Sapiens - Yuval Noah Harari

maandag 25 juni 2018

Het is lang geleden dat ik een boek las dat me zo heeft geboeid. Ook al heeft het meerdere weken geduurd voor ik het uit had. Dat ligt uitsluitend aan de beperkte tijd die ik bereid ben te reserveren om te lezen. Het vorige boek dat zo'n impact op me had met geschiedenis als onderwerp was Zwaarden paarden & ziektekiemen door Jared Diamond.

Harari verklaart de superioriteit van Home Sapiens. Waarom is van alle diersoorten Homo Sapiens (en bv. niet een van zijn/haar voorgangers) uitgegroeid tot de soort die de planeet aarde domineert. De verklaring is even simpel als ontnuchterend: Homo Sapiens is het beste in verhalen vertellen. Door het vertellen van verhalen is de mens in staat om zich in hele grote eenheden te groeperen. De meeste ander soorten komen niet verder dan een extended family van 40 á 50 leden. Dat is zo'n beetje de begrenzing van een familieclan waarvan je de leden allemaal (her)kent. Wordt de groep te groot dan ontstaat er spanning en werkt de groep niet meer goed samen.

Homo Sapiens was echter in staat om verhalen te verzinnen en te vertellen die hele grote groepen verbond. Zo ontstonden op enig moment religies en naties. Met als enige verbindende factor een verhaal. Misschien is het meest sprekende voorbeeld wel religie. Ik ben ooit opgevoed als rooms-katholiek. Als ik ergens ter wereld een kruis op een gebouw zie staan dan kan ik daar terecht. Ik kan daar binnen lopen, ik zal de rituelen voor een groot deel herkennen en de leden van die gemeenschap zullen mij ook herkennen en erkennen als lid van hun geloof. Op die manier kun je je verbonden voelen met mensen die je helemaal niet kent. Hetzelfde zie je terug in naties of staten. Het wereldkampioenschap voetbal is op dit moment in volle gang en dat is een prachtig voorbeeld van hoe dat werkt. De supporters op de tribune van de stadions zijn voor een land. Ze hoeven niet eens uit dat land naar het stadion te zijn gekomen. Welnee. Van alle Iraniërs op de tribune komt maar een klein deel rechtstreeks uit Iran naar het voetbal kijken. De meeste komen van all over the world. Zijn om wat voor reden dan ook uitgezworven maar voelen zich nog steeds Iraniër.
Dichter bij huis kennen we in Nederland de Marokkaan en de Turk en zo nog wat medelanders die zich nog steeds identificeren met hun land, hun landgenoten en hun koning of president.

Als je daar over doordenkt, en dat doet Harari, dan zijn er ook abstracties zoals een merk. Citroën is niets. Het is een merk. Je kunt zeggen dat het een hoofdkantoor heeft en dat het o.a. automobielen maakt, maar het is niets concreets. Het is een serie afspraken vastgelegd in contracten. Het is bedacht. En Homo Sapiens maakt het mogelijk om iets wat bedacht is in ons hoofd heel concreet te maken. Als de Verenigde Naties een land, bv. Libië, beschuldigd van het schenden van mensenrechten dan is dat het summum van gedachtenconstructies. Noch de Verenigde Naties, noch Libië, noch mensenrechten zijn iets anders dan bedenksels van onze geest. Het zijn afspraken of overtuigingen die zijn ontstaan uit de creatieve geest en onze grenzeloze fantasie. Als je mensen daarin kunt laten geloven, dan ontstaat er iets wat voor die gelovers steeds concreter gaat worden. Dat voelt zelfs als iets oorpronkelijks en onvervreemdbaars.

