Voor het eerst ontving ik feedback van Slideshare over het gebruik van mijn presentaties die ik daar heb staan.
Voor wie het niet weet, op Slideshare kun je bv powerpoint presentaties uploaden en delen met iedereen die er kennis van wil nemen. Het is een sociaal netwerk voor presentaties. Ik ben er al heel wat jaren bij aangesloten en het werkt naar volle tevredenheid. Uploaden is een fluitje van een cent en ze worden bekeken! Nu krijg ik ook wekelijks feedback over het aantal views dat ik daar krijg.
Sinds september 2007 ben ik lid van Slideshare. Toen plaatste ik mijn eerste presentatie daar over Archieven & eCultuur. Die presentatie heb ik samen met Christian van der Ven gehouden op de Reinwardt Academie. Inmiddels staan er 15 presentaties van me online.
Zelf ben ik verder niet actief op Slideshare. Dat wil zeggen ik zoek niet snel naar (relevante) presentaties daar op Slideshare. Anderen doen dat wel want wekelijks bekijken mensen mijn presentaties. Dat blijf ik wonderlijk vinden. Werkt goed, een sociaal netwerk ;) Delen = vermenigvuldigen.
Posts tonen met het label Online. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Online. Alle posts tonen
woensdag 22 januari 2014
woensdag 5 september 2012
Erfgoedsuite
Een titel die klinkt als een aantrekkelijk muziekstuk. Dat is het dus niet. Erfgoedsuite is een online oplossing voor kleine erfgoedorganisaties. Verantwoordelijk voor dit nieuwe product is de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. In deze online applicatie kun je collecties beheren en online toegankelijk maken. Er is een koppeling mogelijk met de thesaurus van de Rijksdienst. Daardoor kunnen beschrijvingen van allerlei objecten verbonden worden en is het ook mogelijk om kennis te delen. Dat staat ook op de website: De ErfgoedSuite is het nieuwe kennissysteem dat het erfgoed in Nederland verbindt. Gegevens over erfgoed blijven hiermee duurzaam digitaal beschikbaar.
Klinkt als een ideale oplossing.
Dit artikel in de mailversie van IP Flash trok mijn aandacht omdat ik zelf in juni aanwezig was bij de presentatie van, en heb geblogd over, van een soortgelijke oplossing in Noord-Brabant: de Brabant Cloud. Als je daar de website van bekijkt dan is er sindsdien bar weinig gebeurd. Nul informatie is er te vinden.
Dan is de Erfgoedsuite in ieder geval een hele stap verder gekomen. Daar kun je op de website zien wat je er mee kunt doen, er is een informatief filmpje en je kunt meteen zien wat het je gaat kosten: 150 euro per maand en eenmalig 1200 euro. Dat is tenminste helder.
Als ik de Brabant Cloud was, zou ik gauw uit mijn schulp kruipen en meer laten zien wat er kan en wie en hoe en wanneer en voor hoeveel! Je verschuilen achter een homepage is errug 1.0. Niet de oplossing waar je naar op zoek bent denk ik dan.
Klinkt als een ideale oplossing.
Dit artikel in de mailversie van IP Flash trok mijn aandacht omdat ik zelf in juni aanwezig was bij de presentatie van, en heb geblogd over, van een soortgelijke oplossing in Noord-Brabant: de Brabant Cloud. Als je daar de website van bekijkt dan is er sindsdien bar weinig gebeurd. Nul informatie is er te vinden.
Dan is de Erfgoedsuite in ieder geval een hele stap verder gekomen. Daar kun je op de website zien wat je er mee kunt doen, er is een informatief filmpje en je kunt meteen zien wat het je gaat kosten: 150 euro per maand en eenmalig 1200 euro. Dat is tenminste helder.
Als ik de Brabant Cloud was, zou ik gauw uit mijn schulp kruipen en meer laten zien wat er kan en wie en hoe en wanneer en voor hoeveel! Je verschuilen achter een homepage is errug 1.0. Niet de oplossing waar je naar op zoek bent denk ik dan.
