Posts tonen met het label kerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kerk. Alle posts tonen

donderdag 18 december 2025

Een nieuw hoogaltaar in de kerk van Tilburg

De Tilburgse grote kerk aan de markt krijgt in 1612 een nieuwe hoogaltaar.

De kerk is in 1595 in brand gestoken en het dorp Tilburg is sinds die tijd bezig met het

herstellen van de schade.

1612 valt in de periode van het 12-jarig bestand (1609-1621), een periode van wapenstilstand tussen Spanje en de Republiek, waardoor er ruimte ontstond voor economische groei en langdurige reparatieprojecten aan het verwoeste kerkgebouw.


Een van de belangrijke onderdelen van het nieuwe interieur van de kerk is het hoogaltaar. De kerkmeesters halen dat altaar uit de provinciehoofdstad. In de rekeningen van het dorp zijn meerdere vermeldingen over het Hoogaltaar te vinden. Waarschijnlijk moeten we dat altaar identificeren met het Hoofdaltaar dat in de literatuur vaker voorkomt. In een vorige blogpost schreef ik al dat het plaatsen van het nieuwe hoogaltaar een heleboel werk vereiste. Daar kwam een tafereel (schilderij) in dat met het houtwerk uit Den Bosch kwam. Henrick Rutthen, van beroep schrijnwerker, heeft het houtwerk van het hoogaltaar gemaakt. Hij krijgt daarvoor betaald door de borgemeester Adriaen Keijser het bedrag van 214 carolus gulden. Hij schrijft de 'bon' eigenhadig en verraadt daarmee dat hij er zijn eigen spelling op na houdt: in kennise der vaerhat (waarheid) so heb ick dijt met mijn aaengehn (eigen) hant onder tekent ende bedanck mij de goede betaelijn (betaling).

De schilder Jan van Oirdt (of Jan van Noort) verzorgt het schilderwerk. De voorstelling die op het hoogaltaar is aangebracht staat in bron: historie van Sint Denijs, patroen deser kercke, ende den Edelen Ridder ende Martelaer Sint Jooris. Dat kost 400 gulden.


De schilder mr Jan van Noort (of Oirdt) woont op dat moment in 's-Hertogenbosch. Hij is de kleinzoon van bouwmeester Jan van Noort uit Utrecht. Zijn grootmoeder is de dochter van de bouwmeester van de Sint Jan in 's-Hertogenbosch. Hij woont in ieder geval sinds 1573 in het huis Den Gulden Arent, huidig adres Kerkstraat 18 in Den Bosch, naast de Grote Kerk.


Meerdere voermannen zijn ingeschakeld om het hoogaltaar, waarschijnlijk in delen, naar Tilburg te krijgen: Handrick Anthonis Cauwenberghs, Herman Mijssen en Wouter Cornelis de Ruijter. Zij rijden in 1611 naar Den Bosch om de materialen voor het hoogaltaar op te halen, evenals de timmerlieden en de schilder met hun materiaal. Die rit kostte het dorpsbestuur 35 stuivers voor iedere voerman die daarbij is geweest. Die ambachtslieden moeten natuurlijk ook weer terug naar Den Bosch. Dat kost 2,5 gulden.


De verblijfskosten voor deze lieden zijn vanzelfsprekend voor rekening van het dorp. In de week na Pasen in 1611, (dat viel toen op 24 maart), komt den maelder ofte schilder vanden Bossche die den outaer afgeset heeft. Hij neemt zijn zoon mee en zij hebben overnacht, gebruiken de maaltijd, drinken bier en gebruiken vuur om zich warm te houden. De volgende dag hebben ze samen met Hendrick Rutten, die het hoogaltaar in elkaar zet, en met borgemeester Adriaen Keijser, nog een maaltijd gebruikt en bier gedronken.


Het huidige hoogaltaar in de Heikese kerk.
Het is  in 1699-1700 vervaardigd.
Helaas is er geen afbeelding van het hoogaltaar uit 1612 bewaard. Het hoogaltaar dat nu in de kerk staat is in 1821, bij de bouw van de Waterstaatskerk, aangeschaft. Het is afkomstig uit de St. Jacobskerk in Antwerpen.

Het hoogaltaar staat aan de oostzijde in de kerk en bevat het tabernakel waar de hosties in bewaard blijven. Het altaar is gewijd aan de patroonheilige van de kerk en dat was bij dit altaar ook het geval zoals we hierboven al zagen.


