Posts tonen met het label KVAN studiedagen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label KVAN studiedagen. Alle posts tonen

dinsdag 19 juni 2012

Informatie wil niet vrij zijn, maar verlangt sortering - #KVAN12 (deel 2)

Dat vond ik een prikkelende uitspraak van prof. mr. dr. Mireille Hildebrandt die de tweede keynote verzorgde op dinsdag 12 juni tijdens de KVAN studiedagen. Haar keynote had als titel: Lezen op afstand? Kennis, macht en recht na de computionele wending. Een hele mondviol en ik geef eerlijk toe dat het mij soms duizelde. Het was een gebied waar ik niet goed in thuis ben. Ik heb geboeid geluisterd tot aan haar laatste punt, dat van de hermeneutiek. Daar haakte ik volledig af.

Ik hoop dat ik wat samenhangends kan zeggen over wat Hildebrandt ons vertelde.

De titel van deze blogpost kwam heel vroeg in haar presentatie aan de orde. Een zegen voor de beheerders en inventarisatoren onder ons. Het is natuurlijk wel lastig dat sorteren. Elke vraag verlangt als antwoord eigenlijk een andere sortering van informatie. Logisch als je er even over nadenkt. Wat te doen? Daar komen geautomatiseerde systemen om de hoek kijken. Die bieden de mogelijkheid om informatie zo te ordenen dat er allerlei sorteringen mogelijk zijn. Maar, ordening biedt ook de gelegenheid tot manipulatie. Welke vragen stel je wel en welke niet?

Interessant vond ik ook dat het op schrift stellen van informatie, de ontwikkeling van een orale cultuur naar een schriftcultuur, leidt tot meer afstand. Externalisering. Je kijkt naar de tekst door een medium, papier (of wat dan ook) en dus kom je op afstand te staan van de informatie. Je kunt de informatie beschouwen. Als luisteraar is dat een stuk lastiger.
Hier ligt wat mij betreft ook een relatie met de keynote van maandag die ik eerder besprak. Het beeldscherm en een interface is in feite ook een afstandscheppend instrument. Door die afstand zijn we waarschijnlijk minder geneigd om ons geremd te voelen in wat we online doen, zeggen en laten zien. Dat is net zoiets als dat je tegen een vreemde soms openhartiger kunt zijn dan tegen een bekende die je na staat. De afstand maakt het uitwisselen van informatie veiliger. Maar dat verzin ik dus zelf :).

Terug naar Hildebrandt.

De afstand is misschien hinderlijk maar volgens Hildebrandt noodzakelijk om tot wetenschap te komen. Afstand is voorwaarde voor kennis.
Door informatie digitaal beschikbaar te stellen, bied je mensen de gelegenheid om met die informatie aan de slag te gaan en nieuwe kennis te vormen. Het produceren van kennis is natuurlijk een ontwikkeling die mede door web 2.0 toepassingen mede mogelijk is gemaakt.

De afstand tussen tekst en de lezer kan nog groter worden. Je kunt bv. computers je teksten laten lezen. Ze kunnen samenvattingen maken. Ze kunnen ook conclusies trekken, alternatieven verzinnen, informatie zichtbaar maken die je eerst niet zag.
Met name dat laatste beschouwt Hildebrandt als de echte toegevoegde waarde. Een toegevoegde waarde die ook in geld uit te drukken kan zijn. Als je informatie toevertrouwd aan databases en die gaan er mee aan de slag, bewerken, verwerken, orderenen, sorteren, manipuleren, dan zie je informatie (resultaten) terugkomen die je er niet in hebt gestopt. Of, misschien beter, je hebt de informatie er om een andere reden ingestopt.
Simpel voorbeeld: de registratie van geboorten in Nederland heeft niet tot doel een ontwikkeling in het gebruik van voornamen weer te geven, maar het kan wel. Of, bedreigender: het waterverbruik kan aangeven of iemand alleen woont, een pand wel echt bewoond wordt, of iemand samen met anderen woont. Dat kan onderzoek naar fraude bij uitkeringen onderbouwen. Maar daarvoor wordt het waterverbuik niet bijgehouden door de leveranciers. Overigens zijn er wel wettelijke beperkingen in het ongebreideld gebruiken van dit soort data.

