Iedereen heeft er wel eens last van: opruimen. In vroeger tijden was het een noodzakelijke actie die het voorjaar met zich mee bracht. Het huis uitmesten (vaak letterlijk) de strozakken verversen, het ongedierte verjagen en alles eens goed schrobben en boenen. Een opgeruimd huis.
In de vrije dagen die ik had rond kerst en nieuwjaar kwam het opruimen van de zolderkast aan de beurt. Dat was nodig omdat je daar steeds meer onnutte objecten in legt, zet of gooit waar je niet goed van weet of ze nog het bewaren waard zijn. Een kritische blik kan dan een heleboel opleveren aan ruimte. Ruimte die je vervolgens weer kunt vullen met... nou ja, de lezer snapt het vast.
Er kwam een doos tevoorschijn met fotoalbums. Dat triggerde een sluimerende behoefte om de foto's die ik in de loop der jaren uit familie erfenissen in bezit had gekregen eens te ordenen. Ik had nog wat vrije dagen voor de boeg, dus het kwarwei werd ter hand genomen. Het doorvlooien van fotoalbums, dozen met enveloppen met foto's, losse foto's en nog wat paperassen. Tijdrovende bezigheid om dat te selecteren. Uiteindelijk kwam ik er dan toch doorheen. Inmiddels zijn er vele foto's al met de papierbak verdwenen. De negatieven zitten netjes in mappen en de foto's die nog niet meteen weg konden zitten weer in dozen. Die moeten nog in enveloppen, want los in de doos is geen optie. Inmiddels ben ik er al weer twee weekenden zoet mee geweest tussen andere activiteiten door.
Het levert ook veel op, vooral prachtig oud fotomateriaal van mijn vader en het gezin waar hij in opgroeide. Zijn drie ongetrouwde zusters hebben goed voor die oude spullen gezorgd en dat is nu een rijke bron van familiebeelden. Het ordenen gaat door. Op de een of andere manier wil ik dat gaan vastleggen. Geïllustreerde familiegschiedenis. De ordening en selectie is daar voorwaarde voor omdat ik nu pas kan zeggen dat ik alles bij elkaar heb van één persoon. Daarvoor was dat niet zeker en dat was dan meteen een excuus om me er niet mee bezig te houden.
Dat is dan toch de archivaris in mij. Maar ook de onderzoeker en publicist die graag vertelt over wat hij tegen is gekomen en ook op zoek wil naar meer passende informatie. Iets leukers is er eigenlijk niet...
De lezer van dit weblog kan daarom de komende tijd familieposts verwachten. Een belofte als deze dwingt me om er ook echt werk van te maken.
[De foto is een pareltje dat te voorschijn is gekomen. Het zijn de vader en moeder van mijn moeder. Een prachtige foto die heel naturel is ondanks dat ze echt poseerden. Wel in hun dagelijkse "kloffie". Helaas niet gedateerd. Ergens in de jaren 60.]
maandag 9 januari 2012
Mooi mooi mooi
Mijn laatste dag vakantie vandaag. Rommelen, afkicken en opstarten.
Dit nummer speelt daarbij steeds door mijn hoofd. Wat is dat toch? Geen idee, maar wat wel een feit is: deze uitvoering is subliem. Prachtige vertolking in gezamenlijkheid. Samenwerken is in veel opzichten een stokpaardje van me en op de een of andere manier komt dat in dit filmpje zo goed tot uitdrukking. Hoe samenwerken een geweldig produkt kan opleveren.
Cover door Walk off the Earth (ook op Facebook).
Petje af voor deze vijf mensen.
Op hun YouTubekanaal staat nog veel meer moois trouwens. Covers maar ook eigen werk.
Nog eentje om het af te leren!
Dit nummer speelt daarbij steeds door mijn hoofd. Wat is dat toch? Geen idee, maar wat wel een feit is: deze uitvoering is subliem. Prachtige vertolking in gezamenlijkheid. Samenwerken is in veel opzichten een stokpaardje van me en op de een of andere manier komt dat in dit filmpje zo goed tot uitdrukking. Hoe samenwerken een geweldig produkt kan opleveren.
Cover door Walk off the Earth (ook op Facebook).
Petje af voor deze vijf mensen.
Op hun YouTubekanaal staat nog veel meer moois trouwens. Covers maar ook eigen werk.
