Ik weet nog dat ik mijn huidige avatar, de heilige Ludovicus, zag in een glas-in-lood raam. De foto is genomen in augustus 2007 tijdens een bezoek aan de St. Stephanuskerk in Hasselt. In december 2007 heb ik de avatar in gebruik hebben genomen. Ik was blij eindelijk een heel eigen en unieke avatar te hebben die ideaal was voor gebruik bij social media.
Inmiddels zijn we ruim zeven jaar verder en de afgelopen weken ben ik een nieuwe avatar op het spoor gekomen. Die past beter bij wat ik de komende jaren tot zwaartepunt van mijn activiteiten heb gebombardeerd: het schrijven van een boek over de middeleeuwse hoeven en het bijbehorende grondbezit in Udenhout. Dat onderzoek waar ik al sinds 2004 mee bezig ben, bestaat voor het allergrootste deel uit het transcriberen van oude teksten, het interpreteren van de inhoud van die teksten en wat weer leidt tot het schrijven van nieuwe teksten. Een schrijver lijkt me daar een ideale avatar voor. Daarmee blijf ik de verbinding leggen met het verleden, met het vak waar ik nog steeds van houd en met het overdragen van kennis over het geschreven verleden naar de toekomst toe. Mooie volzin. Mooi doel. Een archivaris waardig. Ook al werkt die bijna volledig digitaal.
Onderstaand plaatje zul je de komende jaren leren kennen als de avatar van Duul58.
Gerelateerde blogposts:
http://duul58.blogspot.nl/2008/09/hobby-en-verslaving.html
http://duul58.blogspot.nl/2011/12/einde-van-een-tijdperk-of-het-begin.html
Posts tonen met het label social media. Alle posts tonen
Posts tonen met het label social media. Alle posts tonen
dinsdag 24 februari 2015
woensdag 22 januari 2014
Een jaar op Slideshare
Voor het eerst ontving ik feedback van Slideshare over het gebruik van mijn presentaties die ik daar heb staan.
Voor wie het niet weet, op Slideshare kun je bv powerpoint presentaties uploaden en delen met iedereen die er kennis van wil nemen. Het is een sociaal netwerk voor presentaties. Ik ben er al heel wat jaren bij aangesloten en het werkt naar volle tevredenheid. Uploaden is een fluitje van een cent en ze worden bekeken! Nu krijg ik ook wekelijks feedback over het aantal views dat ik daar krijg.
Sinds september 2007 ben ik lid van Slideshare. Toen plaatste ik mijn eerste presentatie daar over Archieven & eCultuur. Die presentatie heb ik samen met Christian van der Ven gehouden op de Reinwardt Academie. Inmiddels staan er 15 presentaties van me online.
Zelf ben ik verder niet actief op Slideshare. Dat wil zeggen ik zoek niet snel naar (relevante) presentaties daar op Slideshare. Anderen doen dat wel want wekelijks bekijken mensen mijn presentaties. Dat blijf ik wonderlijk vinden. Werkt goed, een sociaal netwerk ;) Delen = vermenigvuldigen.
Voor wie het niet weet, op Slideshare kun je bv powerpoint presentaties uploaden en delen met iedereen die er kennis van wil nemen. Het is een sociaal netwerk voor presentaties. Ik ben er al heel wat jaren bij aangesloten en het werkt naar volle tevredenheid. Uploaden is een fluitje van een cent en ze worden bekeken! Nu krijg ik ook wekelijks feedback over het aantal views dat ik daar krijg.
Sinds september 2007 ben ik lid van Slideshare. Toen plaatste ik mijn eerste presentatie daar over Archieven & eCultuur. Die presentatie heb ik samen met Christian van der Ven gehouden op de Reinwardt Academie. Inmiddels staan er 15 presentaties van me online.
