Zijn opleiding kreeg hij bij diverse slagers in de omgeving. Hij vertrok op 26 februari 1897, 19 jaar oud, naar Dongen. Daar staat hij ingeschreven vanaf 29 maart 1898 bij slachter Wilhelmus van der Put. Die had zijn winkel op de Hoge Ham. In het bevolkingsregister van Dongen staat geen beroep bij de inschrijving van Bernard de Brouwer. Van Dongen vertrok hij naar Oisterwijk op 20 december 1899. Daar woonde hij bij slager Johannes van Beugen op het Kerkeind. Hier staat zijn beroep wel vermeldt: slager. Blijkbaar had hij al genoeg ervaring om die beroepsnaam te mogen dragen. Op 4 april 1900 ging terug naar zijn vader in Tilburg. In Tilburg werkte hij een tijdlang bij slager Herculeijns.

Toen het tijd werd om op eigen benen te staan wilde hij een eigen slagerij starten. of dat zijn eigen initiatief was of dat hij geïnspireerd was door zijn aanstaande vrouw is niet bekend. Uit de overlevering is wel bekend dat mijn opa geen zakenman was. Een prima slager, maar slecht in het tevreden houden van de klant. Zijn vrouw was daar veel beter in en samen vormden ze daarom een prima stel.

Johannes Cornelis de Brouwer
Johannes Cornelis de Brouwer.

Hoe nu verder? Een eigen slagerij starten was geen sinecure. Mijn voorouders waren geen kapitaalkrachtige mensen en het kopen van een pand vereiste wel geld. Mijn opa had geen eigen middelen en moest een beroep doen op het gezinskapitaal. Hoe dat precies is gelopen, dat weet ik niet. Uit de documenten wordt wel enigszins duidelijk dat het gezin van mijn overgrootvader Johannes Cornelis de Brouwer de kosten moest opbrengen. Mijn opa was derde in de rij kinderen. De meesten woonden nog thuis. Mogelijk dat hun gezamenlijke inkomen de noodzakelijke zekerheid bood om het riciso te dekken.

In 1904 moet het plan om een eigen slagerij te gaan bouwen zijn ontstaan. Op 17 januari 1905 verklaarde P.J. Jongbloets, agent in assurantieën, dat hij had verkocht aan Jan de Brouwer (...) een bouwterrein hoek Tuin en Telephoonstraat, voor een bedrag van 2400 gulden. Het daadwerkelijke transport moest plaats vinden voor of op 15 februari van dat jaar. Het was Johannes Cornelis de Brouwer die de grond kocht en daarmee opdraaide voor de kosten. Het transport vond plaats op 13 februari. De koopsom bedroeg echter slechts 1950 gulden. Waarom dat verschil? In de koopakte staat een voorwaarde genoemd, namelijk dat de nieuwe eigenaar op het perceel de eerste 50 jaar geen koffiehuis of herberg mochten beginnen. Gebeurde dat toch dan moeten ze de verkoper alsnog 500 gulden betalen. Deze voorwaarde komt ongetwijfeld voort uit het feit dat de verkoper, Jongbloets, zijn eigen huis had gebouwd naast het verkochte perceel. Hij had geen behoefte aan rumoerige buren.

Kwitantie
Kwitantie voor Johannes Cornelis De Brouwer. 1905.


Het terrein waar deze bouwgrond lag maakte deel uit van de Heuvelse Akkers, een landbouwgebied dat na de komst van het station in 1863 geleidelijkaan is volgebouwd. De bebouwing vond plaats deel uit particulier initiatief en deels geleid vanuit de gemeente Tilburg. Ik heb er 1991 een artikel over geschreven samen met Joost van Hest.
Deze bouwgrond maakte eerder deel uit van de siertuin die hoorde bij de villa van fabrikant Bogaers aan de Willem II-straat. Het was zo'n beetje het laatste perceel in het hele gebied dat nog leeg was. Dus mijn opa koos een prima plaats in deze "nieuwbouwwijk", nieuw publiek met een zeker welstand. Dat bood voldoende perspectief maar betekende ook dat je een klantenkring moest opbouwen.

Blauwdruk Tuinstraat 58
Blauwdruk van het pand dat mijn opa liet bouwen. 1905.

De grond was aangekocht, nu nog een slagerij, rokerij en woonhuis erop. Dat kostte opnieuw geld. Deze keer moest het geld ergens anders vandaan komen, maar het bleef nog steeds binnen de familie. Adrianus J.F. de Brouwer, onderwijzer, en neef (oomzegger) van Johannes Cornelis de Brouwer, financierde de bouw. Voor notaris Vroemen in Udenhout werd dat geformaliseerd op 23 augustus 1905. De lening bedroeg 4200 gulden. Het bouwterrein aan de Tuinstraat diende als onderpand. De rente op de lening bedroeg 4,25%.
Een andere hindernis was de vergunning. Niet alleen de bouwvergunning, maar ook de vergunning om een slagerij en rokerij te mogen oprichten en het bedrijf te mogen uitoefenen. De ambtelijke molen draaide zoals het hoorde en de toestemming verkreeg mijn opa op 16 september 1905. Elf dagen later trad hij in het huwelijk met Elisabeth Hovers.

Deuropening Tuinstraat 1958
Mijn vader en mijn oma in de deuropening van de slagerij met een beetje inkijk in de winkel. 1933.


Het woonhuis met slagerij en rokerij had een verdieping! Mijn vader sprak steeds van die verdieping omdat dat in de overlevering van de familie iets bijzonders was. Voor Tilburg was dat ook bijzonder, maar het was een voorwaarde om in dit nieuwe woongebied te mogen bouwen. Het pand staat er nog steeds maar een slagerij zit er tientallen jaren niet meer in.