Het hoogaltaar in de Tilburgse kerk krijgt meerdere ornamenten die Anthonis de maelder aanbrengt in 1611. Hij is eveneens afkomstig uit 's-Hertogenbosch. Op 12 december van dat jaar krijgt hij betaald voor het stofferen, pluijmeren ende vergulden des hoogen autaere alsnu binnen derser kercke bestelt sijnde. Dat kost het dorp 70 carolus gulden.


Jan van Noort krijgt een schuldbekentenis van Adriaen Cornelis Keijser, de borgemeester van dienst. De schuld bedraagt 410 carolus gulden die hem als reste competerende voor tschilderen vanden hooghen autaer bij hem binnen Tilborch danckelijck gelevert. Adriaen Keijsers belooft het bedrag op Sinte Martens dach in november ierstcomende te betalen. Die schuldbekentenis is opgemaakt en ondertekend op 24 maart 1612. Dat was precies een jaar na het afleveren van de materialen.

Die termijn haalt de borgemeester niet. Jan van Noort moet zo lang op zijn geld wachten dat hij rente krijgt over de schuld die de borgemeester aan hem heeft. Zijn rekening is pas betaald op 1 juni 1613. Over het verschuldigde bedrag van 410 gulden krijgt hij een rente van 15 gulden.


De carolusgulden bestaat in deze tijd niet meer als fysieke munt maar is nog steeds in gebruik als rekeneenheid. [https://nl.wikipedia.org/wiki/Carolusgulden]


Afbeelding van een gouden Carolusgulden uit 1552.

Lees ook:
Bronnen:

vrijdag 4 juli 2025

De kerk brandt!

Afbeelding gemaakt door chatgpt.
Het was een donkere dag voor Tilburg en de Tilburgers.

Het is al wekenlang onrustig met een komen en gaan van soldaten, los, te voet of te paard of in groepen. De borgemeesters hebben er hun handen vol aan om deze militairen op een vreedzame wijze langs of door het dorp te begeleiden. Het is hun bedoeling om dat zo geruisloos mogelijk te laten gebeuren.
Het kost altijd geld. Of om de soldaten wat te eten en te drinken te geven zodat ze verder trekken of door het paaien van hun aanvoerders. Die ontvangen dan een Tilburgse delegatie met wiltbraet (konijnen, patrijzen, lammeren e.d.) of met een som geld om er vooral voor te zorgen dat ze Tilburg links laten liggen en als dat niet mogelijk was, hen zo vreedzaam mogelijk te laten passeren. Als dat om wat voor reden ook niet lukt dan ontvangen de soldaten voorraden op de plaats waar ze de nacht doorbrengen.

In april 1595 gaat het toch mis, alle goede bedoelingen ten spijt. Op 14 april komt er een soldaat uit Heusden die de borgemeesters een teerpenning (geld om iets te verteren, drank en/of eten) geven omdat hij niet in een herberg durft te gaan om daar iets te nuttigen. Blijkbaar zit de schrik er goed in. Heusden is op dat moment een stad in Holland en op de hand van de prins van Oranje, de protestantse opstandelingen dus.

Een dag later gebeurt het. Een groep soldaten uit Heusden, mogelijk aangestoken door hun maat die er een dag eerder was, breken met geweld in de kerk aan het marktveld. Die groep is blijkbaar niet onopgemerkt gebleven want ze worden achtervolgd door soldaten uit het garnizoen van het katholieke 's-Hertogenbosch, zowel te paard als te voet. De soldaten uit Heusden verschansen zich in de kerk en de kerktoren en zijn niet van plan zonder slag of stoot te vertrekken.

De Bossche soldaten hebben geen behoefte aan een langdurige strijd en besluiten de toren en de kerk in brand te steken. Dat dwingt de Heusdense soldaten het gebouw te verlaten of levend te verbranden. Die kiezen eieren voor hun geld en willen uitbreken maar zijn kansloos.

De brandende delen van de kerk dreigden ook de omliggende huizen aan te steken. Iemand genaamd Knaptevogel krijgt de opdracht om het vuur dat nog smeult en brandt en op de kerkmuren lag, daar vanaf te werpen. De sterke wind dreigt dat vuur over te laten slaan naar de omliggende huizen. 

Daar slaagt hij in maar de vernielingen aan het kerkgebouw zijn aanzienlijk. Het zou de Tilburgse gemeenschap nog jaren kosten om de ontstane schade ongedaan te maken.