Zelf ben ik verder niet actief op Slideshare. Dat wil zeggen ik zoek niet snel naar (relevante) presentaties daar op Slideshare. Anderen doen dat wel want wekelijks bekijken mensen mijn presentaties. Dat blijf ik wonderlijk vinden. Werkt goed, een sociaal netwerk ;) Delen = vermenigvuldigen.
Labels:
delen,
netwerken,
Online,
Slideshare,
social media,
social network,
vermenigvuldigen
vrijdag 6 december 2013
Chris Wild - The Retronaut #dish13
Op dag 2 van DISH 2013 was er een keynote van Chris Wild. Hij opereert op het internet als The Retronaut. Die naam is een prachtige vondst. Hij beschouwt zichzelf als een tijdreiziger, terug in de tijd wel te verstaan. Zijn weblog is een plaats waar veel oude foto's een plaats krijgen en hij heeft heel veel volgers.
Chris Wild hield een inspirerend praatje en later stond ik bij hem aan de chefs' table waar hij nog meer vertelde over zijn visie en aanpak. De titel van zijn keynote was: Disrupting History. Dat klonk veelbelovend!
Hij heeft een aanpak die hij SPEED noemt. Kies afbeeldingen die Seen Positive Easy Emotive Disruptive zijn en je krijgt meer aandacht van de kijkers.
Hij hanteert daarbij een interessante theorie. Mensen vormen een beeld van bepaalde tijdperken in de geschiedenis. Dat beeld is meestal niet helemaal correct, althans, nogal generaliserend samengesteld. Vandaar dat hij streeft naar disruptive history, het gebruik van afbeeldingen die een afwijkend beeld laten zien van een tijdperk. Zo stond er gisteren een foto op zijn website van twee mannen die kaart speelden met prothese armen. Een foto uit ca 1920. Niet schokkend, wel raak. De naweeën van de eerste wereldoorlog spelen er in door, maar ook een zich ontwikkelende technologie die dit soort aanpassingen mogelijk maakt. Het geeft eerder een positief en toch emotioneel beeld. Daarmee voldoet zo'n foto aan het SPEED principe. Prachtig!
Foto's zijn een dankbaar communicatiemiddel voor websites. De fotocollectie kan dienen als een etalage. Chris Wild zegt dat de culturele etalagekijker (cultural window shopper) het meest praat over wat hij/zij in de etalage ziet, buiten de winkel. Social Media zijn nu de platforms waar deze gesprekken plaatsvinden. Het gesprek vindt plaats buiten de muren van je eigen gebouw, je eigen website. Daar moet je bij aanwezig zijn en social media gebruiken om die discussie te initiëren, te voeren en mee te praten. Geen nieuwe boodschap, maar hij kan niet genoeg herhaald worden. Hij gaf ook aan dat foto's beter werken dan video, omdat je daar vaak geluid bij nodig hebt en het meer tijd kost om te bekijken.
Later aan de chefs' table zei hij nog dat hij een hekel heeft aan borden met veel tekst in musea. Hij voelt dan een verplichting om die teksten te lezen terwijl hij dat meestal niet wil. Hij begint met lezen, haakt dan toch af en dat geeft hem een vervelend gevoel. Als of je niet genoeg respect hebt voor het object of de tijd die er in het samenstellen van de tekstborden is gestoken. Hij vind dat dergelijke teksten optioneel zouden moeten zijn en niet verplicht om iets te begrijpen of waarderen. Het beeld moet voor zichzelf spreken. Zo min mogelijk tekst onder een foto. Die mag er wel zijn, maar als tweede laag. Voor musea zou hij graag zien dat het bord met informatie een beetje scheef onder het schilderij of voorwerp is bevestigd waardoor het minder dwingend wordt om die tekst te lezen.
Chris Wild gebruikt zijn weblog The Retronaut om door het plaatsen van foto's te onderzoeken welke aanpak tot een zgn. viral kan leiden. Dus welke afbeeldingen goed en welke niet goed worden opgepikt binnen social media. Het is een soort van laboratorium waar hij elke dag opnieuw dat experiment aangaat en kijkt wat de resultaten zijn.
