Posts tonen met het label bedevaart. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bedevaart. Alle posts tonen

woensdag 27 mei 2026

Zoenakten in Udenhout

Meer geneijcht wesende tot bermherticheijt dan tot rigeur van Justicien
dach van soene
Een zoenakte is een bijzondere vorm van rechtspraak die al in de middeleeuwen
bestond. Het is een vorm van eigenrichting (zelf voor rechter spelen) die wel
gesanctioneerd diende te worden door het bevoegd gezag en/of de kerk.

Wat is een zoenakte?

Het woorddeel “zoen” in zoenakte staat voor verzoening. Een zoenakte is een akte waarin twee partijen zich met elkaar verzoenen. De partijen onderhandelen met elkaar om tot overeenstemming te komen en laten dat niet door de rechtbank van schepenen doen. Daarbij staat de schuldvraag niet ter discussie, die is heel duidelijk en beide partijen accepteren die ook. Het gaat er in dit geval alleen om dat er geen veroordeling plaatsvindt door de rechtbank.

In de meeste gevallen gaat het bij een zoenakte om moord en/of doodslag.
Waarschijnlijk is doodslag daarbij in veruit de meeste gevallen de misdaad. Er is iemand om het leven gekomen en de dader is bekend. In een gemeenschap, zeker als die klein is en als zowel slachtoffer als dader er deel van uitmaken, zijn (langdurige) familievetes een hinderlijk fenomeen. We kennen tot in onze tijd het begrip eerwraak. Dat is niet iets nieuws. Eerwraak kwam (en komt) ook in onze cultuur voor. Binnen een kleine gemeenschap zorgt dat voor ernstige ontwrichting. Een (ver)zoen(ing) was een probate oplossing voor dit probleem.

Wie zaten er aan tafel?
De zoenakten noemen in de meeste gevallen de hoofdpersonen die bij de onderhandelingen betrokken waren. Dat betrof in alle gevallen naaste familieleden van het slachtoffer en van de dader, vaders, broers en zwagers konden deel uitmaken van de onderhandelingspartij. Er was ook altijd een aantal “wijze mannen” bij, meestal een of meer priesters en leden van het lokale bestuur zoals schepenen of andere notabelen. Mannen met gezag, waarin alle partijen vertrouwen hadden.

Uiteindelijk kwam de uitslag van de onderhandelingen tussen beide families en vrienden wel tot een papieren neerslag: de zoenakte. Daarin stond tot in detail beschreven wat beide partijen overeengekomen waren zodat iedereen wist waar de dader zich aan de te houden had. Handhaving van deze afspraken was geen probleem aangezien beide kanten zich er aan verbonden.

Veel voorkomende bepalingen in een zoenakte
Het belangrijkste onderdeel in een zoenakte was: hoe houd je de dader weg bij de familie van het slachtoffer. Daar waren verschillende afspraken voor mogelijk. Om te beginnen werd de dader vaak op bedevaart gestuurd. Dat kon variëren van een bedevaart in de buurt, ’s-Hertogenbosch of Boxtel, tot een bedevaart naar het verre buitenland, zoals Rome of Santiago de Compostella in Spanje. De dader moest bij terugkomst een bewijs overleggen dat hij daar ook daadwerkelijk geweest was. De bedevaart zorgde ervoor dat gedurende de eerste periode de dader en de familie van het slachtoffer elkaar niet tegen het lijf liepen wat mogelijk tot een geweldsuitbarsting kon leiden. Afspraken of niet, de menselijke emotie laat zich niet altijd leiden door ratio en een overeenkomst.
Schrijn van de Drie Koningen in de DOM van Keulen. Veel bedevaartgangers bezochten dit heiligdom

Als de dader weer terug kwam in het dorp of niet op bedevaart hoefde waren er nog andere afspraken die het ontmoeten van de familie van het slachtoffer reguleerden.
De dader werd de toegang tot bepaalde of alle herbergen ontzegd. In die openbare plaatsen kwam de dorpsgemeenschap elkaar natuurlijk het meest tegen. Als de dader in de herberg aanwezig was moest hij die verlaten als de familie en/of vrienden van het slachtoffer die herberg wilden betreden. Zag hij dat de familie en vrienden van het slachtoffer in een herberg aanwezig waren dan mocht de dader die herberg niet betreden.