Het duurt misschien even voordat je je daar bewust van bent. Ik merk ook bij mezelf verzet opkomen als ik daarover nadenk. Mensenrechten, dat is toch juist heel concreet? Nee. Het is een bedenksel, net als dierenrechten of besnijdenis of racisme. Het zijn geen van allen universele wetten van de mens. De mens is vooral een opportunist die zichzelf van alles wijs maakt en daar zo sterk in gaat geloven dat het echt lijkt en voelt. Maar het zijn en blijven allemaal bedenksels.
Geloofden mijn ouders nog heilig in kerk en paus, ik doe dat al een heel tijd niet meer. De tijd zorgt er voor dat de gedachten en de constructies die we daarbij hebben gemaakt veranderen of worden vervangen. Door socialisme bijvoorbeeld, of anarchisme. Maar daarvoor geldt hetzelfde als voor communisme, liberalisme, humanisme en welke isme je verder nog kunt bedenken. De mens is oneindig creatief.
Daarna kwam de ontwikkeling van het rekenen en het schrift om die organisatie en constructen te kunnen beheren, beheersen en besturen.

Wetenschap produceert feiten, als het goed is. Dat zijn objectieve gegevens. Daar kun je wel of niet in geloven, dat is niet zo relevant. De aarde is een bol. Dat hoef je niet te geloven, daarmee verandert dat feit niet. Natuurlijk maakt wetenschap ook een ontwikkeling door en zijn sommige feiten achterhaald en door nieuwe feiten vervangen. Alles is en blijft in beweging. Wetenschap en geest.

Is het hiervoor geschreven deel al fascinerend als je met die nieuwe blik de wereld in ogenschouw neemt, het tweede idee wat mij enorm aanspreek gaat over god. Harari gelooft niet in een god. Dat treft: ik ook niet.
Hij onderbouwt wel de stelling dat de mens, Homo Sapiens, zich steeds meer als god gaat gedragen. Als schepper. Als soort die ingrijpt in de natuur en in de mens zelf. Al het wetenschappelijk onderzoek wat gaat over het muteren van soorten gewas of dieren om daarmee een hogere opbrengst of een mooier, beter beest te krijgen, is in feite de mens die zich als god gaat gedragen. Als schepper. We modificeren het uiterlijk van de planeet om die omgeving steeds meer in te richten naar onze wisselende behoeften. We muteren gewassen en dieren. Alle soorten of rassen honden die we nu kennen hebben ooit niet bestaan. Er bestond maar een soort hond. Het is alleen door het fokken van honden met bepaalde eigenschappen dat deze hondenrassen zijn ontstaan. Allemaal! We kweken steeds weer resistente gewassen die nog meer opleveren en steeds beter overeind blijven. We spelen nu zelf voor god.

Hetzelfde geldt voor de koeien, schapen, paarden etc. We zijn al eeuwen bezig om die geschikter te maken voor het doel waar we ze voor nodig hebben. Tot slot is ook de mens aan de beurt om aangepast te worden. De ontwikkelingen van de medische wetenschap en alle andere aanverwante disciplines zorgt er voor dat steeds meer ingegrepen kan worden in het menselijk lichaam, maar ook in het menselijk DNA. De mens gaat een ideale mens in elkaar knutselen. We kunnen het niet willen maar het gaat wel gebeuren. De mens wil langer leven, maar wel graag in goede gezondheid. En waarom zou je lang willen leven als je je klote voelt. Dus geluk is ook een toenemende factor van het menselijke leven. We willen gelukkig zijn, wat dat dan ook betekent. En niet eventjes maar steeds langer. We schuwen hulpmiddelen niet om dat geluk te veroorzaken. Drank, drugs adrenalinerushes, je kunt het zo gek niet bedenken of we doen het om toch maar dat heerlijke gevoel te krijgen. Je moet dat eten, dat drinken, dat roken en daar op vakantie gaan om je een heel stuk beter te voelen. Herkenbaar. Die race is nog lang niet gelopen. De chemische middelen die dat geluk moeten gaan brengen worden gaandeweg ontwikkeld en op de markt gebracht.

Nu honger en oorlog nagenoeg zijn verdwenen uit de wereld (ja, dat is een feit!) gaan we als mens op zoek naar het eeuwige leven in voortdurende euforie. Daarover gaat het volgende boek: Home Deus.