Voorwaarde voor de geldlening was een verzekering. Johannes Cornelis de Brouwer sloot als eigenaar een verzekering af voor 5000 gulden op het nieuwe pand. Eigenlijk zijn het twee panden, het winkel-woonhuis en de slagerij die los van het huis stond. Het winkel-woonhuis was verzekerd voor 4500 gulden en de slagerij voor 500 gulden. Beide bedragen werden in 1919 verhoogd tot respectievelijk 9000 en 1000 gulden. Een verdubbeling dus. De premie bedroeg vanaf die datum fl. 10,50. In 1921 nam Bernard de Brouwer het eigendom over en daarmee moest de polis door hem worden overgenomen. Opnieuw werd de waarde van beide panden verhoogd, nu tot 13000 gulden voor winkel-woonuis en 2500 gulden voor de slagerij. Daardoor was de waarde van het pand in 16 jaar tijd meer dan verdrievoudigd.
BCJ de Brouwer, zoon Frans en een prijskoe
Bernard de Brouwer (rechts), zoon Frans (voorgrond) en een prijs(?)koe. ca. 1920.

Bernard de Brouwer had zelf een inboedelverzekering afgesloten voor deze panden op 26 februari 1906. De polis liep bij dezelfde maatschappij: de BrandverzekeringsMaatschappij Holland. Pikant detail: de verkoper van de grond, Jongbloets, was de vertegenwoordiger van deze verzekeringsmaatschappij. De inboedel bestond uit een waarde van 5 gulden voor boeken, 50 gulden voor juwelen e.d., 200 gulden beddegoed etc. De inboedel van de slagerij bestond o.a. uit 200 gulden voor slagersgereedschappen. De totale verzekerde waarde bedroeg 1450 gulden. De inboedelverzekering werd in 1921 verhoogd naar 7000 gulden en in 1929 tot maar liefst 9500 gulden. Slager de Brouwer raakte in goeden doen.

Bernard de Brouwer heeft tot na de Tweede Wereldoorlog de slagerij uitgebaat. Daarna nam zijn zoon Frans de zaak over.

maandag 2 april 2012

Tante Regine aan het werk

In onderstaande tekst werk ik met links naar de documenten omdat het anders teveel plaatje en te weinig praatje is. Tis maar een weet voor de aandachtige lezer.

Ik heb tante Regine nauwelijks gekend als werkende vrouw. Ons leeftijdverschil maakte dat ik haar voornamelijk ken van na haar pensioengerechtigde leeftijd. Ze was wel een vrouw die veel las en goed op de hoogte was van het wel en wee in de wereld. Ze reisde ook regelmatig door Europa met de bus. Ze maakte daar in het begin ook uitgebreide verslagen van in typeschrfit. Of anderen uit het gezelschap schreven het verslag. Ik heb de fotoalbums al weggegooid. Je kunt niet alles bewaren! Zo had ze ook interesse in Esperanto. Daarvan bezat ze een map met lesmateriaal. Ja, ook weg.

Ze ontwikkelde zich tot een vrouw die zelfstandig was en haar eigen kost verdiende. Ze was aanvankelijk werkzaam op kantoor en later in het maatschappelijk werk en het Arbeidsbureau.

Ze heeft altijd ingewoond bij haar ouders, samen met haar jongere zuster Riet. Dat huis stond aanvankelijk in de Tuinstraat waar haar ouders een slagerij hadden op nummer 58. In augustus 1945 woonden haar ouders in de Willibrordusstraat 14, vlakbij de Lovense kerk. In 1967, na het overlijden van hun ouders, verhuisden mijn tantes naar Enschotsestraat 183 waar ze een leuke woning betrokken. Daar ben ik regelmatig op bezoek geweest en dat huis kan ik me ook nog herinneren.
Toen de jaren begonnen te tellen verhuisde ze met haar zuster naar een appartment in de Residence de Noordhoek. Gloednieuw appartement met uitzicht over een deel van Tilburg. Dicht bij het station met trein en bus begaven ze zich nog regelmaig onderweg naar de diverse familieleden die verspreid woonden.

Tante Regine heeft zich altijd ingezet voor de missie, net als haar zussen. Dat was er thuis waarschijnlijk met de paplepel ingegeven. Op verjaardagen kwamen ook altijd een paar paters op bezoek die ze op die manier kenden. Diverse foto's laten haar ook zien als ze bezig is met een groep, of ergens een bezoek bracht met een groep. Haar heerbroer Mathieu die in de missie werkte zal haar ongetwijfeld geïnspireerd hebben om dat werk te doen en zo de armen te helpen.

Tijdens haar verblijf op de kostschool in Geffen behaalde tante Regine haar typediploma. Volgens mij iets wat je niet standaard leerde als meisje. Op 11 jarige leeftijd typte zij 133 regels per uur op de Imperial Hammond met een Universal Key-Board. Zuster Moeder Bertine, hoofd van het pensionaat in Geffen, ondertekende mede het diploma van Instituut Pont. Blijkbaar zag tante Regine toekomst in een kantoor voor zichzelf want een jaar later behaalde ze bij hetzelfde instituut een Akte van Bekwaamheid als Kantoor-Stenograaf met een snelheid van 130 lettergrepen per minuut.

Vlak nadat ze voor de tweede keer terugkwam uit Dekkerswald in 1938 is tante Regine begonnen met het behalen van het Middenstandsdiploma Algemene Handelskennis. Dat diploma behaalde zij in november 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Twee jaar later, in oktober 1941, sloot ze een Ouderdomsverzekering af. De AOW bestond nog niet en om na je 65ste een inkomen te krijgen moest je een verzekering afsluiten.
Waarschijnlijk was ze toen al aan het werk bij haar achterneef Frans Hovers, eigenaar van een bouw- en werktuigkundig bureau in Tilburg, in de Tuinstraat 69, vlak bij haar ouderlijk huis. Ze ontving van hem een getuigschrift in februari 1944 waarin staat dat ze ongeveer twee jaar bij hem werkzaam was geweest. Tante Regine solliciteerde toen naar een functie op de afdeling Vrouwelijke Bemiddeling van het Arbeidsbureau in waarschijnlijk Waalwijk. Inmiddels was ze in december 1943 begonnen aan een cursus voor maatschappelijk werker aan de R.K. Leergangen in Tilburg. Deze cursus heeft ze niet succesvol afgesloten en ze stopte met de opleiding in 1948.

