Louis Paul Boon kende ik alleen maar van het Geuzenboek dat ik een mensenleven geleden gelezen heb en wat me bijzonder boeide. Niet alleen door de inhoud maar vooral ook door de manier waarop Boon het geschreven had.
Dit boek is van een heel andere orde. Het is pornografie. Dat maakt een verslag schrijven extra lastig. Ik wil niet op de een of andere banlijst terecht komen. Ik weet nu al zeker dat er lezers zullen zijn die dit binnen hun werkomgeving niet kunnen lezen omdat er filters actief zijn die de gebruiker behoeden voor dit soort vuilspuiterij. Goed, dat heb ik dan in ieder geval alvast gezegd.
Mieke krijgt al heel jong te maken met sexuele handelingen, in haar geval, en voor haar vriendinnen, van een dienstdoende schoolarts. Zij is dan 9 jaar oud en haar interesse is gewekt. Een paar jaar later, ze is dan 12, pakt ze de draad weer op en haar ontdekkingstocht gaat door. Zij geniet van de sex, van de handelingen en het genot, van de macht die het haar geeft. De jonge leeftijd geeft een extra lading aan het boek, want dit mag natuurlijk helemaal niet. Het boek beschrijft haar sexuele escapades tot en met haar 18de jaar.
De man komt er in dit boek niet erg goed vanaf. Die is uit op reproductie (mooi eufemisme) en is makkelijk te verleiden tot overspel, sex met minderjarigen en mishandeling van anderen om maar aan zijn gerief te komen. Veel meer kan ik er eigenlijk niet over zeggen. Het was zeer lezenswaardig. Het boek is 100 pagina's dik en dat is een mooi getal want bij gebrek aan een plot of een opbouw van een verhaal heb je de sexuele handelingen op een gegeven moment wel gehad. Goed is goed. De clerus krijgt ook nog een veeg uit de pan, maar dat is in onze tijd niet meer echt verwonderlijk. Opvallend is het taalgebruik, wat me bij het Geuzenboek zo aansprak, waar bijna alles (persoonsnamen, straatnamen e.d.) een sexuele associatie heeft. De student die het verhaal heeft opgetekend heet Steivekleut. Need I say more?
Verbazingwekkend boek omdat het taboerijk is. Het boek heeft zelfs een wikipedialemma.
zondag 12 januari 2014
zondag 5 januari 2014
Timur Vermes - Daar is hij weer
Curieus boek. Wat is het geval. Op een dag wordt Adolf Hitler wakker op een grasveld in Berlijn. Hij stinkt enorm naar benzine en is volledig gedesoriënteerd. Het is 2011. Gaandeweg vindt hij zijn weg in het Berlijn van nu. Als dat geen opmerkelijk gegeven is, wat dan nog wel?
Het boek staat te boek als satirische roman. Het is zonder meer een humoristisch verhaal. De manier waarop deze man er in slaagt om met exact dezelfde ideeën als 80 jaar geleden komische analyses maakt van de samenleving van nu is heel knap beschreven. Een ander komisch aspect is zijn absolute geloof in eigen kunnen en intellect. Een onwrikbaar zelfvertrouwen dat zonder twijfel hoogmoed bevat.
Ronduit absurd en hilarisch is het bezoek van deze Hitler aan de thuisbasis van de NPD. Hij veegt de vloer aan met deze lui en acht ze rijp voor een kampbezoek.
Het verhaal behelst de tocht van de herrezen Hitler op zoek naar een nieuw partijkader en een nieuwe glorieuze toekomst voor (Groot)-Duitsland. Hij krijgt daarbij de hulp van radio- en televisiemaatschappijen die in hem een ludieke figuur zien die "andere" radio en televisie gaat opleveren. Ik vond het knap hoe de spanning tussen de ideeën die worden uitgesproken en het gebruiken van deze man tot uitdrukking komt. De mensen, zowel die van de televisiemaatschappij als veel van de luisteraars, geloven domweg niet dat hij het meent en collectief beschouwen ze hem als een satiricus. Zijn redenaarskunst en demogagie zijn onaantastbaar gebleven. Dat blijkt in alle tijden een machtig wapen.
