![]() |
| Aquarel van de Oude Markt in 1742 door Jan de Beijer |
Eerder beschreef ik dat de kerk aan de oude Markt in 1595 aan vlammen ten prooi viel door een troep (katholieke) soldaten uit het garnizoen van 's-Hertogenbosch. De herstelwerkzaamheden zijn al kort daarna ter hand genomen. Het is geen sinecure om een dergelijk gebouw met toren in oorlogstijd te repareren en deels te herbouwen. Dat kost de Tilburgse gemeenschap niet alleen veel geld maar ook veel tijd. Na twintig jaar, in 1615, is het eindelijk zover dat de toren aan de beurt is. De torenspits, die voornamelijk bestond uit een houten constructie, wordt vervangen en vernieuwd. Hoe ernstig de situatie op de toren is, dat is niet bekend, wel dat er een geheel nieuwe spits op de toren komt te staan. Voor de financiering van deze werken krijgt het dorp toestemming om grond uit de gemeint, het gemeenschappelijke grondbezit van de Tilburgers, te verkopen. De opbrengsten daaruit worden gebruikt om de kosten van het kerkherstel te bekostigen. Nieuwe torenspits 1616 De informatie voor dit artikel is afkomstig uit de dorpsrekening en de bijlagen bij die rekening. De details in de rekening zijn geweldig en geven soms ook een kleurrijk verhaal van de gebeurtenissen. Het is niet alleen een kale opsomming van uitgaven maar ze geven allerlei detailinformatie over het proces zelf. Je moet er goed naar kijken maar dan ontvouwt zich een prachtig schouwspel! Dit verhaal begint in oktober 1615 als een groep mannen werkt aan de reparatie van de muren en daarbij maken ze ook een loetsse opte mueren. Dat is een uitbouwsel aan de toren bv een balkon of een uitspingend onderdeel.
Het is 29 november 1615 als Jan Gerit de Beer door het bestuur van Tilburg op pad gaat naar Grobbendonk om daar polshoogte te nemen hoe de werkzaamheden aan de nieuwe torenspits vorderen. Waarom het besluit is genomen om het houten staketsel op locatie te maken weten we niet. Dat kan verschillende redenen hebben, bv een gebrek aan ruimte om het werk te doen.
Op 16 februari 1616 werken enkele Tilburgers gedurende drie dagen aan de toren. Ze krijgen daarvoor betaald en na afloop van de werkzaamheden gaan ze de herberg in om op de succesvolle afloop een glas te drinken.
De dorpsrekening geeft allerlei details prijs over het maken van de nieuwe torenspits
Antonis Janssen den Scaelijdecker uit Hilvarenbeek levert de leijen totten thooren en ontvangt daarvoor 70 gulden. Op 7 september gaan schout Jan de Roij en schepen Corst van Baerdwijck naar Hilvarenbeek om met Antonis den Schalidecker te spreken. Hij heeft de leien geleverd maar heeft ook toegezegd om ze aan te brengen op de torenspits. Die opdracht kan hij niet volbrengen aangezien hij ziek is en lichamelijcke cranc.
Toch tekent het dorp een overeenkomst met Antonis op 23 september 1616.
Op 28 februari 1616 zijn een aantal arbeiders betaald voor hun werk aan de toren 'int maecken vande loetsse opte mueren' dat ze in oktober 1615 al hebben voltooid. Er staat ook genoteerd welke materialen er geleverd zijn door de mensen die hebben gewerkt.
Zo is er sprake van twelff sperren (?) en vier revelaers(?) tot caphoudt, nagelen (spijkers), 'een vijm (bepaalde hoeveelheid) stroo', dekbanden (is een dekband de bovenste, afsluitende rand van een kademuur, borstwering of gevel, vaak uitgevoerd in hardsteen of basalt), leeghroeijen en latten.
De genoemde werkmannen zijn bij Peter Huijben gedefroijeert (letterlijk: vrijgehouden) en hebben toen verteerd 4 gulden 5 stuivers. In totaal gaat het daarbij om negen mannen.
De nieuwe torenspits wordt opgehaald
Dat waren de voorbereidingen voor het plaatsen van de nieuwe torenspits. Dan begint het echte werk.
Op 30 juni 1616 rijdt kerkmeester Henrick Berijs met 29 ingespannen wagens naar Gierle in hedendaags België, voorbij de stad Turnhout, om daar het hout voor de nieuwe torenspits op te halen. De wagentrein maakt een stop in Weelde om daar te eten en de nacht door te brengen. Deze reis was geen sinecure met deze hoeveelheid karren en wagens naar het ‘buitenland'. De groep had een bode die hen door ‘sbosch leijden’ op weg naar Weelde.
Het was niet mogelijk om in één tocht alle materialen vanuit Gierle naar Tilburg te voeren. Op 11 juli vertrok een tweede konvooi met 21 wagens deze keer. Deze keer staat er in de dorpsrekening dat er ‘getimmert houdtwerck’ mee terug ging.
Tijdens de overnachting was er bewaking voor de karren om diefstal of ander onheil te voorkomen.
Voor het uitladen van de karren en wagens waren extra handjes nodig en die werden vrijgehouden en kregen gezamenlijk 14 potten bier.
Op 25 juli trok een stoet wagens en karren voor de derde keer naar Gierle. Daarna werden nog enkele reizen naar Gierle ondernomen maar in veel kleiner verband om bv 'schalibert' op te halen, de planken waaraan de schalie (dakpannen (leien) kan worden bevestigd.
