Opnieuw, wat mij betreft, een exoot uit het grote rijk der heiligen. Een Belg, die leefde rond 1900. Hij overleed in 1917 en werd in 1989 heilig verklaard. Hij is geboren als Louis Joseph Wiaux in Mellet (B). Hij trad in bij de Broeders van de Christelijke Scholen, vergelijkbaar met de Fraters van Tilburg. Over zijn leven is heel weinig te vertellen. Hij leefde vroom en had als bijnaam de biddende broeder. Dat zegt genoeg. Op één van de prentjes die ik van hem heb staat letterlijk "Heel zijn kloosterleven lang was hij slaaf van plicht en regels." En daar houdt de katholieke kerk van: gehoorzaamheid en het slaafs volgen van bevelen.
Zijn graf werd meteen na zijn dood een pelgrimsplaats waar gelovingen baden om genezing van allerlei kwalen. Hij heeft meerdere genezingen op zijn naam staan.
Ik heb drie prentjes van hem in bezit, één franstalig en twee (identiek) Nederlandstalig. De prentjes bevatten een stukje van zijn doodskist. Daarbij heb ik nog een soort medaille met aan beide zijden bloemmotieven. Je kunt die medaille openschuiven en dan verschijnt een afbeelding van Frère Mutien-Marie. Bijzonder.
donderdag 15 november 2012
zondag 11 november 2012
Relikwie (4): De heilige Gerardus Majella
Gerardus Majella is een volksheilige. Hij leefde in het Italië van de 18de eeuw. Hij werd maar 29 jaar oud en overleed in 1755. In die korte tijd heeft hij zoveel indruk gemaakt dat hij in 1904 heilig werd verklaard. Hij was de patroonheilige van de kleermakers, portiers en zwangere vrouwen.
Waarom mijn tantes in ieder geval drie relikwieën van hem in bezit hadden is mij onduidelijk. Zij zijn namelijk nooit getrouwd en zeker niet zwanger geweest. De twee beroepen waarvan Gerardus Majella patroonheilige was hebben ze nooit uitgevoerd.
In Nederland is er een bedevaartsoord in het klooster van Wittem. Ik weet uit de familiealbums dat mijn grootouders met in ieder geval enkele van hun kinderen daar zijn geweest. Mogelijk in de periode dat hun broer Mathieu studeerde in het klooster in Steijl. Meerdere prentjes met religieuze teksten in deze verzameling devotionalia zijn uit dat klooster afkomstig.
Misschien dat dat de enige link is naar deze relikwieén: beschikbaarheid via hun heerbroer. En mogelijk met de gedachte in het hoofd: baat het niet dan schaadt het niet.
Van één relikwie heb ik alleen nog een verpakkingspapiertje en de andere twee zijn stukjes stof, gestempeld met het logo van de Redemptoristen. Gerardus Majella was lid van die orde, net als Peerke Donders.
Het gaat in alle gevallen om stoffen die in aanraking zijn geweest met zijn botten of vocht van zijn botten. Je had allerlei gradaties in relikwieën en daar hoorde vanzelfsprekend ook een sterkere of zwakkere werking bij.
Waarom mijn tantes in ieder geval drie relikwieën van hem in bezit hadden is mij onduidelijk. Zij zijn namelijk nooit getrouwd en zeker niet zwanger geweest. De twee beroepen waarvan Gerardus Majella patroonheilige was hebben ze nooit uitgevoerd.
In Nederland is er een bedevaartsoord in het klooster van Wittem. Ik weet uit de familiealbums dat mijn grootouders met in ieder geval enkele van hun kinderen daar zijn geweest. Mogelijk in de periode dat hun broer Mathieu studeerde in het klooster in Steijl. Meerdere prentjes met religieuze teksten in deze verzameling devotionalia zijn uit dat klooster afkomstig.
Misschien dat dat de enige link is naar deze relikwieén: beschikbaarheid via hun heerbroer. En mogelijk met de gedachte in het hoofd: baat het niet dan schaadt het niet.
Van één relikwie heb ik alleen nog een verpakkingspapiertje en de andere twee zijn stukjes stof, gestempeld met het logo van de Redemptoristen. Gerardus Majella was lid van die orde, net als Peerke Donders.
Het gaat in alle gevallen om stoffen die in aanraking zijn geweest met zijn botten of vocht van zijn botten. Je had allerlei gradaties in relikwieën en daar hoorde vanzelfsprekend ook een sterkere of zwakkere werking bij.
woensdag 7 november 2012
Relikwie (3): St. Willibrordus
Dit is niet zozeer een relikwie alswel een gedenkpenning, of bewijs van deelname in Echternach aan de viering dat het 1200 jaar geleden was dat Sint Willibrord stierf.
Willibrord was een missionaris die vanuit het huidige Engeland naar het Europese vasteland kwam en in de Nederlanden actief is geweest. Hij was de eerste bisschop van Utrecht en heeft veel zendingswerk gedaan in de noordelijke Nederlanden waarbij het het herhaaldelijk aan de stok kreeg met de weerbarstige Friezen. Hij kreeg dan ook de eretitel Apostel der Friezen en Beschermheilige van de Nederlanden.