In 1962 werd een diploma verplicht en dat noodzaakte Tante Regine om op 55-jarige leeftijd alsnog een diploma te halen. Zij werkte toen bij het Gemeentelijk ArbeidsBureau in Waalwijk. Ze zond een verzoek aan het Bestuur van de Stichting voor Opleiding Tot Sociale Arbeid in Haarlem waar ze het Examen Middelbare Sociale Arbeid, Eerste Gedeelte, wilde doen. De rector van de Katholieke Leergangen, dhr. M. van Can nam een test af en beoordeelde tante Regine van een voldoend intellektueel niveau, om deel te namen aan dat examen. Ze legde dat examen met succes af op 16 april 1963. Haar cijferlijst heeft ze altijd bewaard. Iets om trots op te zijn!

Per 1 februari 1972 kreeg Tante Regine eervol ontslag. Zij was toen adjunct commies A in vaste dienst. Haar Ouderdomsverzekering uit 1941 was inmiddels niet meer nodig. Willem Drees had er voor gezorgd dat iedereen een vaste uitkering kreeg na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. Tante Regine heeft dankbaar van de AOW gebruik gemaakt tot aan haar overlijden in 2001.

zondag 11 maart 2012

Tante Regine en de liefde

Mijn tante Regine is ongetrouwd gebleven. Ik weet niet of iemand ooit aan haar heeft gevraagd waarom en of die persoon ook een eerlijk antwoord heeft gekregen.
De overlevering zegt dat mijn grootouders erg rooms waren. Hun oudste zoon werd priester en missionaris. Van de vier dochters bleven er drie ongetrouwd. Hoe is dat zo gekomen? Van twee is bekend dat ze in ieder geval een man in hun leven hebben gehad. Werden de dochters kort gehouden? Geen idee. Ik weet wel dat de drie ongehuwde zussen alledrie in hun jonge jaren op een kostschool zijn geplaatst in Geffen. Het huishouden van mijn grootouders was druk. Ze hadden een slagerij, zelf gebouwd én gefinancierd. Dat bracht een heleboel verplichtingen met zich mee, dus het draaiend houden van de winkel stond boven aan de prioriteitenlijst. Een grote kinderschare in huis was daarbij niet handig. Daarom zijn de dochters, maar ook de zoons, op kostschool geplaatst. Dat heeft mogelijk ook met de keuze voor een goede, stichtelijke opleiding te maken, maar het had zeker ook een praktische reden.

Tante Regine had in ieder geval een liefje. Zijn naam was Wim Hovers. Hij was haar achterneef. Hoe ze elkaar hebben leren kennen is mij niet bekend. In haar nalatenschap zaten diverse foto's van haar samen met Wim. Ze had ook een zondags misboek van hem gekregen op Sinterklaas 1929. Een halfjaar later kreeg ze tuberculose en begon haar tocht langs sanatoria in de strijd tegen deze ernstige ziekte. Het zal ongetwijfeld gevolgen hebben gehad voor hun relatie en vriendschap. Vanwege het besmettingsgevaar was persoonlijk contact, laat staan intiem contact, onmogelijk. Het verblijf in de verschillende klinieken maakte het waarschijnlijk nog moeilijker. Deze liefdesgeschiedenis liep tragisch af. Wim Hovers was ook ziek, waarschijnlijk leed hij ook aan tuberculose. Hij overleed op 12 december 1932. Mijn tante Regine verbleef op dat moment voor het eerst in Dekkerswald. Dat moet een enorme impact hebben gehad. Was deze man de liefde van haar leven en heeft zijn overlijden haar weerhouden van een nieuwe relatie?

Tante Regine heeft haar verdere leven in goede gezondheid geleid. Natuurlijk had ze haar klachten, zeker op oudere leeftijd. Op een gegeven moment was zelfstandig wonen, de zus waarmee ze samenwoonde overleed in 1989, niet meer verantwoord. Ze verhuisde van Residence De Noordhoek naar woonzorgcentrum Venloene in Loon op Zand. Daar sleet ze haar laatste levensjaren.
Een nicht van mij was op een dag bij tante Regine op bezoek. Ze had haar pols gebroken en kon niet alleen blijven. Tijdens dat bezoek bekeken ze ter afleiding samen oude foto's. De geestelijke toestand van tante Regine was niet meer goed en in die toestand verliezen mensen vaak remmingen die ze hun hele leven onder controle hebben gehad. Bij het bekijken van de foto's van Dekkerswald ontviel tante Regine een onverwachte felle uitbarsting. Iets wat helemaal niet bij haar paste. "Denkte da ik dè altij zo leuk gevonden heb, en dè de mensen altè zeeje:"Wè hedde gij naauw meegemakt. Wè witte gij daar naauw toch van? Ik haj 't ok liever anders gewild." Mijn nicht vroeg voorzichtig door en toen kwam de aap uit de mouw. Wim Hovers overleed tijdens haar verblijf in Dekkerswald en niemand had de moeite genomen om haar dat te vertellen. Vanwege het strenge regime was contact met de buitenwereld niet eenvoudig. Maar bezoek was toegestaan en ik neem aan dat corresponderen geen probleem was. Desondanks hoorde ze pas veel later van zijn overlijden.

Een schokkend verhaal.