De enige reden om computers met het analyseren van gegevens aan te gang te laten gaan is: het moet onvoorspelbare resultaten opleveren. Als het namelijk voorspelbare resultaten oplevert, dan had je het ook zelf kunnen doen. Of zelf kunnen programmeren. Dat is de volgende stap om het maximale uit digitale gegevens te halen. Er moet software komen die er in slaagt om werkelijk zelf te leren, zichzelf aan te passen om nog beter te leren en daarmee nog beter in staat te zijn om relevante, onverwachte antwoorden op vragen te leveren.

In zekere zin gebeurt dat al op grote schaal. Onlangs was de cookiewet (eigenlijk de nieuwe Telecommunicatiewet) in het nieuws. Cookies zijn instrumenten om gegevens, anoniem of niet, te verzamelen over surfgedrag van internetgebruikers. Soms ben je verbaasd als je op een website een reclamebanner ziet van iets waar je onlangs naar opzoek bent geweest of hebt aangeschaft. Door ons klikgedrag willen we helemaal niet dat duidelijk wordt waar onze voorkeuren naar uitgaan, soms hebben we dat zelf niet eens in de gaten, maar het gebeurt wel. Elke seconde van de dag.
Vergelijkbaar met het digitale spoor dat je dagelijks achterlaat via betaalautomaten in allerlei winkels en instellingen. Of via de telefoonstations die je signaal telkens oppikken. Of je navigatiesysteem in de auto. Of via Facebook of 4square.

Die berg aan data is handelswaar. Voor adverteerders interessant en voor opsporingsdiensten ook.

Al deze persoonlijke data gaat in verkeerde handen interfereren met onze toegang tot informatie. Zoekmachines zijn daarvan een prima voorbeeld. Google is zo'n mastodont met petabytes in het kwadraat aan digitale informatie. Wie zegt ons dat die informatie de zoekresultaten niet beïnvloedt? Alle zoekinterfaces manipuleren (beïnvloeden) de gestelde vragen. Dat kan zijn door heel specifieke invulvensters aan te bieden, of door slimme snelle algoritmes die op de achtergrond draaien en waar we geen zicht op hebben. Niet op het aantal en niet op wat ze precies doen.

Interessante vraag voor archiefselectie: moeten we nog wel selecteren? De vernietigde informatie kan door middel van de juiste vragen en de juiste software misschien antwoorden geven die in de toekomst van belang kunnen zijn.

Volgens mij is het bovenstaande niet bepaald samenhangend. Teruglezend geloof ik ook dat er misschien wel meer van mezelf inzit dan van wat Mireille Hildebrandt ons vertelde. Het was in ieder geval, dat staat wel vast, food for thought!

Link naar de presentatie van Mireille Hildebrandt op de slideshare van de KVAN.

maandag 18 juni 2012

Ik lek, dus ik besta - #KVAN12 (deel 1)

Vorige week maandag, 11 juni, begonnen de jaarlijkse tweedaagse studiedagen voor archivarissen en aanverwanten in Nederland. Plaats van handeling was deze keer het mooie Middelburg. Het Zeeuws Archief nam de honneurs waar. Prima geregeld allemaal samen met een groot team vanuit de KVAN. Er waren ook enkele minpuntjes maar daar ga ik het deze keer eens niet over hebben. Misschien later nog ;).

De maandagochtend keynote kwam voor rekening van Stine Jensen. Haar naam kende ik wel en hoewel ze colums schrijft in "mijn" krant, heb ik er waarschijnlijk nooit een gelezen. Didn't ring a bell.

Ze begon haar presentatie getiteld Privédomein of profiel: heeft er nog iemand behoefte aan privacy? met enkele vragen aan de zaal. Vragen over geld, gezondheid (ziekte) en sexualiteit. Inpertinente vragen waar we in gesprekken meestal snel de grenzen bereiken van wat we kwijt willen, zeker aan volstrekte vreemden.

Ze betoogde dat privacy is verschoven van een plaats (de privacy van je eigen huis) naar een kwestie van regie: wie mag welke dingen naar buiten brengen. Zijn we baas over onze eigen informatie en kunnen we dat ook blijven?