Er is vaak sprake van een geldelijke vergoeding. De (familie van de) dader draait op voor de kosten van de begrafenis met alles wat daarbij van toepassing kon zijn: de begrafenis zelf, de kist, de kaarsen, de etenswaren e.d. Soms is er een geldelijke vergoeding voor het berokkende leed, dat wat wij nu smartengeld noemen. Dat komt echter niet zo vaak voor. De (familie van de) dader moet regelmatig een offer brengen in de kerk of kapel binnen het dorp. Vaak is dat eenmalig.

Voorbeelden van zoenakten in Oisterwijk en Udenhout
In 1499 komt Willem Goescalcksz te overlijden door een ongeval veroorzaakt door Wouter Goijaert Jan Goijaerts en Goossen Gerit Verhoeven. Er volgt overleg door vertegenwoordigers van beide families en die besluiten o.a. dat Wouter een bedevaart moet houden naar Rome, naar de kerk van sinte Peters ende Pauwels en hij moet in de kerk van sint Jans latranen een misse hoeren en op zijn knieën de heilige trap op te cruyppen in het Lateraans paleis. Van dat alles moet hij rekenschap afleggen en bewijs overleggen bij terugkomst.

Goossen Gerit Verhoeven wordt een andere kant opgestuurd. Zijn bedevaart gaat naar Bad Wilsnack in Brandenburg in Noord-Duitsland. Sinds het eind van de 14de eeuw is die plaats een bedevaartsoord vanwege de bloedhosties die zich daar bevinden. Daarna moet Goossen ook nog naar Keulen gaan, waarschijnlijk naar het graf van de drie koningen in de dom van Keulen. Bij terugkomst mochten beide bedevaartgangers 14 dagen in het dorp blijven om verantwoording af te leggen over hun bedevaart. Daarna moeten zij weer vertrekken en mogen niet in Oisterwijk, Haaren en Diessen komen. Enkele weken per jaar mogen zij wel thuis komen om te helpen bij de oogst en werkzaamheden op de boerderij. Voor het overige moeten zij de familie van het slachtoffer vermijden in herbergen.
Beide daders moeten 120 gulden betalen aan de familie van de overledene.

paeijsmakers
Paeysmakers in 1499
In 1498 of 1499 overleed Jan Henric Vendics door de handen van Amelis Claes Truyen en Michiel natuurlijke zoon van Denys Wouters. De betrokken families kiezen uit hun midden paeysmakers (“vredemakers”) en gaan rond de tafel zitten. Er zit ook een priester bij het overleg, heer Jan Appels, voor de familie van de overledene. Jan Henric Vendics en zijn familie woonden waarschijnlijk in Udenhout of in Berkel. De familie had in ieder geval ook bezittingen in Udenhout.
Als eerste krijgen de daders de opdracht om driee tortysen te maken, dat zijn kaarsen, met een waarde van een horensgulden, voor het zieleheil van de overledene. Zij moeten ook geld betalen om een kruis te plaatsen waar de familie van de overleden het wil plaatsen. De daders moeten samen drie bedevaarten doen, een naar Rome naar de Sint Pieter, een naar het heilige bloed van Wilsenaken (Bad Wilsnack in Noord-Duitsland) en naar de Drie koningen in de dom van Keulen. Zij mogen deze bedevaarten ook door iemand anders laten doen of een van hen mag dat doen. Er moet bewijs geleverd worden van het volbrengen van alle bedevaarten.
Heilig Bloedschrijn geopend in de St. Nicolaaskerk