Het zegt veel over de sociale interactie in het gezin, tussen ouders en kinderen maar ook tussen kinderen onderling, en over de geslotenheid en het uitsluiten van emoties. Iets wat overigens niet uitsluitend in mijn familie voorkwam. Het zal haar ongetwijfeld getekend hebben. Heeft ze vertrouwen verloren en durfde ze geen relatie meer aan te gaan? Heeft ze zich bij dit lot neergelegd en is ze overgegaan naar een staat van berusting? Ze klaagde niet makkelijk.
Het is zonder twijfel een ernstig traumatische ervaring geweest om een geliefde te verliezen op die leeftijd, in die situatie en op die manier. Je wenst het niemand toe.


[fotograaf Ruud de Brouwer]

donderdag 8 maart 2012

Tante Regine en tuberculose (tbc)

Regine de Brouwer is geboren in 1907. Zij was het eerste kind in het gezin van mijn grootouders. Ik weet heel weinig van haar jeugd. Ze vertelde me wel een keer over Anthony Kok de dichter/schrijver die een tijdlang in haar ouderlijk huis op kamers heeft gewoond. Of ze regelmatig contact hadden weet ik niet. Ik vraag me ook af of mijn grootouders daar prijs op stelden.

Regine zal ongetwijfeld de lagere parochieschool en de MULO aan de Oude Dijk hebben bezocht. Wat ze aansluitend heeft gedaan is mij niet bekend. In 1930 kwam vast te staan dat ze ziek was en aan tuberculose leed. Heden ten dage is tuberculose een ziekte die nog nauwelijks slachtoffers maakt, maar in de jaren 30 van de 20ste eeuw stierven er jaarlijks enkele duizenden Nederlanders aan deze ziekte. Na het ontdekken van de tuberkelbacil in 1882 ontstond meer duidelijkheid over de ziekte en de bestrijding daarvan. Vanwege de besmettelijkheid kwamen er sanatoria, ook in Nederland.

Tante Regine heeft op enig moment, in ieder geval naderhand, in een klein schriftje opgeschreven welke behandelingen ze heeft ondergaan. Na de vaststelling dat ze aan tuberculose leed is ze bijna meteen naar het Sint Odagesticht gegaan in Sint Oedenrode. Ze verbleef daar van 9 juli 1930 tot 30 december 1930. Waarschijnlijk heeft dat enige verlichting gebracht want ze blijft dan thuis tot 17 september 1931 als ze naar Riel gaat. Ze heeft niet genoteerd waar ze daar is geweest. Op 23 maart 1932 komt ze terug uit Riel en gaat dan op 12 april 1932 naar Dekkerswald in Groesbeek.

Het was overigens niet goedkoop, een verblijf in Dekkerswald. De dagprijs voor de 3de klas bedroeg 3 gulden en voor de 1ste klas A 8 gulden. Daar kwamen soms nog extra kosten bij voor bv. röntgenopname, thermometer of bijzondere medicijnen.
Een belangrijk onderdeel van het genezingsproces werd gezocht in de trits; rust, reinheid en regelmaat. In de nalatenschap van tante Regine zitten nog reglementen van Dekkerswald en roosters met de dagindeling. Op het terrein waren huisjes waar de patienten buiten konden liggen, zomer en winter, om het maximum aan schone zuivere frisse lucht binnen te krijgen. Naar goed katholiek gebruik lagen de mannen en vrouwen natuurlijk strikt gescheiden in aparte afdelingen. In een "alfabet" dat ik vond wordt daar op passende wijze de draak mee gestoken:
I is het isolement dat bestaat tusschen dames en heeren.
J is de jool die ze toch niet kunnen keeren.



Tijdens haar verblijf in Dekkerswald is zij geopereerd op 23 maart 1933. Het betrof volgens haar aantekening een "knip". Ik heb geen idee wat die operatie behelsde. Mogelijk het weghalen van een geïnfecteerd deel van haar long(en). Van juni tot 26 oktober 1933 onderging ze een dorstkuur. Dat bleek heel effectief bij infecties aan de longen die bv. extra veel of stinkend slijm opleverde. Tegelijkertijd onderging ze ook een duotalkuur waarover ik online geen informatie kon vinden.
In september van 1933 begonnen de tuberculine-injecties die duurden tot 11 mei 1934. Als klap op de vuurpijl werd er bij haar op 11 november 1933 een pneu aangelegd. Ik begrijp niet precies wat dat doet, maar het is een kunstmatig veroorzaakte klaplong die het gebruik van de long zowat stil legt waardoor de aangetaste long beter kan genezen aangezien die niet meer of nauwelijks voor ademhaling gebruikt kan worden. Het is een nogal heftige ingreep. De pneu (de vergelijking met een fiets- of autoband is helemaal niet zo gek) liep leeg en moest herhaaldelijk, na 3 of 4 weken, weer op spanning worden gebracht. Vanaf 19 februari 1934 mocht ze een kwartier wandelen. Tot die tijd was rust heilig.
Toen tante Regine op 14 mei 1934 weer thuis was uit Dekkerswald bleef de pneu nog in functie tot september van dat jaar. Er was nog geen sprake van genezing. Er was geen gevaar voor besmetting meer, maar toch. Tante Regine kreeg een briefje mee van de geneesheer-directeur dr. A.J. Henneman waarin de behandeling en ook haar dagindeling werd beschreven. Ze moest eigen eetgerei houden, de was apart houden en niet op de mond zoenen. Ze mocht in geen geval afvallen.

Zoals ik al eerder zei was genezing bijna niet mogelijk. Medicijnen waren er nog niet. Op 19 juni 1936 vertrok tante Regine opnieuw naar Dekkerswald. Haar verblijf daar was nu iets korter en op 7 maart 1938 keerde ze weer naar Tilburg terug. Ze kreeg tijdens dit verblijf opnieuw een pneu die op 9 maart 1937 werd aangelegd en die in functie is gebleven tot eind 1946. Aanvankelijk ging ze voor het bijvullen van de pneu terug naar Dekkerswald waar geneesheer-directeur Henneman dat klusje klaarde. Vanaf juni 1940 tot aan het eind in 1946 deed dr. Hopmans dat op het consultatiebureau in Tilburg. Dat scheelde in ieder geval een forse reis.
Op 12 november 1936 ontving ze goudinjecties, een geneeswijze die nog steeds in zwang is voor reumapatienten. Tijdens haar tweede verblijf mocht ze niet wandelen op Dekkerswald. Rust bleef een van de belangrijkste "medicijnen".

