woensdag 30 september 2026

Dubbel dopen voor de zekerheid

Kerk van Tilburg (Heikese kerk) in 1657 getekend door Roelof van Vleuten

Als de eerste protestanten in de 17de eeuw naar Tilburg komen, zijn dat voornamelijk opportunisten. De regering (Staten Generaal) besluit op enig moment dat alleen nog mannen van het protestantse geloof officiële functies mogen bekleden. De schout, de drossaard, de vorster, de dokter, de chirurgijn, de advocaat, de notaris, alle notabelen van het dorp moesten van het juiste geloof zijn. Die overgang verliep in rap tempo maar ging niet van de ene dag op de andere.

De protestanten hebben met een overwegend katholieke meerderheid te kampen en die proberen natuurlijk hun belangen en posisites te behouden. Uiteindelijk is er geen houden aan en domineren de protestanten op de posities die er toe doen.

In 1633 is de eerste predikant in Tilburg actief geworden: ds Arleboutius. Zijn aanstelling verloopt turbulent en hij kan zich met moeite staande houden in het katholieke geweld.
Dat de katholieken zich verweren is natuurlijk logisch. Ze hebben een hoop te verliezen, niet alleen hun geloof, maar ook hun kerkgebouw, door hun geld gebouwd, hersteld en onderhouden. Bovendien gaan de lucratieve overheidsbanen naar de protestanten. Zo komt er een einde aan hun carrièrekansen, niet alleen in Tilburg, maar in heel Brabant én in het landsbestuur.

Ds Arleboutius heeft zich met hand en tand verzet en probeert binnen te dringen in Tilburg. Hij neemt bezit van de kerk maar kan dat alleen volhouden met militaire steun van zijn geloofsgenoten uit omliggende steden als Den Bosch en Breda. Na enkele wisselingen tussen bezit van de kerk door pastoor Wichmans en ds. Arleboutius delft hij uiteindelijk toch het onderspit, de katholieke tegenwerking is te sterk. Hij vertrekt naar Den Bosch en in 1637 is hij officieel ontheven van zijn taak als predikant in Tilburg.

Na enkele turbulente jaren komt er na de Vrede van Munster een wat rustigere periode voor de protestanten. De katholieken krijgen bij die vrede niet hun rechten terug en de dominantie van de nieuwe godsdienst is in dat vredesverdrag bestendigt.

Aangezien de aanhangers van het nieuwe geloof niet in grote mate voorhanden zijn in het Brabantse land, komen er allerlei protestantse lieden van elders hier hun geluk zoeken. Die groep nieuwkomers bestond voornamelijk uit jonge, ongehuwde mannen. Dit was hun kans om carrière te maken en zich op maatschappelijk vlak te manifesteren.

Zij komen terecht op een huwelijksmarkt die voor het grootste deel uit katholieke meisjes en vrouwen bestaat. Dat is toch een beetje vragen om moeilijkheden. Want een behoorlijk deel van deze protestantse mannen trouwt met een katholiek meisje. Dat zal ongetwijfeld in beide huishoudens tot vertwijfelde blikken en gespannen verhoudingen hebben geleid. Ik leerde al het gezegde: twee geloven op een kussen, daar slaapt de Duivel tussen!

Dat vertaalt zich deels doordat in een aantal gevallen de uit die gemengde huwelijken geboren kinderen twee keer gedoopt zijn: een keer voor de predikant en een keer voor de pastoor. Dat was natuurlijk een ongewenst effect van deze gemengde huwelijken. Maar iedere familie wilde geen risico lopen dat een kind in het verkeerde geloof terecht kwam! 

Ik heb een aantal gevallen die ik gevonden heb op een rijtje gezet. De eerste kwestie is even onverkwikkelijk en in het verslag van de kerkenraad staat hen met de uijterste Droefheijt ter Oorren gekoomen [is] Dat hun voormalige ouderling Jacobus vander Burght sigh soo verre vergeeten heeft in voegen hij vergeetende sijn eere en plight tegens Godt Almaghtigh sijne eijgene Dienstmaeght, ook lid van deze protestantse gemeente, beswangert heeft vertoornende soo sijnen Godt tot Droefheijt der Gemeijnte en ergernisse ja Blaem der papisten en schande voor sijn huijsgesin.

In hun vergadering van 13 december 1680 besluit de kerkenraad dese vuijle daet aen weder sijde niet ongemerckt voorbij te laten gaen en alsoo het H Avontmael des Heeren aenstaende is tegens kersmis toekomende, Hem president met scahders sijne Dienstmaeght daer van te suspendeeren ter tijt en wijle der berouw van sonden getoont sal wesen.

Dus Jacobus en Jenneken mogen niet deelnemen aan het avondmaal in de kerk. Dat was een strenge straf voor gelovigen zowel katholieken als protestanten.
den 21sten Octob(er) [in 1680] opden Alen dijck (ter oor-
saecke om den papisten Doop te ontgaen), gedoopt
het kint van Jacobus vander Burght t'welck in
oneght geteelt was bij Jenneken Adriaen Timmers
sijne Dienstmaeght en is genaemt Hendrick.

In de doopinschrijving hierboven staat ook expliciet dat het kind wat uit het slippertje van de president-schepen is geboren, ergens in protestants gebied is gedoopt om de paepschen doop te ontlopen. Waarschijnlijk verwijst Alen dijck naar het dorp Alem dat oorspronkelijk in Brabant lag maar door de kanalisering van de Maas omstreeks 1935 kwam het dorp in Gelderland te liggen. Bij de vrede van Munster in 1648 kwam de katholieke kerk in handen van de protestanten.

Een gereformeerd gedoopt kind is herdoopt door de katholieken
In 1680 klaagt de vader van Gabriel Gabriels, Andries Gabriels, naar aanleiding van een herdoop door katholieken.
Hij verschijnt voor de kerkenraad en klaagt dat sijn kint zijnde den 3. maert in onse gereformeerde kerke gedoopt, sonder sijn, ofte der moeder die paeps is, weten of toedoen uijt den huijs gehaelt vanden paep den 6 dito soude herdoopt ofte overleesen zijn geweest. 
Hij vraagt wat hij nu moet doen.
De bronnen laten zien dat dat ook feitelijk is gebeurd. Zijn zoon Gabriel is op 3 maart voor de predikant en op 6 maart door de pastoor gedoopt.

De kerkenraad zegt hem toe deze ongehoorde stoutigheijdt der Paepen nader te onderzoeken. Desondanks komen deze herdopen vaker voor.

Protestantse doopinschrijving: Anno 1680 Den 3den Maert is gedoopt het kint van Andries Gabriels en Maria Schrijnwerkers met namen Gabriel ten overstaen van Ariaen Moerlant en Mariken Ravels als getuijgen.

Katholieke doopinschrijving: 6 [maart] Gabriel filius Andrea Gabriels (...) et Maria uxor susceptores (getuigen/doopheffers) Maria Peters baptisatus sub conditione (onder voorwaarde)

Een jaar later, in 1682, moeten de katholieke schepenen weg en krijgt de drossaard de opdracht en toestemming om alde aengestelde paepsche scheepenen tegelijck met den president Ophuijsen die se haesterick den eet afgenoomen hadde te removeeren en scheepenen vande ware Gereformeerde Religie te installeeren. [304/scan 58]. Daarmee kwam een einde aan de katholieke dominantie in het bestuur van vele eeuwen.

Op 2 februari 1685 wordt het kind van Johan van Ophuijsen, president-schepen, en kerkmeester, en van Catharina Bedel, gedoopt. Dat gebeurt in het huis van de vader. De moeder en de peter waren beiden katholiek worden de volgende dag verwacht en er bestaat angst dat het kind dan een katholieke doop krijgt. De zuster van de moeder is een 'klop'. Dat was een ongetrouwde katholieke vrouw die een kuisheidsgelofte heeft afgelegd en gehoorzaamheid heeft belooft aan een priester of biechtvader. De situatie zou precair kunnen worden en om dat te voorkomen gaan ze de baby dopen. Het is een zoon die de namen Cornelis Paulus krijgt. De peter is Willem van Ophuijsen, in plaats van Adriaen Paulus Potteij, en juffrouw Waltera van Ophuijsen is meter.
Alle moeite blijkt vergeefs en de vermoedens blijken terecht. Op 5 februari is het kind opnieuw gedoopt in de katholieke parochie van Tilburg.

Cornelis Paulus sub conditione filius Joannis van Ophuijsen et Catharina uxor Susceptores Domine Paulus Patteij et Waltera van Ophuijsen.

