woensdag 11 september 2013

Inspiratie uit presentaties - Erfgoedacademie Brabant


Afgelopen zaterdag was ik met veel anderen aanwezig bij de kennismaking met de Erfgoed Academie Brabant. Wat dat is? De Erfgoed Academie Brabant is het educatieve netwerkcentrum voor cultureel erfgoed, geschiedenis, identiteit, streektaal en volkscultuur in Noord-Brabant. Een hele mondvol dus. Allemaal buzzwords die de subsidiepotten doen rinkelen en de subsidieverstrekkers in katzwijm doen vallen. Dat is mooi als er maar iets uitkomt waar we wat aan hebben. Dat denk ik dan altijd. Eerst zien dan geloven, zo cynisch ben ik inmiddels wel geworden.

De middag bij de Universiteit van Tilburg (Tilburg University zo je wilt) gaf een aantal mooie presentaties te zien die voor het merendeel heel interessant waren. Eigenlijk vond ik alleen het deel over taal (Jos Swanenberg em Anne Kerkhoff onder de maat. Dat paste niet bij de rest van het programma dat heel erg goede en aansprekende voorbeelden liet zien van erfgoedinitiatieven. Ik ga daar verder nu niet op in, dat zou te ver voeren.

Deze middag bracht bij mij wel een heleboel teweeg. Dat begon bij de presentatie van "Het leven verbeeld" door Renate Stapelbroek (cultureel antropoloog, Berg en Dal) en Reem Wittenbols en Loek Beckers (Jeugdtheatergezelschap Het paard dat vliegt, Eindhoven). Met name Loek Beckers gaf mij het inzicht dat theatermakers (in dit geval) anders met informatie omgaan dan bv. onderzoekers of muzikanten. Niet zozeer dat ze informatie anders interpreteren omdat hun presentatievorm dat nou eenmaal verlangt, maar veel meer dat ze er een andere laag uithalen. Gevoel. Een bepaald gevoel. Een emotie die in de informatie zit, maar door de vorm (theater) en het verwerken van de informatie naar die vorm, kan er een heel andere dynamiek ontstaan en daarmee kan er door die interpretatie een andere waarde uit de informatie getoond worden. Ben ik nog te volgen? Het is lastig in woorden te gieten.

Met dat gegeven ben ik blijkbaar onbewust bezig gebleven want gisteren bedacht ik ineens dat het een interessant experiment zou zijn om daar eens een avond mee te vullen. Je kiest als instelling een onderwerp of thema, stelt er een beperkt dossier met informatie (archiefbronnen: documenten, foto's, film/video e.d.) en vraagt vervolgens aan een aantal mensen om met diezelfde informatie aan de slag te gaan. Ik denk dan aan een historicus die er een artikel over schrijft, een schrijver die er een verhaal van maakt, een muzikant die er een lied van componeert, een dansgezelschap dat er een dans op baseert, een theatergezelschp (of -maker) die er een opvoering van maakt en bv een beeldend kunstenaar die er een kunstwerk van maakt. Dan organiseer je een avond waarop al deze mensen hun interpretatie, hun onderzoek, hun emotie, hun product tonen. Na elkaar.

Het interessante daaraan zou dan zijn of het inderdaad zo is dat de verschillende vormen daadwerkelijk leiden tot een scala aan interpretaties van het bronmateriaal. Een rijk palet aan informatieverwerking die de verschillende lagen uit die informatie laat zien, zichtbaar maakt.

Ik heb geen idee of dit iets nieuws is of al eens eerder is gedaan. Het lijkt mij in ieder geval de moeite waard om daar eens project van te maken.

[plaatje van http://www.zazot.nl/]

zondag 25 augustus 2013

Jo Nesbø - Politie

Van Jo Nesbø heb ik twee andere boeken gelezen. Allebei prima leesvoer. In dit boek is de hoofdpersoon de illustere Harry Hole, meesterrechercheur, vrouwenversierder, alcoholist, boegbeeld, voorbeeld, held. De man is een levende tegenstelling van zichzelf en dat biedt je als schrijver natuurlijk ongekende mogelijkheden.

De politie van Oslo wordt opgeschrikt door een moord op een politieagent. Gevolgd door nog een. Een patroon wordt zichtbaar. De moordenaar, geen zachtzinnig type wat hem de naam politieslager oplevert, recreëert gepleegde moorden en gebruikt daarvoor een in zijn ogen falende politieagent als slachtoffer.
Het verhaal is met lekkere vaart geschreven. Harry Hole komt pas in de loop van het verhaal in beeld en zijn persoonlijke problemen zijn heel goed binnen de kaders van dit verhaal gehouden. Geen apart verhaal in een verhaal. Knap gedaan.