De daders mogen drie jaar lang niet in Udenhout, Berkel, Oisterwijk en Enschot komen en zij mogen niet wonen in Udenhout, Berkel en Enschot, zolang de vader van de overledene, Hendrick Vendijck en zijn zoon Marcelis, broer van de overledene, nog leven.
De beide daders mogen niet in herbergen komen waar Henric Vendijcs en zijn zoon Marcelis aanwezig zijn en als zij als eerste in de herberg zijn gekomen, moeten ze weggaan als vader en zoon Vendijcs daar binnen komen. Tot slot moeten de daders en hun vrienden 60 gulden betalen aan de familie van het slachtoffer. De eerder genoemde Marcelis is gewond geraakt in hetzelfde gevecht waarin zijn broer overleden is en krijgt daar 12 gulden voor betaald door de daders.

Bermherticheijt in 1602
Op 3 mei 1602 doodt Gijsbert Stevens van Gemonden de vrouw van Adriaen Aert Thonissen, genaamd Cornelia, dochter van Jan Willems Verschueren. De familie van haar echtgenoot had meerdere landerijen in Udenhout in bezit op het Winkel en bij de Gommelsestraat. Deze zoenakte beschrijft heel gedetailleerd wat de dader moest doen aan publieke boetedoening.

Op 1 juni 1602 vindt er in de kerk van Oisterwijk sekeren dach van soene plaats waarbij o.a. heer Jan Roompot, priester en kapelaan in de kerk van Helvoirt, Jan Adriaens van Roij en Adriaen Peter Janssen aanwezig waren. Op 28 juni daaropvolgend vindt de bijeenkomst plaats waar schepenen van Oisterwijk de zoenakte opstellen in aanwezigheid van Adriaen Aert Thoniss, weduwnaar van de overleden Cornelia, Jan zijn zoon, mede uit naam van zijn broer Aerd en Jenneken en Adriana, zijn zusters. Zij vertegenwoordigen de naeste vrienden ende magen van bloets wegen van Cornelia. Tijdens de bijeenkomst van 1 juni zijn op voorspraak van de genoemde heren en goede mannen de vrienden van de overleden Cornelia meer geneijcht wesende tot bermherticheijt dan tot rigeur van Justicien. Dat houdt in dat zij den voirscreven misdadiger t voorscreven ongeval en nederslach om goidstwille ende vuijt gracien hebben vergheven. Zij schenken de dader vergiffenis, maar wel tegen een prijs:
1. De dader betaalt 6 karolus gulden voor 30 missen ten behoeve van de overledene in de kerk van Oisterwijk.
2. Hij betaalt twee karolus gulden voor reparatie van de kerk van Oisterwijk.
3. De dader moet in de kerk van Oisterwijk verschijnen bervoets ende bloots hooffs met een brandende wassen kersse van eenen ponde in sijne handen en hij moet tijdens de hoogmis voor het altaar van het heilige kruis midden in de kerk op zijn knieën vallen en bidden voor de ziel van de overledene.
4. na diezelfde hoogmis moet hij met de kaars naar het graf van de overledene gaan en daar, terwijl de vrienden van de overledene achter het graf staan, op zijn knieën vallen, zijn misdaad bekennen en voor God en de vrienden van de  overleden om vergiffenis vragen.
5. Hij moet daar blijven alsoe in oot moedicheijt sitten tot dat hem oirloff sall wordden gegeven op te staen ende alsdan mette voirscreven kersse te gaen voirden altaer vanden Edele heijlige Sacramant om de kaars daar te offeren en te laten staan.
6. De dader moet op bedevaart naar het heijlich bloet tot Boxtel, op een zondag in zijn kleren met een wassen kersse in zijn handen en hij moet in het midden van de kerk voor het hoogen choir soe lange de hooch misse dueren sal zitten bidden om vergeving. De pastoor van Boxtel moet hem bewijs meegeven dat hij dit ook daadwerkelijk gedaan heeft.
7. De dader betaalt aan de weduwnaar en zijn gezin 50 karolus gulden voor de kosten van de uitvaart en begrafenis en nog 25 soenguldens binnen zes weken. De dader is echter zo arm dat hem die betaling wordt kwijtgescholden en in plaats daarvan moet hij 10 gulden betalen.
8. De dader mag 10 jaar lang niet in de vrijheid van Oisterwijk komen. Doet hij dat wel dan moet hij alsnog de volledige som die hem is kwijtgescholden betalen.
9. De dader moet te allen tijde de familie en vrienden van de overleden vuijt hennen oogen te gaen, in huizen, landerijen op straten en wegen, waar dan ook.