Consternatie in de kerkenraad
In de kerkenraad van 29 maart 1685 komen twee kwesties aan de orde die de protestantse gemeente raakt. Het eerste punt is dat er opschudding is veroorzaakt doordat de kinderen van sommige leden met Paapsche vrouwen getrouwt zijnde, in huijs waren gedoopt soewel niet sonder merckelijcke redenen: is dien aengaende in de vreese des Heeren vast getslt: sulx in posterum niet meer te doen als in de kercke: Tzij dan voor de gansche gemeente, af immers voor de gansche Kerckenraadt zij dien zielen nootsaacklijck mochte geoordeelt worden.

Het tweede punt is de klacht: doordien door de Paapsche Bruijdegoms en Bruijden die des sondaghs hier in de kercke komen trouwen veel commotie veroorsaackt worden onder de Predikatie die dikwils het dorpshuijsje niet weten te vinden en voorts gelaght en gescherst wordt: Is dien selven tot de meeste stichtinge en order in Gots Huijs goet gevonden, alle de Bruijdegoms en Bruijden te Trouwen na de Predikatie voor de E Kerckenraet in de Consistorie.

De onrust in Tilburg was blijkbaar groot en in deze periode zijn er enkele kinderen twee keer gedoopt. In het gezin van Theodorus (Dirck) Otterinck, president schepen, en zijn vrouw Angela (of Engelken) Mutsaers zijn drie kinderen, namelijk Dirck, Joanna en Adriaen, twee keer gedoopt; een keer in de protestantse kerk en een keer in de katholieke kerk. Zoon Dirck is op twee data gedoopt die 10 dagen uit elkaar liggen: de katholieke doop op 4 mei en de protestantse doop op 14 mei 1680.
De andere twee kinderen zijn eveneens tweemaal ingeschreven als dopeling in de verschillende registers, op dezelfde dag; Joanna op 10 mei 1686 en Adriaen op 19 mei 1688.

doopinschrijving in het katholieke doopboek op 4 mei 1680 van
Theodorus filius Theodori Otterinx et Angela conjuges (echtgenoten)
Susceptores (doopheffers/getuigen) den uijl et Barbara Adriaen Mutsaerts.

Inschrijving in het protestantse doopboek op 14 mei 1680
Den 14den meij is gedoopt het kint van Dirk
Otteringer en Angelina Mutsaerts, en is ge-
naemt Dirck ten overstaen van Barbara
vanden Heuvel en sr. Adrianus Uleus als
getuijgen.N.B. dit kint is in huijs gedoopt ter
oorsaeck men de swackheijt van de paepsche
moeder wat inwilligen moest



Ik ben benieuwd of deze praktijk van herdopen en/of dubbel dopen ook in andere gemeenten plaats heeft gevonden. De gemengde huwelijke zijn ongetwijfeld op meer plaatsen voorgekomen. De liefde laat zich per slot van rekening niet dwingen.

woensdag 2 september 2026

Het krantenartikel met nieuws dat geen nieuws was

Ik was koud negen maanden werkzaam bij het toenmalige Gemeentearchief Tilburg toen ik een artikel las in Het Nieuwsblad van 24 november 1990 over een "nieuwe" vorm van vandalisme. De winkeliers in de Heuvelstraat kregen te maken met bekraste ruiten door onbekenden waardoor zij met een behoorlijke schadepost te maken kregen. In de aanloop naar het altijd weer lucratieve Sinterklaasfeest was dit een onwelkome verrassing en tegenvaller voor de winkeliers in kwestie.

Tijdens mijn kortstondige werkzaamheden in het Gemeentearchief kwam ik bij het doornemen van oude kranten iets merkwaardigs tegen. Het bleek namelijk dat deze vorm van vandalisme helemaal niet nieuw was. Een bericht in de Tilburgsche Courant van 27 juli 1879 maakte melding van exact hetzelfde fenomeen maar dan ruim 100 jaar eerder.

