woensdag 27 mei 2026

Zoenakten in Udenhout

Meer geneijcht wesende tot bermherticheijt dan tot rigeur van Justicien

dach van soene
Een zoenakte is een bijzondere vorm van rechtspraak die al in de middeleeuwen
bestond. Het is een vorm van eigenrichting (zelf voor rechter spelen) die wel
gesanctioneerd diende te worden door het bevoegd gezag en/of de kerk.

Wat is een zoenakte?

Het woorddeel “zoen” in zoenakte staat voor verzoening. Een zoenakte is een akte waarin twee partijen zich met elkaar verzoenen. De partijen onderhandelen met elkaar om tot overeenstemming te komen en laten dat niet door de rechtbank van schepenen doen. Daarbij staat de schuldvraag niet ter discussie, die is heel duidelijk en beide partijen accepteren die ook. Het gaat er in dit geval alleen om dat er geen veroordeling plaatsvindt door de rechtbank.

In de meeste gevallen gaat het bij een zoenakte om moord en/of doodslag.
Waarschijnlijk is doodslag daarbij in veruit de meeste gevallen de misdaad. Er is iemand om het leven gekomen en de dader is bekend. In een gemeenschap, zeker als die klein is en als zowel slachtoffer als dader er deel van uitmaken, zijn (langdurige) familievetes een hinderlijk fenomeen. We kennen tot in onze tijd het begrip eerwraak. Dat is niet iets nieuws. Eerwraak kwam (en komt) ook in onze cultuur voor. Binnen een kleine gemeenschap zorgt dat voor ernstige ontwrichting. Een (ver)zoen(ing) was een probate oplossing voor dit probleem.

Wie zaten er aan tafel?
De zoenakten noemen in de meeste gevallen de hoofdpersonen die bij de onderhandelingen betrokken waren. Dat betrof in alle gevallen naaste familieleden van het slachtoffer en van de dader, vaders, broers en zwagers konden deel uitmaken van de onderhandelingspartij. Er was ook altijd een aantal “wijze mannen” bij, meestal een of meer priesters en leden van het lokale bestuur zoals schepenen of andere notabelen. Mannen met gezag, waarin alle partijen vertrouwen hadden.

Uiteindelijk kwam de uitslag van de onderhandelingen tussen beide families en vrienden wel tot een papieren neerslag: de zoenakte. Daarin stond tot in detail beschreven wat beide partijen overeengekomen waren zodat iedereen wist waar de dader zich aan de te houden had. Handhaving van deze afspraken was geen probleem aangezien beide kanten zich er aan verbonden.

Veel voorkomende bepalingen in een zoenakte
Het belangrijkste onderdeel in een zoenakte was: hoe houd je de dader weg bij de familie van het slachtoffer. Daar waren verschillende afspraken voor mogelijk. Om te beginnen werd de dader vaak op bedevaart gestuurd. Dat kon variëren van een bedevaart in de buurt, ’s-Hertogenbosch of Boxtel, tot een bedevaart naar het verre buitenland, zoals Rome of Santiago de Compostella in Spanje. De dader moest bij terugkomst een bewijs overleggen dat hij daar ook daadwerkelijk geweest was. De bedevaart zorgde ervoor dat gedurende de eerste periode de dader en de familie van het slachtoffer elkaar niet tegen het lijf liepen wat mogelijk tot een geweldsuitbarsting kon leiden. Afspraken of niet, de menselijke emotie laat zich niet altijd leiden door ratio en een overeenkomst.
Schrijn van de Drie Koningen in de DOM van Keulen. Veel bedevaartgangers bezochten dit heiligdom

Als de dader weer terug kwam in het dorp of niet op bedevaart hoefde waren er nog andere afspraken die het ontmoeten van de familie van het slachtoffer reguleerden.
De dader werd de toegang tot bepaalde of alle herbergen ontzegd. In die openbare plaatsen kwam de dorpsgemeenschap elkaar natuurlijk het meest tegen. Als de dader in de herberg aanwezig was moest hij die verlaten als de familie en/of vrienden van het slachtoffer die herberg wilden betreden. Zag hij dat de familie en vrienden van het slachtoffer in een herberg aanwezig waren dan mocht de dader die herberg niet betreden.