Nog eentje om het af te leren!
woensdag 4 januari 2012
Bijzondere Romeinse munten
Ik verzamel munten. Dat is bij mij een behoorlijk passieve hobby, maar toch. Inmiddels heb ik een aanzienlijk collectie munten from all over the world. Ik heb er al eens een bescheiden blogpost aan gewijd. Vandaag werd ik getriggerd door deze tweet van Archelogie Online. De link leidde naar een artikel op de website over prostitutiemunten. Uit de Romeinse tijd. Pardon? Prostitutiemunten? De muntenverzamelaar in me werd wakker en actief. Ik ging op zoek naar meer informatie over deze bijzondere antieke munten. Het bleek dat ze spintria heetten en er is een wikipedialemma over. Allicht. Dat verbaasde me dan weer niet.
De zoektocht naar illustraties van deze munten leverde enkele fraaie exemplaren op en ook winkels die behoorlijk gladde, mooie exemplaren kunnen leveren. Ik voelde een new-age rage aankomen. Daar heb ik me verder niet in verdiept.
Dat de Romeinen bordelen hadden is bekend, wegwijzers in de vorm van penissen die in de richting van het bordeel wezen heb ik met eigen ogen gezien, volgens mij in de Romeinse stad Dougga in Tunesië. Ergens ligt er nog een foto van.
Maar munten waarmee je de daad die er op staat afgebeeld betaalde? Als je de teksten goed leest proef je ook de twijfel nog over de betekenis van deze munten. Waren het echt munten, werden ze daadwerkelijk gebruikt voor betaling van prostituees? Was het "speelgeld", maar dan in een andere betekenis?
Het blijft een curieuze vondst. Mooi verzamelobject ook. Een serie met alle variaties bij elkaar krijgen en ook nog met verschillende scenes voor dezelfde waarde. Was het oudste beroep ter wereld aan inflatie onderhevig? Wisselkoersen? Concurrentie tussen verschillende bordeelhouders? Kon je deze munten kopen bij een stalletje zoals je nu munten moet kopen voor eten en drinken bij festivals en zo? Er valt nog zoveel te ontdekken!
Rare jongens die Romeinen.
Overigens zijn er ook van later datum nog dergelijke spintria's bekend. Uit de USA. Meer afbeeldingen kun je hier vinden.
[de foto linksboven is afkomstig van deze site. Of de afgebeelde exemplaren origineel Romeins zijn durf ik niet te zeggen, maar er zijn genoeg andere exemplaren te vinden online.]
De zoektocht naar illustraties van deze munten leverde enkele fraaie exemplaren op en ook winkels die behoorlijk gladde, mooie exemplaren kunnen leveren. Ik voelde een new-age rage aankomen. Daar heb ik me verder niet in verdiept.
Dat de Romeinen bordelen hadden is bekend, wegwijzers in de vorm van penissen die in de richting van het bordeel wezen heb ik met eigen ogen gezien, volgens mij in de Romeinse stad Dougga in Tunesië. Ergens ligt er nog een foto van.
Maar munten waarmee je de daad die er op staat afgebeeld betaalde? Als je de teksten goed leest proef je ook de twijfel nog over de betekenis van deze munten. Waren het echt munten, werden ze daadwerkelijk gebruikt voor betaling van prostituees? Was het "speelgeld", maar dan in een andere betekenis?
Het blijft een curieuze vondst. Mooi verzamelobject ook. Een serie met alle variaties bij elkaar krijgen en ook nog met verschillende scenes voor dezelfde waarde. Was het oudste beroep ter wereld aan inflatie onderhevig? Wisselkoersen? Concurrentie tussen verschillende bordeelhouders? Kon je deze munten kopen bij een stalletje zoals je nu munten moet kopen voor eten en drinken bij festivals en zo? Er valt nog zoveel te ontdekken!
Rare jongens die Romeinen.
Overigens zijn er ook van later datum nog dergelijke spintria's bekend. Uit de USA. Meer afbeeldingen kun je hier vinden.
[de foto linksboven is afkomstig van deze site. Of de afgebeelde exemplaren origineel Romeins zijn durf ik niet te zeggen, maar er zijn genoeg andere exemplaren te vinden online.]