Wat ik in dit boek ongemeen briljant vindt, is de manier waarop de schrijver je op het verkeerde been zet. Mij in ieder geval wel. Uiteindelijk is de dader een bekende, maar die zat zo goed in het verhaal opgesloten dat ik geen enkele verdenking had tot het moment waarop zonneklaar is dat hij het gedaan moet hebben.
Het laatste hoofdstuk is ook bijzonder goed geschreven. Daar keek ik van de verkeerde kant van het spectrum naar wat er op papier stond. Omdat ik me liet verrassen noem ik dat dan maar intelligent geschreven :).

Weet je wat, dit boek zou ik zo kado doen aan liefhebbers van het genre. Absolute aanrader.

Andere blogposts:
De vleermuisman
Headhunters

zondag 18 augustus 2013

Edmund de Waal - De haas met de amberkleurige ogen

Een intrigerende titel heeft dit boek in de vakantiedoos. Ik kwam pas na de vakantie er toe om het te lezen. Dat gaat dan ook nog eens in een ander tempo dan gedurende de vakantie naar dit boek is interessant genoeg om uit te lezen.

Het is een familiegeschiedenis. Een familiegeschiedenis die is opgehangen aan een collectie netsukes. Ik had geen idee wat dat waren, maar dat blijken kleine Japanse kunstwerkjes te zijn. Er is zelfs een society voor de verzamelaars van deze voorwerpen.

De verzameling in dit boek, waarvan de titel een netsuke is, is binnen de Joodse familie Efrussi (later Ephrussi) ontstaan. Het boek vertelt de geschiedenis van deze verzameling aan de hand van de geschiedenis van de familie Efrussi. Die vergaarden hun fortuin als graanhandelaren in Odessa in de tweede helft van de 19de eeuw en verspreidden zich van daaruit over enkele Europese hoofdsteden zoals Wenen en Parijs. Daar werden het bankiers en bouwden ze verder aan hun vermogen. Dat stelde enkele leden van de familie in staat om op grote voet te leven en zich met het verzamelen van kunst bezig te houden. De verzameling netsukes ontstond in het Parijs van het laatste kwart van de 19de eeuw toen Japan hot was. Uiteindelijk belandden de netsukes in handen van de schrijver van het boek.


Deze man, porseleinkunstenaar, gaat op zoek naar de herkomst van deze objecten en hun reis door de familie en daarmee door Europa. Het is een fascinerend boek dat aan de hand van allerlei persoonlijke documenten en verhalen uit de familieoverlevering een prachtige inkijk geeft in het leven in Parijs aan het eind van de 19de eeuw en van Wenen in het begin van de 20ste eeuw. Deze Joodse familie heeft in alle fasen van hun bestaan te maken gehad met vervolging, met vijandigheid en tegelijkertijd handhaafden ze zich op het hoogste intellectuele en welvaartsniveau totdat Nazi Duitsland daar heel efficiënt een einde aan maakte. Zij waren ook opdrachtgever van veel kunstenaars en bouwden in de loop der jaren een kostbare kunstcollectie op.

De persoonlijke geschiedenis van enkele personen uit deze familie is boeiend, aangrijpend en heel goed beschreven. De mix van directe bronnen in de vorm van brieven, kaarten en dagboeken en de secundaire bronnen, beschouwingen over kunst, over de Eerste Wereldoorlog, kunst, het leven in de high society, kranten, tijdschriften vloeit samen tot een prachtig overzicht van de belevenissen van deze familie. Het Fin de Siècle, de Eerste Wereldoorlog, de crisis, de opkomst van het fascisme, de Jodenvervolging, de tweede Wereldoorlog en alles tussen deze wereldgebeurtenissen in.

Zeker als de periode vanaf ca. 1860 tot de tweede wereldoorlog je interesse heeft is dit boek een parel. Lezen dus.

vrijdag 2 augustus 2013

Kees van Kooten - De verrekijker

Het boekenweekgeschenk van 2013. Van een schrijver van wie ik vroeger een paar boeken heb gelezen maar van wie ik natuurlijk het meest genoten heb als maker van de uitzendingen van het Simplistisch Verbond en Keek op de Week. Onnavolgbaar mooie en goede televisie.