In hoeverre deze episode invloed gehad heeft op haar ontwikkeling als mens is niet goed in te schatten. Met een zus (Toos) die jong weduwe werd met vijf kinderen en een schoonzus (Bets) die hetzelfde overkwam na het overlijden van Toon de Brouwer, was het oppassen en bezoeken van deze gezinnen in de weekends een vanzelfsprekend ritueel. De kinderen uit die gezinnen hebben dan ook veel meer en intensere herinneringen aan mijn tantes dan ik. Van een nicht die de tantes veel vaker zag weet ik dat tante Regine als oppas betekende: rust en spelletjes aan tafel. Mogelijk een gevolg van de jarenlange discipline die in Dekkerswald werd gevraagd.

Hoe dan ook tante Regine heeft na 1946 nog 55 jaar gezond geleefd.

Meer over de geschiedenis van tuberculose in Nederland

Als toegift wat versjes die tante Regine de moeite van het bewaren waard vond. Ze gaan over het verblijf in Dekkerswald en ze bevatten heel wat ironie maar ook humor over de gang van zaken. Niet verbazingwekkend natuurlijk met die jonge meiden (en jongens) daar.

Alfabet 1 (ongedateerd)

A is de aankomst op "Dekkerswald" oord.
B is Bertus die bij de radio hoort.
C is de chance die je kunt hebben met de heeren.
D is den Direc. die zijn kracht op de longen moet probeeren.
E is het eten dat je naar binnen moet proppen.
F zijn de falie vouwsters* waarin sommige nonnen zich ontpoppen.
G is de gezondheid die je hier moet herkrijgen.
H is de hal waar je in ligt te hijgen.
I is het isolement dat bestaat tusschen dames en heeren.
J is de jool die ze toch niet kunnen keeren.
K is het kwispelen dat je hier niet kunt laten.
L zijn de lichte bezigheden die bestaan meest in praten.
M is de meter die oploopt en daalt.
N is de nachtkast waar je het noodige uithaalt.
O is het onderzoek, met ongeduld verwacht.
P is de post door Sebastientje rond gebracht.
Q is de kwaliteit van je longen door den Direc. geschat.
R is het reglement en dat is heusch niet voor de kat.
S is de stoel waar je je rug op kapot kuurt.
T is de temp. die je soms in de war stuurt.
U is de uitslag die je de laatste dag ontvangt.
V is het vertrek waar naar ieder verlangt.
W is het wandelen waar je dikwijls voor moet boeten.
X is de grote onbekende die sommige hier ontmoeten.
Y is de ijver waarmede men kuurt.
Z is de Zondag die dubbel lang duurt.

* falievouwen is geveinsd handelen.


Alfabet 2 (19 december 1937)

A is de auto, die brengt ons hier binnen.
B is de bedkuur, waarmee we beginnen.
C is de controle, die gaat over de lectuur.
D is de dokter, die schat hier de kuur.
E is de eetlust, die iedereen mist.
F is de foto, die alles beslist.
G is het gewicht, dat een ieder moet bereiken.
H is het hoofd, dat in het kussen moet prijken.
I is de instorting, die iedereen moet mijden.
J is de jeugd, die hier ligt te lijden.
K is de koude, die niet is te harden.
L zijn de longen, die liggen aan flarden.
M is de moed, die men niet moet verliezen.
N zijn de nieuwe, die liggen te kniezen.
O is de orde, die zeker moet zijn.
P zijn de prikken, die doen wel eens pijn.
Q is de qualiteit van het bloed.
R is de rectaaltemp, die laag zijn moet.
S is de stoel, die een ieder begeert.
T is de Tandarts, die kiezen plombeert.
U is het uur, waarop men gaat slapen.
V is de verveling, waarvan men gaat gapen.
W is de werkplaats, daar werkt men met ijzer.
X is de datum, een onbekend cijfer.
IJ is het een woord, dat niet is te verstolken.
Z is de zon, die schijnt achter de wolken.


Een lied op de wijs van "in een blauw geruite kiel".

Bij het maandelijks onderzoek
Zit je trillend in een hoek
Voor Doktertje of Directeur
Want de knip of de pneu
Jongens, dat valt heusch niet mee
o nee, o nee, o nee


Tot slot een gedicht over de relatie met de doktoren.

's Morgens vroeg om kwart na negen
Vrijdags en ook Dinsdags na het wegen
Gaan Dr. Littooy en de Directeur
Op ochtendvisite, deur aan deur.
Goeden morgen Dames, en hoe gaat het hier?
Naar omstandigheden redelijk wel ja?
En hij ziet de lijsten na.
Alsjeblieft zeg, en met groot plezier
Bekijkt den Direc. dan het papier.
't Resultaat van iederen dag
Als je op "Dekkerswald" kuren mag.
1 Kilo er bij of 6 ons weg
Nee maar, dat is schitterend zeg.
Gaat 't goed ja, niets bizonders nee?
Zoo bespreekt bij dan het wel en wee.
Geen wereldschokkende gebeurtenissen in 't land
Of lees je soms niet in de krant?
De mogelijkheid is niet uitgesloten dat bij 't onderzoeken
We gunstige resultaten kunnen boeken.
Ik zou zoo zeggen ................ ga zoo maar voort
En de baas doet net of hij niet hoort
't Gevraag, 't gekerm, ja iedere keer
Om 't vrije uur, wandelen en zoo meer.
Afgesproken ja, en met de handen over elkaar
Maakt hij met z'n hoofd een resoluut gebaar,
Dag hoor ...... een knik ...... een paar groote stappen
Weg ................... om een ander weer wat op te knappen.