Ik ga verder niet te veel prijsgeven maar de auteur Timur Vermes is er in geslaagd om een verrassend gegeven om te zetten tot een zeer leesbaar boek. Kennis van de geschiedenis van Hitler, de NSDAP, de Tweede Wereldoorlog, Duitsland in het interbellum maar ook de hedendaagse politieke constellatie en figuren in Duitsland strekt to aanbeveling. Voor Duitsers moet het nog leuker zijn om dit boek te lezen.
Als je eens op zoek bent naar wat anders, lees dit boek!
Het boek staat te boek als satirische roman. Het is zonder meer een humoristisch verhaal. De manier waarop deze man er in slaagt om met exact dezelfde ideeën als 80 jaar geleden komische analyses maakt van de samenleving van nu is heel knap beschreven. Een ander komisch aspect is zijn absolute geloof in eigen kunnen en intellect. Een onwrikbaar zelfvertrouwen dat zonder twijfel hoogmoed bevat.
Ronduit absurd en hilarisch is het bezoek van deze Hitler aan de thuisbasis van de NPD. Hij veegt de vloer aan met deze lui en acht ze rijp voor een kampbezoek.
Het verhaal behelst de tocht van de herrezen Hitler op zoek naar een nieuw partijkader en een nieuwe glorieuze toekomst voor (Groot)-Duitsland. Hij krijgt daarbij de hulp van radio- en televisiemaatschappijen die in hem een ludieke figuur zien die "andere" radio en televisie gaat opleveren. Ik vond het knap hoe de spanning tussen de ideeën die worden uitgesproken en het gebruiken van deze man tot uitdrukking komt. De mensen, zowel die van de televisiemaatschappij als veel van de luisteraars, geloven domweg niet dat hij het meent en collectief beschouwen ze hem als een satiricus. Zijn redenaarskunst en demogagie zijn onaantastbaar gebleven. Dat blijkt in alle tijden een machtig wapen.
Ik ga verder niet te veel prijsgeven maar de auteur Timur Vermes is er in geslaagd om een verrassend gegeven om te zetten tot een zeer leesbaar boek. Kennis van de geschiedenis van Hitler, de NSDAP, de Tweede Wereldoorlog, Duitsland in het interbellum maar ook de hedendaagse politieke constellatie en figuren in Duitsland strekt to aanbeveling. Voor Duitsers moet het nog leuker zijn om dit boek te lezen.
Als je eens op zoek bent naar wat anders, lees dit boek!
woensdag 1 januari 2014
Saskia Noort - De eetclub
Geïnspireerd door vrienden hebben L. en ik vorige week een Kobo touch aangeschaft. Dat is een e-reader. We beschikten al over een e-reader, maar dat was er eentje van een vorige generatie. Deze Kobo touch is werkelijk een feest voor de lezer. Hij is handzaam, licht en heeft licht. De vorige e-reader had daglicht (of kunstlicht) nodig om er mee te kunnen lezen. Deze Kobo touch niet. Die heeft een lampje voor als het niet licht genoeg is. Werkt voortreffelijk.
Het is een handzaam klein dingetje, je zet er makkelijk e-books op en als je wilt kun je e-books in de Kobowinkel kopen en via de app lezen op elk apparaat dat je voorhanden hebt, van telefoon tot pc. Een voorlopig hoogtepunt in e-reader land. Ik weet niet of dit ons gaat beperken in de aanschaf van boeken, maar het neigt er wel toe. Gemak dient tenslotte de mens.
Om het apparaat meteen te testen ben ik begonnen in de Eetclub van Saskia Noort. Dat leek me een eenvoudig boek om te testen. Ik ben enthousiaster over de Kobo touch dan over het boek.