Hij kiest bij voorkeur alledaagse foto's, situaties die heel herkenbaar zijn, waar het publiek zich eenvoudig mee kan identificeren. Dus geen extreme plaatjes, niet schokkend, confronterend, maar beelden van mensen die in de rij staan voor de bus, of vrouwen die een hoed dragen. Deze capsules laten soms een fascinerend beeld zien van een tijdperk, zoals deze serie afbeeldingen uit het atoomtijdperk. Disruptive dus. Die brave jaren 50 gingen aan de haal met radioactiviteit alsof het een godsgeschenk was. Zet dat af tegen de eco-hype van nu. Daar lachen ze over 50 jaar waarschijnlijk ook hartelijk om. Dat we dat allemaal geloofden... Die marketing jongens en meisjes toch!
Goed verhaal, inspirerend weblog. Toch eens kijken of we met onze eigen collectie ook zo kunnen omgaan. Of toch liever meer tijd in het beheren? :)
The Retronaut is natuurlijk ook op pinterest te vinden! En op Twitter.
Chris Wild hield een inspirerend praatje en later stond ik bij hem aan de chefs' table waar hij nog meer vertelde over zijn visie en aanpak. De titel van zijn keynote was: Disrupting History. Dat klonk veelbelovend!
Hij heeft een aanpak die hij SPEED noemt. Kies afbeeldingen die Seen Positive Easy Emotive Disruptive zijn en je krijgt meer aandacht van de kijkers.
Hij hanteert daarbij een interessante theorie. Mensen vormen een beeld van bepaalde tijdperken in de geschiedenis. Dat beeld is meestal niet helemaal correct, althans, nogal generaliserend samengesteld. Vandaar dat hij streeft naar disruptive history, het gebruik van afbeeldingen die een afwijkend beeld laten zien van een tijdperk. Zo stond er gisteren een foto op zijn website van twee mannen die kaart speelden met prothese armen. Een foto uit ca 1920. Niet schokkend, wel raak. De naweeën van de eerste wereldoorlog spelen er in door, maar ook een zich ontwikkelende technologie die dit soort aanpassingen mogelijk maakt. Het geeft eerder een positief en toch emotioneel beeld. Daarmee voldoet zo'n foto aan het SPEED principe. Prachtig!
Foto's zijn een dankbaar communicatiemiddel voor websites. De fotocollectie kan dienen als een etalage. Chris Wild zegt dat de culturele etalagekijker (cultural window shopper) het meest praat over wat hij/zij in de etalage ziet, buiten de winkel. Social Media zijn nu de platforms waar deze gesprekken plaatsvinden. Het gesprek vindt plaats buiten de muren van je eigen gebouw, je eigen website. Daar moet je bij aanwezig zijn en social media gebruiken om die discussie te initiëren, te voeren en mee te praten. Geen nieuwe boodschap, maar hij kan niet genoeg herhaald worden. Hij gaf ook aan dat foto's beter werken dan video, omdat je daar vaak geluid bij nodig hebt en het meer tijd kost om te bekijken.
Later aan de chefs' table zei hij nog dat hij een hekel heeft aan borden met veel tekst in musea. Hij voelt dan een verplichting om die teksten te lezen terwijl hij dat meestal niet wil. Hij begint met lezen, haakt dan toch af en dat geeft hem een vervelend gevoel. Als of je niet genoeg respect hebt voor het object of de tijd die er in het samenstellen van de tekstborden is gestoken. Hij vind dat dergelijke teksten optioneel zouden moeten zijn en niet verplicht om iets te begrijpen of waarderen. Het beeld moet voor zichzelf spreken. Zo min mogelijk tekst onder een foto. Die mag er wel zijn, maar als tweede laag. Voor musea zou hij graag zien dat het bord met informatie een beetje scheef onder het schilderij of voorwerp is bevestigd waardoor het minder dwingend wordt om die tekst te lezen.