Het oudst bewaarde bewijsstuk van het bestaan van de naam Tilburg uit 709 is direct aan hem gelieerd en het bewaarde afschrift daarvan ligt heden ten dage in de abdij in Echternach.
In 1939 vond de viering plaats van de 12e centenaire van zijn overlijden in 739. Wie van mijn familieleden daaraan heeft deelgenomen is mij helaas onbekend, maar er is in ieder geval een medaille in mijn bezit. Het is een heel klein ding waar ik met een loep naar moest kijken om goed te kunnen zien wat er precies opstond.
Er zijn meerdere soorten herdenkingsmedailles geslagen zo blijkt uit het exemplaar dat in de collectie van het Centraal Museum in Utrecht ligt.
Willibrord was een missionaris die vanuit het huidige Engeland naar het Europese vasteland kwam en in de Nederlanden actief is geweest. Hij was de eerste bisschop van Utrecht en heeft veel zendingswerk gedaan in de noordelijke Nederlanden waarbij het het herhaaldelijk aan de stok kreeg met de weerbarstige Friezen. Hij kreeg dan ook de eretitel Apostel der Friezen en Beschermheilige van de Nederlanden.
Het oudst bewaarde bewijsstuk van het bestaan van de naam Tilburg uit 709 is direct aan hem gelieerd en het bewaarde afschrift daarvan ligt heden ten dage in de abdij in Echternach.
In 1939 vond de viering plaats van de 12e centenaire van zijn overlijden in 739. Wie van mijn familieleden daaraan heeft deelgenomen is mij helaas onbekend, maar er is in ieder geval een medaille in mijn bezit. Het is een heel klein ding waar ik met een loep naar moest kijken om goed te kunnen zien wat er precies opstond.
Er zijn meerdere soorten herdenkingsmedailles geslagen zo blijkt uit het exemplaar dat in de collectie van het Centraal Museum in Utrecht ligt.
zondag 4 november 2012
Relikwie (2): het Scheyerer kruisje
Een voor mij volkomen onbekend relikwie, het Scheyerer kruisje. De informatie op het begeleidende prentje leert me dat het Byzantijnse kruis in de 12de eeuw naar Beieren is gekomen door een niet met naam genoemde priester uit Jeruzalem. Het zou daarbij gaan om een kruis dat afkomstig is van het Heilig Kruishout waar Jezus aan is gekruisigd.
Het verhaal op de webslite van de Benedictijner abdij in het Beierse Scheyern geeft meer details prijs die ik hier niet hoef te herhalen.
Metalen kruisje in karton gestoken en een begeleidend prentje met informatie over herkomst en betekenis. Wat kun je als goed katholiek met dit kruisje?
Als je het bij je draagt of bewaard én tenminste een keer in de week een mis bijwoont of een rozenhoedje bidt, dan kun je op een genoemde rij kerkelijke feestdagen (Kerstmis, Driekoningen, Pasen, etc.) een volle aflaat verdienen! Kom daar nog eens om.
Het verhaal op de webslite van de Benedictijner abdij in het Beierse Scheyern geeft meer details prijs die ik hier niet hoef te herhalen.
Metalen kruisje in karton gestoken en een begeleidend prentje met informatie over herkomst en betekenis. Wat kun je als goed katholiek met dit kruisje?
Als je het bij je draagt of bewaard én tenminste een keer in de week een mis bijwoont of een rozenhoedje bidt, dan kun je op een genoemde rij kerkelijke feestdagen (Kerstmis, Driekoningen, Pasen, etc.) een volle aflaat verdienen! Kom daar nog eens om.
vrijdag 2 november 2012
Nieuwe serie: Relikwieën
Afgelopen dinsdag bracht mijn zwager een doosje mee dat uit de erfenis van mijn tantes komt. Ik schreef al eerder over hen.
In het huishouden van mijn grootvader speelde het geloof een belangrijke rol. De oudste zoon werd priester en missionaris, een echte Heeroom dus. Drie dochters, tantes van mij, bleven ongetrouwd. Zij waren actief in diverse religieuze verenigingen zoals de missienaaikring, werkte mee aan Fancy Fairs en op hun verjaardagen zaten altijd enkele paters uit dat religieuze netwerk. Geen wonder dat ze gedurende hun lange leven een heel arsenaal aan relikwieën verzamelden die uiteindelijk voor een groot deel nu bij mij terecht zijn gekomen. Er zitten ook heiligenbeeldjes, rozenkransen en kruisbeeldjes bij. Ze komen allemaal aan de beurt. Het is eigenlijk ook een soort van bijgeloof, die relikwieënmanie.
Dat lijkt me een mooi onderwerp om een serie aan te wijden op mijn weblog. Het is weer eens wat anders en voor sommigen misschien herkenbaar. Ik ga geen uitgebreid onderzoek naar elke medaillon of foudraaltje, maar voor zover mogelijk zal ik de betekenis proberen te achterhalen.