Bij het lezen van dit boek kwamen voor mij een aantal gedachten die ik al langer of korter had samen. Je leest wel eens wat en je hoort wel eens wat en daaruit vormen zich steeds weer gedachten, soms nieuw, soms aangepast maar in mijn geval zelden in volledige samenhang. Het is niet allemaal nieuw wat Harari schrijft, hij plaatst het alleen in een bepaalde samenhang en logica. Wat mij betreft is dit boek een absolute aanrader als je geïnteresseerd bent in de geschiedenis van de mensheid, de psyche van de mens en niet gevangen zit in religieuze of politieke overtuigingen. Hoewel het ook dan een eyeopener kan zijn. Intrigerend en verrassend.

Een gitzwarte dag

vrijdag 18 mei 2018

Dat klinkt nogal dramatisch: een gitzwarte dag. Maar zo beschouw ik deze 18de mei 2018 toch wel.
Regionaal Archief Tilburg heeft 258 registers met bevolkingsinformatie offline moeten halen. Ruim 400.000 records die niet meer doorzocht mogen worden vanwege de aanstaande invoering van de Algemene Verordening Gegevensbeheer, de AVG. Ik heb er al eerder over geschreven op dit blog.

Ik ben een groot deel van mijn arbeidzame leven bezig geweest om zoveel mogelijk informatie gratis online te krijgen en te houden. Dat komt voor een belangrijk deel uit de stellige overtuiging dat een archiefdienst er is om de bewaarde gegevens zo breed mogelijk te verspreiden. Openheid van zaken geven. In de afgelopen 30 jaar waarin ik actief ben heeft zich dat ontwikkelt van een fysieke papieren raadpleging naar steeds betere en uitgebreide digitale beschikbaarstelling.
Het internet was en is een zegen voor archiefdiensten die onderzoekers van allerlei pluimage zo optimaal mogelijk in staat willen stellen om onderzoek te doen. Ruimhartig en gratis. Mensen toegang geven tot informatie die hen helpt om te ontdekken waar ze vandaan komen, een verhaal te reconstrueren over hun herkomst, de belevenissen van hun familie e.d. vast te leggen, en soms om familiegeheimen te ontdekken. Identiteit kweken. Kleur geven aan je afkomst. Zelf, zelfstandig en met behulp van de techniek die ons allen ten dienste staat. Democratisering van het gebruik van archieven in optima forma. Hoe mooi is dat!

De AVG slaat daar een groot gat in. Waarom? Dat is eigenlijk onduidelijk. Waarom de gegevens die bijna 80 jaar geleden zijn verzameld nu niet ingezien mogen worden kan eigenlijk niemand uitleggen. De motivatie: het staat in de wet. Dat is waar. En in een rechtstaat heb je je aan de wet te houden. Als iedereen daar zijn of haar eigen draai aan gaat geven, dan wordt het er niet beter op. Maar in dit geval is er echt geen enkele reden om deze beperking op te leggen. Het dient geen enkel doel. Juristen lachen zich ongetwijfeld een kriek.

Het frustreert me heel erg dat we deze stap hebben moeten zetten. Bah!

AVG weg ermee! - Gastcolumn voor het Archievenblad

vrijdag 2 maart 2018

Soms spelen er zaken die mij inspireren om er wat over papier te zetten. Gelukkig kon ik ook deze keer weer terecht bij de redactie van het Archievenblad om mijn gastcolumn gepubliceerd te krijgen. Maar naast de papieren versie is de digitale versie eigenlijk nog belangrijker. Daar heb ik mijn eigen weblog nog steeds voor!