Ik realiseer me dat het een succesvol boek is (met een wikipedialemma!) dat zelfs verfilmd is, maar ik vond het toch een beetje ver van me afstaan. Al dat gedweep met drank is sowieso al niet iets wat me aanspreekt. De teleurstelling in vriendschap gebaseerd op drank en eten getuigt wat mij betreft van een gebrek aan realiteitszin en/of intelligentie. Leeghoofdige, naijverige vrouwen die drijven op geld en mannen die zich alleen door succes en, wederom geld, laten inspireren, het doet me niets. Behalve een gevoel van treurnis opwekken. Ok, misschien ben ik degene die ver van de werkelijkheid afstaat, dat kan zijn, maar dergelijke beperkte individuen, die verdienen niet beter dan dat ze de kous op de kop krijgen.
Het boek leest makkelijk weg, daar niet van. Ik was niet onder indruk van de stijl van schrijven, maar het stoorde me ook niet. Gewoon een goed leesbaar boek. Maar de inhoud stoorde me wel. Ik kon eigenlijk voor niemand van de personages sympathie opwekken. Dat zou toch moeten volgens mij. Dat je tenminste een personage als sympathiek, herkenbaar beschouwt. Het liet me koud wat er met deze mensen gebeurde. Ik vond het ook niet spannend. Gewoon een boek.
Op naar het volgende boek!
Het is een handzaam klein dingetje, je zet er makkelijk e-books op en als je wilt kun je e-books in de Kobowinkel kopen en via de app lezen op elk apparaat dat je voorhanden hebt, van telefoon tot pc. Een voorlopig hoogtepunt in e-reader land. Ik weet niet of dit ons gaat beperken in de aanschaf van boeken, maar het neigt er wel toe. Gemak dient tenslotte de mens.
Om het apparaat meteen te testen ben ik begonnen in de Eetclub van Saskia Noort. Dat leek me een eenvoudig boek om te testen. Ik ben enthousiaster over de Kobo touch dan over het boek.
Ik realiseer me dat het een succesvol boek is (met een wikipedialemma!) dat zelfs verfilmd is, maar ik vond het toch een beetje ver van me afstaan. Al dat gedweep met drank is sowieso al niet iets wat me aanspreekt. De teleurstelling in vriendschap gebaseerd op drank en eten getuigt wat mij betreft van een gebrek aan realiteitszin en/of intelligentie. Leeghoofdige, naijverige vrouwen die drijven op geld en mannen die zich alleen door succes en, wederom geld, laten inspireren, het doet me niets. Behalve een gevoel van treurnis opwekken. Ok, misschien ben ik degene die ver van de werkelijkheid afstaat, dat kan zijn, maar dergelijke beperkte individuen, die verdienen niet beter dan dat ze de kous op de kop krijgen.
Het boek leest makkelijk weg, daar niet van. Ik was niet onder indruk van de stijl van schrijven, maar het stoorde me ook niet. Gewoon een goed leesbaar boek. Maar de inhoud stoorde me wel. Ik kon eigenlijk voor niemand van de personages sympathie opwekken. Dat zou toch moeten volgens mij. Dat je tenminste een personage als sympathiek, herkenbaar beschouwt. Het liet me koud wat er met deze mensen gebeurde. Ik vond het ook niet spannend. Gewoon een boek.
Op naar het volgende boek!
dinsdag 31 december 2013
Demotie (of Remotie?)
Op de laatste dag van 2013 even wat reflecterende opmerkingen.
Voor mij persoonlijk was 2013 een lastig jaar. Door een eigen keuze besloot ik om mijn rol als Hoofd Archief te stoppen. Dat was overigens niet iets van 2013, dat wilde ik al in 2012 maar door omstandigheden gebeurde dat toen niet. Vervolgens doorliepen we een proces van herinrichting en nieuwe strategische keuzes waarbij mijn nieuwe rol zich langzaam aandiende. Vanaf 1 januari krijgt dat dan een nieuwe inhoud in mijn functie als projectleider / coördinator. What's in a name. Als aandachtsgebieden krijg ik voorlopig onder mijn hoede e-dienstverlening en educatie & participatie. Twee onderwerpen waar ik in ieder geval mijn hart heb liggen. Belangrijke onderwerpen in een tijd waar in archieven voor de zoveelste keer het accent komt te liggen bij beheren en bewaren.