Met de brand van de kerk en de kerktoren is de ellende nog niet ten einde. De slachtoffers aan Bossche zijde gaan per kar en wagen terug naar de hoofdstad van de Meierij. Wouter Jan Wouters en Geridt Geridtssoon rijden met hun paard en wagen naar Den Bosch om hen terug te brengen. Sijmon Peter Vendicx reed mee tot aan Oisterwijk.

Uitsnede sectie L kadaster 1832 met de kerk aan het martkveld.
Bij de splitsing rechts de Heuvelstraat en links de Zomerstraat

De dode soldaten uit het garnizoen in Heusden zijn begraven door Adriaen de Pijper en zijn helpers die daar elk tien stuivers voor ontvangen. Peter Vermee raakt gewond tijdens het wech vueren van de dooden, waarbij hij een steekwond oploopt.

Op 17 april geeft de gouverneur van Heusden het bevel om de slachtoffers uit Heusden, die door het garnisoen vanden Bossche waren dootgeslagen terug te brengen naar Heusden. Dat betekent het opgraven van de dode lichamen. Dat zijn er negen volgens de dorpsrekening van Tilburg en Jan Adriaenss en Jannen de Balmaker alias Haijrsteker krijgen de opdracht om die weinig aanlokkelijke taak uit te voeren. Zij krijgen daarvoor vijf gulden en tien stuivers. Onder de slachtoffers zijn o.a. luitenant Verduvel en nog een bevelhebber die beiden een kist kregen die Cornelis Jan Noten maakte.

Henrick Berijs vervoert deze twee officieren met zijn kerre naar Heusden. Geridt Sijmons, Jan Hoecx en Jan van Dijck vervoeren de andere lichamen.
Het weer was toen bar en boos en dat maakt dat ze binnen mosten bevrachten midts den sneeuw ende tquaedt weder. Dat bevestigt weerkundige Jan Buisman die in zijn boek beschrijft dat het op 16 april volop sneeuwt in Den Haag en in Keulen. In Aken valt er op 17 en 18 april maar liefst drie voet sneeuw. De omstandigheden waren verre van ideaal om lijken op te graven en naar Heusden te vervoeren. (Buisman, 1000 jaar weer, dl 4, pp. 156-157)

Op 17 april reizen meerdere Tilburgers naar Den Bosch om daar verklaringen af te leggen over het afbranden van de kerk in Tilburg.

Op 2 mei vertrekt er een delegatie met pastoor Jacob Brouwers naar Tongerloo om daar hun licht op te steken over de reparatie van de kerk. De abdij mede verantwoordelijk voor de bekostiging van de reparatie en de Tilburgers willen weten wat de mogelijkheden zijn. Onderweg naar Tongerlo, bij Rethij , kwamen er ruiters op hen af die hun paarden wegvoeren. Die krijgen ze pas terug na betaling van 39 gulden.

Soldaten uit het Staatse leger (Bron: 
https://www.yory.nl/militairen-uit-het-staatse-leger-opsporen-1595-1795/

Blijkbaar is er op meer fronten actie ondernomen ten behoeve van de kerk. Er kwam eenen meester die het uurwerk in de toren kwam bekijken, samen met Aerdt Verhoeven en meester Michiel Mathijssen de Smidt. Het uurwerk en ander ijzer is op een later tijdstip vervoerd naar Den Bosch. 
In oktober 1595 vindt de aanbesteding plaats van de groote clock ende het urewerck. Meester Mathijs vanden Bosch krijgt dat werk tobedeeld. In dezelfde maand gaan vertegenwoordigers van Tilburg op audientie bij de bisschop en geven hem een ham met het verzoek om hout voor de reparatie van de kerk.

Voor de gelovige Tilburger breekt een spannende tijd aan met een kerkgebouw dat ernstig beschadigt is. De kerk en het geloof vervullen een belangrijke rol in een dorpsgemeenschap. Het kerkgebouw heeft een spilfunctie in de gemeenschap.
Het duurt nog tot het 12-jarig bestand (1609-1621) voordat de reparatie van de kerk en de toren tot een afronding komt.