In de 17de eeuw filsofeerde Descartes over zijn menszijn en kwam tot de slotsom: Cogito Ergo Sum (ik denk, dus ik ben). Descartes ging uit van het principe van de methodische twijfel. De mens als twijfelkont om daarmee te beredeneren dat de mens er wel degelijk is.
In het huidige tijdsgewricht lijkt het omgekeerde aan de hand. Er worden op grote schaal met grote stelligheid waarheden te berde gebracht. Waar of niet is niet relevant, we spreken ons uit: uitgesproken. Een nieuw soort manifestatiedrang. Twijfel is minder aantrekkelijk geworden. Is dit de nieuwe openheid waar we allemaal beter van worden? Of moeten we toch wat meer onze ongezouten mening voor ons houden?

In de huidige samenleving kun je voor het woord "denk" ook andere werkwoorden invullen. De meest aansprekende vond ik wel: Ik lek, dus ik ben.
Je kunt dan meteen aan allerlei politieke machinaties denken waar "lekken" soms een hele functionele rol heeft in het kabinetvormingsproces of andere onderhandelingssituaties, maar hier gaat het om het (voortdurend) lekken van persoonlijke informatie. Over het algemeen geven we op social media veel prijs over hoe we ons voelen.

Waarom lekken we persoonlijke informatie? Dat heeft volgens Jensen een evolutionare oorsprong. Heel basaal gaat het om opvallen, een partner zoeken, en informatie over vijanden verkrijgen. Maar ook erbij horen, macht, ijdelheid, vriendschap en aandacht. Je laat er ook door weten dat je leeft, dat je er bent, dat je gezien en gehoord wilt worden. En het biedt ook nog eens de nodige ontspanning.
Daarom zijn we minder op ons hoede met het plaatsen van privézaken op onze Facebookpagina en tegelijkertijd heel alert als het gaat om het afgeven van vingerafdrukken aan de overheid. Contradictie maar werkelijkheid. In het eerste geval hebben we namelijk zelf de regie over wat we wel of niet plaatsen. In het tweede geval geven we de regie uit handen.
Daar zijn natuurlijk ook kanttekeningen bij te plaatsen want wat je op Facebook plaatst is niet zomaar verwijderd als je daar zelf achteraf voor kiest. Maar daar zijn we ons niet altijd even bewust van.

Een ander opmerkelijk feit is dat Amerikaans onderzoek heeft uitgewezen dat het aantal echte vrienden terugloopt. Tegelijkertijd breiden we online onze vriendenkring bijna dagelijks uit. Dat tweede is leuk, maar het eerste is slecht voor de samenleving. Dat betekent namelijk dat we minder mensen hebben in onze omgeving die we (kunnen) vertrouwen en waar we op terug kunnen vallen. De coherentie in de samenleving neemt daardoor af.

Persoonlijke informatie kun je ook bestempelen als intiem kapitaal. Intiem kapitaal is verhandelbare persoonlijke informatie. Die informatie bevat herkenbare gevoelens en gebeurtenissen voor iedereen. Daarom kun je intiem kapitaal kwalificeren als: het democratiseert, het verbindt mensen, het is herkenbaar en identificeerbaar.

Tenslotte gaf Stine Jensen ons nog een wijze raad mee: zorg dat je wikileaksproof bent! Lek wat je wilt, maar zorg ervoor dat je zelf of anderen er geen schade van ondervinden. Ook niet in de toekomst.

Ik vond het een heel informatieve keynote die goede vraagtekens zette bij wat we dagelijks online doen, dat ook kon verklaren en tegelijkertijd wees Jensen helemaal niet met haar vingertje.

Link naar deze presentatie op slideshare van de KVAN.

donderdag 9 juni 2011

KVAN dagen 2011

Dit is een heel lang verhaal geworden. Voor wie op zoek is naar de nuance. Lees dit niet.
Wie een persoonlijk verhaal wil lezen over twee verrukkelijke dagen: pak een kop koffie en ga er even lekker voor zitten. Ik waardeer elke commentaar op deze uitgebreide verhandeling.