Nederslach in 1616
In 1608 doodde Adriaen sone Adriaen Adriaenss van Tilborch tijdens een ongevall ende nederslach Joost, de zoon van Lambert Robbert Leijnen. De families Leijnen (ook van de Plas en Robben genaamd) en Van Tilborch woonden op de grens van Berkel en Udenhout, deels in de Zeshoeven. Pas in 1616 wordt de zoenakte opgesteld. Waarom dat zo lang heeft geduurd is niet bekend. Voor de misdadiger spraken tijdens meerdere dagen van soenen o.a. Gerit Geritss van Broechoven en Adriaen zoon Adriaen Jan Aertssen. Uiteindelijk weken de gemaakte afspraken niet veel af van de andere beschreven zoenakte, met uitzondering van twee bepalingen.
1. De misdadiger wordt opgedragen te offeren voir Sinte Anthonis inde Capelle tot Berckel een wassen kerssen van eenen pondt.
2. Daarnaast moet hij twee karolus gulden betalen tot reparatie vande Altaer van sinte Anthonis aldaer.

Het altaar van Sint Anthonis was waarschijnlijk het altaar van het gilde van Sint Anthonis en Sint Sebastiaan. Mogelijk was de familie Leijnen actief lid bij het gilde en in ieder geval betrokken bij het onderhoud van de kapel. 

Twee opmerkelijk zoenakten in Udenhout
Adriaen Cornelis Adriaen Berthens doodt in 1618 Jan Cornelis Adriaen Vermeer. Op 3 april 1618 is er overleg geweest onder leiding van heer Geldolphus van Rijckel, pastoor van de parochie Oisterwijk, met onder andere Aert Gerits van Broeckhoven en Willem Adriaen Brekelmans om te komen tot een verzoening.
Kapel gewijd aan St. Lambertus in Udenhout, gestaan bij het huidige kruispunt en gebouwd in 14798. Deze middeleeuwse kapel heeft tot 1788 daar gestaan en is toen vervangen door een achthoekige versie.

Op 4 mei 1618 verschijnen voor schepenen van Oisterwijk: Jenneke weduwe van de overledene, en met haar Cornelis Adriaens Vermeer vader van de overledene, Aert en Adriaen broers van de overledene, Wouter Joosten Vreijssen, Jan (Jacop?) zoon Peter Jan Joosten en Balthasar Adriaens, zwagers van de overledene. De bepalingen zijn grotendeels hetzelfde als eerder beschreven met een paar uitzonderingen:
- De dader wordt opgedragen om in de kerk van Oisterwijk of in de kapel van Udenhout, waar de vrienden van de overleden dat wensen, drie sielmisse te laten houden;
- De dader betaalt een godspenning van vier karolus gulden, de helft voor de kerk van Oisterwijk en de helft voor de cappelle van sinte Lamberts in Udenhoudt opte cruijstraete;
- Hij betaalt de onkosten die de chirurgijn heeft moeten maken om de overledene te bezoeken. Blijkbaar was het slachtoffer niet meteen overleden;
- Hij betaalt de weduwe en haar kinderen 400 karolus gulden in vastgestelde termijnen (in de marge staan de kwijtingen van die betalingen);
- De dader moet binnen zes weken zijn huidige woning in de cruijsstraete verlaten. In die straat wonen de meeste vrienden van de overledene. Hij mag de komende vijf jaar niet in Udenhout wonen en niet in Haaren. Hij mag alleen zijn schuur gebruiken tijdens de oogst, maar hij mag er verder niet werken of land bewerken; 
- De misdadiger mag de komende vijf jaar niet ter kerke gaan in de capelle opte cruijstrate, maar wel in de parochiekerk van Oisterwijk en de kapel van Berkel of elders.
Later blijkt dat de dader niet is vertrokken uit zijn woning en daarom vindt er opnieuw overleg plaats dat op 23 oktober leidt tot een aanpassing van de zoen. De dader mag tot mei 1619 in zijn huis blijven wonen. Daarna moet hij vertrekken, maar dat mag ook een woning zijn in de Houtsche straat of in den Biezenmortel zijn.