Daarover in een latere post meer.

zondag 5 mei 2013

Relikwie (slot): vier heiligen

Als laatste in deze reeks een bijzonder relikwie. Het bevat stukjes onbekend van maar liefst vier heiligen en niet bepaald de minste. Het gaat om de Maagd Maria, Sint Joseph, Sint Theresia van het kindje Jesus en de heilige Antonius van Padua. Een merkwaardige mengeling van personen als je het mij vraagt en ik heb geen idee waarom deze vier relikwieën bij elkaar in een houder zijn geplaatst. Het is wel een officiëel relikwie aangezien de onderzijde is voorzien van een lakzegel. De houder is van een mij onbekend metaal, waar vier inkepingen zijn gemaakt met daarin een gaatje. Door die gaatjes zit draad dat door het zegel wordt vastgehouden. De bovenkant heeft een glazen (plastic?) plaatje. Curieus.

zondag 28 april 2013

Relikwie (30): Mariaverering

Als een van de laatste blogposts van deze reeks een verzameling van prentjes en boekje van Maria.

Als eerste een blaadje van de doornenstruik (meidoorn) waarin Maria zou zijn verschenen eind 1932 en begin 1933 in Beauraing in België.


In 1954 vierden de katholieken een Mariajaar. Dat was ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Pauselijke bul Ineffabilis Deus waarin de onbevlekte ontvangenis van Maria als dogma werd vastgesteld. Dat hield in dat Maria is verwekt zonder met de erfzonde belast te zijn. De heersende paus Pius XII had dat Mariajaar aangekondigd in zijn encycliek Fulgens Corona. Ter gelegenheid van dat bijzondere jaar kwamen er een boekje uit met een Mariale Godsdienstoefening.



Ik bezit ook nog een speld van Maria waar ik verder niets over weet te vertellen. Daarbij ook nog een kokertje met een gekroonde maria met kind waar achter op de voet van het beeldje "France" staat. Dat staat ook op het metalen kokertje. Mogelijk is het afkomstig uit Lourdes.



In 1958 vierde men het eeuwfeest van de verschijning van Maria in Lourdes. Ter gelegenheid van dat feest verscheen er o.a. een prentje.

zondag 21 april 2013

Relikwie (29): medaille met Maria en Jezus

Aan het eind van de reeks relikwieën blijven de onduidelijke exemplaren over. Twee medailles met dezelfde tekst, eentje in het Latijn en eentje in het Duits. Ik ben er (nog) niet achter wat precies de betekenis van deze medailles is. De tekst aan de beeldzijde met Maria met kind luidt: Regina sacri scapularis ora pro nobis. in het Duits staat er: Königin des Hl. Scapuliers bitte F.U.. Volgens mijn beperkte kennis van het Duits is "bitte" hier verkeerd en zou dat "bete" (in de betekenis van "bidt") moeten zijn.
De keerzijde van de medailles bevat de tekst in het Latijn: O mi Jesu misericordia. In het Duits luidt de tekst: H. Herz Jesu Erbarme D. Uns.



zondag 14 april 2013

Relikwie (28): geen idee wie of wat!

Dan zijn er de relikwieën waarvan niet duidelijk is wie of wat er mee vereert moet worden. Het zijn containers van waarschijnlijk stof of objecten die in de buurt van stof van heiligen zijn geweest, maar er ontbreekt een stempel. Ik heb geen idee of vorm en kleur iets betekenen waardoor je zou kunnen determineren wat er zich in bevindt. Dus deze objecten hebben een onbekende betekenis. Wie mij verder op weg kan helpen kan uiteraard reageren.


zondag 7 april 2013

Relikwie (27): zendingswerk

Met een broer als missionaris werkzaam in Nieuwe-Guinea is het niet gek dat mijn tantes ook een medaille bezaten die aanspoorde om het zendingswerk onder de heidenen ter hand te nemen. Het is een medaille die me lang voor een raadsel plaatste. De letterlijke tekst die er staat is niet op internet terug te vinden. Wel zinnen die dezelfde strekking hebben en allen verwijzen naar zendingswerk. Met die informatie is het inderdaad logisch dat deze medaille dat werk ondersteunde. Ik heb geen idee waar deze medaille vandaan komt, dus wie of welke organisatie dit soort van medailles maakte en verspreidde / verkocht.


De ene zijde bevat de tekst: Vraagt den Heer van den oogst dat hij werklieden in zijn wijngaard zende!. Op de keerzijde staat: O Maria, Koningin der apostelen, bid v.d. arme heidenen.

zondag 31 maart 2013

Relikwie (26): Simpson Iodine Locket

Een buitenbeentje in de collectie want het is geen relikwie maar eerder een amulet. Volgens een advertentie uit 1930 bood dit amulet bescherming, zelfs immuniteit, tegen griep, verkoudheid en elke epidemie. Dat zijn nog eens beloften. Ik ben benieuwd of je daar nu nog mee door de reclamecodecommissie zou komen.


