Posts tonen met het label gezegdes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gezegdes. Alle posts tonen

maandag 3 november 2008

Uitdrukkingen van mijn vader (6)

Dit is de laatste uit deze serie.

Hoewel mijn vader een geboren optimist was en altijd de zon in het water zag schijnen en met een lach door het leven ging, was hij niet ongevoelig voor de keerzijde: Ge wordt geleefd.

Hij was zelden ziek. Maar als de griep hem te pakken had, dan was hij ook echt ziek. Mensen die tegen hem zeiden dat hij een lelijk hoestje had diende hij meteen van repliek: Als je lelijk bent, kunde nie knap hoesten.

Één van zijn toppers sprak hij tegen zeurpieten die niet snel ophielden met zeuren, of als hij een antwoord verwachtte dat hij al kende: Mond dicht of ik spring erin.

Mijn moeder, die zichzelf redelijk hoog had zitten, was ook erg explosief en kon behoorlijk vloeken. Mijn vader zei altijd als ze de naaimachine pakte: Dadelijk roept ze alle heiligen uit de hemel.
Als ze op een ander moment even het decorum verloor zei hij: D'r valt een dame uit de koets.

Als zoon van een slager in het centrum van de stad, vond zijn vader flink wat klanten in de bovenste laag van de Tilburgse bevolking. Daar had hij niet zo'n hoge dunk van. Op het gebied van rekeningen betalen waren ze namelijk niet zo snel. Dat soort mensen kon hij mooi typeren: Van boven bont en van onderen stront. Uiterlijke schijn.

maandag 27 oktober 2008

Uitdrukkingen van mijn vader (5)

De voor de hand liggende grappen ging mijn vader niet uit de weg. Vroeger zei men, als er genoeg gegeten was: ik heb mijn contentement. Oftwel, ik ben tevreden (content). Mijn vader vervormde dat tot: ik heb mijn kont en mijn pens vol.

Hij had ook regelmatig in de zon ge(z)(sch)eten. Die scheen in die tijd nog vaker ;-).

Een familiekwaal: nogal flink zweten. Dat werd een verbastering van een moeilijk woord en het gewone woord daarvoor: ik transpizweet.

Op het punt van weggaan zei hij: Jongens, we kunnen ver(t)rekken!

maandag 13 oktober 2008

Uitdrukkingen van mijn vader (3)

Een typisch Tilburgse uitdrukking die mijn vader zeer regelmatig te berde bracht was het prachtig allitererende: As ut is dè-t is, dan fiste me. Want feesten daar hield hij van. Mijn moeder ook trouwens. Na een feestje, maar ook na een vakantie, was uiteindelijk het oordeel over het eten doorslaggevend voor wat betreft het succes.

Een toost die hij vaak uitsprak, het glas heffend: Op de nuwe deken, dun ouwe was ok unne goeie . Proost!

Na een gesprek van enig niveau, waar menig wereldprobleem (of lokaal probleem, dat maakte niet zo veel uit) zo goed als opgelost was, zei hij: wè zèn we toch wès war.

Zomaar ineens kon hij zeggen: Ik schiet oe dood meej munne zakdoek!

(mijn vader zit links met sjaal, midden Jo Zegveld en rechts Jo Heijnen)