![]() |
| Kerk van Tilburg (Heikese kerk) in 1657 getekend door Roelof van Vleuten |
Als de eerste protestanten in de 17de eeuw naar Tilburg komen, zijn dat voornamelijk opportunisten. De regering (Staten Generaal) besluit op enig moment dat alleen nog mannen van het protestantse geloof officiële functies mogen bekleden. De schout, de drossaard, de vorster, de dokter, de chirurgijn, de advocaat, de notaris, alle notabelen van het dorp moesten van het juiste geloof zijn. Die overgang verliep in rap tempo maar ging niet van de ene dag op de andere.
De protestanten hebben met een overwegend katholieke meerderheid te kampen en die proberen natuurlijk hun belangen en posisites te behouden. Uiteindelijk is er geen houden aan en domineren de protestanten op de posities die er toe doen.
In 1633 is de eerste predikant in
Tilburg actief geworden: ds Arleboutius. Zijn aanstelling verloopt turbulent en hij kan zich met moeite staande houden in het katholieke geweld.
Dat de katholieken zich verweren is natuurlijk logisch. Ze hebben een hoop te verliezen, niet alleen hun geloof, maar ook hun kerkgebouw, door hun geld gebouwd, hersteld en onderhouden. Bovendien gaan de lucratieve overheidsbanen naar de protestanten. Zo komt er een einde aan hun carrièrekansen, niet alleen in Tilburg, maar in heel Brabant én in het landsbestuur.
Ds Arleboutius heeft zich met hand en tand verzet en probeert binnen te dringen in Tilburg. Hij neemt bezit van de kerk maar kan dat alleen volhouden met militaire steun van zijn geloofsgenoten uit omliggende steden als Den Bosch en Breda. Na enkele wisselingen tussen bezit van de kerk door pastoor Wichmans en ds. Arleboutius delft hij uiteindelijk toch het onderspit, de katholieke tegenwerking is te sterk. Hij vertrekt naar Den Bosch en in 1637 is hij officieel ontheven van zijn taak als predikant in Tilburg.
Na enkele turbulente jaren komt er na de Vrede van Munster een wat rustigere periode voor de protestanten. De katholieken krijgen bij die vrede niet hun rechten terug en de dominantie van de nieuwe godsdienst is in dat vredesverdrag bestendigt.
Aangezien de aanhangers van het nieuwe geloof niet in
grote mate voorhanden zijn in het Brabantse land, komen er allerlei
protestantse lieden van elders hier hun geluk zoeken. Die groep nieuwkomers bestond voornamelijk uit jonge, ongehuwde mannen. Dit was hun kans om carrière te maken en zich op maatschappelijk vlak te manifesteren.
Zij komen terecht op een huwelijksmarkt die voor het
grootste deel uit katholieke meisjes en vrouwen bestaat. Dat is toch
een beetje vragen om moeilijkheden. Want een behoorlijk deel van deze
protestantse mannen trouwt met een katholiek meisje. Dat zal
ongetwijfeld in beide huishoudens tot vertwijfelde blikken en
gespannen verhoudingen hebben geleid. Ik leerde al het gezegde: twee geloven op een kussen, daar slaapt de Duivel tussen!
Dat vertaalt zich deels doordat in een aantal gevallen de uit die gemengde huwelijken geboren kinderen twee keer
gedoopt zijn: een keer voor de predikant en een keer voor de pastoor.
Dat was natuurlijk een ongewenst effect van deze gemengde huwelijken. Maar iedere familie wilde geen risico lopen dat een kind in het verkeerde geloof terecht kwam!
Ik heb een aantal gevallen die ik gevonden heb
op een rijtje gezet. De eerste kwestie is even onverkwikkelijk en in het verslag van de kerkenraad staat hen met de uijterste Droefheijt ter Oorren gekoomen [is] Dat hun voormalige ouderling Jacobus vander Burght sigh soo verre vergeeten heeft in voegen hij vergeetende sijn eere en plight tegens Godt Almaghtigh sijne eijgene Dienstmaeght, ook lid van deze protestantse gemeente, beswangert heeft vertoornende soo sijnen Godt tot Droefheijt der Gemeijnte en ergernisse ja Blaem der papisten en schande voor sijn huijsgesin.
In hun vergadering van 13 december 1680 besluit de kerkenraad dese vuijle daet aen weder sijde niet ongemerckt voorbij te laten gaen en alsoo het H Avontmael des Heeren aenstaende is tegens kersmis toekomende, Hem president met scahders sijne Dienstmaeght daer van te suspendeeren ter tijt en wijle der berouw van sonden getoont sal wesen.
| den 21sten Octob(er) [in 1680] opden Alen dijck (ter oor- saecke om den papisten Doop te ontgaen), gedoopt het kint van Jacobus vander Burght t'welck in oneght geteelt was bij Jenneken Adriaen Timmers sijne Dienstmaeght en is genaemt Hendrick. |
Een gereformeerd gedoopt kind is herdoopt door de katholieken
In 1680 klaagt de vader van Gabriel Gabriels, Andries Gabriels, naar aanleiding van een herdoop door katholieken.