Hierdoor kreeg ik te maken met het fenomeen demotie. De waardedaling van mijn functioneren. Omdat ik geen, of onvoldoende, verantwoordelijkheid draag gaat niet alleen mijn plaats in de organisatiestructuur "achteruit" maar ook de betaling die ik krijg. Daar sta ik, voor de duidelijkheid, volledig achter.
De vraag die zich daarbij telkens weer opwerpt: voldoet de huidige manier van functie-indeling en beloning nog wel aan de eisen die we stellen aan personeel/medewerkers. Het is een discussie die parallel verloopt aan de vraag of de huidige manier van opleiden nog wel voldoet aan de eisen die we aan nieuwe medewerkers stellen. Nu ik opnieuw zo'n proces heb doorlopen valt me op dat het verlangen om alles te vangen in beschrijvingen altijd weer tot spanningen leidt. Functiebeschrijvingen, het zegt zo weinig over wat je doet. En wie je bent. En wat je betekent. En dan de koppeling aan een functiewaardering. Wat zal ik er van zeggen.
Ik snap dat er behoefte is aan systematiek, dat verdient ook aanbeveling tegenover persoonlijke aanstellingen, maar het doet vaak geen recht meer aan de prestaties van mensen. Niet dat een andere systematiek tot hogere salarissen gaat leiden, maar het is mogelijk wel herkenbaarder voor medewerkers en daarmee meer acceptabel. Nu is het streven: een zo plat mogelijke (organisatie)pannenkoek. Weinig lagen, zeker in een kleine organisatie als de onze, is een heel goed uitgangspunt, maar meer differentiatie in functies en waardering leidt niet tot meer "lagen", wel tot een passender organisatie.
Ik heb er geen oplossing voor en ik ben niet degene die dat gaat bedenken. Maar kritisch blijven nadenken over dit soort processen kan geen kwaad. Voorlopig ga ik aan de slag als projectleider / coördinator. En blijkbaar presteer ik in die hoedanigheid minder dan voorheen. Tis maar dat je het weet.
Wat altijd weer leuk is hoe mensen uit de trend van demotie een slaatje slaan, zoals de (Vlaamse) schrijvers van het boek Remotie. Een stap terug is een stap vooruit die het positieve blijven zien.
Op hun weblog staan ook een aantal zinnige dingen zoals: "Promotie wordt nog teveel gekoppeld aan succes. Demotie, daarentegen, draagt het stigma van de mislukking."
Dit is een managementboek. Dus het verdedigt demotie als instrument om ouderen langer te laten werken zonder dat ze te duur worden. Heel kort door de bocht is dat mijn samenvatting van hun visie. Het Vlaamse taalgebruik maakt het nog wat smeuïger: "Als u het de individuele werknemer vraagt, primeert werktevredenheid en work-life balance boven loon. Trouwens, loon an sich is erg beperkend. Het is nuttig in deze context het hele rewardpakket eens onder de loep te nemen, dat biedt zeker nog wat uitdagingen."
Tja. Het Vlaams is ook niet meer wat het is geweest;).
Voor mij persoonlijk was 2013 een lastig jaar. Door een eigen keuze besloot ik om mijn rol als Hoofd Archief te stoppen. Dat was overigens niet iets van 2013, dat wilde ik al in 2012 maar door omstandigheden gebeurde dat toen niet. Vervolgens doorliepen we een proces van herinrichting en nieuwe strategische keuzes waarbij mijn nieuwe rol zich langzaam aandiende. Vanaf 1 januari krijgt dat dan een nieuwe inhoud in mijn functie als projectleider / coördinator. What's in a name. Als aandachtsgebieden krijg ik voorlopig onder mijn hoede e-dienstverlening en educatie & participatie. Twee onderwerpen waar ik in ieder geval mijn hart heb liggen. Belangrijke onderwerpen in een tijd waar in archieven voor de zoveelste keer het accent komt te liggen bij beheren en bewaren.