Ik bezit er twee, waarvan ik er eentje uit elkaar heb gehaald om te zien wat er nou precies in zat. Een blauwgrijze vaste substantie met een kurkje in het midden met een lintje. Dat alles verpakt in rood plastic wat je om je nek kon dragen of op een andere manier bij je kon hebben.

zondag 24 maart 2013

Relikwie (25): Hout van het kruis van Christus

Jawel! Hoe uniek is dat. Een kruisje dat je kunt openen en waarin zich een stukje was bevindt en blijkbaar een friemeltje van het kruis waar Jezus aan is gekruisigd. Dat friemeltje kan ik niet zien. Geen idee of het er nog in zit of eruit is gevallen. Ik zal nog eens goed gaan kijken.

Een relikwie direct gerelateerd aan de verlosser zelf. Ik heb wel eens horen vertellen dat van al die stukjes kruis in relikwieën er meerder bomen te reconstrueren zijn. Wikipedia zegt dat dat een bewering van Johannes Calvijn was.
Best mogelijk, maar dit is ongetwijfeld voor mijn tantes een belangrijk relikwie geweest. Het kruis, met hout van het kruis, heeft ongetwijfeld onderdeel van een rozenkrans uitgemaakt of ergens anders aan gehangen.

zondag 17 maart 2013

Relikwie (24): mobiel geloof belijden

Het mooie van relikwieën is dat je ze makkelijk met je mee kunt nemen, gespeld op, ingenaaid in kledingstukken of handige verpakkingen voor in de portemonnaie. Daarnaast waren er ook nog andere objecten om je geloof te belijden en aan je christelijke verplichtingen te voldoen. Enkele daarvan zijn ook aan mij overgeleverd.

Zo zijn er de kruisbeelden van een klein formaat. Die konden in ieder geval makkelijk mee en op een hotelkamer geplaatst worden in landen daar een kruisbeeld aan de muur niet gebruikelijk was. Ik heb twee kleine kruisbeelden beiden afkomstig uit Italië. Of ze daar ook aangeschaft zijn, dat weet ik niet. Was het speelgoed? Voor op het speelgoedaltaar waar de zoons priestertje speelden? Ook dat weet ik niet.

Een stuk bekender bij de lezer van dit blog zijn ongetwijfeld de rozenkransen. Ik heb er eentje die gebruikt werd voor het zogenaamde rozenhoedje. Een rozenhoedje bestaat uit 50 Weesgegroetjes en vijf Onzevaders. Onderaan de rozenkrans zitten nog kralen voor drie Weesgegroetjes en twee Onzevaders. Als je een rozenkrans wilde bidden dan bad je drie achtereenvolgende rozenhoedjes.
Er is ook nog een kleine rozenkrans met 30 Weesgegroetjes en drie Onzevaders.

zondag 10 maart 2013

Relikwie (23): Petrus Donders

Natuurlijk ontbreekt de zalige Petrus Donders niet in de verzameling relikwieën die mijn tantes hebben bewaard. Mijn ouders waren ook fanatieke vereerders van Peerke en hebben de zaligverklaring in Rome in 1982 meegemaakt. Ik geloof dat dat de eerste keer was dat ze in een vliegtuig weg gingen.


Van Peerke Donders bezit ik een kleine medaille, een stukje stof met de tekst Ex arca sepulcrali Ven. P. Donders en een papieren houder met hetzelfde opschrift. De tekst zegt dat het gaat om een splinter van de oude doodkist waar Petrus Donders oorspronkelijk in was begraven. Tijdens het proces van zaligverklaring is zijn lichaam opgegraven en onderzocht en vervolgens in een nieuwe kist begraven.


Min vader fietste met mij wel eens naar Peerke Donders op de Heikant in Tilburg. Daar staat zijn geboortehuisje (reconstructie) en een kapel met een kruisweg in een mooi stukje natuur aan de rand van Tilburg. Het is nog steeds ontroerend om in de kapel het wensboek te lezen waar bezoekers hun wensen aan Peerke Donders opschrijven en ook vaak komen bedanken voor de steun en hulp die ze hebben ontvangen. Er is een goed restaurant bij dus een bezoekje is om meerderlei redenen de moeite waard :).

zondag 3 maart 2013

Relikwie (22): Maria van Jezus Deluil-Martiny

De Francaise is geboren in 1841 in Marseille en is de stichter van de congregatie van de Dochters van het Heilig Hart van Jezus. Ze stichtte die congregatie in Berchem (België). Zij wijden zich aan de aanbidding van het Heilig Sacrament. In 1879 stichtte ze een klooster in haar geboorteplaats Marseille. In de tuin van dat klooster wordt ze op 27 februari 1884 doodgeschoten door een anarchist. In 1989 is zij heilig verklaard.