Labels:
applicatie,
brabant Cloud,
erfgoed,
Online,
oplossing
maandag 7 mei 2012
Vaarwel Grepolis
Op 21 augustus 2011 ben ik begonnen met het spelen op het online spel Grepolis. Het is een zogenaamd MMO game: Massively Multiplayer Online Game. Hoe massive, dat weet ik niet. Ik ben er gewoon mee begonnen omdat het zich in de Griekse, dus historische, wereld afspeelde en omdat ik herhaaldelijk online reclame tegenkwam over dat spel.
Het begon erg rustig. Het spel bestaat namelijk vooral uit veel wachten tot gebouwen, soldaten, boten e.d. klaar zijn. Dat kan oplopen tot 10 uur per gebouw. Dus in het begin verken je wat. Je start op een eiland, meestal met een aantal andere beginnelingen. Een groot deel probeert het even en haakt dan af. Rondkijkend op de hulppagina's zag ik dat je wel kon uitbreiden, meerdere steden kon hebben, door overname (oorlog dus) of kolonisatie. Één extra stad kreeg je voor niets. Elke volgende stad moest je verdienen door oorlog te voeren met anderen en zo punten te verzamelen.
Dit spel gaat vooral over online samenwerken. De meeste spelers kennen elkaar niet. Er zijn ook clubs die elkaar van andere spellen kennen en zo van spel naar spel hoppen. Je begint anoniem en alleen aan het spel. Ik vind dat altijd heel prettig. Niet teveel interactie, vooral ook omdat dat veel tijd kost.
Als je groeit en je krijgt er nog een tweede stad bij wordt je interessant voor de agressievere spelers. Die willen winnen. Ik wilde vooral ontdekken hoe ik rustig aan verder kon komen, zonder al te veel agressie en veroveringsdrang. Maar met die mentaliteit win je geen spellen met anderen. Die anderen laten je namelijk niet met rust. Je wordt een bedreiging aan de ene kant en een aantrekkelijke prooi aan de andere kant. Hoe dan ook: er gaan (online) klappen vallen. Eerst krijg je verzoeken van allianties om je bij hen aan te sluiten. Daar had ik aanvankelijk geen zin in. Ik wilde lekker blijven rommelen in mijn eigen wereldje.
Zo kwam ik in aanraking met speler WolfHowl die mij berichtjes ging sturen. Onschuldig. Tot hij ineens de aanval koos. Ik was nergens op voorbereid. Een aanval is meestal een reis van eiland naar eiland en duurt minimaal een paar uur, dus als je het tijdig merkt kun je er wat aan doen. Maar ik had geen idee. Bovendien was ik niet de hele tijd online, dus de aanvallen waren al geweest voor ik er erg in had. Hij was lid van een alliantie en ik kreeg vervolgens aanvallen van een ander lid op mijn dak. Het zag er naar uit dat ik snel uitgespeeld zou zijn. Maar een wijze les die ik ooit in mijn oren heb geknoopt: If you can't beat them, join them! Dus ik werd lid van de alliantie Odyssee.
Lid zijn van een alliantie brengt verplichtingen met zich mee. Die kunnen nogal variëren, maar regelmatig online zijn en elkaar helpen bij aanval en verdediging is wel een basisvoorwaarde. Een alliantie wordt geleid door een Senaat van een mannetje of zes. Ieder met eigen taken. Ik ben geen lid van de senaat geweest, nogmaals, ik heb beperkte tijd!, maar ik heb hun werk wel waargenomen. Dat bestond voor een groot deel uit diplomatie en spionage. En communicatie. Via forum en rondschrijven. Het is een wonderlijke wereld.
In mijn alliantie was ik de oudste. Er was nog een 50tiger, nog een paar 40tigers, maar de meeste waren tussen de 20 en 40. Een enkeling was nog tiener. De jongste die ik ben tegengekomen was 11. Grappig: dat maakt helemaal niets uit. Je hebt geen idee wie de ander is en dat doet er ook helemaal niet toe, als die je maar helpt of tijdig informeert. De senaatsleden, daar had je het vaakst contact mee. Logisch.
Binnen een alliantie gelden scherpe regels. Althans in die waar ik lid van was. Als je te vaak tegen de regels inging dan kwam je op de zwarte lijst en werd je overgenomen. Je steden werden aangevallen en je kreeg geen ondersteuning meer. Als je stopte was dat hetzelfde. Voor een alliantie is het van belang dat de steden in bezit blijven en niet in vreemde handen overgaan. Dat verzwakt je positie. Zo groeide ik lekker door.