Hierdoor kreeg ik te maken met het fenomeen demotie. De waardedaling van mijn functioneren. Omdat ik geen, of onvoldoende, verantwoordelijkheid draag gaat niet alleen mijn plaats in de organisatiestructuur "achteruit" maar ook de betaling die ik krijg. Daar sta ik, voor de duidelijkheid, volledig achter.
De vraag die zich daarbij telkens weer opwerpt: voldoet de huidige manier van functie-indeling en beloning nog wel aan de eisen die we stellen aan personeel/medewerkers. Het is een discussie die parallel verloopt aan de vraag of de huidige manier van opleiden nog wel voldoet aan de eisen die we aan nieuwe medewerkers stellen. Nu ik opnieuw zo'n proces heb doorlopen valt me op dat het verlangen om alles te vangen in beschrijvingen altijd weer tot spanningen leidt. Functiebeschrijvingen, het zegt zo weinig over wat je doet. En wie je bent. En wat je betekent. En dan de koppeling aan een functiewaardering. Wat zal ik er van zeggen.
Ik snap dat er behoefte is aan systematiek, dat verdient ook aanbeveling tegenover persoonlijke aanstellingen, maar het doet vaak geen recht meer aan de prestaties van mensen. Niet dat een andere systematiek tot hogere salarissen gaat leiden, maar het is mogelijk wel herkenbaarder voor medewerkers en daarmee meer acceptabel. Nu is het streven: een zo plat mogelijke (organisatie)pannenkoek. Weinig lagen, zeker in een kleine organisatie als de onze, is een heel goed uitgangspunt, maar meer differentiatie in functies en waardering leidt niet tot meer "lagen", wel tot een passender organisatie.
Ik heb er geen oplossing voor en ik ben niet degene die dat gaat bedenken. Maar kritisch blijven nadenken over dit soort processen kan geen kwaad. Voorlopig ga ik aan de slag als projectleider / coördinator. En blijkbaar presteer ik in die hoedanigheid minder dan voorheen. Tis maar dat je het weet.
Wat altijd weer leuk is hoe mensen uit de trend van demotie een slaatje slaan, zoals de (Vlaamse) schrijvers van het boek Remotie. Een stap terug is een stap vooruit die het positieve blijven zien.
Op hun weblog staan ook een aantal zinnige dingen zoals: "Promotie wordt nog teveel gekoppeld aan succes. Demotie, daarentegen, draagt het stigma van de mislukking."
Dit is een managementboek. Dus het verdedigt demotie als instrument om ouderen langer te laten werken zonder dat ze te duur worden. Heel kort door de bocht is dat mijn samenvatting van hun visie. Het Vlaamse taalgebruik maakt het nog wat smeuïger: "Als u het de individuele werknemer vraagt, primeert werktevredenheid en work-life balance boven loon. Trouwens, loon an sich is erg beperkend. Het is nuttig in deze context het hele rewardpakket eens onder de loep te nemen, dat biedt zeker nog wat uitdagingen."
Tja. Het Vlaams is ook niet meer wat het is geweest;).
zondag 8 december 2013
25 jaar archivaris - een jubileum
Een week geleden op de kop af 25 jaar geleden behaalde ik mijn diploma middelbaar archiefambtenaar. Na 14 maanden betaalde stage in het Rijksarchief Utrecht (nu Het Utrechts Archief) aan de Alexander Numankade met medestagiare en klasgenoot Erik Baas, mocht ik examen doen. Tijdens mijn stage had ik met allerlei aspecten van het archivarissenbestaan kennis gemaakt. Voor eentje, het verpakken van archieven, moest rijksarchvaris Cees Dekker hoogstpersoonlijk in actie komen omdat ik daar blijkbaar steeds onderuit had weten te komen. Archiefbeheer was toen al geen kracht van me :). Toch kreeg ik een bewijs dat ik naar volle tevredenheid van prof. dr. Dekker mijn stage had doorlopen.
De opleiding was ideaal, 4 dagen werken en 1 dag, op vrijdag, naar school. De lessen werden gegeven in het gebouw van het Rijksarchief (nu Nationaal Archief) in Den Haag. Mijn huidige collega Mirjam (zat in de andere klas) volgde dezelfde opleiding en wij reisden vaak samen vanuit Tilburg. Dat was in een tijd dat roken in de trein nog mocht en meer ruimte kreeg dan niet roken.