Labels:
bordeel,
bordelen,
munten,
prostitutie,
Romeinen,
Romeins,
verzamelen
maandag 2 januari 2012
Leslie Forbes - De stilte van Rafaël
Na het lezen van Het raadsel van Botticelli dacht ik dat dit boek, dat ook over een schilder en een schilderij gaat, misschien net zo boeiend zou zijn. Niets is minder waar. Ik heb grote moeite moeten doen om het boek uit te lezen. Het is voor mij niet altijd duidelijk of dat te maken heeft met het fragmentarisch lezen, elke avond 1 of hooguit 2 hoofdstukken in bed, of dat het echt niet interessant genoeg is.
Voorlopig blijf ik van oordeel dat het verhaal domweg niet interessant genoeg was en de karakters niet aansprekend genoeg waren. Beetje suffe vrouw die als restauratrice van schilderijen in het Itialiaanse stadje Urbino terecht komt, met een cameraploeg waarvan de mooie, maar beetje domme presentatrice haar enorm ergert. Heel erg stereotiep.
Urbino is de geboorteplaats van de beroemde schilder Rafaël.
De Italiaanse familiebanden en een lastig omgaan met een geweldadig oorlogsverleden, het klasseverschil en een vrouw die als een relict uit de oorlog ergens als mol leeft. Ze heeft de naam van één van Rafaël's schilderijen gekregen: La Muta. Veel stilzwijgendheid over een gemeenschappelijk, niet zo fraai verleden. Allemaal ingrediënten die een verhaal ook buitengewoon boeiend kunnen maken en een heuse pageturner kunnen opleveren. Mij heeft dit boek nooit in de greep kunnen krijgen. Het bleef stuntelen, struikelen, tempoloos en toch ook fantasieloos. De laatste bladzijden heb ik niet helemaal afgelezen zo graag wilde ik dat ik het boek kon sluiten en aan een volgend kon beginnen.
Ben heel benieuwd of er mensen zijn die een warm gevoel van dit boek hebben gekregen. Wat mij betreft kun je beter een ander boek gaan lezen.
Voorlopig blijf ik van oordeel dat het verhaal domweg niet interessant genoeg was en de karakters niet aansprekend genoeg waren. Beetje suffe vrouw die als restauratrice van schilderijen in het Itialiaanse stadje Urbino terecht komt, met een cameraploeg waarvan de mooie, maar beetje domme presentatrice haar enorm ergert. Heel erg stereotiep.
Urbino is de geboorteplaats van de beroemde schilder Rafaël.
De Italiaanse familiebanden en een lastig omgaan met een geweldadig oorlogsverleden, het klasseverschil en een vrouw die als een relict uit de oorlog ergens als mol leeft. Ze heeft de naam van één van Rafaël's schilderijen gekregen: La Muta. Veel stilzwijgendheid over een gemeenschappelijk, niet zo fraai verleden. Allemaal ingrediënten die een verhaal ook buitengewoon boeiend kunnen maken en een heuse pageturner kunnen opleveren. Mij heeft dit boek nooit in de greep kunnen krijgen. Het bleef stuntelen, struikelen, tempoloos en toch ook fantasieloos. De laatste bladzijden heb ik niet helemaal afgelezen zo graag wilde ik dat ik het boek kon sluiten en aan een volgend kon beginnen.
Ben heel benieuwd of er mensen zijn die een warm gevoel van dit boek hebben gekregen. Wat mij betreft kun je beter een ander boek gaan lezen.
donderdag 15 december 2011
Einde van een tijdperk - of het begin ervan?
Vandaag heb ik een groots privé-project afgerond. Het heeft iets meer dan 5 jaar geduurd: de eerste foto's nam ik op 6 november 2006.
Aanvankelijk maakte ik transcripties volgens de good old skool methode: vrije dag, op bezoek in het archief en dan proberen zoveel mogelijk archiefstukken weg te werken. Liefst geen integrale transcripties, maar regesten en dan nog zo compact mogelijk. Eerst nog met pen en papier en toen bruin het kon trekken met een digitale typemachine: een tweedehands laptop van vriend Pieter. Ik heb het ding nog ergens boven staan. Wat een luxe. En wat een snelheid ook! Eerst typte ik vrolijk alles over van mijn handschrift in de computer thuis. Nu hoefde dat niet meer. Productieverhogende vooruitgang.
Weer later kwam het digitale fototoestel in beeld. Dat maakte weer heel nieuwe dingen mogelijk. Nu hoefde je niet meer op archieflokatie je stinkende best te doen zoveel mogelijk pagina's door te lezen, nu kon je ze fotograferen. Niet dat dat het er makkelijker op maakte. De stress werd zo mogelijk groter omdat je het gevoel had dat je nu nog optimaler moest profiteren van de gelegenheid. Hoe meer voorraad je digitaal schoot des te langer kon je thuis vooruit. Ook hier geldt: je ogen zijn altijd groter dan de tijd die je denkt nodig te hebben om het allemaal te verwerken.