De diplomatie leidde er toe dat allianties gingen fuseren. Zo kon je als alliantie groeien en sterker worden in de verschillende oceanen waar je steden en spelers had. Ik had het geluk bij een heel goede groep spelers te zitten die er in slaagden om uiteindelijk de 3de alliantie van de verschillende oceanen te worden door fusies. Door gezamenlijke acties tegen verklaarde vijanden die soms dagenlang duurden konden we uiteindelijk de grootste alliantie worden.
Dat was belangrijk omdat het spel uiteidelijk een eindfase kreeg in de vorm van acht wereldwonderen. Als je als alliantie een eiland helemaal bezat, dwz alle 20 steden waren in bezit van leden van één alliantie, dan kon je daar een wereldwonder gaan bouwen. Eerlijk is eerlijk: iets saaiers bestaat niet. Het is een race om zo snel mogelijk grondstoffen op een bepaald eiland te krijgen. Als je vier wereldwonderen in bezit hebt als alliantie dan heb je gewonnen. Het duurde een week of twee om zo'n wonder te voltooien.
Inmiddels was ik doorgedrongen tot de 100 beste spelers van de wereld waarin ik opereerde: Kappa. Ik was baas van 57 steden en mijn bijdrage in de grondstoffen aanvoer en het in bezit krijgen en houden van die steden was belangrijk. Maar het bijhouden van alle produktie en bewegingen kostte wel veel tijd.
Uiteindelijk hebben we gewonnen. De alliantie Crusaders kreeg vier wereldwonderen in handen en daarmee waren we glorieus winnaar. Een mooi moment om mijn steden aan anderen over te dragen en er mee te stoppen. Over een week leg ik de pannen erop. Tot die tijd help ik mijn alliantiegenoten om steden van me over te nemen en daarna vallen ze ten prooi aan iedereen die een spookstad wil veroveren.
Het was leuk om te doen, verslavend ook in zekere zin, maar nu is er weer tijd om andere dingen te doen!
Het begon erg rustig. Het spel bestaat namelijk vooral uit veel wachten tot gebouwen, soldaten, boten e.d. klaar zijn. Dat kan oplopen tot 10 uur per gebouw. Dus in het begin verken je wat. Je start op een eiland, meestal met een aantal andere beginnelingen. Een groot deel probeert het even en haakt dan af. Rondkijkend op de hulppagina's zag ik dat je wel kon uitbreiden, meerdere steden kon hebben, door overname (oorlog dus) of kolonisatie. Één extra stad kreeg je voor niets. Elke volgende stad moest je verdienen door oorlog te voeren met anderen en zo punten te verzamelen.
Dit spel gaat vooral over online samenwerken. De meeste spelers kennen elkaar niet. Er zijn ook clubs die elkaar van andere spellen kennen en zo van spel naar spel hoppen. Je begint anoniem en alleen aan het spel. Ik vind dat altijd heel prettig. Niet teveel interactie, vooral ook omdat dat veel tijd kost.
Als je groeit en je krijgt er nog een tweede stad bij wordt je interessant voor de agressievere spelers. Die willen winnen. Ik wilde vooral ontdekken hoe ik rustig aan verder kon komen, zonder al te veel agressie en veroveringsdrang. Maar met die mentaliteit win je geen spellen met anderen. Die anderen laten je namelijk niet met rust. Je wordt een bedreiging aan de ene kant en een aantrekkelijke prooi aan de andere kant. Hoe dan ook: er gaan (online) klappen vallen. Eerst krijg je verzoeken van allianties om je bij hen aan te sluiten. Daar had ik aanvankelijk geen zin in. Ik wilde lekker blijven rommelen in mijn eigen wereldje.