Chris Wild gebruikt zijn weblog The Retronaut om door het plaatsen van foto's te onderzoeken welke aanpak tot een zgn. viral kan leiden. Dus welke afbeeldingen goed en welke niet goed worden opgepikt binnen social media. Het is een soort van laboratorium waar hij elke dag opnieuw dat experiment aangaat en kijkt wat de resultaten zijn.
Hij kiest bij voorkeur alledaagse foto's, situaties die heel herkenbaar zijn, waar het publiek zich eenvoudig mee kan identificeren. Dus geen extreme plaatjes, niet schokkend, confronterend, maar beelden van mensen die in de rij staan voor de bus, of vrouwen die een hoed dragen. Deze capsules laten soms een fascinerend beeld zien van een tijdperk, zoals deze serie afbeeldingen uit het atoomtijdperk. Disruptive dus. Die brave jaren 50 gingen aan de haal met radioactiviteit alsof het een godsgeschenk was. Zet dat af tegen de eco-hype van nu. Daar lachen ze over 50 jaar waarschijnlijk ook hartelijk om. Dat we dat allemaal geloofden... Die marketing jongens en meisjes toch!
Goed verhaal, inspirerend weblog. Toch eens kijken of we met onze eigen collectie ook zo kunnen omgaan. Of toch liever meer tijd in het beheren? :)
The Retronaut is natuurlijk ook op pinterest te vinden! En op Twitter.
Labels:
2013,
DISH,
disruptive history,
Doelen,
foto's,
Retronaut,
Rotterdam,
social media,
weblog
maandag 18 juni 2012
Ik lek, dus ik besta - #KVAN12 (deel 1)
Vorige week maandag, 11 juni, begonnen de jaarlijkse tweedaagse studiedagen voor archivarissen en aanverwanten in Nederland. Plaats van handeling was deze keer het mooie Middelburg. Het Zeeuws Archief nam de honneurs waar. Prima geregeld allemaal samen met een groot team vanuit de KVAN. Er waren ook enkele minpuntjes maar daar ga ik het deze keer eens niet over hebben. Misschien later nog ;).De maandagochtend keynote kwam voor rekening van Stine Jensen. Haar naam kende ik wel en hoewel ze colums schrijft in "mijn" krant, heb ik er waarschijnlijk nooit een gelezen. Didn't ring a bell.
Ze begon haar presentatie getiteld Privédomein of profiel: heeft er nog iemand behoefte aan privacy? met enkele vragen aan de zaal. Vragen over geld, gezondheid (ziekte) en sexualiteit. Inpertinente vragen waar we in gesprekken meestal snel de grenzen bereiken van wat we kwijt willen, zeker aan volstrekte vreemden.
Ze betoogde dat privacy is verschoven van een plaats (de privacy van je eigen huis) naar een kwestie van regie: wie mag welke dingen naar buiten brengen. Zijn we baas over onze eigen informatie en kunnen we dat ook blijven?
In de 17de eeuw filsofeerde Descartes over zijn menszijn en kwam tot de slotsom: Cogito Ergo Sum (ik denk, dus ik ben). Descartes ging uit van het principe van de methodische twijfel. De mens als twijfelkont om daarmee te beredeneren dat de mens er wel degelijk is.In het huidige tijdsgewricht lijkt het omgekeerde aan de hand. Er worden op grote schaal met grote stelligheid waarheden te berde gebracht. Waar of niet is niet relevant, we spreken ons uit: uitgesproken. Een nieuw soort manifestatiedrang. Twijfel is minder aantrekkelijk geworden. Is dit de nieuwe openheid waar we allemaal beter van worden? Of moeten we toch wat meer onze ongezouten mening voor ons houden?
In de huidige samenleving kun je voor het woord "denk" ook andere werkwoorden invullen. De meest aansprekende vond ik wel: Ik lek, dus ik ben.