zondag 4 maart 2012

Nogmaals mijn tantes van vaderszijde

Dit wordt een fotopost. Vandaag kwam ik nog een foto tegen van de vier zussen, maar nu vele jaren later in 1968. Je ziet er de extra jaren wel aan af, maar dat mag ook. Even op een rijtje zetten over wie het gaat: Regina Mathea Augusta Antonia (Regine) de Brouwer, geboren te Tilburg op 21 januari 1907, ongehuwd overleden te Loon op Zand op 15 juni 2001, Maria Catharina Elisabeth Cornelia (Riet) de Brouwer, geboren te Tilburg op 4 april 1909, ongehuwd overleden aldaar op 11 september 1989, Josephina Hinrica Catharina (Fien) de Brouwer, geboren te Tilburg op 3 april 1911, ongehuwd overleden te Waalwijk op 4 maart 2004 en Catharina Regina Cornelia (Toos) de Brouwer, geboren te Tilburg op 25 juli 1915, overleden te 's-Hertogenbosch op 16 december 1997, weduwe van Henk Willemse.


De drie zussen hebben een paar fraaie foto's laten maken, eentje is zonder Regine die toen waarschijnlijk niet thuis woonde. Hier zijn de dochters ook nog vrij jong.



Onderstaande foto vind ik heel bijzonder. Ik ken mijn tantes van toen ze al relatief oud waren, namelijk een eind in de 50. Op deze foto staan drie vrouwen die op de een of andere manier stralen. Goed werk van de fotograaf!


Er is nog een foto uit die serie met hun ouders erbij. Alle vijf lachen ze. Nou ja, mijn grootouders doen hun best om te glimlachen... Lachen was blijkbaar niet gebruikelijk op de foto. Daar volgen nog voorbeelden van.


Hieronder het drietal in 1987, bij de 80ste verjaardag van tante Regine.


Volgende keer weer een verhaal.

zaterdag 3 maart 2012

Mijn tantes van vaderszijde

Het gezin waarin mijn vader als jongste telg werd geboren telde acht kinderen, vier meisjes en vier jongens. Er was nog een 9de kind, een dochter, maar die is gestorven in 1911 nog voordat ze 1 jaar oud was.

Van de vier dochters uit dit gezin is er maar eentje getrouwd. Waarom is dat? Die vraag stel je je pas op latere leeftijd. Een bevredigend antwoord is moeilijk te vinden. Maar toch is er wel een soort van een antwoord: ze groeiden op in een hele religieuze omgeving. Er werd volop gedweept met kerk en geloof. De oudste zoon werd priester zoals dat hoorde. De dochters kregen waarschijnlijk niet veel ruimte om zichzelf te ontwikkelen of te onttrekken aan het gezin.

De dochter die trouwde, tante Toos, leeft in mijn herinnering als een vlotte tante, letterlijk en figuurlijk. Zij trouwde met Henk Willemse, een tekenleraar en verhuisde naar 's-Hertogenbosch. Haar man overleed jong. Met haar vijf dochters vormden ze een hecht vrouwengezin. Henk Willemse maakte voor diverse gelegenheden tekeningen waar mijn ouders altijd met bewondering over spraken. Zo tekende hij de voorkant van het geboortekaartje van mijn broer Ben die op 15 augustus (Maria Hemelvaart voor de kerkelijk onvasten onder de lezers) 1948 werd geboren. Mooi beeld van Maria en Jezus die in Tilburg (de drie torens met muur en poort) bij een baby op een bankje zitten. Custom made zouden we nu zeggen. Dat kunstzinnige zat niet aan mijn kant van de familie.

De andere drie zussen bleven ongetrouwd. Ik ga proberen wat hoofdlijnen van hun leven in het kort te schetsen in aparte blogposts.

zondag 5 februari 2012

Wat geven we opa met z'n verjaardag?

Oude foto's doorploegen levert soms verrassende inzichten op. Zo kwam ik een foto tegen van mijn opa van moederszijde: Theo de Nijs. Op zijn verjaardag.

Ergens in de jaren 70 werd de beslissing genomen door met name zijn dochters dat de verjaardag in een buurthuis gevierd zou worden. Voorheen vond dat bij één van de dochters thuis plaats als ik me goed herinner. De kamer in het bejaardenhuis St. Jozefzorg waar hij woonde was veel te klein om een gezelschap te ontvangen. Nou was er ook een grotere ruimte in dat tehuis, maar dat was blijkbaar minder geschikt. Hoe dan ook, de verjaardag vond elders plaats.

Ik ving wel eens gesprekken op tussen de organiserende dochters, mijn tantes, die steevast klaagden over de deelnemers die blijkbaar niet inzagen dat de organisatie prima in orde was. Ze wilden het een volgende keer niet meer regelen. Verontrustende gesprekken voor een kind.

Wat was nou een geschikt kado voor opa? Twee dingen: sigaren en drank, cognac of vieux in dit geval. Simpeler kon het niet. Misschien dat zijn dochters wel eens met sokken of wat anders aankwamen, maar de kadotafel spreekt boekdelen.

Ik vond ook nog een foto van mijn overleden broer die overduidelijk voor de drank had gekozen. Gezien de oogst aan kado's vraag ik me nu af of die goede man al die sigaren ooit kreeg weggerookt. Hoe dan ook, hij nam de kado's altijd dankbaar aan.