Het onderwerp is de AVG, de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Het is de Europese versie van privacywetgeving die nogal verregaande gevolgen heeft voor de archieven in Nederland. In dit land zijn we al langer druk doende om de openbaarheid van informatie te vergroten en de overbrengingstermijn van archieven (en dus overheidsinformatie) te verkorten. Het democratisch principe van openheid en transparantie van bestuur heeft het nodig dat de overheidsinformatie sneller voor de burgers beschikbaar komt. De AVG zorgt voor een heleboel stappen terug en kan er zelfs toe leiden dat er minder informatie wordt bewaard voor de eeuwigheid. En dat alles onder het mom van privacybescherming. Gemakshalve wordt daarbij vergeten dat een heleboel informatie van oudsher openbaar is. En dat niet zomaar, maar met reden. Dat geldt voor onderwerpen als bouwvergunningen en -tekeningen, verslagen van openbare (!) raadvergaderingen van de gemeenteraad en andere organen, openbare rechtszittingen van rechtbanken e.d.

De toenemende angst van (een groep) burgers en instellingen, gevoed door de ontwikkelingen rondom het internet, leidt tot een steeds verdere beperking van diezelfde openbaarheid. De openbaarheid die in sommige gevallen een preventieve waarde heeft en in ander gevallen het controleren van de overheid en rechtsgelijkheid bevordert komt nu onder druk te staan. Handige politici en andere mensen met macht kunnen hier misbruik van maken en hun eigenbelang laten prevaleren zonder dat de informatie openbaar wordt of zelfs maar bewaard blijft. Het is een reëel gevaar. Archivarissen zitten te slapen en vinden het eigenlijk niet zo'n probleem. In die wereld, waar ik werk, is het bewaren nog steeds belangrijker dan beschikbaar stellen. Dat steekt me al heel lang. Mooie gelegenheid om weer eens wat stoom af te blazen.


AVG weg ermee!

De afgelopen maanden is er een toegenomen berichtgeving over de invoering van de nieuwe AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) en de gevolgen die dat heeft voor de beschikbaarstelling van informatie door archiefdiensten. De Europese meetlat wordt langs onze archieven gelegd. That’s one small step for Europe, one giant leap backwards for the Netherlands. Terug naar de 19de eeuw wel te verstaan.

Archivarissen zijn beheerders. Het blijkt maar weer eens. Wat jammer dat nog steeds het dogma van de doos en de veilige (!) harde schijf de archiefwereld regeert en tegelijkertijd ook steeds meer buiten spel zet. Maatschappelijk relevant, dat willen we toch zijn? Hoe maatschappelijk relevant ben je nog als alle informatie straks pas na 100 jaar openbaar is? De relevantie bestaat uit het beschikbaar stellen van de informatie die je als archiefdienst in beheer hebt. Dat is het grootste doel, de reden waarom archieven bewaard worden. Gebruiken die handel.

De discussie gaat met name over de teloorgang van de openbaarheid van informatie over personen. Het meest bespottelijk is de beperking van de openbaarheid en dus de beschikbaarheid van persoonsinformatie. De gezinskaarten, die vanaf 1939 (!) zijn vervangen door de persoonskaart, mogen straks niet langer online staan en vrij gebruikt worden. Nog een bizar voorbeeld: De namen van burgers in de notulen van de openbare (!) vergadering van gemeente- en andere besturen moeten geanonimiseerd worden. Het recht om vergeten te worden is blijkbaar belangrijker dan het recht om te herinneren.

Het recht om te herinneren. Maakt iemand zich daar eigenlijk wel druk om? Waarom zijn de archivarissen niet meteen op de barricade gesprongen om paal en perk te stellen aan deze drastische ingreep in de openbaarheid. Archiefdiensten, die gaan toch over beschikbaar stellen? Recht op informatie? Transparantie van bestuur? Blijkbaar niet. Een beperking van beschikbaarstelling daar wordt de gemiddelde archivaris niet warm of koud van. Vernietigingslijsten, een dichtgetimmerd e-depot, dat is hardcore archiefwerk. De onderzoekende medelander die moet maar gewoon geduld hebben en wachten.