Schepenen van Oisterwijk verklaren dat in het jaar 1649 seker ongeluck ende manslach heeft plaatsgevonden in de persoon van Jan Adriaen Cornelis Berthens, jongeman, door Jan zoon Adriaen van den Boer, jongeman. Deze eerste Jan is de zoon van Adriaan Cornelis Adriaan Bertens en Adriana Willem Brekelmans, gedoopt op 9 september 1627 in de kerk van Oisterwijk. De zoon dus van de persoon die in 1618 Jan Cornelis Adriaen Vermeer heeft gedood. Toch sprake van een late wraakactie? Dat wordt uit de documenten niet duidelijk. De beide families sluiten een zoen met de gebruikelijke voorwaarden. 

Tot slot
Deze bijzondere vorm van rechtspraak is eeuwenlang gebruikt. Wanneer de zoenakte uit zwang is geraakt heb ik niet kunnen achterhalen. Waarschijnlijk zijn de laatste zoenakten in de 17de eeuw opgemaakt.

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in 2015 Sprokkels 13]



donderdag 17 mei 2012

Dat gaat naar Den Bosch toe

Voor de zesde keer liepen we op 13 mei jl. naar 's-Hertogenbosch en we houden daarmee een eeuwenoude traditie in stand. Het op bedevaart gaan is zo'n beetje net zo oud als de katholieke kerk. Onze Lieve Vrouw van Den Bosch is ons doel. Nou ja, zo serieus zijn we niet bij het geloof betrokken dat we daar werkelijk warm voor lopen. We vinden het leuk om samen de afstand te overbruggen en elk jaar groeit de motivatie om toch ook de terugreis te voet af te gaan leggen. Dan moeten we wel vroeger vertrekken om niet diep in de middag terug te keren.

Het was prachtig 's morgens vroeg met de damp die van het water opsteeg door de werking van de vroege zon. Beetje mystiek hoort bij een bedevaart!

Deze keer vertrokken we iets na 7 uur vanuit Oisterwijk. Dat betekent wel verder lopen dan bij het vertrek vanuit Udenhout, maar dat maakt uiteindelijk niet zoveel uit. We hebben ondertussen routine, zeker Joost en Petra die hardlopen over langere afstanden niet schuwen. Met de conditie zit het wel snor!
De aankomst in het Bossche Broek is altijd geruststellend. De te overbuggen afstand is dan te overzien en bovendien zien we dan het doel van de bedevaart opdoemen. Er moet dan nog wel even stevig doorgelopen worden, maar het leverde allemaal geen problemen op. Dit keer namen we het handpontje over de Dommel. Leuk om jezelf over het water naar de overkant te ratelen.


We kwamen iets na elven in Den Bosch aan. Het weer was nog steeds prachtig maar net iets te koud om op het terras te zitten. Bovendien was er niet zoveel plaats dus gingen we naar binnen om de traditionele chocoladebol van bakker De Groot te verorberen. Joost en ik zijn nog de enige twee die dat doen. De dames vinden um te groot. Die traditie gaat dus verloren!


Na de chocoladebol even bij ons Marie langs. Het was niet heel druk in de kerk, niet zoals ik me van de vorige jaren herinnerde. Wel nog even een paar gilden de vendelgroet zien brengen aan Maria in de kerk.