Op 6 en 7 juni waren de jaarlijkse KVAN dagen. Dit keer als thema: Archieven in het veld. Een paar honderd archivarissen togen naar Leeuwarden waar in het prachtige decor van die historische stad de verschillende presentaties en andere activiteiten plaats vonden. Er heerst altijd een hele prettige sfeer tijdens deze studiedagen en je komt er altijd weer oude bekenden en nieuwe gezichten tegen. Daarom alleen al is het de moeite waard om de KVAN dagen te bezoeken.
Er waren 3 lokaties: de Fryske Akademy, Tresoar en Historisch Centrum Leeuwarden. Het mooie weer maakte de verplaatsingen tot genoeglijke onderbrekingen.
De programmacommissie had er een goed gevuld programma van gemaakt. Het grote aanbod van presentaties vooraf maakte een keuze noodzakelijk die maar net iets meer dan de helft van de enthousiaste indieners tevreden kon stellen. Het leven is kiezen, dat weten we allemaal.

Wat mij betreft, en dat heb ik ook aan de commissie teruggegeven, vond ik het programma heel eenzijdig gericht op de eigen navel. De klant was totaal niet in beeld. Opvallend waren een paar observaties van deelnemers die van buiten het archiefveld komen, maar er wel werken of veel contact mee hebben. De ene zei letterlijk: op studiedagen als deze blijven we elkaar vooral vertellen en uitleggen wat het probleem is en komen niet of nauwelijks met oplossingen. Elkaar lekker bevestigen. De bekende weg nog een keer aflopen. Dat is vertrouwd en veilig. De andere zei dat het vooral over onszelf ging. Tja.

Natuurlijk kan ik niet voor alle sessies spreken, want mijn fysieke zijn maakt het onmogelijk om meerdere sessies tegelijk bij te wonen. Dus heb ik het meeste wat er verteld is gemist. Jammer. De volgende keer moet ik misschien de hulp inroepen van Sint Laurentius die de KVAN dagen met een bezoek vereerde. Helaas heb ik zijn verschijning gemist. Heeft iemand anders hem misschien wel waargenomen?

Wat heb ik wel gezien en gehoord.
De keynotes van dag 1 konden mij niet boeien. Bert Looper kon ik niet volgen en Kester Freriks betrapte ik op heel veel onschuld en naïviteit. Wildernis zoeken in Nederland en dan verbaasd zijn dat je het niet vindt. Hier komt misschien mijn derde-graads aardrijkskundeopleiding om de hoek kijken. Nederland kent geen natuurlandschap meer, alleen maar cultuurlandschap. Hoe hard we ons best ook doen, dat komt niet meer terug, behalve als de zee het land weer terugwint. Alle goede bedoelingen van de natuurliefhebbers en -reactionairen ten spijt.

De KVAN in het veld. Fred van Kan presenteerde de laatste versie van het beleidsplan van de KVAN. Allereerst verdient de KVAN een groot compliment omdat ze de discussie over dit beleidsplan voor een belangrijk deel ook via de Archief 2.0 community hebben gevoerd. Wat ik dan toch teleurstellend vond was dat de sessie vooral over formuleringen, punten, komma's en hoogdravende zinswendingen ging terwijl het activiteitenplan er nog even aan het eind doorgejast werd. Ik blijf eigenwijs en overtuigd van het feit dat je wordt beoordeeld op wat je doet en niet hoe mooi je jezelf voor het voetlicht brengt. Het gaat om de inhoud en niet om de vorm. Om die reden zal ik het nooit ver schoppen in bestuurlijk Nederland.

Daarna het project van Stadsarchief Amsterdam en een 17-tal deelnemers met crowdsourcing als instrument en militieregisters als content. Een geweldig initiatief dat ik met grote interesse blijf volgen. De potentie van de webtool velehanden.nl is volgens mij groot en ik hoop dan ook van harte dat dit tot een goede standaard zal leiden waar we allemaal dankbaar gebruik van gaan maken.