Ik bezit een opgevouwen stukje papier met een stukje stof (geen idee of dat er nog in zit) en een stukje handwerk met het gedoornde hart wat ook op de homepage van de Nederlandse versie van de website van de congregatie te vinden is.

zondag 24 februari 2013

Relikwie (21): Pausen

Natuurlijk ontbreken de pausen niet bij de religieuze parafernalia die mijn tantes nalieten. Er zijn diverse prentjes en medailles. De objecten beslaan een periode van Leo XIII (paus geworden in 1878) tot en met Pius XII (overleden in 1958).


De medaille die twee pausen herdenkt laat ook de sociale betrokkenheid zien die mijn tantes hadden. Het gaat daarbij om een herdenking van de encycliek Rerum Novarum waarmee paus Leo XIII in 1891 de situatie van de arbeiders op waarde schatte en het ongebreidelde kapitalisme afkeurde. De sociale leer van de kerk wenste eerlijke beloning en erkende de betekenis van vakbonden om dat doel te bereiken. Paus Pius XI borduurde daar op voort met de encycliek Quadragesimo Anno in 1931, 40 jaar na Rerum Novarum. De harde crisis die toen heerste had de situatie verder op scherp gezet. De kerk bleef rechtvaardige verdeling verlangen maar wilde tegelijkertijd het opkomende socialisme en communicme bestrijden en er een alternatief voor bieden.


Pius X overleed op 20 augustus 1914, kort na het begin van de Eerste Wereldoorlog aan een hartaanval. Op het prentje dat ik in bezit heb zit een stukje stof en op de achterzijde een lakzegel wat de authenticiteit moet waarborgen.


Dan is er ook een prentje van paus Benedictus XV die in het oorlogsjaar 1914 werd verkozen door het conclaaf van kardinalen.


Tot slot bezit ik nog een medaille met een afbeelding van paus Pius XII. De medaille is gemaakt naar aanleiding van het heilige jaar 1949.

zondag 17 februari 2013

Relikwie (20): Herwonnen Levenskracht

Deze medaille hoort eigenlijk niet thuis in deze reeks. Het is geen relikwie. Maar het vertegenwoordigt wel steun in ziekte en in dat opzicht mag het hier toch niet ontbreken.

Zoals ik al eerder blogde leed mijn tante Regina aan tuberculose in de jaren 30. Daar is ze uiteindelijk van genezen.

Vanuit de Katholieke Arbeiders Beweging (K.A.B.) ontstond net na de tweede Wereldoorlog de vereniging Herwonnen Levenskracht.

Tuberculose was een ernstige ziekte die met name bij arbeidersgezinnen hard kon toeslaan als het inkomen wegviel. De genezing kwam daardoor ook in het gedrang. Herwonnen Levenskracht ging deze gezinnen steunen.

Deze medaille bewijst dat steun aan tbc-lijders bij mijn tantes nadrukkelijk aandacht kreeg. Geen wonder.

maandag 11 februari 2013

Bezoek aan Bourtange

Afgelopen zaterdag was het zover, ik heb Bourtange met een bezoek vereerd. Al heel veel jaren oefende dat plaatsje een onverklaarbare aantrekkingskracht op mij uit. Het ligt voor een Brabander nogal uit de richting, dus is een bezoek geen sinecure. Afgelopen weekend waren we een paar dagen in de provincie Groningen en dat was een gouden kans om Bourtange te bezoeken.

Op zaterdag reden we erheen vanuit de stad Groningen. Dat hadden we niet voorbereid en vandaar ook dat we onverhoeds in Duitsland terecht kwamen. Geen oponthoud bij de grensovergang: Europa bedankt!
Bourtange is in 1580 gesticht als vesting om de enige weg vanuit Westfalen in Duitsland naar de stad Groningen te controleren. Die weg liep dwars door het verder ontoegankelijke veengebied dat daar toen lag. Het is dan ook geen stad in de klassieke zin. Het is eigenlijk niet meer dan een kazerne. En ook geen stad maar een dorp. Een vestingdorp dus.