Archieven gaan over identiteit. Wie ben je, waar kom je vandaan. Goed en fout. Ze gaan over natie, provincie, plaats, buurt en club. De onderdelen van het leven die je kleur, geur en smaak geven. Als het aan de archivarissen van nu ligt, dan is die identiteit niet relevant en schikken we ons braaf naar de grillen van het bestuur. Zolang de dozen maar mooi genummerd op een rijtje in de stellingen staan kan ons niets gebeuren.

Uit het gebrek aan actie bij de archiefdiensten en archivarissen spreekt ook dedain naar de stamboomonderzoeker die massaal gebruik maakt van alle online bronnen die de afgelopen 15 jaar beschikbaar zijn gekomen. Er is nog steeds teveel focus op de “serieuze” bezoeker, de onderzoeker of, kwijl, de wetenschappelijk onderzoeker! Daar doen we het uiteindelijk voor! Niet dus. We zijn er voor alle burgers, op alle niveaus, uit alle sociale en culturele lagen, met alle vragen die ze aan ons willen stellen. Voor iedereen.

Vanuit dat elan moeten we denken en doen. Wij zijn er om de medelanders toegang te geven tot informatie. Zo veel mogelijk, zo vaak mogelijk en op een zo laagdrempelig mogelijke manier. Terug naar het regime van beschikbaar stellen via de studiezaal is geen serieuze optie. Wie daarvoor pleit en blijft pleiten zit toch echt in de verkeerde eeuw en eigenlijk ook in het verkeerde vak.

Archieven zijn pilaren van een democratische traditie. Wij staan aan de kant van de medelander en worden betaald door de overheden. We zorgen voor balans in de informatieongelijkheid tussen burger en bestuur. Dat moeten we koesteren en verdedigen.

In het licht van de verkiezing van het Pronkstuk van Nederland is het hoog tijd voor een Acte van Verlatinghe van archivarissen tegen de absurde gevolgen van de invoering van de AVG op 25 mei 2018. Strijd voor openbaarheid! Geen AVG maar AVV!

[afbeelding komt van de omslag van het Archievenblad 2018/2, tweet: https://twitter.com/archievenblad/status/969519372049047552]

Tijd voor een nieuwe avatar

donderdag 28 december 2017

Begin 2015 koos ik voor een nieuwe avatar omdat ik toen in de schrijfmodus ging zitten voor het boek Over 't Odenhout dat in november verscheen.

Nu kan ik weer een beetje op mijn lauweren rusten en verder gaan met het systematische bronnenonderzoek waar ik rond 2000 mee begon. Want ondanks dat het boek er is, valt er nog genoeg nieuws te ontdekken. Het blijft zoeken naar schriftelijke bevestiging of weerlegging van wat ik in sommige gevallen heb aangenomen en gepubliceerd. De bevrediging als er weer een snipper duidelijkheid bijkomt is nog steeds de belangrijkste drijfveer.
Bovendien zijn de hoofdstukken uit het boek overgezet naar de UdenhoutWiki (onderdeel van de TilburgWiki). Daar is dan plaats voor nieuwe bewijsvoering en de nieuwe hoeven die onherroepelijk in de bronnen liggen te wachten op ontdekking.

Daarom is het zo vlak voor 2018 tijd voor een nieuwe avatar. Het is altijd even zoeken naar het juiste plaatje. Ik wilde niet terugvallen op mijn oude Sint Ludovicus dus stap ik over naar mijn sterrenbeeld: de boogschutter!
Dit is een fraaie sculptuur uit het museum Saint-Remi in Reims. Niet geheel onbeschadigd, maar dat is niet zo erg.

Over 't Odenhout

zondag 19 november 2017

Dit boek is afgelopen vrijdag 17 november gepresenteerd door Kees van Kempen en mijzelf tijdens een bijeenkomst in 't Plein in Udenhout. Het boek verscheen als jubileumboek van het schrijversteam van Heemcentrum 't Schoor dat dit jaar in januari 25 jaar bestond. Ik ben in 1996 lid geworden van dat schrijversteam en sindsdien heb ik aan bijna elk boek meegewerkt of een bijdrage geschreven. De lijst telt nu 53 publicaties. Een overzicht vind je op de website van Heemcentrum 't Schoor.