Er is vaak sprake van een geldelijke vergoeding. De (familie van de) dader draait op voor de kosten van de begrafenis met alles wat daarbij van toepassing kon zijn: de begrafenis zelf, de kist, de kaarsen, de etenswaren e.d. Soms is er een geldelijke vergoeding voor het berokkende leed, dat wat wij nu smartengeld noemen. Dat komt echter niet zo vaak voor. De (familie van de) dader moet regelmatig een offer brengen in de kerk of kapel binnen het dorp. Vaak is dat eenmalig.

Voorbeelden van zoenakten in Oisterwijk en Udenhout
In 1499 komt Willem Goescalcksz te overlijden door een ongeval veroorzaakt door Wouter Goijaert Jan Goijaerts en Goossen Gerit Verhoeven. Er volgt overleg door vertegenwoordigers van beide families en die besluiten o.a. dat Wouter een bedevaart moet houden naar Rome, naar de kerk van sinte Peters ende Pauwels en hij moet in de kerk van sint Jans latranen een misse hoeren en op zijn knieën de heilige trap op te cruyppen in het Lateraans paleis. Van dat alles moet hij rekenschap afleggen en bewijs overleggen bij terugkomst.

Goossen Gerit Verhoeven wordt een andere kant opgestuurd. Zijn bedevaart gaat naar Bad Wilsnack in Brandenburg in Noord-Duitsland. Sinds het eind van de 14de eeuw is die plaats een bedevaartsoord vanwege de bloedhosties die zich daar bevinden. Daarna moet Goossen ook nog naar Keulen gaan, waarschijnlijk naar het graf van de drie koningen in de dom van Keulen. Bij terugkomst mochten beide bedevaartgangers 14 dagen in het dorp blijven om verantwoording af te leggen over hun bedevaart. Daarna moeten zij weer vertrekken en mogen niet in Oisterwijk, Haaren en Diessen komen. Enkele weken per jaar mogen zij wel thuis komen om te helpen bij de oogst en werkzaamheden op de boerderij. Voor het overige moeten zij de familie van het slachtoffer vermijden in herbergen.
Beide daders moeten 120 gulden betalen aan de familie van de overledene.

paeijsmakers
Paeysmakers in 1499
In 1498 of 1499 overleed Jan Henric Vendics door de handen van Amelis Claes Truyen en Michiel natuurlijke zoon van Denys Wouters. De betrokken families kiezen uit hun midden paeysmakers (“vredemakers”) en gaan rond de tafel zitten. Er zit ook een priester bij het overleg, heer Jan Appels, voor de familie van de overledene. Jan Henric Vendics en zijn familie woonden waarschijnlijk in Udenhout of in Berkel. De familie had in ieder geval ook bezittingen in Udenhout.
Als eerste krijgen de daders de opdracht om driee tortysen te maken, dat zijn kaarsen, met een waarde van een horensgulden, voor het zieleheil van de overledene. Zij moeten ook geld betalen om een kruis te plaatsen waar de familie van de overleden het wil plaatsen. De daders moeten samen drie bedevaarten doen, een naar Rome naar de Sint Pieter, een naar het heilige bloed van Wilsenaken (Bad Wilsnack in Noord-Duitsland) en naar de Drie koningen in de dom van Keulen. Zij mogen deze bedevaarten ook door iemand anders laten doen of een van hen mag dat doen. Er moet bewijs geleverd worden van het volbrengen van alle bedevaarten.
Heilig Bloedschrijn geopend in de St. Nicolaaskerk

De daders mogen drie jaar lang niet in Udenhout, Berkel, Oisterwijk en Enschot komen en zij mogen niet wonen in Udenhout, Berkel en Enschot, zolang de vader van de overledene, Hendrick Vendijck en zijn zoon Marcelis, broer van de overledene, nog leven.
De beide daders mogen niet in herbergen komen waar Henric Vendijcs en zijn zoon Marcelis aanwezig zijn en als zij als eerste in de herberg zijn gekomen, moeten ze weggaan als vader en zoon Vendijcs daar binnen komen. Tot slot moeten de daders en hun vrienden 60 gulden betalen aan de familie van het slachtoffer. De eerder genoemde Marcelis is gewond geraakt in hetzelfde gevecht waarin zijn broer overleden is en krijgt daar 12 gulden voor betaald door de daders.