Het vestingdorp bereikte in 1742 de grootste uitbreiding en omvang en raakte in de eeuwen daarna steeds meer in verval. Pas in de zeventiger jaren van de 20ste eeuw is begonnen om de oude glorie weer enigszins te herstellen. Als je nu in Bourtange rondloopt zie je dan ook veel mooie panden die eigenlijk niet ouder zijn dan een jaar of 40. Wel mooi in stijl hoor en de plaats ademt de sfeer van het vestingdorp nog steeds vanwege de hoge wallen en de vele ravelijnen die het dorp omringen. Dat maakt allemaal deel uit van die oude vesting en het is goed dat dat dan ook (bijna) allemaal in oude glorie is hersteld.

Een bezoek aan Bourtange is de moeite waard. De wandeling over de hoge wallen biedt een goede gelegenheid om alle aspecten van de vesting te bekijken, zowel binnen als buiten de vesting. Het was tijdens ons bezoek koud en winderig, dat is dan wel minder, want beschutting op de wallen is er niet.
Toilet boven de gracht
Opvallend vond ik de uitkijkposten die uit de hoeken van wallen uitstaken en die je mocht bezoeken. Opmerkelijk waren de toiletten die op grote hoogte op vier plaatsen boven de gracht zijn aangebracht. Toiletbezoek was in de vesting blijkbaar geen moment van bezinning of je even terugtrekken: geen retirade dus. Iedereen kon zien en horen wat je aan het doen was.

Hieronder mijn foto's van Bourtange op Flickr.

Created with flickr slideshow.

zondag 10 februari 2013

Relikwie (19): pater Valentinus Paquay

In de catergorie onbekende Vlaamse heiligen deze keer een pater die, net ons eigen Peerke, tot op heden alleen de status van zalig heeft bereikt. Geboren in Tongeren op 17 november 1828 al Joannes Ludovicus Pacquay trad hij in bij de orde der Franciscanen. Zijn achternaam kom ik zowel tegen als Pacquay als Paquay. Hij neemt de kloosternaam Valentinus aan. Zijn levenbeschrijving staat elders al online.

De weg naar het heiligverklaren wordt pas relatief laat in gezet. Hij overlijdt op 1 januari 1905 en hoewel het proces binnen de gestelde termijnen (tussen de 5 en 30 jaar na overlijden) wordt gestart is het pas in jaren 60 van de 20ste eeuw dat er echt vaart in komt. Hij krijgt eerst de status van Eerbiedwaardig (in 1970), net zoals Peerke en is in 2003 Zalig verklaard.

Bidden tot het Heilig paterke hielp voor van alles en nog wat. Hoe mijn tantes in bezit zijn gekomen van dit relikwie weet ik niet. Een Heeroom in het gezin maakt veel mogelijk denk ik dan maar.

zondag 3 februari 2013

Relikwie (18): Genootschap van de Heilige Kindsheid

Een serie medailles die me eerst niets zeiden totdat ik erachter kwam dat het de Heilige Kindsheid betrof. Niet dat ik precies wist wat dat inhield, maar de naam klonk me in ieder geval bekend in de oren. Verder helpt het internet me dan op weg.

De oorsprong van dit genootschap ligt in Frankrijk waar mgr. de Forbin-Janson, bisschop van Nancy en Toul, en Pauline Jaricot, in 1843 dit genootschap oprichtten. Kinderen die lid werden moest bidden voor en offeren aan de missie. Ik heb als kind ook nog zilverpapier aangeleverd op school voor de arme zwartjes in Afrika. De flessendoppen van de melk, die van zilverpapier waren, bewaarden we in de oude sodapot in het aanrechtkastje. Zendingswerk zonder dat je het in de gaten had. Er was in vroeger jaren ook een Kindsheidprocessie.

De Tilburg connectie is er al vroeg als, vermoedelijk, eind 1848 de eerste Nederlandse afdeling wordt opgericht in parochie 't Heike in Tilburg door pastoor Johannes Zwijsen. Geen wonder dat bij de familie De Brouwer dit genootschap sympathie kon vinden. 't Heike was hun parochie! En pastoor, later bisschop, Zwijsen, als stichter van de Fraters van Tilburg en de Zusters van Liefde een katholiek icoon.