Tekst van het artikel van 27 juli 1879:
'In den nacht tusschen Donderdag en Vrijdag heeft een onverlaat (of 
onverlaten) in de Heuvelstraat alhier ergerlijke baldadigheden 
gepleegd. Door middel van een scherp snijdend werktuig, vermoe-
delijk een diamant, heeft men de aldaar aanwezige groote vitrines of 
spiegelruiten van sommige winkeliers hevig beschadigd, ja bijna 
alle als het ware dwars midden door gesneden.
Twee winkeliers hadden hunne vitrines niet gaeassureerd; deze zijn
dus dubbel te beklagen. Ook aan de virtrines van twee winkeliers in 
de Zomerstraat, en van een op de Markt en de Nieuwlandstraat 
heeft men dezelfde straatschenderijen bedreven. De daders van dit 
vandalisme zijn tot dusverre nog onbekend, maar het is te hopen dat 
zij aan de nasporingen onzer stedelijke politie niet zullen ontsnappen.'
 

woensdag 12 augustus 2026

Zonsverduistering

vlnr: Koen, achter hem nog net zichtbaar Ben, rechts van hem Anneke, Lian en Luud.
11-8-1999 in Luxemburg. Foto: Ute Metzger.

Op 11 augustus 1999 waren Lian en ik, met onze kinderen Ben en Anneke aanwezig bij de totale zonsverduistering in het zuiden van Luxemburg. 

Door dat land liep toen een strook waar de totale zonsverduistering te zien was. Wij hadden daar toen vrienden wonen, Koen en Ute, die ons ontvingen in hun huis. Ute was fotografe en moest foto's maken van die gebeurtenis voor een tijdschrift daar. Vandaar deze mooie prent.

Het was een onvoorstelbaar mooie ervaring en gebeurtenis waarbij de natuur een paar minuten in de pauzestand ging. Heel bijzonder om mee te maken hoe de vogels stoppen met fluiten en na een tijdje hun lied weer oppikken.

Vandaag, 12 augustus 2026, een dag later dan in 1999, herhaalt zich dit fenomeen in ons land. Hoewel je voor een totale zonsverduistering wat kilometers naar het zuiden moet reizen valt er toch genoeg te zien en horen verwacht ik.

Natuurspektakel!

Pad van de eclips in 1999.

https://nos.nl/video/2189096-terugblik-op-zonsverduistering-1999-frankrijk
Beelden van het NOS journaal uit 1999.

Meer informatie over de gebeurtenis die vanavond om 19.16 begint.

maandag 10 augustus 2026

Op vakantie met mijn ouders

Dorine, Luud, Annie de Nijs, Ben en Martin de Brouwer ca 1960

Mijn ouders waren geen rijke mensen. Mijn vader werkte op een drukkerij die voornamelijk verpakkingen voor pakjes sigaretten drukte (TSO in Goirle, bestaat inmiddels niet meer) en mijn moeder hielp haar zussen en broer in de huishouding en stond wat later in de winkel van haar broer. Armoede heb ik niet gekend, maar luxe evenmin.

Mijn ouders hebben nooit een auto  bezeten. Mijn moeder heeft zich wel eens laten ontvallen dat ze best een auto hadden kunnen betalen maar dat mijn vader dat niet wilde. Waarom zei ze er niet bij en ik heb het hem nooit gevraagd of kunnen vragen. Als ik een reden zou moeten geven dan denk ik dat hij te graag zijn biertje dronk en niet het risico wilde lopen om dat te moeten laten staan omdat hij nog moest rijden. Mijn moeder zou nooit hebben toegestaan dat hij met alcohol op auto had mogen rijden.

In 1968 is het recht op vakantiegeld wettelijk vastgelegd in de verschillende cao's. De regering wilde dat de Nederlandse werknemer meer geld te besteden had in de vakantieperiode. Dat betekende voor veel gezinnen extra mogelijkheden op vakantie.

Ik ben een nakomertje. Mijn broer is 10 jaar ouder en mijn zus 7 jaar ouder. Dus die waren er in 1969 niet meer bij als het vakantie was. Waar ze uithingen weet ik niet maar ze waren er niet bij op de foto's die ik nog in bezit heb. Ze hoefden niet mee, hadden een vakantie baantje of waren elders bezig.

Mijn broer speelde honkbal, een zomersport, dus die zal wel met zijn wedstrijden bezig zijn geweest.

De vakanties die ik mij nog herinner zijn die waar we in het huis van een familielid of een kennis daarvan tijdelijk woonden en op die manier vakantie vierden. Ik herinner me een vakantie in Rotterdam bij mijn ome Frans en tante Riet in huis. Die hadden een spannend huis met hoge plafonds en een heus souterrain waar hun kinderen sliepen en hun kamers hadden. En wij dus ook. Die vakantie waren mijn broer en zus er ook bij want dat was in 1963.