Als laatste op dag 1 de nieuwe webtool fotoleren.nl die Boudewijn Ridder van RAAF projecten en Fotomuseum Rotterdam presenteerde. Hier kwam de grootste teleurstelling van de 2 dagen voorbij toen de meerderheid van de zaal zich ontpopte als dominee/pastoor/schoolmeester/vingerheffer door tot hoogste doel te verklaren: de bezoeker wijzer maken. WTF??? Bij dat soort van constateringen wil ik heel hard weglopen en een ander beroep gaan kiezen. Uitermate treurig. Participatie is da bomb! En niets anders. Schaam je.
Over de webtool heb ik niet zoveel te zeggen. We hebben er als Regionaal Archief Tilburg een bijdrage aan geleverd, maar beschouwen het niet als een instrument dat zo bij archieven te gebruiken is. Maar wie weet wat er nog mogelijk is. De blogpost van Petra Robben op Archief 2.0 kan iedereen er nog eens op nalezen. Zij betoogde samen met Anneke van Waarden-Koets van het Zeeuws Archief tijdens hun presentatie dat Educatie een KERNTAAK is van archieven. Dat is andere koffie.

Daarna een voortreffelijk en heel gezellig diner gehad in de Koperen Tuin. Prachtige afsluiting van dag 1.

Dag 2 begon met een keynote van Goffe Jensma die ontnuchterend eerlijk was en heel erg bij de tijd met zijn verhaal over de betekenis van archieven in het digitale tijdperk. Altijd weer grappig om te zien dat de archivarissen snel vanuit de reflex gaan reageren. Niet alles is digitaal. Nee, zei Jensma, dat snapte hij ook, maar dat vormde geen belemmering om toch onderzoek voor een groot deel online te gaan doen. Maar de archivaris bepaalt wat je als onderzoeker wel of niet te zien krijgt, op basis van acquisitie, op basis van wat er wel of niet op welke wijze toegankelijk is. Daar zat Jensma niet zo mee. Hij realiseerde zich dat.
En dat is een harde werkelijkheid waar wij moeilijk mee om kunnen gaan. De volledigheid en perfectie die wij nastreven is voor de meeste van onze klanten niet het hoogste doel. Dus waarom zou dat wel voor ons moeten gelden?
Overigens had Jensma het ook over de romantiek van het archiefonderzoek. Zo zei hij onder andere, en welke archiefonderzoeker herkent dat niet: Het mooie aan een archief is dat je in alle rust kunt vinden wat je niet zoekt. Dat raakte mij in het hart.
Hij voorzag dat alle archieven gedigitaliseerd gaan worden (onder het motto: als het niet digitaal is, dan bestaat het niet) en dat het archief als plaats van onderzoek zal verdwijnen. Overigens betreurde hij dat wel om de hiervoor genoemde reden.
Pikant detail: als reactie op opmerkingen uit de zaal dat archivarissen bepalen wat er wel en niet digitaal beschikbaar komt wees Ellen Fleurbaay fijntjes op de scanning on demand projecten waar onderzoekers zelf kunnen aangeven wat ze digitaal willen hebben. Ook daar zitten archivarissen niet meer aan de knoppen. We voeren achterhoedegevechten.

Daarna ben ik gaan luisteren naar het imago-offensief van BRAIN voor de archieven in Nederland. Ik blijf me verbazen dat hier zo'n grote urgentie voor wordt gevoeld dat er een bak met geld voor is. Volgens mij zouden we onze speren ergens anders op moeten richten. Goed. DNA: De Nederlandse Archieven. Dat moet het merk worden dat we als archieven in Nederland in de markt gaan zetten om beter zichtbaar te worden voor de burgers.
Volgens mij is dat hele project en de redenatie boterzacht en in dit warme weer blijf er niet meer van over dan een kleverig plasje. We richten ons op dichtbij een persoonlijk en richten daartoe een portal in. HUH?
Hier gaat mijn broek tot over de enkels naar beneden. Een portal is het toppunt van abstractie. En in het portal (met ALLE archieven van Nederland)  moet je dan op zoek gaan naar je persoonlijke geschiedenis, het feitje dat je wilt zoeken...
Ik wil er verder geen woorden meer aan vuil maken. We gaan een merk in de markt zetten waar niemand zich in herkent, vooral de Nederlandse archieven niet, en hoe dat ons imago gaat opkrikken is mij helemaal niet duidelijk. Maar goed. Ook hiervoor geldt misschien dat mijn verstandelijke vermogens tekort schieten omdat ik niet ben ingewijd in de geheimen van de marketeer. Misschien ook omdat ik weiger een archief als handelswaar te zien dat zich moet prostitueren om zichtbaar te worden.
Pluspunt: ze gaan zich niet richten op Nederlanders onder de 25 jaar. Dat is in ieder geval een keuze die ik van harte ondersteun. Ik verwijs daarvoor ook naar mijn volgende column in het Archievenblad.