Kom daar nog eens om: sigaren in zulke hoeveelheden als kado. Een praktisch kado, dat dan weer wel.

woensdag 1 februari 2012

Gedicht voor een verpleegster

Mijn tante Fien (1911-2004) heeft het grootste deel van haar leven in de verpleging gewerkt. Ze was één van drie zussen die ongehuwd is gebleven en die wij (de familie) steevast als "de tantes" aanduidden. In een andere post zal ik meer over deze drie gezusters vertellen.
Ik wil me nu beperken tot een gedicht dat ik in haar nalatenschap tegen ben gekomen. Ik ben twee dezelfde versies tegengekomen, een gedateerd 20 mei 1947 en eentje 2 mei 1963. De eerste datum komt overeen met het behalen van het verpleegsters diploma dat ook in mijn bezit is, gedateerd 17 mei 1947. Tante Fien volgde haar opleiding tot verpleegkundige in Heerlen.
Ik vind het een bijzonder gedicht, leuk, geestig en tegelijk complimenteus. Waarschijnlijk kreeg iedere jaargang verpleegkundigen die het diploma behaalde hetzelfde gedicht te horen. Dat zou me niks verbazen.
Mooie exponent van een andere tijd :)


O, schoonheid in het wit,
O, draafster op Uw rit,
door zalen chloroform,
O, droom in uniform.
O, vitaminenpleeg,
bacillenveeg,
reinigster van paviljoenen.
Gij, die zich vermaakt de vloer te boenen,
de potjes te legen,
langs 'smensen lijf te vegen,
met washand en met spons,
of met zwachtel, watten dons,
de wonden en gaten te dichten,
pijn te verlichten,
of zalf te smeren op been if buik,
of drankjes (schudden voor gebruik)
in kelen te storten.
O, jij wit beschorte
O, zwart bekouste jodiumfee,
Gij, die dwaalt tussen dood en wee,
op wolken aether,
met uw staf de thermometer.
kinini koningin
O, spalken meermin.
Gij, die leeft bij de gratie
van beenbreuk en operatie,
Gij, die vliedt in het beddenwoud,
als een ree in het kreupelhout;
Gij, die de man te ruste leidt
of temt, in dromen vleit
met slechts een kleine injectiekusje
O, mijn narcosezusje.
Gij met uw heerlijk lied
van waterperoxyd.
Gij, die langgespaarde wee
met glycerine leidt naar zee.
O, pilmysterie,
O, stimulans van arterie
en van venen
O, leukoplastsirene
is het waar
Zijt gij met Uw studie klaar?
Ik met mijn vrouwelijk schroom
nam van schrik wat broom
ik kon geen voet verzetten
ik moest mijn voorhoofd betten.
En nu je je staatsdiploma hebt gekregen
dat je brengt op aller wegen
Wil ik tot slot nog vragen:
Of je je insigne met ere wilt dragen!!!!!

Heerlen, 20 mei 1947.


[Op de foto uit 1950 Zuster de Brouwer met een van de vele kinderen die ze mede ter wereld heeft gebracht]

zondag 22 januari 2012

Opgeruimd

Iedereen heeft er wel eens last van: opruimen. In vroeger tijden was het een noodzakelijke actie die het voorjaar met zich mee bracht. Het huis uitmesten (vaak letterlijk) de strozakken verversen, het ongedierte verjagen en alles eens goed schrobben en boenen. Een opgeruimd huis.

In de vrije dagen die ik had rond kerst en nieuwjaar kwam het opruimen van de zolderkast aan de beurt. Dat was nodig omdat je daar steeds meer onnutte objecten in legt, zet of gooit waar je niet goed van weet of ze nog het bewaren waard zijn. Een kritische blik kan dan een heleboel opleveren aan ruimte. Ruimte die je vervolgens weer kunt vullen met... nou ja, de lezer snapt het vast.

Er kwam een doos tevoorschijn met fotoalbums. Dat triggerde een sluimerende behoefte om de foto's die ik in de loop der jaren uit familie erfenissen in bezit had gekregen eens te ordenen. Ik had nog wat vrije dagen voor de boeg, dus het kwarwei werd ter hand genomen. Het doorvlooien van fotoalbums, dozen met enveloppen met foto's, losse foto's en nog wat paperassen. Tijdrovende bezigheid om dat te selecteren. Uiteindelijk kwam ik er dan toch doorheen. Inmiddels zijn er vele foto's al met de papierbak verdwenen. De negatieven zitten netjes in mappen en de foto's die nog niet meteen weg konden zitten weer in dozen. Die moeten nog in enveloppen, want los in de doos is geen optie. Inmiddels ben ik er al weer twee weekenden zoet mee geweest tussen andere activiteiten door.

Het levert ook veel op, vooral prachtig oud fotomateriaal van mijn vader en het gezin waar hij in opgroeide. Zijn drie ongetrouwde zusters hebben goed voor die oude spullen gezorgd en dat is nu een rijke bron van familiebeelden. Het ordenen gaat door. Op de een of andere manier wil ik dat gaan vastleggen. Geïllustreerde familiegschiedenis. De ordening en selectie is daar voorwaarde voor omdat ik nu pas kan zeggen dat ik alles bij elkaar heb van één persoon. Daarvoor was dat niet zeker en dat was dan meteen een excuus om me er niet mee bezig te houden.

Dat is dan toch de archivaris in mij. Maar ook de onderzoeker en publicist die graag vertelt over wat hij tegen is gekomen en ook op zoek wil naar meer passende informatie. Iets leukers is er eigenlijk niet...

De lezer van dit weblog kan daarom de komende tijd familieposts verwachten. Een belofte als deze dwingt me om er ook echt werk van te maken.

[De foto is een pareltje dat te voorschijn is gekomen. Het zijn de vader en moeder van mijn moeder. Een prachtige foto die heel naturel is ondanks dat ze echt poseerden. Wel in hun dagelijkse "kloffie". Helaas niet gedateerd. Ergens in de jaren 60.]

maandag 15 februari 2010

Familieleden overzee in beeld via Facebook

Al enkele jaren heb ik een sluimerend Facebookaccount. Ooit eens mee begonnen, maar ik kwam er niet zoveel nieuwe mensen op tegen. De meeste had ik ook al in Hyves en/of LinkedIn of op een andere manier in maillijsten en andere sociale netwerksoftware. Voegde wat mij betretf niet zo veel toe. Toch breidde mijn lijstje met vrienden zich langzaam uit. Nieuwe mensen die ik niet op een andere manier in mijn online netwerk had zitten zoals neefjes en nichten die wat internationaler georiënteerd zijn. Dat maakte mij niet actiever. Zelfs het integreren van b.v. Twitter in Facebook trok me niet. Teveel verdubbeling van tekst.