![]() |
| Afbeelding gemaakt met chatgpt. Het convooi uit Gierle komt aan bij de kerk |
De tocht was niet gratis: er moet tol of 'wechgelt' betaald worden. Elke keer opnieuw. Bij Turnhout is een punt waar dat geld geïnd wordt, de kosten bedragen 29 stuivers en 3 oort. Bij of in Weelde is blijkbaar overnacht.
Gemeten via Google maps is de afstand Tilburg-Gierle ca. 40 km. Maar via de oude wegen kan het ook 60 of 70 km zijn. Met een convooi van paard en wagen duurt de tocht zo'n 14 tot 16 uur. De route die het convooi volgt loopt langs Weelde, Ravels en Turnhout naar Gierle.
De voermannen die hun wagens ter beschikken stellen krijgen betaald, drie gulden per wagen. Bij de tweede reis gebruikt voerman Jacob Lamberts drie paarden, mogelijk om zware onderdelen te vervoer, en hij krijgt 4,5 gulden voor die tocht.
Al die paarden krijgen voer onderweg om ze sterk en gezond te houden. Op de tweede reis betaalt het dorp voor hoij ende gras zes gulden en 14 stuivers. De overnachting in Gierle, inclusief eten en drinken, kost zeven gulden en 12 stuivers.
De timmermannen die de toren hebben getimmerd, Johan de Laet en zijn broer Jasper, ontvangen vier gulden voor hun werk.
Dat de tocht over Ravels voert blijkt uit het feit dat de rekening vermeldt dat daar gezocht is naar een verlooren carbeel (ook carbeel of corbeel), een schoorbalk. Die is op 21 juni daar van de wagen gevallen. Op 15 juli moet er een nieuw stuk hout komen om de crabeel te vervangen. Jan Ruellen is de man die de opdracht daartoe krijgt. In dezelfde rekening staat ook dat twee huijsluijden van Ravels deze crabeel hadden gevonden en naar Tilburg brengen. Zij krijgen daarvoor 26 stuivers.
Op 14 augustus 1616 is het kruis op de toren geplaatst. Bij die gelegenheid is er door een knecht een beker van het kruis geworpen en door Handrijck Beeris is opgeraapt. Het kwam vaker voor dat bij de voltooing van een bouwwerk er een glas of beker van het gebouw geworpen werd. Breekt het glas of de beker dan was dat een slecht voorteken. In dit geval is de beker opgeraapt dus zal die intact zijn gebleven.
![]() |
| Prent van Jan Luyken: De Smit |
Het kruis dat op de toren komt te staan is op 12 augustus gewogen en weegt 290,5 pond. Het kruis is vervaardigd door Michiel Matheus de Smidt uit Tilburg. Er zijn acht mannen nodig om het kruis naar de kerk te dragen en zij krijgen daar twee potten bier per man voor. De meesterknecht van de timmerlieden, Claes, heeft het kruis op de toren geplaatst en bevestigd op dezelfde dag. De smid krijgt 13 gulden voor zijn smeedwerk inclusief voor het overgewicht. Hij heeft het kruis blijkbaar niet voor het afgesproken gewicht gemaakt.
In de toren is een leer (losse trap) gemaakt. Daarvoor is twee keer een sperrie (lange dunne paal) gelevert. De sporten van de trap zijn apart gemaakt en het hout kost 10 stuivers. Peter Cornelis Noten is de timmerman die de trap maakte.
Matheus Denijs Bacx levert 4000 spijkers om de leien mee vast te slaan. Voor elke duizend spijkers ontvangt hij 27 stuivers en dat kost in totaal vijf gulden en 8 stuivers.
Jan Joachims Verschuuren levert de sperren, deijlle ende nagelen voor de toren.
Jan Henricx de Ketelaer heeft de appel en de haan gemaakt en verguld, waarvoor hij materiaal in Den Bosch heeft gehaald. Dat kost de gemeenschap 39 gulden en drie stuivers.
En tussen al dat bouwen door komt er eenen schamelen passant vuijt Italien die brieven van zijne heiligheid de paus laat zien en die van het dorp 12 stuivers teergeld krijgt. Een andere bedelaar wiens vrouw cancker heeft, krijgt eveneens 12 stuivers teergeld.
Op 15 september zijn de werkzaamheden klaar aangezien op die dag Jan de With en Geridt Geridt Brocken met hun wagens en paarden, de timmerlui van de toren met hun gereedschap naar hun woonplaats, Pulle bij Grobbendonck, terug brengen.
Zo voltrekt zich in deze rekeningen een deel van het leven van een dorpsgemeenschap die vastberaden is om hun kerk weer in oude glorie te herstellen. Tot in detaill vastgelegd en bewaard.
Gerelateerde blogposts:
https://duul58.blogspot.com/2025/07/de-kerk-brandt.html
https://duul58.blogspot.com/2025/07/de-kerk-als-bouwplaats.html
https://duul58.blogspot.com/2025/09/het-interieur-van-de-nieuwe-kerk.html
Bronnen
3 Dorpsbestuur Tilburg en Goirle 1387-1810
inv.nr. 755 dorpsrekening 1615-1618
inv.nr. 933, bijlagen bij de rekeningen 1615-1617



2 opmerkingen:
Mooi
Bier als salaris
Boeiend
Rekening blijft toch moeilijk te spellen, eerste alinea onder kopje nieuwe torenspits 1616 🤭
Een reactie posten