Het was een gemeleerde groep die in mijn klas zat en de meeste studenten waren instromers vanuit andere beroepen of medewerkers van archiefdiensten. Van de opleiding kan ik me niet meer zoveel herinneren, maar het helderst zijn nog de weken in Woudschoten in Zeist. Een week intern om flink bijgespijkerd te worden. Uiteindelijk waren het uitstapjes die meer de groep vormden dan de geest. In mijn beleving dan :).
Voordat ik aan mijn stage begon had ik anderhalf jaar vervangende dienstplicht gedaan bij de Universiteitsbibliotheek in Utrecht. Daar had ik geschiedenismethoden ingevoerd in de geditaliseerde bibliotheekcatalogus. Met die ervaring op zak was ik meteen een van de weinigen in Nederland die dagelijks achter een computer zaten. Toen dan ook mijn inventaris mocht uittypen achter de computer was dat een merkwaardige gewaarwording. Die ene computer in het gebouw had namelijk een beheerder/bewaker: Lou de Graaf. Deze man, die Erik en mij ook paleografie gaf (waarvoor nog steeds hulde), was echt de baas van de computer. Zonder zijn toestemming en supervisie kon je er niet terecht. Met mijn kleine voorsprong kon ik gelukkig snel overweg met het ding en in WP 4.2 heb ik mijn archiefinventaris, mijn meesterproef, getypt.
Het inventariseren was een bijzonder verhaal. Onze begeleider was de heer Heinz. Deze man had het bestaan om de banden waaruit het archief oorspronkelijk bestond te desintegreren en Erik en mij met enkele meters losse papieren op te zadelen waar wij enige ordening in moesten aanbrengen. Ik weet nog goed dat dat geen methode was die breed werd gesteund. Respect voor de oude orde en zo (Ja, archivarissen kunnen behoorlijk reactionair zijn!). Maar deze meneer Heinz was van een apart slag. Opnieuw kwam archiefbeheer er niet ongeschonden vanaf.
In de studiezaal kreeg ik begeleiding van Saskia de Graaf(f?). Daar voelde ik me beter op mijn plaats. Ik kan me niet herinneren dat het bijzonder druk was, maar er zaten wel enkele heel serieuze onderzoekers die in de oude archieven bezig waren. Daarvan had het rijksarchief Utrecht er voldoende, vooral van het kerkelijke soort en middeleeuws. Prachtig! Daarnaast kon ik wat Utrechtse De Brouwers opsporen. Mooie bijkomstigheid. De vele depots op verschillende verdiepingen hebben mij met enkele regelmaat in verwarring gebracht, maar uiteindelijk kreeg de bezoeker wat hij had aangevraagd...
Samen met Erik beschreef ik de archieven van de onderprefekten van Utrecht en Amersfoort, 1811-1813, de commissarissen van de kwartieren Utrecht en Amersfoort, 1813-1816. Echt geen spectaculair archief. De periode sprak me niet aan en mijn onderdeel, de kommissarissen, bestond voor het overgrote deel uit het doorsturen van verzoeken en antwoorden tussen departement en gemeentebesturen. Veel begeleidende brieven. Behoorlijk saaie shit! Voor wie er zin in heeft, de inventaris staat online.
Het inventariseren mondde uit in een echte uitgave van de inventaris in de inventarisreeks, nummer 71, van het Rijksarchief Utrecht en vermelding in Worldcat!
Na afronding van deze proeve van bekwaamheid mocht ik op mondeling examen. Het was op 1 december 1988 om 10.30u. Ik weet nog goed dat ik van het onderdeel paleografie niet zoveel bakte. Op de een of andere reden hadden de zenuwen me in de greep. In mijn herinnering was dat het begin van het examen en daarna werd het niet beter. Toch maakte ik voldoende indruk op de examencommissie en mocht ik me vanaf dat moment middelbaar archiefambtenaar noemen. Mijn cijferlijst spreekt niet echt tot de verbeelding, maar telt wel! Dat woord "middelbaar" heeft wel de uitstraling alsof je leven er al voor een belangrijk deel opzit. Nu is dat zo, toen nog allerminst. Hoe vaak heb ik niet moeten uitleggen waarom ik toch in godsnaam als archivaris werkzaam wilde zijn... Nou ja, ik heb er nooit spijt van gehad.