Bermherticheijt in 1602
Op 3 mei 1602 doodt Gijsbert Stevens van Gemonden de vrouw van Adriaen Aert Thonissen, genaamd Cornelia, dochter van Jan Willems Verschueren. De familie van haar echtgenoot had meerdere landerijen in Udenhout in bezit op het Winkel en bij de Gommelsestraat. Deze zoenakte beschrijft heel gedetailleerd wat de dader moest doen aan publieke boetedoening.

Op 1 juni 1602 vindt er in de kerk van Oisterwijk sekeren dach van soene plaats waarbij o.a. heer Jan Roompot, priester en kapelaan in de kerk van Helvoirt, Jan Adriaens van Roij en Adriaen Peter Janssen aanwezig waren. Op 28 juni daaropvolgend vindt de bijeenkomst plaats waar schepenen van Oisterwijk de zoenakte opstellen in aanwezigheid van Adriaen Aert Thoniss, weduwnaar van de overleden Cornelia, Jan zijn zoon, mede uit naam van zijn broer Aerd en Jenneken en Adriana, zijn zusters. Zij vertegenwoordigen de naeste vrienden ende magen van bloets wegen van Cornelia. Tijdens de bijeenkomst van 1 juni zijn op voorspraak van de genoemde heren en goede mannen de vrienden van de overleden Cornelia meer geneijcht wesende tot bermherticheijt dan tot rigeur van Justicien. Dat houdt in dat zij den voirscreven misdadiger t voorscreven ongeval en nederslach om goidstwille ende vuijt gracien hebben vergheven. Zij schenken de dader vergiffenis, maar wel tegen een prijs:
1. De dader betaalt 6 karolus gulden voor 30 missen ten behoeve van de overledene in de kerk van Oisterwijk.
2. Hij betaalt twee karolus gulden voor reparatie van de kerk van Oisterwijk.
3. De dader moet in de kerk van Oisterwijk verschijnen bervoets ende bloots hooffs met een brandende wassen kersse van eenen ponde in sijne handen en hij moet tijdens de hoogmis voor het altaar van het heilige kruis midden in de kerk op zijn knieën vallen en bidden voor de ziel van de overledene.
4. na diezelfde hoogmis moet hij met de kaars naar het graf van de overledene gaan en daar, terwijl de vrienden van de overledene achter het graf staan, op zijn knieën vallen, zijn misdaad bekennen en voor God en de vrienden van de  overleden om vergiffenis vragen.
5. Hij moet daar blijven alsoe in oot moedicheijt sitten tot dat hem oirloff sall wordden gegeven op te staen ende alsdan mette voirscreven kersse te gaen voirden altaer vanden Edele heijlige Sacramant om de kaars daar te offeren en te laten staan.
6. De dader moet op bedevaart naar het heijlich bloet tot Boxtel, op een zondag in zijn kleren met een wassen kersse in zijn handen en hij moet in het midden van de kerk voor het hoogen choir soe lange de hooch misse dueren sal zitten bidden om vergeving. De pastoor van Boxtel moet hem bewijs meegeven dat hij dit ook daadwerkelijk gedaan heeft.
7. De dader betaalt aan de weduwnaar en zijn gezin 50 karolus gulden voor de kosten van de uitvaart en begrafenis en nog 25 soenguldens binnen zes weken. De dader is echter zo arm dat hem die betaling wordt kwijtgescholden en in plaats daarvan moet hij 10 gulden betalen.
8. De dader mag 10 jaar lang niet in de vrijheid van Oisterwijk komen. Doet hij dat wel dan moet hij alsnog de volledige som die hem is kwijtgescholden betalen.
9. De dader moet te allen tijde de familie en vrienden van de overleden vuijt hennen oogen te gaen, in huizen, landerijen op straten en wegen, waar dan ook.

Nederslach in 1616
In 1608 doodde Adriaen sone Adriaen Adriaenss van Tilborch tijdens een ongevall ende nederslach Joost, de zoon van Lambert Robbert Leijnen. De families Leijnen (ook van de Plas en Robben genaamd) en Van Tilborch woonden op de grens van Berkel en Udenhout, deels in de Zeshoeven. Pas in 1616 wordt de zoenakte opgesteld. Waarom dat zo lang heeft geduurd is niet bekend. Voor de misdadiger spraken tijdens meerdere dagen van soenen o.a. Gerit Geritss van Broechoven en Adriaen zoon Adriaen Jan Aertssen. Uiteindelijk weken de gemaakte afspraken niet veel af van de andere beschreven zoenakte, met uitzondering van twee bepalingen.
1. De misdadiger wordt opgedragen te offeren voir Sinte Anthonis inde Capelle tot Berckel een wassen kerssen van eenen pondt.
2. Daarnaast moet hij twee karolus gulden betalen tot reparatie vande Altaer van sinte Anthonis aldaer.