Zo kwam ik in aanraking met speler WolfHowl die mij berichtjes ging sturen. Onschuldig. Tot hij ineens de aanval koos. Ik was nergens op voorbereid. Een aanval is meestal een reis van eiland naar eiland en duurt minimaal een paar uur, dus als je het tijdig merkt kun je er wat aan doen. Maar ik had geen idee. Bovendien was ik niet de hele tijd online, dus de aanvallen waren al geweest voor ik er erg in had. Hij was lid van een alliantie en ik kreeg vervolgens aanvallen van een ander lid op mijn dak. Het zag er naar uit dat ik snel uitgespeeld zou zijn. Maar een wijze les die ik ooit in mijn oren heb geknoopt: If you can't beat them, join them! Dus ik werd lid van de alliantie Odyssee.
Lid zijn van een alliantie brengt verplichtingen met zich mee. Die kunnen nogal variëren, maar regelmatig online zijn en elkaar helpen bij aanval en verdediging is wel een basisvoorwaarde. Een alliantie wordt geleid door een Senaat van een mannetje of zes. Ieder met eigen taken. Ik ben geen lid van de senaat geweest, nogmaals, ik heb beperkte tijd!, maar ik heb hun werk wel waargenomen. Dat bestond voor een groot deel uit diplomatie en spionage. En communicatie. Via forum en rondschrijven. Het is een wonderlijke wereld.
In mijn alliantie was ik de oudste. Er was nog een 50tiger, nog een paar 40tigers, maar de meeste waren tussen de 20 en 40. Een enkeling was nog tiener. De jongste die ik ben tegengekomen was 11. Grappig: dat maakt helemaal niets uit. Je hebt geen idee wie de ander is en dat doet er ook helemaal niet toe, als die je maar helpt of tijdig informeert. De senaatsleden, daar had je het vaakst contact mee. Logisch.
Binnen een alliantie gelden scherpe regels. Althans in die waar ik lid van was. Als je te vaak tegen de regels inging dan kwam je op de zwarte lijst en werd je overgenomen. Je steden werden aangevallen en je kreeg geen ondersteuning meer. Als je stopte was dat hetzelfde. Voor een alliantie is het van belang dat de steden in bezit blijven en niet in vreemde handen overgaan. Dat verzwakt je positie. Zo groeide ik lekker door.
De diplomatie leidde er toe dat allianties gingen fuseren. Zo kon je als alliantie groeien en sterker worden in de verschillende oceanen waar je steden en spelers had. Ik had het geluk bij een heel goede groep spelers te zitten die er in slaagden om uiteindelijk de 3de alliantie van de verschillende oceanen te worden door fusies. Door gezamenlijke acties tegen verklaarde vijanden die soms dagenlang duurden konden we uiteindelijk de grootste alliantie worden.
Dat was belangrijk omdat het spel uiteidelijk een eindfase kreeg in de vorm van acht wereldwonderen. Als je als alliantie een eiland helemaal bezat, dwz alle 20 steden waren in bezit van leden van één alliantie, dan kon je daar een wereldwonder gaan bouwen. Eerlijk is eerlijk: iets saaiers bestaat niet. Het is een race om zo snel mogelijk grondstoffen op een bepaald eiland te krijgen. Als je vier wereldwonderen in bezit hebt als alliantie dan heb je gewonnen. Het duurde een week of twee om zo'n wonder te voltooien.
Inmiddels was ik doorgedrongen tot de 100 beste spelers van de wereld waarin ik opereerde: Kappa. Ik was baas van 57 steden en mijn bijdrage in de grondstoffen aanvoer en het in bezit krijgen en houden van die steden was belangrijk. Maar het bijhouden van alle produktie en bewegingen kostte wel veel tijd.
Uiteindelijk hebben we gewonnen. De alliantie Crusaders kreeg vier wereldwonderen in handen en daarmee waren we glorieus winnaar. Een mooi moment om mijn steden aan anderen over te dragen en er mee te stoppen. Over een week leg ik de pannen erop. Tot die tijd help ik mijn alliantiegenoten om steden van me over te nemen en daarna vallen ze ten prooi aan iedereen die een spookstad wil veroveren.
Het was leuk om te doen, verslavend ook in zekere zin, maar nu is er weer tijd om andere dingen te doen!
woensdag 4 november 2009
Archief 2.0 - de knop moet om
Archief 2.0 gaat over een mentaliteitsverandering. That's the hard part. Vooral omdat volgens mij veel mensen nog steeds teveel in de tools en de slimme techniek geloven. Maar het gaat er uiteindelijk om wat je er mee kunt doen. In je werk. Bij een archiefdienst. Daarom heet het ook Archief 2.0.Zelf blijf ik ook nog steeds leren op dit vlak. Ik schiet nog te makkelijk in de oude modus van papier en fysiek. Niet dat dat helemaal overboord moet of gaat, maar het mag niet meer leidend zijn.