Bij gebrek aan een OV-chipkaart moeten we met de trein naar Tilburg en dan naar Oisterwijk. Treinkaartjes kun je nog gewoon kopen op de stations. De treinreis verliep voorspoedig. Op het station van Tilburg hebben we bij Breexz nog wat gedronken en daarna de trein naar Oisterwijk genomen. De traditie wil dat we daar dan nog gaan lunchen maar dat kwam er dit keer niet van. Het was al wat later en we hebben nog wel genoten bij Het Genieten aan de Lind. Daarna teruglopen naar de auto en naar Udenhout. Daar gaan de schoenen uit en kunnen de voeten even lekker uitdijen en dampen.

De volgende dag geen centje pijn!

maandag 31 mei 2010

Op bedevaart in mei - editie 2010

Na 3 zonnige bedevaarten was het dit keer een heel andere dag. In alle opzichten.

De weersvooruitzichten waren niet best, buien en bewolkt. Dat bracht enige onzekerheid in de wandelploeg. We gingen marchanderen over de begintijd. Startten we de andere keren vroeg in de ochtend, nu vertrokken we pas om 9 uur. Dat betekent meteen dat er meer verkeer op de weg is. Hinderlijk op sommige wegen.

De wandeling zelf ging van een leien dakje. Af en toe was er wat miezerregen, soms regende het wat harder maar over het algemeen was het droog. Soms brak er zelfs een bleek zonnetje door!

We liepen in een straf tempo en we liepen de ca. 18 km in ongeveer 3,5 uur. Na aankomst in Den Bosch aan de koffie met de echte Bossche Bol bij Silva Ducis.

We zaten binnen omdat het terras vanwege het weer niet de ideale plek was. Dat was anders. We waren er natuurlijk een stuk later, dus moesten we ook eerder weg. Wel een bezoek aan de St. Jan waar ik de foto van het Mariabeeld heb gemaakt. Het was erg rustig, dus ik had er alle ruimte en gelegenheid voor.

Normaal gesproken namen we dan de bus terug naar Oisterwijk om op het terras van café Koosje nog wat na te kaarten en vooral te tafelen. Daarna pas vertrokken we richting Udenhout om de dag af te sluiten.
Nu pakten we de trein naar Tilburg. Kinderen met rijbewijzen maakten de tocht naar Oisterwijk niet aantrekkelijk, aangezien we dan te voet weer naar Udenhout hadden moeten lopen. Na aankomst in Tilburg besloten we eerst, in de geest van de traditie, wat te drinken en een klein hapje te nuttigen, dit keer bij Hotel Central. Daarna met de bus terug naar Udenhout.

De 4de tocht verliep ondanks al deze wijzigingen als een zonnetje en we waren het er over eens dat we veel sneller hadden gelopen dan de vorige jaren en bovendien veel minder last hadden van pijntjes dan anders. De boetedoening was een stuk minder, maar het weer compenseerde dat weer een beetje.

In 2011 gaan we ons eerste lustrum volmaken. We hebben er nu al weer zin in :)

maandag 25 januari 2010

Pelgrimages en pelgrimtekens

Het is alweer een paar weken geleden dat ik een artikel las over deze website: www.kunera.nl. Het onderzoek is gedaan door de afdeling Kunstgeschiedenis van de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Het is, wat mij betreft, niet meteen een heel toegankelijke website, maar het geeft van alles bloot over een prachtig onderwerp: middeleeuwse pelgrimages of bedevaarten. Niet bepaald een onderwerp waar je een dergelijke bij-de-tijdse toepassing zou verwachten. Verrassend dus!

Deze website bevat een overzicht van pelgrimstekens of -souvenirs en waar die gevonden zijn. De pelgrimssteden zijn via kaart-interface terug te vinden en je kunt de pelgrimroutes zichtbaar maken, de vindplaatsen van de tekens etc. Je kunt ook zelf een nieuwe vondst melden en daarmee scheert deze website aan web 2.0.

