Afgelopen dinsdag bracht mijn zwager een doosje mee dat uit de erfenis van mijn tantes komt. Ik schreef al eerder over hen.
In het huishouden van mijn grootvader speelde het geloof een belangrijke rol. De oudste zoon werd priester en missionaris, een echte Heeroom dus. Drie dochters, tantes van mij, bleven ongetrouwd. Zij waren actief in diverse religieuze verenigingen zoals de missienaaikring, werkte mee aan Fancy Fairs en op hun verjaardagen zaten altijd enkele paters uit dat religieuze netwerk. Geen wonder dat ze gedurende hun lange leven een heel arsenaal aan relikwieën verzamelden die uiteindelijk voor een groot deel nu bij mij terecht zijn gekomen. Er zitten ook heiligenbeeldjes, rozenkransen en kruisbeeldjes bij. Ze komen allemaal aan de beurt. Het is eigenlijk ook een soort van bijgeloof, die relikwieënmanie.
Dat lijkt me een mooi onderwerp om een serie aan te wijden op mijn weblog. Het is weer eens wat anders en voor sommigen misschien herkenbaar. Ik ga geen uitgebreid onderzoek naar elke medaillon of foudraaltje, maar voor zover mogelijk zal ik de betekenis proberen te achterhalen.
Als eerste de mij volkomen onbekende Henri Belletable. Het is niet zozeer een relikwie als wel een boekje met een soort van bidprentje van deze man. In het boeje staat zijn betekenis voor de kerk en zijn levensgeschiedenis beschreven. Er staat ook in uitgelegd waar je hem voor kunt aanroepen.
Geboren in 1813 in Venlo diende hij als militair in het Nederlandse leger tijdens de Belgische opstand en nam deel aan de Tiendaagse veldtocht. Iets later liep hij over naar het Belgische leger en diende daar ook. Hij overleed in 1855 in Hoei (B).
Zijn verdienste is de oprichting van de Aartsbroederschap der H. Familie in 1844 in Luik. Deze lekenorde groeide hard, ook in Nederland, en je ziet op veel bidprentjes staan dat de overledene lid was van deze H. Familie. Zonder twijfel waren de mannelijke leden van het gezin de Brouwer allemaal lid van deze lekenorde.
In het noveenboekje (1949) staan ook voorbeelden van gebedsverhoringen.
C. O. te A. had veel verdriet, dat haar dochter al een paar jaar kennis had aan een protestantse jongen en sedert 1 1/2 jaar niet meer ter H. Tafel ging. Wat haar ouders ook zeiden, het hielp niets. Toen las moeder in het Zondagsblad de H. Familie, hoe een soortgelijk geval door voorspraak van Belletable tot een goede oplossing was gekomen. Ze begon met een noveen. Dat was Woensdagmorgen. Diezelfde avond schenen de verloofden woorden gehad te hebben, want het meisje kwam wel een half uur later thuis en was nadien erg stil. Zondagmorgen, moeder kon haar ogen niet geloven, ging het meisje naar de Communiebank. Nu schreef moeder dankbaar: O, wat ben ik O.L. Heer, maar ook Belletable dankbaar voor deze zichtbare gebedsverhoring.