Grootste probleem daarbij blijft de papieren werkelijkheid van archieven te vertalen, iedere keer opnieuw, naar een digitale toekomst. Want we werken nog elke dag met papier, met bezoekers en daar vindt nog steeds de meest directe interactie plaats. De online interactie is voor het allergrootste deel indirect, in die zin dat het om e-mails gaat die beantwoord worden en waarop acties volgen en correcties. Gelukkig is de eerste chatpilot van start gegaan.
De waan van de dag kan je laten vergeten dat er een hele wereld om de studiezaal heen hangt, die veel dynamischer is, ontzettend hard beweegt in allerlei richtingen en waar heel veel potentie zit. Potentie waar archieven door de aard van de informatie die ze bewaren heel veel uit kunnen halen. Dan moet er wel gedigitaliseerd gaan worden. In ding #21 is gebleken tot wat voor moois dat kan leiden.
Maar eerst moet die knop om, bij de huidige medewerkers en de toekomstige medewerkers. Daar is nog veel geduld en volharding voor nodig.
En geen ruimte voor al die nodeloze ideakillers... Dat weten we nou wel.
Labels:
archief 2.0,
digitaal,
mentaliteitsverandering,
mindset,
Online
zaterdag 19 september 2009
#16 Ontdek wat YouTube video te bieden heeft #23ad
YouTube! Daar kun je alleen maar vrolijk van worden.
De hoeveelheid liedjes, sketches en filmfragmenten die er te vinden zijn is een mère a boire. Natuurlijk staat er een heleboel bullshit op. Hele rare mensen zetten er hun hersenspinsels op. Een van de merkwaardigste vond ik de wedstrijden hete pepers eten die er te kust en te keur te vinden zijn.
Ik ben in mei 2008 er toe over gegaan om een eigen account aan te maken. Mijn eerste filmpje was er een van de opening van het Entreegebouw van het Audax Textielmuseum Tilburg met mijn telefooncamera. Matige kwaliteit.
Sindsdien heb ik regelmatig mijn fotocamera gebruikt om nieuwe films te maken van diverse onderwerpen. De een met meer succes dan de ander. Geeft niet, het is mijn speelveld en ik mag lekker doen wat ik leuk vind. Heerlijk die vrijheid. En geen enkel filmpje is alleen door mij bekeken. Blijkbaar is er markt voor mijn filmische kwaliteiten. ;-)
De aanleiding was de start van het kanaal dat voor het Audax Textielmuseeum Tilburg geopend moest worden vanwege de nieuwe website waar filmpjes deel zouden gaan uitmaken van het aanbod.
Wat later kwam er een eigen kanaal voor het Regionaal Archief Tilburg. Dat kanaal bewees dat films op YouTube een heel eigen publiek hebben terwijl diezelfde films liggen te verpieteren in onze eigen depots. De historische filmpjes kunnen rekenen op honderden views.
Een andere leuke toepassing is het verfilmen van bepaalde technieken zoals het plaatsen van een wasstempel en het restaureren van een wasstempel. Heus geen hoogdravende projecten, maar wel illustratief, simpel en eenvoudig. Komt van pas als je een Charterbankproject wilt gaan starten.
Op deze manier kunnen we natuurlijk nog veel meer toepassingen bedenken. Projecten en activiteiten kunnen een filmisch verslag krijgen. Dat plaatsen we dan online in het weblog van het Regionaal Archief Tilburg, nogal voor de hand liggend.
De eenvoud waarmee YouTube werkt is onthutsend. Daar kan menig commerciële applicatie nog een puntje aan zuigen. Ik bewerk de films met Moviemaker van Windows en ook daarmee kan een kind de was doen. De beperking in filmformaten is eenvoudig op te lossen door conversie met freeware. Ik gebruik daarvoor DVDvideosoft Free Studio. Allemaal gratis en voor niks, goed werkende software zonder haperingen en vuistdikke handleidingen. Zo hoort web 2.0 te werken.