Inmiddels ben ik bijna net zo lang archivaris als werkzaam in Tilburg. Wel in steeds afwisselende functies en hoedanigheden. Op het moment dat ik dit schrijf weet ik nog niet wat ik volgend jaar ga doen bij diezelfde archiefdienst, inmiddels verzelfstandigd en op zoek naar nieuwe wegen. Dat laatste is trouwens het meest boeiende aan het vak: de enorme ontwikkeling die plaatsvind in de informatievoorziening door de digitale revolutie die zich nog steeds aan het voltrekken is.
Of ik dat in Tilburg blijf doen? Voorlopig wel, maar ik sta open voor een interessant aanbod. Mijn leeftijd en de huidige situatie op de arbeidsmarkt maken een nieuwe start niet eenvoudig. Desondanks houd ik mijn ogen en oren open.
In de afgelopen 25 jaar is er veel gebeurd. Archivaris zijn is voor mij vooral mensen verder helpen met hun onderzoek en dat in toenemende mate faciliteren via internet, dat blijft me boeien. Ik heb een goede keuze gemaakt in 1987 toen ik voor deze opleiding koos.
Pikant detail: Ik was er zelf al jaaaren van overtuigd dat ik mijn examen op 8 december had gedaan. Mijn diploma bewijst dat ik mezelf al net zoveel jaar voorlieg. De menselijke geest en zijn geheugen. Verraderlijk! Maar goed dat er archieven zijn ;).
De opleiding was ideaal, 4 dagen werken en 1 dag, op vrijdag, naar school. De lessen werden gegeven in het gebouw van het Rijksarchief (nu Nationaal Archief) in Den Haag. Mijn huidige collega Mirjam (zat in de andere klas) volgde dezelfde opleiding en wij reisden vaak samen vanuit Tilburg. Dat was in een tijd dat roken in de trein nog mocht en meer ruimte kreeg dan niet roken.
Het was een gemeleerde groep die in mijn klas zat en de meeste studenten waren instromers vanuit andere beroepen of medewerkers van archiefdiensten. Van de opleiding kan ik me niet meer zoveel herinneren, maar het helderst zijn nog de weken in Woudschoten in Zeist. Een week intern om flink bijgespijkerd te worden. Uiteindelijk waren het uitstapjes die meer de groep vormden dan de geest. In mijn beleving dan :).
Voordat ik aan mijn stage begon had ik anderhalf jaar vervangende dienstplicht gedaan bij de Universiteitsbibliotheek in Utrecht. Daar had ik geschiedenismethoden ingevoerd in de geditaliseerde bibliotheekcatalogus. Met die ervaring op zak was ik meteen een van de weinigen in Nederland die dagelijks achter een computer zaten. Toen dan ook mijn inventaris mocht uittypen achter de computer was dat een merkwaardige gewaarwording. Die ene computer in het gebouw had namelijk een beheerder/bewaker: Lou de Graaf. Deze man, die Erik en mij ook paleografie gaf (waarvoor nog steeds hulde), was echt de baas van de computer. Zonder zijn toestemming en supervisie kon je er niet terecht. Met mijn kleine voorsprong kon ik gelukkig snel overweg met het ding en in WP 4.2 heb ik mijn archiefinventaris, mijn meesterproef, getypt.
Het inventariseren was een bijzonder verhaal. Onze begeleider was de heer Heinz. Deze man had het bestaan om de banden waaruit het archief oorspronkelijk bestond te desintegreren en Erik en mij met enkele meters losse papieren op te zadelen waar wij enige ordening in moesten aanbrengen. Ik weet nog goed dat dat geen methode was die breed werd gesteund. Respect voor de oude orde en zo (Ja, archivarissen kunnen behoorlijk reactionair zijn!). Maar deze meneer Heinz was van een apart slag. Opnieuw kwam archiefbeheer er niet ongeschonden vanaf.