De vakantie van 1969 en 1970 brachten we door in Zuid-Limburg, in het dorpje Voerendaal om precies te zijn. Daar woonden we tijdelijk in het huis van kennissen van iemand, neem ik aan. Geen directe familie van ons. Ik herinner me nog dat ik daar de eerste landing op de maan heb gezien in 1969.

Vanuit Voerendaal maakten de tochtjes naar plaatsen in de omgeving zoals Valkenburg en Vaals. Waarom die plaatsen ook met een 'V' beginnen is mij een raadsel...

Vlakbij het huis waar we logeerden was ook een behoorlijke heuvel die Ubachsberg heet, met het gelijknamige dorpje. 

Ik heb foto's waar ik met mijn vader bij een miniatuur van een kasteel/burcht gehurkt zit. Er zitten ook foto's bij van een kerk en een gemeentehuis in miniatuur en van het slot Neuschwanstein waar ik bij poseer. Waar lag dat 'Madurodam in Limburg'?

Onderzoek online biedt uitkomst. Dat lag in Valkenburg en was een initiatief van Arthur Thuijs en zijn gezin. Arthur legde zich toe op het maken van miniatuurgebouwen en wilde daar zijn beroep van maken. Hij bouwt ook maquette's en noemt zijn bedrijf Multiart. In augustus 1968 opent Thuijs een park met 52 historische miniatuurgebouwen in Vaals. Hij doopt de miniatuurstad toepasselijk "Dreiländerblick". Zijn versie van kasteel Neuschwanstein en het Gravesteen in Gent oogsten veel bewondering.

Ondanks dat zorgt ambtelijke tegenwerking er voor dat Arthur met zijn plannen moet uitwijken naar een nieuwe plaats. Die vind hij in Valkenburg op de top van Cauberg waar nu het casinoplein is. Het park wordt omgedoopt tot Cosmorama Miniatura.

Ook dit project loopt dood op ambtenarij en in 1972 loopt het contract met de gemeente Valkenburg af. Arthur Thuijs gaat in 1974 zijn geluk beproeven in de Verenigde Staten.

En toevallig ben ik in die paar jaar op dat park geweest met mijn ouders.

Ik zit gehurkt met mijn moeder voor een miniatuur van de Westerkerk in Amsterdam in 1969.

Ik sta voor een miniatuur van kasteel Neuschwanstein in 1969
Onbekend stadhuis uit de jaren 50-60.
Mijn vader en ik voor een miniatuur van het Gravesteen in Gent.



woensdag 29 juli 2026

Nieuwe spits op de kerktoren van 't Heike

Aquarel van de Oude Markt in 1742 door Jan de Beijer

Eerder beschreef ik dat de kerk aan de oude Markt in 1595 aan vlammen ten prooi viel door een troep (katholieke) soldaten uit het garnizoen van 's-Hertogenbosch. De herstelwerkzaamheden zijn al kort daarna ter hand genomen. Het is geen sinecure om een dergelijk gebouw met toren in oorlogstijd te repareren en deels te herbouwen. Dat kost de Tilburgse gemeenschap niet alleen veel geld maar ook veel tijd. Na twintig jaar, in 1615, is het eindelijk zover dat de toren aan de beurt is. De torenspits, die voornamelijk bestond uit een houten constructie, wordt vervangen en vernieuwd. Hoe ernstig de situatie op de toren is, dat is niet bekend, wel dat er een geheel nieuwe spits op de toren komt te staan. Voor de financiering van deze werken krijgt het dorp toestemming om grond uit de gemeint, het gemeenschappelijke grondbezit van de Tilburgers, te verkopen. De opbrengsten daaruit worden gebruikt om de kosten van het kerkherstel te bekostigen. Nieuwe torenspits 1616 De informatie voor dit artikel is afkomstig uit de dorpsrekening en de bijlagen bij die rekening. De details in de rekening zijn geweldig en geven soms ook een kleurrijk verhaal van de gebeurtenissen. Het is niet alleen een kale opsomming van uitgaven maar ze geven allerlei detailinformatie over het proces zelf. Je moet er goed naar kijken maar dan ontvouwt zich een prachtig schouwspel! Dit verhaal begint in oktober 1615 als een groep mannen werkt aan de reparatie van de muren en daarbij maken ze ook een loetsse opte mueren. Dat is een uitbouwsel aan de toren bv een balkon of een uitspingend onderdeel.