Het is een extra argument om aan bedrijven die voor ons websites en webapplicaties ontwerpen te laten zien dat dergelijke functionaliteit mogelijk is, ook al zuchten zij soms al bij het idee.
Er zijn natuurlijk diverse andere videohostingbedrijven waarvan ik soms Vimeo ook gebruik, zeker omdat de presentaties van de Archief 2.0 studiedag van oktober 2008 daar terug te horen en zien zijn. De Archief 2.0 community heeft daar die films geplaatst omdat je op Vimeo langere films kwijt kunt en de viewer oogt een stuk professioneler.
Online video is een gouden idee en ik hoop dat het nog lang bestaat. I'm loving it.
De hoeveelheid liedjes, sketches en filmfragmenten die er te vinden zijn is een mère a boire. Natuurlijk staat er een heleboel bullshit op. Hele rare mensen zetten er hun hersenspinsels op. Een van de merkwaardigste vond ik de wedstrijden hete pepers eten die er te kust en te keur te vinden zijn.
Ik ben in mei 2008 er toe over gegaan om een eigen account aan te maken. Mijn eerste filmpje was er een van de opening van het Entreegebouw van het Audax Textielmuseum Tilburg met mijn telefooncamera. Matige kwaliteit.
Sindsdien heb ik regelmatig mijn fotocamera gebruikt om nieuwe films te maken van diverse onderwerpen. De een met meer succes dan de ander. Geeft niet, het is mijn speelveld en ik mag lekker doen wat ik leuk vind. Heerlijk die vrijheid. En geen enkel filmpje is alleen door mij bekeken. Blijkbaar is er markt voor mijn filmische kwaliteiten. ;-)
De aanleiding was de start van het kanaal dat voor het Audax Textielmuseeum Tilburg geopend moest worden vanwege de nieuwe website waar filmpjes deel zouden gaan uitmaken van het aanbod.
Wat later kwam er een eigen kanaal voor het Regionaal Archief Tilburg. Dat kanaal bewees dat films op YouTube een heel eigen publiek hebben terwijl diezelfde films liggen te verpieteren in onze eigen depots. De historische filmpjes kunnen rekenen op honderden views.
Een andere leuke toepassing is het verfilmen van bepaalde technieken zoals het plaatsen van een wasstempel en het restaureren van een wasstempel. Heus geen hoogdravende projecten, maar wel illustratief, simpel en eenvoudig. Komt van pas als je een Charterbankproject wilt gaan starten.
Op deze manier kunnen we natuurlijk nog veel meer toepassingen bedenken. Projecten en activiteiten kunnen een filmisch verslag krijgen. Dat plaatsen we dan online in het weblog van het Regionaal Archief Tilburg, nogal voor de hand liggend.
De eenvoud waarmee YouTube werkt is onthutsend. Daar kan menig commerciële applicatie nog een puntje aan zuigen. Ik bewerk de films met Moviemaker van Windows en ook daarmee kan een kind de was doen. De beperking in filmformaten is eenvoudig op te lossen door conversie met freeware. Ik gebruik daarvoor DVDvideosoft Free Studio. Allemaal gratis en voor niks, goed werkende software zonder haperingen en vuistdikke handleidingen. Zo hoort web 2.0 te werken.
Het is een extra argument om aan bedrijven die voor ons websites en webapplicaties ontwerpen te laten zien dat dergelijke functionaliteit mogelijk is, ook al zuchten zij soms al bij het idee.
Er zijn natuurlijk diverse andere videohostingbedrijven waarvan ik soms Vimeo ook gebruik, zeker omdat de presentaties van de Archief 2.0 studiedag van oktober 2008 daar terug te horen en zien zijn. De Archief 2.0 community heeft daar die films geplaatst omdat je op Vimeo langere films kwijt kunt en de viewer oogt een stuk professioneler.