Vervolgens luisterde ik naar het verhaal over Kwaliteitscontrole en validatie van gedigitaliseerd archiefmateriaal. Dat was op verzoek van een collega. Ik heb die sessie met mijn Flip opgenomen en bij Archief 2.0 en Youtube online gezet. Een aanrader voor wie met digitaliseringsprojecten aan de gang gaat. 3 presentaties die elkaar mooi aanvulden.
Gebruik de kennis die met name het Stadsarchief Amsterdam in de persoon van Marc Holtman heeft opgedaan. De vragen die in deze sessie aan de orde komen hebben allemaal waarde en verdienen een antwoord voor je dozen archief voor digitalisering wegstuurt. De sessie was heel goed bezocht en inhoudelijk sterk. Echt informatie waar je verder mee kunt.
Opmerkelijk feit: functionele "slides from hell" gezien. Meer weten? Kijk naar het filmpje met het verhaal van Ingmar Koch.

Tenslotte Wiki Loves Archives. Opnieuw 3 presentaties in één. Overzichtelijk en inspirerend. Als archieven moeten we daar mee aan de slag. De eerste geluiden om er een speel- en deelsessie van te maken van Archief 2.0 zijn al via Twitter te lezen geweest. Het BHIC heeft er al behoorlijk wat ervaring mee en Wikimedia wil graag meewerken. In de sessie kwam ook duidelijk naar voren dat foto's en video in Wikipedia plaatsen veel extra gebruik oplevert. Er zijn eigenlijk alleen maar winnaars. Jammer dat er zo weinig mensen hier kwamen luisteren.

Tips voor de volgende keer: meer aandacht voor de klanten, voor de social media, meer ruimte voor spontane sessies zoals Ernest Verhees die wilde, en : laten we elkaar eens vertellen welke mislukkingen we op onze naam hebben staan. Van fouten leren we het meest toch? Meer aandacht voor oplossingen en minder constateringen. Kunnen we niet als eindproduct een werkagenda opleveren na de studiedagen? Ik roep maar wat.

De presentaties van de KVAN-dagen 2011 zijn te bekijken via de twitterwall, door onderaan de pagina het juiste dagdeel op te zoeken en te klikken op de titel van de lezing.

Tot slot wil ik niet de indruk wekken dat deze dagen niets hebben opgeleverd. Ik, en velen met mij, hebben zich prima geamuseerd, nieuwe dingen geleerd en gehoord. KVAN en organisatie: bedankt. Ook voor het laatste maal met deel van de organisatie in zonnig Leeuwarden. 

En de reis met free wifi in de trein leverde meteen weer het volgende initiatief op. Heerlijk om omringd te zijn met mensen die bruisen van ideeën en er ook meteen werk van maken. Zonder eerst over de missie na te denken ;) Heerlijk! Prima gefaciliteerd door de NS.

donderdag 17 juni 2010

Kleur bekennen

Op de KVAN-studiedagen van 14 en 15 juni 2010  werd de tweede keynote gehouden door Léon de Caluwé. Hij is gespecialiseerd in veranderkunde. Ieder zijn vak.

Hij vertelde over kleuren. Die kleuren kon je ook zien als planeten die een bepaald soort managers, medewerkers vertegenwoordigen. Zoals mannen van Mars komen en vrouwen van Venus, zo komen verschillende typen leiders, managers, en medewerkers van heel verschillende planeten en snappen niet zo veel van elkaar. Dat kan tot botsingen leiden, onbegrip en onwerkbare situaties. Hij waarschuwde dan ook vooraf dat sommige van zijn prikkelende uitspraken irritatie op konden wekken. Als dat zo was, dan sprak hij over jouw kleur, jouw planeet. Want kritiek op ons zelf, daar zijn we niet goed in, van welke planeet we ook komen.