Het is 29 november 1615 als Jan Gerit de Beer door het bestuur van Tilburg op pad gaat naar Grobbendonk om daar polshoogte te nemen hoe de werkzaamheden aan de nieuwe torenspits vorderen. Waarom het besluit is genomen om het houten staketsel op locatie te maken weten we niet. Dat kan verschillende redenen hebben, bv een gebrek aan ruimte om het werk te doen.

 

Op 16 februari 1616 werken enkele Tilburgers gedurende drie dagen aan de toren. Ze krijgen daarvoor betaald en na afloop van de werkzaamheden gaan ze de herberg in om op de succesvolle afloop een glas te drinken.

 

De dorpsrekening geeft allerlei details prijs over het maken van de nieuwe torenspits


Antonis Janssen den Scaelijdecker uit Hilvarenbeek levert de leijen totten thooren en ontvangt daarvoor 70 gulden. Op 7 september gaan schout Jan de Roij en schepen Corst van Baerdwijck naar Hilvarenbeek om met Antonis den Schalidecker te spreken. Hij heeft de leien geleverd maar heeft ook toegezegd om ze aan te brengen op de torenspits. Die opdracht kan hij niet volbrengen aangezien hij ziek is en lichamelijcke cranc.

Toch tekent het dorp een overeenkomst met Antonis op 23 september 1616.


Op 28 februari 1616 zijn een aantal arbeiders betaald voor hun werk aan de toren 'int maecken vande loetsse opte mueren' dat ze in oktober 1615 al hebben voltooid. Er staat ook genoteerd welke materialen er geleverd zijn door de mensen die hebben gewerkt.

Zo is er sprake van twelff sperren (?) en vier revelaers(?) tot caphoudt, nagelen (spijkers), 'een vijm (bepaalde hoeveelheid) stroo', dekbanden (is een dekband de bovenste, afsluitende rand van een kademuur, borstwering of gevel, vaak uitgevoerd in hardsteen of basalt), leeghroeijen en latten.


De genoemde werkmannen zijn bij Peter Huijben gedefroijeert (letterlijk: vrijgehouden) en hebben toen verteerd 4 gulden 5 stuivers. In totaal gaat het daarbij om negen mannen.


De nieuwe torenspits wordt opgehaald

Dat waren de voorbereidingen voor het plaatsen van de nieuwe torenspits. Dan begint het echte werk.

Op 30 juni 1616 rijdt kerkmeester Henrick Berijs met 29 ingespannen wagens naar Gierle in hedendaags België, voorbij de stad Turnhout, om daar het hout voor de nieuwe torenspits op te halen. De wagentrein maakt een stop in Weelde om daar te eten en de nacht door te brengen. Deze reis was geen sinecure met deze hoeveelheid karren en wagens naar het ‘buitenland'. De groep had een bode die hen door ‘sbosch leijden’ op weg naar Weelde.  

Het was niet mogelijk om in één tocht alle materialen vanuit Gierle naar Tilburg te voeren. Op 11 juli vertrok een tweede konvooi met 21 wagens deze keer. Deze keer staat er in de dorpsrekening dat er ‘getimmert houdtwerck’ mee terug ging. 

Tijdens de overnachting was er bewaking voor de karren om diefstal of ander onheil te voorkomen. 

Voor het uitladen van de karren en wagens waren extra handjes nodig en die werden vrijgehouden en kregen gezamenlijk 14 potten bier. 

Op 25 juli trok een stoet wagens en karren voor de derde keer naar Gierle. Daarna werden nog enkele reizen naar Gierle ondernomen maar in veel kleiner verband om bv 'schalibert' op te halen, de planken waaraan de schalie (dakpannen (leien) kan worden bevestigd.

Afbeelding gemaakt met chatgpt. Het convooi uit Gierle komt aan bij de kerk

De tocht was niet gratis: er moet tol of 'wechgelt' betaald worden. Elke keer opnieuw. Bij Turnhout is een punt waar dat geld geïnd wordt, de kosten bedragen 29 stuivers en 3 oort. Bij of in Weelde is blijkbaar overnacht.


Gemeten via Google maps is de afstand Tilburg-Gierle ca. 40 km. Maar via de oude wegen kan het ook 60 of 70 km zijn. Met een convooi van paard en wagen duurt de tocht zo'n 14 tot 16 uur. De route die het convooi volgt loopt langs Weelde, Ravels en Turnhout naar Gierle.

De voermannen die hun wagens ter beschikken stellen krijgen betaald, drie gulden per wagen. Bij de tweede reis gebruikt voerman Jacob Lamberts drie paarden, mogelijk om zware onderdelen te vervoer, en hij krijgt 4,5 gulden voor die tocht.


Al die paarden krijgen voer onderweg om ze sterk en gezond te houden. Op de tweede reis betaalt het dorp voor hoij ende gras zes gulden en 14 stuivers. De overnachting in Gierle, inclusief eten en drinken, kost zeven gulden en 12 stuivers.

De timmermannen die de toren hebben getimmerd, Johan de Laet en zijn broer Jasper, ontvangen vier gulden voor hun werk.


Dat de tocht over Ravels voert blijkt uit het feit dat de rekening vermeldt dat daar gezocht is naar een verlooren carbeel (ook carbeel of corbeel), een schoorbalk. Die is op 21 juni daar van de wagen gevallen. Op 15 juli moet er een nieuw stuk hout komen om de crabeel te vervangen. Jan Ruellen is de man die de opdracht daartoe krijgt. In dezelfde rekening staat ook dat twee huijsluijden van Ravels deze crabeel hadden gevonden en naar Tilburg brengen. Zij krijgen daarvoor 26 stuivers.


Op 14 augustus 1616 is het kruis op de toren geplaatst. Bij die gelegenheid is er door een knecht een beker van het kruis geworpen en door Handrijck Beeris is opgeraapt. Het kwam vaker voor dat bij de voltooing van een bouwwerk er een glas of beker van het gebouw geworpen werd. Breekt het glas of de beker dan was dat een slecht voorteken. In dit geval is de beker opgeraapt dus zal die intact zijn gebleven.

Prent van Jan Luyken: De Smit

Het kruis dat op de toren komt te staan is op 12 augustus gewogen en weegt 290,5 pond. Het kruis is vervaardigd door Michiel Matheus de Smidt uit Tilburg. Er zijn acht mannen nodig om het kruis naar de kerk te dragen en zij krijgen daar twee potten bier per man voor. De meesterknecht van de timmerlieden, Claes, heeft het kruis op de toren geplaatst en bevestigd op dezelfde dag. De smid krijgt 13 gulden voor zijn smeedwerk inclusief voor het overgewicht. Hij heeft het kruis blijkbaar niet voor het afgesproken gewicht gemaakt.


In de toren is een leer (losse trap) gemaakt. Daarvoor is twee keer een sperrie (lange dunne paal) gelevert. De sporten van de trap zijn apart gemaakt en het hout kost 10 stuivers. Peter Cornelis Noten is de timmerman die de trap maakte.


Matheus Denijs Bacx levert 4000 spijkers om de leien mee vast te slaan. Voor elke duizend spijkers ontvangt hij 27 stuivers en dat kost in totaal vijf gulden en 8 stuivers.


Jan Joachims Verschuuren levert de sperren, deijlle ende nagelen voor de toren.


Jan Henricx de Ketelaer heeft de appel en de haan gemaakt en verguld, waarvoor hij materiaal in Den Bosch heeft gehaald. Dat kost de gemeenschap 39 gulden en drie stuivers.


En tussen al dat bouwen door komt er eenen schamelen passant vuijt Italien die brieven van zijne heiligheid de paus laat zien en die van het dorp 12 stuivers teergeld krijgt. Een andere bedelaar wiens vrouw cancker heeft, krijgt eveneens 12 stuivers teergeld.


Op 15 september zijn de werkzaamheden klaar aangezien op die dag Jan de With en Geridt Geridt Brocken met hun wagens en paarden, de timmerlui van de toren met hun gereedschap naar hun woonplaats, Pulle bij Grobbendonck, terug brengen.


Zo voltrekt zich in deze rekeningen een deel van het leven van een dorpsgemeenschap die vastberaden is om hun kerk weer in oude glorie te herstellen. Tot in detaill vastgelegd en bewaard.


Gerelateerde blogposts:

https://duul58.blogspot.com/2025/07/de-kerk-brandt.html

https://duul58.blogspot.com/2025/07/de-kerk-als-bouwplaats.html

https://duul58.blogspot.com/2025/09/het-interieur-van-de-nieuwe-kerk.html


Bronnen

3 Dorpsbestuur Tilburg en Goirle 1387-1810

inv.nr. 755 dorpsrekening 1615-1618

inv.nr. 933, bijlagen bij de rekeningen 1615-1617