Het altaar van Sint Anthonis was waarschijnlijk het altaar van het gilde van Sint Anthonis en Sint Sebastiaan. Mogelijk was de familie Leijnen actief lid bij het gilde en in ieder geval betrokken bij het onderhoud van de kapel. 

Twee opmerkelijk zoenakten in Udenhout
Adriaen Cornelis Adriaen Berthens doodt in 1618 Jan Cornelis Adriaen Vermeer. Op 3 april 1618 is er overleg geweest onder leiding van heer Geldolphus van Rijckel, pastoor van de parochie Oisterwijk, met onder andere Aert Gerits van Broeckhoven en Willem Adriaen Brekelmans om te komen tot een verzoening.
Kapel gewijd aan St. Lambertus in Udenhout, gestaan bij het huidige kruispunt en gebouwd in 14798. Deze middeleeuwse kapel heeft tot 1788 daar gestaan en is toen vervangen door een achthoekige versie.

Op 4 mei 1618 verschijnen voor schepenen van Oisterwijk: Jenneke weduwe van de overledene, en met haar Cornelis Adriaens Vermeer vader van de overledene, Aert en Adriaen broers van de overledene, Wouter Joosten Vreijssen, Jan (Jacop?) zoon Peter Jan Joosten en Balthasar Adriaens, zwagers van de overledene. De bepalingen zijn grotendeels hetzelfde als eerder beschreven met een paar uitzonderingen:
- De dader wordt opgedragen om in de kerk van Oisterwijk of in de kapel van Udenhout, waar de vrienden van de overleden dat wensen, drie sielmisse te laten houden;
- De dader betaalt een godspenning van vier karolus gulden, de helft voor de kerk van Oisterwijk en de helft voor de cappelle van sinte Lamberts in Udenhoudt opte cruijstraete;
- Hij betaalt de onkosten die de chirurgijn heeft moeten maken om de overledene te bezoeken. Blijkbaar was het slachtoffer niet meteen overleden;
- Hij betaalt de weduwe en haar kinderen 400 karolus gulden in vastgestelde termijnen (in de marge staan de kwijtingen van die betalingen);
- De dader moet binnen zes weken zijn huidige woning in de cruijsstraete verlaten. In die straat wonen de meeste vrienden van de overledene. Hij mag de komende vijf jaar niet in Udenhout wonen en niet in Haaren. Hij mag alleen zijn schuur gebruiken tijdens de oogst, maar hij mag er verder niet werken of land bewerken; 
- De misdadiger mag de komende vijf jaar niet ter kerke gaan in de capelle opte cruijstrate, maar wel in de parochiekerk van Oisterwijk en de kapel van Berkel of elders.
Later blijkt dat de dader niet is vertrokken uit zijn woning en daarom vindt er opnieuw overleg plaats dat op 23 oktober leidt tot een aanpassing van de zoen. De dader mag tot mei 1619 in zijn huis blijven wonen. Daarna moet hij vertrekken, maar dat mag ook een woning zijn in de Houtsche straat of in den Biezenmortel zijn.

Schepenen van Oisterwijk verklaren dat in het jaar 1649 seker ongeluck ende manslach heeft plaatsgevonden in de persoon van Jan Adriaen Cornelis Berthens, jongeman, door Jan zoon Adriaen van den Boer, jongeman. Deze eerste Jan is de zoon van Adriaan Cornelis Adriaan Bertens en Adriana Willem Brekelmans, gedoopt op 9 september 1627 in de kerk van Oisterwijk. De zoon dus van de persoon die in 1618 Jan Cornelis Adriaen Vermeer heeft gedood. Toch sprake van een late wraakactie? Dat wordt uit de documenten niet duidelijk. De beide families sluiten een zoen met de gebruikelijke voorwaarden. 

Tot slot
Deze bijzondere vorm van rechtspraak is eeuwenlang gebruikt. Wanneer de zoenakte uit zwang is geraakt heb ik niet kunnen achterhalen. Waarschijnlijk zijn de laatste zoenakten in de 17de eeuw opgemaakt.

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in 2015 Sprokkels 13]


Geen opmerkingen: