Onlangs ben ik actief geworden op pinterest.com. Een collega wees me erop en nodigde me uit. Dat is nodig omdat je (nog) niet zelfstandig lid kunt worden.
Pinterest is een social network waar je plaatjes kunt vastleggen. Het werkt een beetje zoals Delicious. Je "pint" afbeeldingen op een soort digitaal whiteboard. Je kunt verschillende thematische boards aanmaken om wat ordening in je afbeeldingen aan te brengen.
Voordat ik pinterest gebruikte en ik kwam een mooi of interessant plaatje tegen waarvan ik dacht dat het me nog ooit van pas zou komen voor b.v een presentatie, downloade ik dat naar mijn harde schijf. Handig, maar soms ook nutteloos als ik het toch niet ging gebruiken. Nu vergaar ik digitaal plaatjes o.a. voor mogelijk gebruik in presentaties of mijn weblog. Er is een addon voor in de browser die dat dodelijk eenvoudig maakt. Best handig!
Alexander Klöpping blogde er over, evenals Erfgoed 2.0 die meteen toepassingen zag in de museale wereld. Bibliotheek Enschede is aan het experimenteren. Archieven kunnen er vast ook wat mee als je je beeldbank openstelt voor dit soort van social mediasites. Door het in blokjes opbouwen van de beelden (in zgn. tiles) zoals nu nog gebeurt in een op Flash of Java gebouwde interface, herkent Pinterest de afbeelding niet als een afbeelding. Het zou een nieuwe manier van crowdsourcen van afbeeldingen kunnen zijn. Een onderzoek waardig. Zeker als je het artikel op Frankwatching leest over het bezoek dat door pinterest gegenereerd kan worden. It's all about your search ranking stupid!
Pinterest houdt keurig bij waar je de foto "gepinned" hebt. Netjes een bronvermelding, dat had ik niet in mijn eigen systeem. Dat zal ongetwijfeld ook betekenen dat als iemand ergens van een website een foto verwijderd of een hele website, weblog of dienst er mee uitscheidt, de foto's van de boards verdwijnen. Dat kan een nadeel zijn op langere termijn.
Pinterest schijnt vooral door vrouwen gebruikt te worden. Daar zal vast een goed pyschologisch verhaal van te maken zijn, waarom dat zo is. De in mijn vorige blog getoonde afbeelding van Arthur Ashes quote "pinde" ik gisteren en leverde mij ondertussen 10 "likes" en 79 "repins" op. And counting. Repins zijn pins van anderen die mijn afbeelding opnieuw "pinnen". Opvallend is daarbij dat het bijna uitsluitend vrouwen zijn die "repinned" hebben.
Omdat het een sociaal netwerk is kom je ook op de boards van anderen terecht en kunt daar grasduinen in hun keuzes. Dat leidt weer tot andere boards en heel veel prachtige foto's over allerlei onderwerpen. Tijdrovend, dat wel, maar telkens ontdek ik toch weer een foto die me aanspreekt om wat voor reden dan ook. Voorheen ging ik altijd in Google of Flickr op zoek naar illustraties, maar daar is nu Pinterest bijgekomen. Als je bovendien slim de boards van sommige andere Pinterestadepten volgt, houden die ook een thema bij waar je lekker van kunt profiteren. Heerlijk surfen door selecties van plaatjes van anderen.
Pinnen heeft voor mij een tweede betekenis gekregen.
Posts tonen met het label sociaal netwerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sociaal netwerk. Alle posts tonen
zondag 25 maart 2012
Labels:
afbeeldingen,
delen,
foto's,
images,
liken,
pinterest,
sociaal netwerk,
social media
vrijdag 15 januari 2010
3000 tweets verder
De autotweet van deze blogpost is mijn 3000ste tweet.3 maanden geleden blogde ik ook over mijn tweetgedrag tot dan toe in het kader van de cursus 23 Archiefdingen. De teller stond toen op 1900. Dat betekent dat ik in 4 maanden tijd 1100 tweets digispace ingestuurd heb. Wauw. Of ik niets anders te doen heb.
Die frequentie laat zien dat ik toch heel regelmatig bezig ben met Twitter. Ik blijf echter ambivalent. Ik reageer meer op tweets van anderen dan dat ik zelf berichten de ether in stuur. Wat ik verstuur gaat met enige regelmaat over eten. De sociale component overheerst blijkbaar.
Ik probeer wel eens een tweet te maken die nuttig zou kunnen zijn voor anderen en verdomd, soms werkt het ook nog. Vanzelf gaat dat nog niet.
Wat me ook opvalt: veel volgers van mij zijn al maandenlang stilgevallen en ik betwijfel of ze überhaupt nog wel kijken naar de tweets van anderen, en dus ook die van mij. Dat kun je niet controleren.
Ik zie regelmatig berichten voorbijkomen van twitteraars waarvan het aantal volgers met veel bombarie een nieuw hoogtepunt bereikt, maar wat is daar de waarde van? Interactie is meetbaar en daar heb je wat aan. Reageren op tweets van anderen geeft ook meteen inzicht of de ander jou wel volgt en je berichten ook leest. Dat kan verhelderend zijn over de impact van je eigen getweet.
Twitteren tijdens studiedagen en congressen is wel nuttig. De kijk van andere toehoorders die je niet persoonlijk kent (maar zich vaak wel als volger aandienen) op presentaties levert soms nieuwe inzichten op, of tenminste een bijstelling / nuancering van je eigen observaties. Het combineren van twitteren en een lezing volgen, dat gaat mijn vaardigheden vaak te boven. Zal wel aan de leeftijd liggen.
Retweeten lijkt toe te nemen. Soms is dat handig en meestal is het onnodig. Ik denk dat je toch meestal in een bekende groep mensen zit te twitteren die grotendeels dezelfde interesses deelt. Dat betekent dan ook dat je hetzelfde bericht meerdere malen ge-retweet voorbij ziet komen. Ik doe het soms zelf, dus ik ben er ook schuldig aan.
De groep Nederlanders die zich bezig houdt met sociale netwerken en de mogelijkheden daarvan is behoorlijk groot denk ik. Heel veel Nederlanders maken deel uit van en gebruiken sociale netwerken zoals Hyves, LinkedIn, Facebook, etc. Maar veruit de meeste Nederlanders zijn heel gelukkig zonder Twitter.
De groep die blijft ontdekken en elkaar aansteekt met nieuwe online mogelijkheden is niet zo groot. Maar ze kennen elkaar wel, en ze versterken elkaar door telkens dezelfde netwerken te gebruiken. Daardoor lijkt het misschien alsof "iedereen" meedoet. Ja, binnen jouw kringetje van voorlopers wel.
Dat klinkt misschien cynisch, maar ik probeer dat beeld steeds voor ogen te houden. De nieuwe, soms duizelingwekkende, mogelijkheden online zijn vaak experimenteel, ook al doen miljoenen eraan mee. Sommige van die nieuwe tools worden mainstream en kunnen dan nuttig en toegepast worden ingezet. Tot die tijd is enig relativeringsvermogen op z´n plaats. Het experiment mee aangaan is goed en levert nieuwe kennis op. Maar je moet er niet teveel van verwachten in het begin.
Het zal de lezer niet verbazen dat ik nog steeds sceptisch ben over Twitter hoewel het me naast aangenaam tijdverdrijf ook een aantal leuke en inhoudelijke reacties heeft opgeleverd. Het experiment gaat door.
Labels:
microbloggen,
sociaal netwerk,
sociale netwerken,
Twitter
donderdag 29 oktober 2009
#21 Footnote, een sociaal archiefnetwerk
Ik gebruik Footnote al enkele jaren in presentaties om te laten zien hoe het ook kan. Helemaal vanuit de gebruiker opgezet en niet vanuit een archiefdienst sluit het goed aan bij wat een gebruiker verwacht. Dat moet ook wel want Footnote is niet gratis en waarom zou je betalen voor een product dat niet goed is?Wij hier in Nederland kunnen dat soort van principes makkelijk laten varen en ons bezighouden met wat wij als archiefdienst graag zouden willen. Daar zijn we dan ook heel goed in. Liefst ook allemaal iets anders.
De vraag is: zitten onze klanten wel op onze verzinsels te wachten.
Allerlei technische mogelijkheden die ik graag zou willen hebben in de website (mag je dat nog wel zo noemen?) van het Regionaal Archief Tilburg zitten in Footnote: de bezoeker mag uploaden, taggen, beschrijven, documenten linken (user genereated links), links beoordelen van anderen, je eigen tijdlijn maken, documenten annoteren en transcriberen, het houdt niet op!
Footnote heeft ook als voordeel dat je aan een webbouwer kunt laten zien dat het kan, dat het mogelijk is, dat ze je niet met een kluitje in het riet kunnen sturen of net doen of ze iets heel moeilijks moeten uitvinden.
Voor deze oefening heb ik een foto geuploaded van mijn oma en haar broer bij Sinterklaas. Annotaties gemaakt, waarbij je een selectie kunt maken en die annoteren. Voor mij werkte de interface heel erg gebruikersvriendelijk, heel eenvoudig te bedienen en het is duidelijk wat je kunt doen. Nog een zoekactie gedaan op Udenhout en een mooi document gevonden over een neergestort vliegtuig bij Udenhout en het relaas van de enige overlevende vliegenier.
Nog een prachtige feature van Footnote is de directe feedback als je een zoekactie hebt gedaan met instructies en een instructievideo. Dus niet klikken en op zoek naar passende hulppagina, maar direct in een pop-up. Prima service.
Ik ben en blijf enthousiast over Footnote. Het blijft een goed voorbeeld van web 2.0 techniek die werkt. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het netwerkdeel goed uit de verf komt, daarvoor heb ik me er niet genoeg in verdiept. Wie weet komt dat nog.
Het is een voorbeeld voor archiefdiensten in Nederland hoe je kunt samenwerken met elkaar. Want dit kan natuurlijk ook zonder marktpartij die het financieel makkelijker maakt. Enkele diensten zouden het voortouw moeten nemen en de samenwerking starten en op touw zetten op een manier die het voor andere archiefdiensten mogelijk maakt om zo in te stappen.
Dromen mag toch?
Labels:
archief2.0,
archiefonline,
community,
interactie,
sociaal netwerk,
web2.0
Abonneren op:
Posts (Atom)