Het hele concept sprak mij bijzonder aan en vandaag hoorde ik nog een verhaal van iemand die vertelde dat het lezen van het boek van de Caluwé (Leren veranderen) hem tot het inzicht had gebracht dat hij op zijn toenmalige werkplek niet goed zat. Omdat hij een geheel ander type was dan zijn collega's. Zo kan een theorie je soms duidelijk maken waarom je niet op je plek zit. Time for a change!

Het verhaal van De Caluwé vond ik bijzonder leuk, geestig verteld, maar vooral ook herkenbaar. Het goede aan dit verhaal was ook, dat het zo herkenbaar bleek te zijn, dat de hele verdere dag bij diverse presentaties de kleuren weer terug kwamen. Blauw gedrag, of Geel gedrag. Van de andere kant waren de kleuren neutraal, geen verkeerde connotatie zoals je wel kunt krijgen als je typen mensen gaat vergelijken met b.v. dieren.
Joost van Koutrik gaf via Twitter zijn heel kort samengevatte weergave van de kleuren:


Lian wees me op een website waar je kunt testen welke kleurcode je zelf hebt. Interessant. Wat bleek: ik ben een kameleon. Ik heb geen dominante kleur en geen kleur die er niet toe doet. In managementtermen betekent dat blijkbaar dat ik nog kleur moet bekennen.

Dat kan dan best zijn, maar volgens mij heeft een kameleon zijn ook voordelen. :)

Je eigen kleurschakering leren kennen? Test!

Laat even weten wat er uit is gekomen. Dan kan ik daar bij een volgende ontmoeting rekening mee houden! Dat is namelijk een heel mooi bijkomend voordeel. Als je weet wat de ander voor type is, dan kun je wat termen in een gesprek gebruiken waar die kleur zich lekker bij voelt. Dat praat een stuk prettiger.

Hier mijn kleurenspectrum. Succes ermee!

dinsdag 20 april 2010

Archief 2.0: niet voor lurkers

Wat?
Gisteren is de community Archief 2.0 begonnen met een campagne om zoveel mogelijk leden in beweging te krijgen richting Kerkrade. Voor het begin van de KVAN studiedagen houden we met de communityleden een pre-conference om de toekomst van de community te bespreken.

Waarom?
Niet omdat de groei eruit is! Archief 2.0 groeit als kool. Gezien de groei van het aantal leden is er blijkbaar behoefte aan een dergelijk online platform. Het is goed om de puntjes weer eens op de "i" te zetten. Tijd voor real time feedback van de achterban!

Waarover?
Waar gaan we het over hebben met elkaar? Een heleboel vragen borrelen op: wat verwachten de leden van de community, komen die verwachtingen uit? Wat verwacht de community van hen? Hoe krijgen we meer dynamiek binnen de community, meer leden die actief deelnemen? Zijn er soms meer irl-activiteiten nodig en wat te denken van allerlei 1.0-onderwerpen die in de community plaatsvinden?

Wie?
Iedereen die Archief 2.0 een warm hart toedraagt. Onderwerpen genoeg om eens een hartig woordje met elkaar te wisselen. Doe mee, praat mee, bepaal mee. Gezellig community zijn. Heb je zelf nog onderwerpen die je aan de orde wilt brengen? Dat kan natuurlijk ook. Plaats ze in het forum of in blogposts in de communitywebsite. Discussieer mee online.

Poll mee met de polls die vanaf nu wekelijks op de homepage van de community verschijnen. Kom naar de pre-conference, niet om te luisteren, maar om mee te praten! Archief 2.0 gaat over meedoen, deelnemen.
Laat je stem horen.

Wanneer?
Maandag 14 juni 2010 van 10u - 12u.

Waar?
In Kerkrade dus, in de gebouwen van Rolduc.
Aanmelden kan via de KVAN: www.kvan.nl/studiedagen.php.
Als je verder niet aan de KVAN dagen deelneemt, stuur dan een e-mail naar archief20@gmail.com.