Als eerste de mij volkomen onbekende Henri Belletable. Het is niet zozeer een relikwie als wel een boekje met een soort van bidprentje van deze man. In het boeje staat zijn betekenis voor de kerk en zijn levensgeschiedenis beschreven. Er staat ook in uitgelegd waar je hem voor kunt aanroepen.
Geboren in 1813 in Venlo diende hij als militair in het Nederlandse leger tijdens de Belgische opstand en nam deel aan de Tiendaagse veldtocht. Iets later liep hij over naar het Belgische leger en diende daar ook. Hij overleed in 1855 in Hoei (B).
Zijn verdienste is de oprichting van de Aartsbroederschap der H. Familie in 1844 in Luik. Deze lekenorde groeide hard, ook in Nederland, en je ziet op veel bidprentjes staan dat de overledene lid was van deze H. Familie. Zonder twijfel waren de mannelijke leden van het gezin de Brouwer allemaal lid van deze lekenorde.
In het noveenboekje (1949) staan ook voorbeelden van gebedsverhoringen.
C. O. te A. had veel verdriet, dat haar dochter al een paar jaar kennis had aan een protestantse jongen en sedert 1 1/2 jaar niet meer ter H. Tafel ging. Wat haar ouders ook zeiden, het hielp niets. Toen las moeder in het Zondagsblad de H. Familie, hoe een soortgelijk geval door voorspraak van Belletable tot een goede oplossing was gekomen. Ze begon met een noveen. Dat was Woensdagmorgen. Diezelfde avond schenen de verloofden woorden gehad te hebben, want het meisje kwam wel een half uur later thuis en was nadien erg stil. Zondagmorgen, moeder kon haar ogen niet geloven, ging het meisje naar de Communiebank. Nu schreef moeder dankbaar: O, wat ben ik O.L. Heer, maar ook Belletable dankbaar voor deze zichtbare gebedsverhoring.
In het huishouden van mijn grootvader speelde het geloof een belangrijke rol. De oudste zoon werd priester en missionaris, een echte Heeroom dus. Drie dochters, tantes van mij, bleven ongetrouwd. Zij waren actief in diverse religieuze verenigingen zoals de missienaaikring, werkte mee aan Fancy Fairs en op hun verjaardagen zaten altijd enkele paters uit dat religieuze netwerk. Geen wonder dat ze gedurende hun lange leven een heel arsenaal aan relikwieën verzamelden die uiteindelijk voor een groot deel nu bij mij terecht zijn gekomen. Er zitten ook heiligenbeeldjes, rozenkransen en kruisbeeldjes bij. Ze komen allemaal aan de beurt. Het is eigenlijk ook een soort van bijgeloof, die relikwieënmanie.
Dat lijkt me een mooi onderwerp om een serie aan te wijden op mijn weblog. Het is weer eens wat anders en voor sommigen misschien herkenbaar. Ik ga geen uitgebreid onderzoek naar elke medaillon of foudraaltje, maar voor zover mogelijk zal ik de betekenis proberen te achterhalen.
Als eerste de mij volkomen onbekende Henri Belletable. Het is niet zozeer een relikwie als wel een boekje met een soort van bidprentje van deze man. In het boeje staat zijn betekenis voor de kerk en zijn levensgeschiedenis beschreven. Er staat ook in uitgelegd waar je hem voor kunt aanroepen.
Geboren in 1813 in Venlo diende hij als militair in het Nederlandse leger tijdens de Belgische opstand en nam deel aan de Tiendaagse veldtocht. Iets later liep hij over naar het Belgische leger en diende daar ook. Hij overleed in 1855 in Hoei (B).
Zijn verdienste is de oprichting van de Aartsbroederschap der H. Familie in 1844 in Luik. Deze lekenorde groeide hard, ook in Nederland, en je ziet op veel bidprentjes staan dat de overledene lid was van deze H. Familie. Zonder twijfel waren de mannelijke leden van het gezin de Brouwer allemaal lid van deze lekenorde.
In het noveenboekje (1949) staan ook voorbeelden van gebedsverhoringen.
C. O. te A. had veel verdriet, dat haar dochter al een paar jaar kennis had aan een protestantse jongen en sedert 1 1/2 jaar niet meer ter H. Tafel ging. Wat haar ouders ook zeiden, het hielp niets. Toen las moeder in het Zondagsblad de H. Familie, hoe een soortgelijk geval door voorspraak van Belletable tot een goede oplossing was gekomen. Ze begon met een noveen. Dat was Woensdagmorgen. Diezelfde avond schenen de verloofden woorden gehad te hebben, want het meisje kwam wel een half uur later thuis en was nadien erg stil. Zondagmorgen, moeder kon haar ogen niet geloven, ging het meisje naar de Communiebank. Nu schreef moeder dankbaar: O, wat ben ik O.L. Heer, maar ook Belletable dankbaar voor deze zichtbare gebedsverhoring.
Abonneren op:
Posts (Atom)