Dit boek is voor een flink deel de weerslag van onderzoek dat ik sinds het begin van de 21ste eeuw heb gedaan in de archiefbronnen die rijkelijk voorhanden zijn voor Udenhout. De schepenbank van 's-Hertogenbosch (het Bosch Protocol) sinds 1367, de Oisterwijkse schepenbank sinds 1418, de leenboeken van de hertog van Brabant sinds 1312, de cijnsboeken sinds 1340, het rijke archief van de abdij van Tongerlo, en de rijke archieven van verschillende klooster in 's-Hertogenbosch. Dat vormt een redelijk unieke serie bronnen die het mogelijk maken om de Udenhoutse geschiedenis heel ver terug te traceren.

Dat heeft geresulteerd in het boek Over 't Odenhout. Het is geen typisch heemkundeboek. Dat maakt het spannend of het wel voldoende verkocht zal worden. Om die kans te vergroten hebben Kees van Kempen en vooral ook Frank Scheffers de situatie van nu in Udenhout in kaart gebracht, gerelateerd aan de ligging van de 14de eeuwse hoeven die in het boek staan beschreven. Dat biedt voor bewoners van Udenhout de unieke mogelijkheid om de alleroudste geschiedenis van de plek waar ze wonen terug te lezen. Het boek telt 368 pagina's, ruim 500 foto's, waarvan een groot deel speciaal voor dit boek zijn gemaakt, en als klap op de vuurpijl zit er een plattegrond bij van Udenhout in 1350 met alle hoeven daarop ingetekend.

De presentaties van de boeken die het schrijversteam schrijft worden al jarenlang heel goed bezocht. Dat was deze keer niet anders. Bijna 200 mensen namen plaats op de tribunes van 't Plein om te luisteren naar mijn verhaal over het ontstaan van het dorp, gevolgd door een presentatie van Kees over de situatie van nu. De zaal luisterde geïnteresseerd toe en de reacties achteraf waren positief. Dat is fijn, want het is toch een abstract verhaal over 800 jaar geleden.
Vanwege het jubileum was er de zaterdag een tentoonstelling van plattegronden van Udenhout en foto's van de verschillende boerderijen waar Udenhouters en andere geïnteresseerden vrij konden binnenlopen. Ze konden boeken kopen of gereserveerde exemplaren ophalen. Al met al zijn hier op zaterdag opnieuw 200 mensen op af gekomen.

Om 11 uur en 14 uur herhaalden Kees en ik onze presentaties van vrijdag in de trouwzaal en daar kwamen 90 mensen op af. Twee keer een volle trouwzaal. Al het werk dat in dit boek is gaan zitten is daarmee dubbel en dwars terugverdiend. Ik heb er heel veel voldoening uit gehaald. Van het bestuur van Heemcentrum 't Schoor kregen Frank Scheffers en ik een grote print van de kaart van 1350, op schoolkaartformaat, en dat is echt een sieraad. Die krijgt een mooie plaats in de werkkamer zodat die steeds in mijn blikveld hangt. Zo kan die kaart dienen als inspiratie voor de voortzetting van dit project. Want klaar is het nog niet zoals ik al eerder schreef :)



Kees van Kempen heeft een animatie mogelijk gemaakt waar ik ook input voor geleverd heb en die via de Udenhout Wiki te bekijken is. Of direct op Youtube. Overigens komt de inhoud van het boek Over 't Udenhout na verloop van tijd ook beschikbaar in de Udenhout Wiki. Daarmee kan ook de digitale speurder kennis nemen van de rijke geschiedenis van dit Brabantse dorp.

 
links, tags en widgets - Templates para novo blogger