De interface is mooi van indeling en geeft je bovendien de mogelijkheid om zelf de indeling aan te passen. De interface is niet bepaald intuïtief: ik moet teveel zoeken naar hoe verwijzingen vanuit de database naar de kaart plaatsvinden. Je kunt zoeken op profane insignes, er eentje uitkiezen en dan klikken en vervolgens komt de vindplaats niet automatisch in het kaartscherm tevoorschijn. Door de vindplaats te gaan zoeken, zie je wel een teken, maar dat is dan weer niet wat ik verwacht.

Dat klinkt nu als zeuren, want het is geweldig dat deze oplossing is gezocht om zoiets in beeld te krijgen en het is leerzaam om eigen ideeën te ontwikkelen over interfaces en hoe je die kunt gebruiken.

Een aanrader voor wie van nieuwerwetse website houdt en het onderwerp aanspreekt natuurlijk!

[Plaatje: officiële beschrijving: "Fallusdier met vrouw op zijn rug die kruiwagen met falussen duwt." Lijkt me een bedevaartsoord waar een vrouw heenging die het verlangen had om zwanger te raken... Herkomst onbekende, gevonden in Vlaardingen.]

dinsdag 12 mei 2009

Op bedevaart in mei

Afgelopen zondag was het weer zover: de jaarlijkse bedevaart naar Onze Lieve Vrouw van Den Bosch. Meimaand mariamaand. Dat zijn van die uitdrukkingen die kreeg ik met de paplepel ingegoten. De voettocht naar de St. Jan in Den Bosch waar het bewuste Mariabeeld staat is al een heel tijd oud.
De naam Maria is afkomstig van het Romeinse Maia, en daar is de maand mei naar genoemd.
In Tilburg hebben we de Hasseltse kapel, ook gewijd aan Maria, waar in mei veel Tilburgers naar toe gaan.

De bedevaart naar 's-Hertogenbosch is van een andere orde dan lopen of fietsen naar de Hasseltse kapel. Ik heb de voettocht naar Den Bosch in mijn tienerjaren ook een keer volbracht, zo'n beetje direct uit de kroeg met een aantal medekroeglopers waarvan er eentje overtuigd communist was. Om maar aan te geven dat sommige tradities niets met geloof te maken hebben, maar ook met samen onderweg zijn.
Ik denk ook dat voor onze voorouders ter bedevaart gaan (Handel, Kevelaer e.d.) een manier was om zonder ouderlijk toezicht weg te zijn met mensen van beiderlei kunne. Het was niet alleen een diepgewortelde religieuze traditie, ook andere drijfveren speelden een rol. :-)

Hoe dan ook, drie jaar geleden zijn we begonnen om op een zondag in mei te gaan wandelen naar Den Bosch. Omdat dit het derde achtereenvolgende jaar is, mogen we spreken van een traditie volgens Joost, die ook meeliep. We lopen met ons vieren en door de gesprekken die vanzelf los komen gaat de tijd erg snel voorbij, sneller dan de kilometers die we afleggen.
Deze keer zijn we vertrokken vanuit Oisterwijk en dat bleek toch een (veel) langere route te zijn dan vanuit Udenhout. We hebben zo'n 23 kilometer gelopen.
Aan het eind wacht ons steeds weer de ononvertroffen Bossch bol (de enige echt van bakker De Groot) die we met smaak verorberen op het terras van Silva Ducis aan de Parade in Den Bosch, schuin tegen over de St. Jan.


Nadat we daar weer op adem zijn gekomen en onze voeten enige rust hebben gegund, gingen we even naar de kathedraal om een kaarsje op te steken bij het Mariabeeld. Vervolgens liepen we richting station om de bus terug naar Oisterwijk te pakken.
Daar zijn we nog op het terras van Café Koosje gaan zitten en hebben onze late lunch gegeten in een heerlijk zonnetje. Voldaan en tevreden gingen we daarna naar huis om snel schoenen en sokken uit trekken en de schade op te nemen van de wandeling.
Dat valt reuze mee en de herinnering aan weer een mooie dag vergoed alle pijntjes. Die gaan weer over.

Volgend jaar gaan we weer, dat staat vast.

Meer foto's: op Flickr
Meer video's: op Youtube