Op 21 augustus 2011 ben ik begonnen met het spelen op het online spel Grepolis. Het is een zogenaamd MMO game: Massively Multiplayer Online Game. Hoe massive, dat weet ik niet. Ik ben er gewoon mee begonnen omdat het zich in de Griekse, dus historische, wereld afspeelde en omdat ik herhaaldelijk online reclame tegenkwam over dat spel.
Het begon erg rustig. Het spel bestaat namelijk vooral uit veel wachten tot gebouwen, soldaten, boten e.d. klaar zijn. Dat kan oplopen tot 10 uur per gebouw. Dus in het begin verken je wat. Je start op een eiland, meestal met een aantal andere beginnelingen. Een groot deel probeert het even en haakt dan af. Rondkijkend op de hulppagina's zag ik dat je wel kon uitbreiden, meerdere steden kon hebben, door overname (oorlog dus) of kolonisatie. Één extra stad kreeg je voor niets. Elke volgende stad moest je verdienen door oorlog te voeren met anderen en zo punten te verzamelen.
Dit spel gaat vooral over online samenwerken. De meeste spelers kennen elkaar niet. Er zijn ook clubs die elkaar van andere spellen kennen en zo van spel naar spel hoppen. Je begint anoniem en alleen aan het spel. Ik vind dat altijd heel prettig. Niet teveel interactie, vooral ook omdat dat veel tijd kost.
Als je groeit en je krijgt er nog een tweede stad bij wordt je interessant voor de agressievere spelers. Die willen winnen. Ik wilde vooral ontdekken hoe ik rustig aan verder kon komen, zonder al te veel agressie en veroveringsdrang. Maar met die mentaliteit win je geen spellen met anderen. Die anderen laten je namelijk niet met rust. Je wordt een bedreiging aan de ene kant en een aantrekkelijke prooi aan de andere kant. Hoe dan ook: er gaan (online) klappen vallen. Eerst krijg je verzoeken van allianties om je bij hen aan te sluiten. Daar had ik aanvankelijk geen zin in. Ik wilde lekker blijven rommelen in mijn eigen wereldje.
Zo kwam ik in aanraking met speler WolfHowl die mij berichtjes ging sturen. Onschuldig. Tot hij ineens de aanval koos. Ik was nergens op voorbereid. Een aanval is meestal een reis van eiland naar eiland en duurt minimaal een paar uur, dus als je het tijdig merkt kun je er wat aan doen. Maar ik had geen idee. Bovendien was ik niet de hele tijd online, dus de aanvallen waren al geweest voor ik er erg in had. Hij was lid van een alliantie en ik kreeg vervolgens aanvallen van een ander lid op mijn dak. Het zag er naar uit dat ik snel uitgespeeld zou zijn. Maar een wijze les die ik ooit in mijn oren heb geknoopt: If you can't beat them, join them! Dus ik werd lid van de alliantie Odyssee.
Lid zijn van een alliantie brengt verplichtingen met zich mee. Die kunnen nogal variëren, maar regelmatig online zijn en elkaar helpen bij aanval en verdediging is wel een basisvoorwaarde. Een alliantie wordt geleid door een Senaat van een mannetje of zes. Ieder met eigen taken. Ik ben geen lid van de senaat geweest, nogmaals, ik heb beperkte tijd!, maar ik heb hun werk wel waargenomen. Dat bestond voor een groot deel uit diplomatie en spionage. En communicatie. Via forum en rondschrijven. Het is een wonderlijke wereld.
In mijn alliantie was ik de oudste. Er was nog een 50tiger, nog een paar 40tigers, maar de meeste waren tussen de 20 en 40. Een enkeling was nog tiener. De jongste die ik ben tegengekomen was 11. Grappig: dat maakt helemaal niets uit. Je hebt geen idee wie de ander is en dat doet er ook helemaal niet toe, als die je maar helpt of tijdig informeert. De senaatsleden, daar had je het vaakst contact mee. Logisch.
Binnen een alliantie gelden scherpe regels. Althans in die waar ik lid van was. Als je te vaak tegen de regels inging dan kwam je op de zwarte lijst en werd je overgenomen. Je steden werden aangevallen en je kreeg geen ondersteuning meer. Als je stopte was dat hetzelfde. Voor een alliantie is het van belang dat de steden in bezit blijven en niet in vreemde handen overgaan. Dat verzwakt je positie. Zo groeide ik lekker door.
De diplomatie leidde er toe dat allianties gingen fuseren. Zo kon je als alliantie groeien en sterker worden in de verschillende oceanen waar je steden en spelers had. Ik had het geluk bij een heel goede groep spelers te zitten die er in slaagden om uiteindelijk de 3de alliantie van de verschillende oceanen te worden door fusies. Door gezamenlijke acties tegen verklaarde vijanden die soms dagenlang duurden konden we uiteindelijk de grootste alliantie worden.
Dat was belangrijk omdat het spel uiteidelijk een eindfase kreeg in de vorm van acht wereldwonderen. Als je als alliantie een eiland helemaal bezat, dwz alle 20 steden waren in bezit van leden van één alliantie, dan kon je daar een wereldwonder gaan bouwen. Eerlijk is eerlijk: iets saaiers bestaat niet. Het is een race om zo snel mogelijk grondstoffen op een bepaald eiland te krijgen. Als je vier wereldwonderen in bezit hebt als alliantie dan heb je gewonnen. Het duurde een week of twee om zo'n wonder te voltooien.
Inmiddels was ik doorgedrongen tot de 100 beste spelers van de wereld waarin ik opereerde: Kappa. Ik was baas van 57 steden en mijn bijdrage in de grondstoffen aanvoer en het in bezit krijgen en houden van die steden was belangrijk. Maar het bijhouden van alle produktie en bewegingen kostte wel veel tijd.
Uiteindelijk hebben we gewonnen. De alliantie Crusaders kreeg vier wereldwonderen in handen en daarmee waren we glorieus winnaar. Een mooi moment om mijn steden aan anderen over te dragen en er mee te stoppen. Over een week leg ik de pannen erop. Tot die tijd help ik mijn alliantiegenoten om steden van me over te nemen en daarna vallen ze ten prooi aan iedereen die een spookstad wil veroveren.
Het was leuk om te doen, verslavend ook in zekere zin, maar nu is er weer tijd om andere dingen te doen!