Hij verschijnt voor de kerkenraad en klaagt dat sijn kint zijnde den 3. maert in onse gereformeerde kerke gedoopt, sonder sijn, ofte der moeder die paeps is, weten of toedoen uijt den huijs gehaelt vanden paep den 6 dito soude herdoopt ofte overleesen zijn geweest.
Hij vraagt wat hij nu moet doen.
De bronnen laten zien dat dat ook feitelijk is gebeurd. Zijn zoon Gabriel is op 3 maart voor de predikant en op 6 maart door de pastoor gedoopt.
De kerkenraad zegt hem toe deze ongehoorde stoutigheijdt der Paepen nader te onderzoeken. Desondanks komen deze herdopen vaker voor.
| Katholieke doopinschrijving: 6 [maart] Gabriel filius Andrea Gabriels (...) et Maria uxor susceptores (getuigen/doopheffers) Maria Peters baptisatus sub conditione (onder voorwaarde) |
Een jaar later, in 1682, moeten de katholieke schepenen weg en krijgt de drossaard de opdracht en toestemming om alde aengestelde paepsche scheepenen tegelijck met den president Ophuijsen die se haesterick den eet afgenoomen hadde te removeeren en scheepenen vande ware Gereformeerde Religie te installeeren. [304/scan 58]. Daarmee kwam een einde aan de katholieke dominantie in het bestuur van vele eeuwen.
Op 2 februari 1685 wordt het kind van Johan van Ophuijsen, president-schepen, en kerkmeester, en van Catharina Bedel, gedoopt. Dat gebeurt in het huis van de vader. De moeder en de peter waren beiden katholiek worden de volgende dag verwacht en er bestaat angst dat het kind dan een katholieke doop krijgt. De zuster van de moeder is een 'klop'. Dat was een ongetrouwde katholieke vrouw die een kuisheidsgelofte heeft afgelegd en gehoorzaamheid heeft belooft aan een priester of biechtvader. De situatie zou precair kunnen worden en om dat te voorkomen gaan ze de baby dopen. Het is een zoon die de namen Cornelis Paulus krijgt. De peter is Willem van Ophuijsen, in plaats van Adriaen Paulus Potteij, en juffrouw Waltera van Ophuijsen is meter.
Alle moeite blijkt vergeefs en de vermoedens blijken terecht. Op 5 februari is het kind opnieuw gedoopt in de katholieke parochie van Tilburg.
In de kerkenraad van 29 maart 1685 komen twee kwesties aan de orde die de protestantse gemeente raakt. Het eerste punt is dat er opschudding is veroorzaakt doordat de kinderen van sommige leden met Paapsche vrouwen getrouwt zijnde, in huijs waren gedoopt soewel niet sonder merckelijcke redenen: is dien aengaende in de vreese des Heeren vast getslt: sulx in posterum niet meer te doen als in de kercke: Tzij dan voor de gansche gemeente, af immers voor de gansche Kerckenraadt zij dien zielen nootsaacklijck mochte geoordeelt worden.Cornelis Paulus sub conditione filius Joannis van Ophuijsen et Catharina uxor Susceptores Domine Paulus Patteij et Waltera van Ophuijsen.
Het tweede punt is de klacht: doordien door de Paapsche Bruijdegoms en Bruijden die des sondaghs hier in de kercke komen trouwen veel commotie veroorsaackt worden onder de Predikatie die dikwils het dorpshuijsje niet weten te vinden en voorts gelaght en gescherst wordt: Is dien selven tot de meeste stichtinge en order in Gots Huijs goet gevonden, alle de Bruijdegoms en Bruijden te Trouwen na de Predikatie voor de E Kerckenraet in de Consistorie.
De onrust in Tilburg was blijkbaar groot en in deze periode zijn er enkele kinderen twee keer gedoopt. In het gezin van Theodorus (Dirck) Otterinck, president schepen, en zijn vrouw Angela (of Engelken) Mutsaers zijn drie kinderen, namelijk Dirck, Joanna en Adriaen, twee keer gedoopt; een keer in de protestantse kerk en een keer in de katholieke kerk. Zoon Dirck is op twee data gedoopt die 10 dagen uit elkaar liggen: de katholieke doop op 4 mei en de protestantse doop op 14 mei 1680.
De andere twee kinderen zijn eveneens tweemaal ingeschreven als dopeling in de verschillende registers, op dezelfde dag; Joanna op 10 mei 1686 en Adriaen op 19 mei 1688.