Maar goed, op dit moment heb ik wel de totale voorraad van het Oisterwijks schepenprotocol (het "algemeen protocol" deel) op de harde schijf, de externe harde schijf en op mijn Flickraccount staan. Van inventarisnummer 143 (1418) tot en met inventarisnummer 418 (maart 1744) heb ik het digitaal voorhanden en deel ik het met de wereld. Dan spreken we over ruim 20.000 foto's van archiefstukken, registers met rechtshandelingen die ik nodig heb voor mijn onderzoek naar de middeleeuwse geschiedenis van Udenhout en de reconstructie van het grondbezit. Gebrek aan vrije tijd wordt goedgemaakt door deze nieuwe manier van informatieverwerving.
Dat is dan wel deel 1 van het hele project. Het transcriberen is een heel ander hoofdstuk, daar ben ik nog wel wat jaartjes mee zoet. Om maar te zwijgen over het koppelen van de inhoud van de transcripties met een digitale kaart en een digitaal genealogisch bestand. Eigenlijk is het ondoenlijk. Als je even nuchter van een afstand naar de omvang kijkt dan zal ieder weldenkend mens zeggen: Luud, jongen, stop er gewoon mee! Dat gaat niet lukken.
Gelukkig ben ik geen weldenkend mens. Op naar de volgende mijlpaal: een publicatie in 2017.
Aanvankelijk maakte ik transcripties volgens de good old skool methode: vrije dag, op bezoek in het archief en dan proberen zoveel mogelijk archiefstukken weg te werken. Liefst geen integrale transcripties, maar regesten en dan nog zo compact mogelijk. Eerst nog met pen en papier en toen bruin het kon trekken met een digitale typemachine: een tweedehands laptop van vriend Pieter. Ik heb het ding nog ergens boven staan. Wat een luxe. En wat een snelheid ook! Eerst typte ik vrolijk alles over van mijn handschrift in de computer thuis. Nu hoefde dat niet meer. Productieverhogende vooruitgang.
Weer later kwam het digitale fototoestel in beeld. Dat maakte weer heel nieuwe dingen mogelijk. Nu hoefde je niet meer op archieflokatie je stinkende best te doen zoveel mogelijk pagina's door te lezen, nu kon je ze fotograferen. Niet dat dat het er makkelijker op maakte. De stress werd zo mogelijk groter omdat je het gevoel had dat je nu nog optimaler moest profiteren van de gelegenheid. Hoe meer voorraad je digitaal schoot des te langer kon je thuis vooruit. Ook hier geldt: je ogen zijn altijd groter dan de tijd die je denkt nodig te hebben om het allemaal te verwerken.
Maar goed, op dit moment heb ik wel de totale voorraad van het Oisterwijks schepenprotocol (het "algemeen protocol" deel) op de harde schijf, de externe harde schijf en op mijn Flickraccount staan. Van inventarisnummer 143 (1418) tot en met inventarisnummer 418 (maart 1744) heb ik het digitaal voorhanden en deel ik het met de wereld. Dan spreken we over ruim 20.000 foto's van archiefstukken, registers met rechtshandelingen die ik nodig heb voor mijn onderzoek naar de middeleeuwse geschiedenis van Udenhout en de reconstructie van het grondbezit. Gebrek aan vrije tijd wordt goedgemaakt door deze nieuwe manier van informatieverwerving.
Dat is dan wel deel 1 van het hele project. Het transcriberen is een heel ander hoofdstuk, daar ben ik nog wel wat jaartjes mee zoet. Om maar te zwijgen over het koppelen van de inhoud van de transcripties met een digitale kaart en een digitaal genealogisch bestand. Eigenlijk is het ondoenlijk. Als je even nuchter van een afstand naar de omvang kijkt dan zal ieder weldenkend mens zeggen: Luud, jongen, stop er gewoon mee! Dat gaat niet lukken.
Gelukkig ben ik geen weldenkend mens. Op naar de volgende mijlpaal: een publicatie in 2017.
Labels:
camera,
digitaliseren,
lange adem,
Oisterwijk,
project,
protocol,
schepenbank,
Udenhout
Abonneren op:
Posts (Atom)