Je kunt dan meteen aan allerlei politieke machinaties denken waar "lekken" soms een hele functionele rol heeft in het kabinetvormingsproces of andere onderhandelingssituaties, maar hier gaat het om het (voortdurend) lekken van persoonlijke informatie. Over het algemeen geven we op social media veel prijs over hoe we ons voelen.
Waarom lekken we persoonlijke informatie? Dat heeft volgens Jensen een evolutionare oorsprong. Heel basaal gaat het om opvallen, een partner zoeken, en informatie over vijanden verkrijgen. Maar ook erbij horen, macht, ijdelheid, vriendschap en aandacht. Je laat er ook door weten dat je leeft, dat je er bent, dat je gezien en gehoord wilt worden. En het biedt ook nog eens de nodige ontspanning.
Daarom zijn we minder op ons hoede met het plaatsen van privézaken op onze Facebookpagina en tegelijkertijd heel alert als het gaat om het afgeven van vingerafdrukken aan de overheid. Contradictie maar werkelijkheid. In het eerste geval hebben we namelijk zelf de regie over wat we wel of niet plaatsen. In het tweede geval geven we de regie uit handen.
Daar zijn natuurlijk ook kanttekeningen bij te plaatsen want wat je op Facebook plaatst is niet zomaar verwijderd als je daar zelf achteraf voor kiest. Maar daar zijn we ons niet altijd even bewust van.
Een ander opmerkelijk feit is dat Amerikaans onderzoek heeft uitgewezen dat het aantal echte vrienden terugloopt. Tegelijkertijd breiden we online onze vriendenkring bijna dagelijks uit. Dat tweede is leuk, maar het eerste is slecht voor de samenleving. Dat betekent namelijk dat we minder mensen hebben in onze omgeving die we (kunnen) vertrouwen en waar we op terug kunnen vallen. De coherentie in de samenleving neemt daardoor af.
Persoonlijke informatie kun je ook bestempelen als intiem kapitaal. Intiem kapitaal is verhandelbare persoonlijke informatie. Die informatie bevat herkenbare gevoelens en gebeurtenissen voor iedereen. Daarom kun je intiem kapitaal kwalificeren als: het democratiseert, het verbindt mensen, het is herkenbaar en identificeerbaar.
Tenslotte gaf Stine Jensen ons nog een wijze raad mee: zorg dat je wikileaksproof bent! Lek wat je wilt, maar zorg ervoor dat je zelf of anderen er geen schade van ondervinden. Ook niet in de toekomst.
Ik vond het een heel informatieve keynote die goede vraagtekens zette bij wat we dagelijks online doen, dat ook kon verklaren en tegelijkertijd wees Jensen helemaal niet met haar vingertje.
Link naar deze presentatie op slideshare van de KVAN.
Labels:
bestaan,
filosofie,
KVAN studiedagen,
lekken,
Middelburg,
social media,
Stine Jensen,
zijn
zondag 25 maart 2012
Onlangs ben ik actief geworden op pinterest.com. Een collega wees me erop en nodigde me uit. Dat is nodig omdat je (nog) niet zelfstandig lid kunt worden.
Pinterest is een social network waar je plaatjes kunt vastleggen. Het werkt een beetje zoals Delicious. Je "pint" afbeeldingen op een soort digitaal whiteboard. Je kunt verschillende thematische boards aanmaken om wat ordening in je afbeeldingen aan te brengen.
Voordat ik pinterest gebruikte en ik kwam een mooi of interessant plaatje tegen waarvan ik dacht dat het me nog ooit van pas zou komen voor b.v een presentatie, downloade ik dat naar mijn harde schijf. Handig, maar soms ook nutteloos als ik het toch niet ging gebruiken. Nu vergaar ik digitaal plaatjes o.a. voor mogelijk gebruik in presentaties of mijn weblog. Er is een addon voor in de browser die dat dodelijk eenvoudig maakt. Best handig!
Alexander Klöpping blogde er over, evenals Erfgoed 2.0 die meteen toepassingen zag in de museale wereld. Bibliotheek Enschede is aan het experimenteren. Archieven kunnen er vast ook wat mee als je je beeldbank openstelt voor dit soort van social mediasites. Door het in blokjes opbouwen van de beelden (in zgn. tiles) zoals nu nog gebeurt in een op Flash of Java gebouwde interface, herkent Pinterest de afbeelding niet als een afbeelding. Het zou een nieuwe manier van crowdsourcen van afbeeldingen kunnen zijn. Een onderzoek waardig. Zeker als je het artikel op Frankwatching leest over het bezoek dat door pinterest gegenereerd kan worden. It's all about your search ranking stupid!
Pinterest houdt keurig bij waar je de foto "gepinned" hebt. Netjes een bronvermelding, dat had ik niet in mijn eigen systeem. Dat zal ongetwijfeld ook betekenen dat als iemand ergens van een website een foto verwijderd of een hele website, weblog of dienst er mee uitscheidt, de foto's van de boards verdwijnen. Dat kan een nadeel zijn op langere termijn.
Pinterest schijnt vooral door vrouwen gebruikt te worden. Daar zal vast een goed pyschologisch verhaal van te maken zijn, waarom dat zo is. De in mijn vorige blog getoonde afbeelding van Arthur Ashes quote "pinde" ik gisteren en leverde mij ondertussen 10 "likes" en 79 "repins" op. And counting. Repins zijn pins van anderen die mijn afbeelding opnieuw "pinnen". Opvallend is daarbij dat het bijna uitsluitend vrouwen zijn die "repinned" hebben.
Omdat het een sociaal netwerk is kom je ook op de boards van anderen terecht en kunt daar grasduinen in hun keuzes. Dat leidt weer tot andere boards en heel veel prachtige foto's over allerlei onderwerpen. Tijdrovend, dat wel, maar telkens ontdek ik toch weer een foto die me aanspreekt om wat voor reden dan ook. Voorheen ging ik altijd in Google of Flickr op zoek naar illustraties, maar daar is nu Pinterest bijgekomen. Als je bovendien slim de boards van sommige andere Pinterestadepten volgt, houden die ook een thema bij waar je lekker van kunt profiteren. Heerlijk surfen door selecties van plaatjes van anderen.
Pinnen heeft voor mij een tweede betekenis gekregen.
Voordat ik pinterest gebruikte en ik kwam een mooi of interessant plaatje tegen waarvan ik dacht dat het me nog ooit van pas zou komen voor b.v een presentatie, downloade ik dat naar mijn harde schijf. Handig, maar soms ook nutteloos als ik het toch niet ging gebruiken. Nu vergaar ik digitaal plaatjes o.a. voor mogelijk gebruik in presentaties of mijn weblog. Er is een addon voor in de browser die dat dodelijk eenvoudig maakt. Best handig!
Alexander Klöpping blogde er over, evenals Erfgoed 2.0 die meteen toepassingen zag in de museale wereld. Bibliotheek Enschede is aan het experimenteren. Archieven kunnen er vast ook wat mee als je je beeldbank openstelt voor dit soort van social mediasites. Door het in blokjes opbouwen van de beelden (in zgn. tiles) zoals nu nog gebeurt in een op Flash of Java gebouwde interface, herkent Pinterest de afbeelding niet als een afbeelding. Het zou een nieuwe manier van crowdsourcen van afbeeldingen kunnen zijn. Een onderzoek waardig. Zeker als je het artikel op Frankwatching leest over het bezoek dat door pinterest gegenereerd kan worden. It's all about your search ranking stupid!
Pinterest houdt keurig bij waar je de foto "gepinned" hebt. Netjes een bronvermelding, dat had ik niet in mijn eigen systeem. Dat zal ongetwijfeld ook betekenen dat als iemand ergens van een website een foto verwijderd of een hele website, weblog of dienst er mee uitscheidt, de foto's van de boards verdwijnen. Dat kan een nadeel zijn op langere termijn.
Pinterest schijnt vooral door vrouwen gebruikt te worden. Daar zal vast een goed pyschologisch verhaal van te maken zijn, waarom dat zo is. De in mijn vorige blog getoonde afbeelding van Arthur Ashes quote "pinde" ik gisteren en leverde mij ondertussen 10 "likes" en 79 "repins" op. And counting. Repins zijn pins van anderen die mijn afbeelding opnieuw "pinnen". Opvallend is daarbij dat het bijna uitsluitend vrouwen zijn die "repinned" hebben.
Omdat het een sociaal netwerk is kom je ook op de boards van anderen terecht en kunt daar grasduinen in hun keuzes. Dat leidt weer tot andere boards en heel veel prachtige foto's over allerlei onderwerpen. Tijdrovend, dat wel, maar telkens ontdek ik toch weer een foto die me aanspreekt om wat voor reden dan ook. Voorheen ging ik altijd in Google of Flickr op zoek naar illustraties, maar daar is nu Pinterest bijgekomen. Als je bovendien slim de boards van sommige andere Pinterestadepten volgt, houden die ook een thema bij waar je lekker van kunt profiteren. Heerlijk surfen door selecties van plaatjes van anderen.
Pinnen heeft voor mij een tweede betekenis gekregen.
Labels:
afbeeldingen,
delen,
foto's,
images,
liken,
pinterest,
sociaal netwerk,
social media
woensdag 30 maart 2011
The Daily Mugshot
Het is niet verheffend, maar het intrigeert me al een hele tijd: the Daily Mugshot. Ik zie bij mensen die ik op twitter volg al een tijdje de mededeling voorbij komen dat ze hun zoveelste mugshot hadden genomen. Dan ga ik altijd wel even kijken.
Wat bezielt iemand om dat te doen? Wat voegt dit toe? Wat is er aantrekkelijk aan? Geen idee. Een boeventronie hebben we allemaal bij slecht licht :) Mugshot is een goed gekozen naam.
Maar afgelopen weekend kon ik me toch niet langer beheersen en ben ik mee gaan doen. Het is wel letterlijk een mugshot. Keiharde weergave van hoe je er uit ziet, bij goed licht, slecht licht en alle andere onvolkomenheden die voorbij komen. Onverbiddelijk. Vandaag was geen voorbeeld van een geslaagde foto, maar goed, je moet wat over hebben voor het experiment!
Of ik dit lang ga volhouden? Dat denk ik eigenlijk wel. Dit soort van voortgangsprojecten interesseren me toch wel. Iemand zien veranderen door de tijd heen. Het is ook leuk om te kijken hoe anderen met deze applicatie omgaan, hoe ze proberen variatie in de beelden te brengen, hoe mensen veranderen, spelen met de camera, objecten in het beeld brengen, andere mensen etc. etc.
Er zit ook een sociaal element in, je kunt andere mugshooters tot favoriet maken en vice versa, je kunt reageren op de foto's van anderen, koppelingen maken naar Facebook, Twitter en er is natuurlijk ook een blog!
Het is natuurlijk een paradijs voor exhibitionistische types. Bij de juiste keuze van kleding en poses krijg je veel aandacht. Maar je kunt net zo goed je huisdier elke dag voor de camera zetten en dat online plaatsen. Dat zie ik overigens niet of nauwelijks in de mugshot gallery. Een gat in de markt!
Handig is de e-mailreminder. Dat soort dingen heb ik wel nodig :)
Goed. Mijn daily mugshot is terug te vinden in de rechterkolom.
Wat bezielt iemand om dat te doen? Wat voegt dit toe? Wat is er aantrekkelijk aan? Geen idee. Een boeventronie hebben we allemaal bij slecht licht :) Mugshot is een goed gekozen naam.
Maar afgelopen weekend kon ik me toch niet langer beheersen en ben ik mee gaan doen. Het is wel letterlijk een mugshot. Keiharde weergave van hoe je er uit ziet, bij goed licht, slecht licht en alle andere onvolkomenheden die voorbij komen. Onverbiddelijk. Vandaag was geen voorbeeld van een geslaagde foto, maar goed, je moet wat over hebben voor het experiment!
Of ik dit lang ga volhouden? Dat denk ik eigenlijk wel. Dit soort van voortgangsprojecten interesseren me toch wel. Iemand zien veranderen door de tijd heen. Het is ook leuk om te kijken hoe anderen met deze applicatie omgaan, hoe ze proberen variatie in de beelden te brengen, hoe mensen veranderen, spelen met de camera, objecten in het beeld brengen, andere mensen etc. etc.
Er zit ook een sociaal element in, je kunt andere mugshooters tot favoriet maken en vice versa, je kunt reageren op de foto's van anderen, koppelingen maken naar Facebook, Twitter en er is natuurlijk ook een blog!
Het is natuurlijk een paradijs voor exhibitionistische types. Bij de juiste keuze van kleding en poses krijg je veel aandacht. Maar je kunt net zo goed je huisdier elke dag voor de camera zetten en dat online plaatsen. Dat zie ik overigens niet of nauwelijks in de mugshot gallery. Een gat in de markt!
Handig is de e-mailreminder. Dat soort dingen heb ik wel nodig :)
Goed. Mijn daily mugshot is terug te vinden in de rechterkolom.
Labels:
boventronie,
exhibisionisme,
fotografie,
mugshot,
ontwikkeling,
social media
maandag 27 december 2010
Connect! De impact van sociale netwerken op organisaties en leiderschap - Menno Lanting
Ik heb er lang over gedaan om dit boek te lezen. Niet omdat het langdradig was of slecht geschreven, maar eerder omdat het over "werk" ging. :) Soms heb je daar geen zin in!Maar, de aanhouder wint en ik heb het enkele weken geleden dichtgeslagen. Uitgelezen!
Goed boek waar voor mij niets nieuws in stond. Niet omdat ik nou zo'n virtuoze sociale media man ben, maar omdat het voor het grootste deel gaat over een aanpak waar ik al langer in geloof. In dit boek gaat het uitsluitend over de commerciële wereld en het gebruik van social media in die sector en in dat opzicht was het dan ook buitengewoon interessant. De voorbeelden die Lanting aanhaalt uit de wereld van het grote geld laten zien dat het ook daar een kwestie van vallen en opstaan is, van goede managers die ruimte bieden aan nieuwe ideeën en mensen die initiatieven durven te ontplooien.
Wat mij betreft staat de kracht van social media nog in de kinderschoenen en zijn er nog wat jaren ontwikkeling voor nodig om die kracht verder te doen toenemen. Hoe je het ook wendt of keert, de computer, het internet, the cloud, digitaliseren, digitaal leven en communiceren gaan een steeds grotere rol spelen in onze samenleving. Hoe je dat als bedrijf of non-profitinstelling uiteindelijk gaat gebruiken en benutten, daar zijn we nog lang niet uit.
Daarom zijn dit soort van boeken belangrijk. Ze laten een ontwikkeling zien, zeker als er vervolgen op komen die de verdere ontwikkeling aanschouwelijk maken. Kracht van dit boek zijn vanzelfsprekend de praktijkvoorbeelden. Praten over trends is geweldig interessant, maar er mee aan de slag gaan en laten zien of iets werkt, dat is nog veel belangrijker. Geloven is mooi, er naar leven is beter.
Als je eens wilt zien hoe social media nu al ingrijpt in de economie, lees dan dit boek.
Labels:
Boeken,
economie,
social media,
sociale netwerken
Abonneren op:
Posts (Atom)