Sinds begin januari is er echter een inhaalslag aan de gang met mijn Australische familieleden. Een ervan, die mij enkele keren per jaar op de hoogte houdt van het wel en wee van die tak van de familie De Brouwer is actief geworden op Facebook en heeft daar familieleden toegevoegd.
Op die manier kwam ik ook in contact met deze achter-achter-achterneven. Het zijn achter-kleinzonen van een broer van mijn opa. In meerdere opzichten ver weg dus.

Zo is Facebook voor mij toch ineens in een ander licht komen te staan. Nog steeds ben ik er niet fanatiek actief, maar ik ga de komende tijd toch eens kijken of ik wat informatie uit deze mensen kan peuteren, hoewel ze gezien hun leeftijd niet in de fase zitten dat ze met hun voorgeslacht bezig zullen zijn. Maar welwillendheid vind je al snel overal op de wereld.

[Foto: mijn overgrootvader Jan Cornelis de Brouwer, hier in Scheveningen, is de gemeenschappelijke voorouder van mijn Australische familie en van mij]

maandag 18 mei 2009

Barack Obama - Dromen van mijn vader

Barack Obama is hot! Dat mag duidelijk zijn. Ik heb dit boek gekregen van mijn zoon Ben met Sinterklaas. Een verrassend kado omdat ik niet bekend sta om mijn biografiënliefde. Desondanks is dit boek een aanrader. Obama heeft het geschreven voordat hij politiek actief werd in 2004. Daarom is het niet gekleurd door het hele circus rondom de presidentsverkiezingen en zijn goede naam stond niet op het spel. Hij vermeldt dan ook rustig dat hij in zijn puberteit en studentenjaren de drank en enkele drugs niet negeerde.

Het is een verhaal dat inzicht geeft in de problemen die je tegen kunt komen als kind van gemengde ouders. In het geval van Obama was er nog een andere complicatie aangezien zijn moeder een zoon kreeg bij een Keniaanse man en vervolgens met een Indonesiër trouwde en verhuisde naar Indonesië. Zijn verblijf daar en op Hawaii en zijn bezoeken aan zijn familie in Kenia beschrijft Obama op een manier die de strijd die hij heeft gevoerd met zijn identiteit duidelijk maakt.

Dat achterstelling natuurlijk een fysieke waarheid is, maar ook een gedachte, een soort van self fulfilling prophecy. Zelfs in Kenia, waar zwarte mensen de meerderheid vormen, worden blanken beter behandeld vanwege het geld dat ze inbrengen. Wit is beter dan zwart. Dat beeld is op de een of andere manier door onze westerse en christelijke cultuur heel hard in de hoofden van alle mensen geplant waar we mee in contact zijn gekomen.

De ontdekkingstocht naar zijn eigen identiteit en hoe zijn leven vorm en inhoud te geven maakt Obama meer tot een compleet mens dan elke blanke president voor hem.
Het is een boek dat prettig leest en een beeld geeft van de vormende jaren van een man die nu de leider is van het machtigste land ter wereld.
De titel is volgens mij voor tweeërlei uitleg vatbaar. Hij moet dromen van zijn vader omdat die geen deel uitmaakt van zijn leven en hij ontdekt de dromen van zijn vader op zijn zoektocht naar zijn eigen herkomst.

Als je meer van deze man te weten wilt komen is dit een prima startpunt.

zaterdag 2 augustus 2008

Dimitri Verhulst - De helaasheid der dingen

Het vorige boek dat ik van Dimitri Verhulst las, amuseerde me zeer. Vandaar dat ik opnieuw voor een boek van zijn hand koos.

Dit is wederom een geslaagd werk. De humor waarmee hij het leven in het Vlaamse dorp Reetverdegem beschrijft is weergaloos. Zijn drankzuchtige nonkels en zijn bijzondere vader worden als ware karikaturen neergezet, maar niet zonder het realistisch te houden. Het boek begint ontzettend sterk en werkt naar een hoogtepunt toe als Verhulst de Tour de France als zuipwedstrijd beschrijft. Voor mijn gevoel in ieder geval het hoogtepunt van het boek.

Het tweede deel van het boek vond ik minder. Daar ging het "ineens" over de schrijver zelf, zijn leven dat op een vreemde manier liet lijken op dat van zijn jeugdige rolmodellen. Dat kwam wat mij betreft niet echt goed over. Zijn stijl bleef prima overeind, maar het was een beetje een slap aftreksel van wat hem als kind overkwam als toeschouwer van zijn familie van lapzwansen, leeglopers en drankorgels. Niet overtuigend genoeg.

Over het geheel genomen is dit opnieuw een prima boek. Lekker lezen, lachen en zonder erg heb je ineens 200 pagina's achter de kiezen!

vrijdag 11 november 2005

Genealogie

Voel ik me sterk verbonden met mijn familie? Niet in het bijzonder. Het onderzoeken van je eigen familiegeschiedenis is wel heel leuk! Tenminste, als je van het verleden houdt. Hier begon mijn fascinatie voor het verleden een andere vorm aan te nemen. Het ontdekken van al die stukjes geschiedenis over je eigen voorgeslacht. De rijkdom die in de Nederlandse archieven opgeslagen ligt en daarmee ook bereikbaar is. Het vasthouden en lezen van een stuk papier met een oud handschrift dat door je voorouder is geschreven of ondertekent. Het ligt allemaal binnen handbereik. Als je er de moeite voor neemt.