In de studiezaal kreeg ik begeleiding van Saskia de Graaf(f?). Daar voelde ik me beter op mijn plaats. Ik kan me niet herinneren dat het bijzonder druk was, maar er zaten wel enkele heel serieuze onderzoekers die in de oude archieven bezig waren. Daarvan had het rijksarchief Utrecht er voldoende, vooral van het kerkelijke soort en middeleeuws. Prachtig! Daarnaast kon ik wat Utrechtse De Brouwers opsporen. Mooie bijkomstigheid. De vele depots op verschillende verdiepingen hebben mij met enkele regelmaat in verwarring gebracht, maar uiteindelijk kreeg de bezoeker wat hij had aangevraagd...
Samen met Erik beschreef ik de archieven van de onderprefekten van Utrecht en Amersfoort, 1811-1813, de commissarissen van de kwartieren Utrecht en Amersfoort, 1813-1816. Echt geen spectaculair archief. De periode sprak me niet aan en mijn onderdeel, de kommissarissen, bestond voor het overgrote deel uit het doorsturen van verzoeken en antwoorden tussen departement en gemeentebesturen. Veel begeleidende brieven. Behoorlijk saaie shit! Voor wie er zin in heeft, de inventaris staat online.
Het inventariseren mondde uit in een echte uitgave van de inventaris in de inventarisreeks, nummer 71, van het Rijksarchief Utrecht en vermelding in Worldcat!
Na afronding van deze proeve van bekwaamheid mocht ik op mondeling examen. Het was op 1 december 1988 om 10.30u. Ik weet nog goed dat ik van het onderdeel paleografie niet zoveel bakte. Op de een of andere reden hadden de zenuwen me in de greep. In mijn herinnering was dat het begin van het examen en daarna werd het niet beter. Toch maakte ik voldoende indruk op de examencommissie en mocht ik me vanaf dat moment middelbaar archiefambtenaar noemen. Mijn cijferlijst spreekt niet echt tot de verbeelding, maar telt wel! Dat woord "middelbaar" heeft wel de uitstraling alsof je leven er al voor een belangrijk deel opzit. Nu is dat zo, toen nog allerminst. Hoe vaak heb ik niet moeten uitleggen waarom ik toch in godsnaam als archivaris werkzaam wilde zijn... Nou ja, ik heb er nooit spijt van gehad.
Inmiddels ben ik bijna net zo lang archivaris als werkzaam in Tilburg. Wel in steeds afwisselende functies en hoedanigheden. Op het moment dat ik dit schrijf weet ik nog niet wat ik volgend jaar ga doen bij diezelfde archiefdienst, inmiddels verzelfstandigd en op zoek naar nieuwe wegen. Dat laatste is trouwens het meest boeiende aan het vak: de enorme ontwikkeling die plaatsvind in de informatievoorziening door de digitale revolutie die zich nog steeds aan het voltrekken is.
Of ik dat in Tilburg blijf doen? Voorlopig wel, maar ik sta open voor een interessant aanbod. Mijn leeftijd en de huidige situatie op de arbeidsmarkt maken een nieuwe start niet eenvoudig. Desondanks houd ik mijn ogen en oren open.
In de afgelopen 25 jaar is er veel gebeurd. Archivaris zijn is voor mij vooral mensen verder helpen met hun onderzoek en dat in toenemende mate faciliteren via internet, dat blijft me boeien. Ik heb een goede keuze gemaakt in 1987 toen ik voor deze opleiding koos.
Pikant detail: Ik was er zelf al jaaaren van overtuigd dat ik mijn examen op 8 december had gedaan. Mijn diploma bewijst dat ik mezelf al net zoveel jaar voorlieg. De menselijke geest en zijn geheugen. Verraderlijk! Maar goed dat er archieven zijn ;).
Labels:
25 jaar,
archivaris,
diploma,
middelbaar,
rijksarchief,
Utrecht
Abonneren op:
Posts (Atom)