Online video is een gouden idee en ik hoop dat het nog lang bestaat. I'm loving it.
dinsdag 14 juli 2009
#8 Online kantoortoepassingen en andere tools
Google docs ben ik pas echt gaan gebruiken nadat ik actief ben geworden in de Archief 2.0 community. Het samenwerken daar toonde pas echt voor mij het belang aan van zo'n online documentenservice. Met verschillende mensen die ver uit elkaar wonen is dat bijzonder handig.Er zijn ook nadelen, met namen voor het gebruik van de powerpoint versie. Je kunt er wel een powerpoint presentatie uploaden en dan bewerken en online gebruiken, maar opnieuw downloaden, dat werk dan weer niet. Onhandig, vooral als je een presentatie wilt geven waar geen solide internetverbinding is.
Maar, lekker om vanaf verschillende werkplekken in hetzelfde document te kunnen werken zonder bijzondere inlogproblemen of beveiligde verbindingen. Gouden idee!
Met de komst van Google wave, al aangehaald in andere weblogs van deze cursus, gaat Google waarschijnlijk een geweldige slag leveren aan de softwareboeren als Microsoft.
Ik zie online werken als de ultieme manier van werken, flexibel, effectief, geen programmatuur met zoveel mogelijkheden die je nooit gebruikt.
dinsdag 14 november 2006
Online Conferentie Nederland 2006
Op 7 en 8 november jongstleden vond de 11de Online Conferentie Nederland plaats in de RAI in Amsterdam.
Ik heb beide dagen bezocht. De nadruk van de sessies die ik bezocht heb lag op kennisnetwerken. Kan de techniek hier een rol bij spelen? Hoe stimuleer je medewerkers om hun ideeën te delen, zonder de angst dat iemand ze inpikt of neersabelt. Hoe laat je dergelijke ideeën groeien/rijpen binnen een groep mensen. Hoe realiseer je ideeën en motiveer je daardoor je medewerkers? Hoe laat je medewerkers de (goede) ideeën van een ander gebruiken?
Voor mij gaat de vraag nog verder, want de organisatie waar ik werk is misschien wel te klein om daarbinnen te blijven met een dergelijk concept. Kun je ook buitenstaanders betrekken bij het genereren en doordenken van ideeën zonder telkens fysiek overleg te hebben?
Ideeën komen op de gekste momenten en plaatsen boven borrelen en eigenlijk zou je die z.s.m. en zo "puur" mogelijk in de week moeten leggen.
Ik heb enkele interessante sprekers gezien over dit onderwerp met ieder weer hun eigen invalshoek.
Aanraders: Martijn Aslander (www.martijnaslander.nl) en Aad Kamsteeg (www.diderottrack.nl). De bijdrage van Paul Iske over de praktijk van wat ik hierboven heb beschreven bij de ABN-AMRO was ook inspirerend.
Het is voor mij wel onduidelijk gebleven of ik dit binnen mijn organisatie van de grond ga krijgen.
Ik heb beide dagen bezocht. De nadruk van de sessies die ik bezocht heb lag op kennisnetwerken. Kan de techniek hier een rol bij spelen? Hoe stimuleer je medewerkers om hun ideeën te delen, zonder de angst dat iemand ze inpikt of neersabelt. Hoe laat je dergelijke ideeën groeien/rijpen binnen een groep mensen. Hoe realiseer je ideeën en motiveer je daardoor je medewerkers? Hoe laat je medewerkers de (goede) ideeën van een ander gebruiken?
Voor mij gaat de vraag nog verder, want de organisatie waar ik werk is misschien wel te klein om daarbinnen te blijven met een dergelijk concept. Kun je ook buitenstaanders betrekken bij het genereren en doordenken van ideeën zonder telkens fysiek overleg te hebben?
Ideeën komen op de gekste momenten en plaatsen boven borrelen en eigenlijk zou je die z.s.m. en zo "puur" mogelijk in de week moeten leggen.
Ik heb enkele interessante sprekers gezien over dit onderwerp met ieder weer hun eigen invalshoek.
Aanraders: Martijn Aslander (www.martijnaslander.nl) en Aad Kamsteeg (www.diderottrack.nl). De bijdrage van Paul Iske over de praktijk van wat ik hierboven heb beschreven bij de ABN-AMRO was ook inspirerend.
Het is voor mij wel onduidelijk gebleven of ik dit binnen mijn organisatie van de grond ga krijgen.
Labels:
Archieven,
netwerken,
Online,
organisatie
Abonneren op:
Posts (Atom)