Ik heb drie medailles in mijn bezit, twee identieke, die klein zijn en eentje van een veel groter formaat.

zondag 27 januari 2013

Relikwie (17): Aartsbroederschap Onze Lieve Vrouw van Rust

In de rijke Roomse traditie speelden ook minder religieuze drijfveren een rol. Sommige plaatsen wilden meeprofiteren door zich als bedevaartsoord op de kaart te zetten. Dat is volgens mij het geval met de vlek Heppeneert waar deze Aartsbroederschap op 14 maart 1893 door paus Leo XIII werd ingesteld.

Ik heb helaas niet de bijbehorende medaille in mijn bezit. Wel drie prentjes waarvan er een de naam van mijn tante Regine bevat die op 27 juli 1932 is aangenomen in deze Aartsbroederschap.

Opmerkelijk is dat ik een prentje heb dat gedateerd is, tenminste de tekst die er op staat, op 21 april 1890, dus nog voordat de broederschap kerkelijk erkend was. Het derde prentje bevat de tekst van de litanie ter ere van O.L. Vrouw van Rust en stamt uit 1916.

De gebeden die de leden van O.L. Vrouw van Rust baden kwamen ten goede aan een scala aan kwalen. In het prentje staat dat de bezoekers van het bedevaartsoord bidden voor de genezing van schrei- en stuipzieke kinderen, in en buiten slaap aangedaan door beroerten en andere kwalen.

O.L. Vrouw van Rust is patrones van de slaap. Dat mag geen verbazing wekken. De gebeden voor haar waren heilzaam voor hoofd- en tandpijn, zenuwziekte, krankzinnigheid en alle lichamelijke kwalen die de rust benemen.
Maar dat was niet alles. De zonde was overal en lag voortdurend op de loer, ook als je er niet op rekende, dus hielpen de gebeden ook om des nachts van alle kwade droomen en bekoringen beschermd te zijn, en vooral om de rust van het geweten tegen de scrupules te bewaren en eens eene rustige en zalige dood te mogen sterven. Eigenlijk bittere noodzaak voor elke gelovende sterveling.

zondag 20 januari 2013

Relikwie (16): Onze Lieve Vrouwe in 't Zand

Onze Lieve Vrouwe in 't Zand is een beeld dat wordt aanbeden in Roermond. Het beeldje wordt bewaard in de kapel in 't Zand.

De bedevaart naar Onze Lieve Vrouwe van Roermond bestond al in 17e eeuw.

Het beeldje is vervaardigd in een atelier in Mechelen en gemaakt rond het jaar 1500. Als enige van de Nederlandse genadebeelden heeft Maria in dit beeld een soort tulband in plaats van een kroon. Later is daar bovenop een zilveren kroon geplaatst.

zondag 13 januari 2013

Relikwie (15): Theresia van Liseux

Theresia Martin werd op 2 januari 1873 geboren in Alencon in Frankrijk. Zij stierf heel jong, op 24 jarige-leeftijd, aan tuberculose. Zij was 15 jaar oud toen ze intrad bij de orde van de ongeschoeide Karmelietessen in Lisieux. Die plaats ligt in Normandië. Vanwege haar jonge leeftijd had ze toestemming nodig van de Paus om te mogen intreden. In het jaar voor haar overlijden is ze begonnen op aandringen van haar uster die op dat moment overste van het klooster in Lisieux was, met het opschrijven van haar levensverhaal. Dat boek, Histoire d'une âme (Het verhaal van een ziel), was en is een klinkend succes en in meer dan 40 talen vertaald.

Theresia van Lisieux, zoals ze bekend staat, werd in 1923 zalig verklaard en in 1925 heilig. In Lisieux is een monumentale basiliek gebouwd ter ere van haar.
Vanwege haar geschrift heeft paus Johannes Paulus II haar, als derde vrouw, uitgeroepen tot kerkleraar in 1997.

Een bekende uitspraak van haar is: "Ik wil het rozen (daarmee bedoelde ze: zegeningen) laten regenen op aarde". Op afbeeldingen zien we haar als karmelietes die een crucifix en rozen tegen de borst houdt. Theresia van Lisieux werd de patrones van missionarissen en het missiewerk.
Dat verklaart waarom ik zoveel verschillende relikiwieën van haar in bezit heb. Heeroom was als missionaris actief in Nieuw-Guinea. Werken daar was niet van gevaar ontbloot en een beschermheilige kon geen kwaad!

Ik heb ook nog twee draagbeeldjes van Theresia in bezit. Het ronde medaillonnetje bevat een stukje stof van het kleed waar haar botten (of lichaam) in heeft gezeten.

In 2010 ben ik er met L. geweest en heb de Theresiaroute gelopen in Lisieux.