Maar goed, nu is het de schrijver Kees van Kooten waar het over gaat. Ik heb vier boeken van hem in de boekenkast staan. Allevier komen ze uit mijn persoonlijke collectie, twee gekregen van ex-vriendinnen, een van vrienden en eentje heb ik zelf op de kop getikt. Dat is dan meteen een greep uit mijn persoonlijke geschiedenis die in deze vier boeken verweven zit.
Het zijn achtereenvolgens Koot graaft zich autobio, Koot droomt zich af, Hedonia en Modernismen. Wat was nou de leuk aan deze boeken: het taalgebruik. Van Kooten (samen met Wim de Bie) heeft de Nederlandse taal verrijkt met menig nieuw woord en/of uitdrukking en zijn manier van schrijven in die boekjes was geestig. Geestige woordmetamorfozes. Ik heb ze met plezier gelezen en was ook jaloers op dat heerlijke taalgevoel.

Terug naar De verrekijker. Het verhaal beschrijft zijn zoektocht naar aanleiding van een brief waarin zijn vader wordt verzocht om uitsluitsel te geven over een gevorderde verrekijker. Dezelfde verrekijker die Van Kooten samen met zijn vader veel gebruikte in zijn jeugd. Mooi verhaal. Dat alleen al.
De layout van het boek is ook bijzonder want bovenaan elke pagina staat een stukje agenda met allemaal verwijzingen naar gebeurtenissen rondom boeken en evenementen. Daarboven staan een soort krabbels met gedachten die heel vaak bijzonder geestig zijn. Bv: Ik irriteer u maar weet niet waarom en dit ergert mij, of De godsvrucht van Arie Boomsma is kunstfruit. Geestig.

Ik heb Van Kooten gezien bij DWDD toen dit boek verschenen was en daar las hij een paar bladzijden voor uit dat verhaal, namelijk over het Dubbelspel. Ik raad aan om dat even te beluisteren. Het hele gesprek is fantastisch, maar die 4 minuten zijn hilarisch. Het begint na 9:05.


Briljant vond ik ook zijn voorstel om een tablet ook een achterkant te geven zodat je als bv. medereiziger in de trein kunt zien wat iemand aan het lezen is, welk boek of welke krant. Geniaal idee. Volgens Van Kooten ontstaan daardoor mogelijkheden om een gesprek met elkaar te gaan voeren. Dit boek staat vol met liefdesverklaringen voor boeken, over boeken, over lezen. Zonder overigens de technologische ontwikkelingen te willen frustreren, eerder uitbreiden. Knap. Ik heb het met veel plezier gelezen.

woensdag 31 juli 2013

Thomas Rosenboom - De rode loper

Van Thomas Rosenboom had ik tot nu toe alleen een paar hele dikke boeken gelezen, Gewassen Vlees en Publieke werken. Beide werken met een sterk historische inslag. Dat geldt voor dit boek ook. Alleen speelt het zich in de 20ste eeuw af en is het heel herkenbaar voor mij omdat ik een groot deel van de situatie zelf heb geleefd. Niet precies hetzelfde natuurlijk, maar genoeg om het te herkennen.

Ik was ook een tijdje roadie bij een nederlandstalige band genaamd Quasimono. Ze timmerden redelijk aan de weg, maar uiteindelijk bleef het bij een leuk aantal optredens zonder doorbraak. De scene is daarbij ook herkenbaar. Het oefenhonk. het gesleep met apparatuur en instrumenten. Nou ja, herkenbaar dus.

De hoofdpersoon in dit boek, confrom de andere twee titels die ik noemde, is een behoorlijke randfigur. Hij heeft weliswaar succes, maar in een plaats als Zevenaar. Nog iets heel herkenbaars: hij wilde met zijn vriend Eddie na de middelbare school niet gaan studeren of werken, maar gewoon een uitkering. De vrijheid genieten op kosten van de samenleving. Hij wilde er wel voor "werken", met de band, in de muziek maar uitsluitend onder eigen voorwaarden. Betaald vrijwilligerswerk.

Aandoenlijk hoe deze man niet los komt van dat leven en ook dat imago krampachtig vast wil houden, daarbij gestimuleerd door zijn vriend Eddie die al heel snel het bijltje erbij neer gooide en gewoon aan het werk ging. Maar wel zijn vriend bleef stimuleren om vooral alternatief te blijven.

Het is een goed leesbaar boek en heeft een enorm pluspunt: in de tekst staat twee keer mijn heldenband Jethro Tull genoemd. Kom daar eens om bij een boek uit 2012.

Een leuk tussendoortje.