Posts tonen met het label Tilburgs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tilburgs. Alle posts tonen

maandag 10 november 2008

Uitdrukkingen van mijn vader (7)

Soms komen er weer nieuwe binnendrijven... Na aflevering 6 dacht ik dat ik er was... gisteren tijdens een etentje kwamen er nog twee bij me op.

Tijdens het eten kon mijn vader mijn moeder gruwelijk over de zeik helpen met een uitdrukking die hij zo nu en dan te berde bracht.
Hij liet er zich op voorstaan dat hij in extreme omstandigheden toch kon eten. Dat illustreerde hij dan door te zeggen: Ze mogen hier naast mijn bord gaan zitten schijten, zolang ze maar niet spatten.
Mijn moeder stopte acuut met eten en sprak met afschuw in haar stem: Jesses Martin! Haar levendige fantasie maakte eten enkele minuten onmogelijk, en mijn vader lachte triomfantelijk. Echtparen...

Een schuine mop vertellen dat gebeurde af en toe en mijn ouders konden er smakelijk om lachen. Zelf vertelden ze die maar zelden, maar er waren ooms genoeg die van wanten wisten.
Wanneer de grenzen van de betamelijkheid werden overschreden, of dat nou met humor, met kleding of op de televisie was, dan kwam er steevast uit mijn vaders mond: ut mag wel ruuken mar nie stinken.

maandag 13 oktober 2008

Uitdrukkingen van mijn vader (3)

Een typisch Tilburgse uitdrukking die mijn vader zeer regelmatig te berde bracht was het prachtig allitererende: As ut is dè-t is, dan fiste me. Want feesten daar hield hij van. Mijn moeder ook trouwens. Na een feestje, maar ook na een vakantie, was uiteindelijk het oordeel over het eten doorslaggevend voor wat betreft het succes.

Een toost die hij vaak uitsprak, het glas heffend: Op de nuwe deken, dun ouwe was ok unne goeie . Proost!

Na een gesprek van enig niveau, waar menig wereldprobleem (of lokaal probleem, dat maakte niet zo veel uit) zo goed als opgelost was, zei hij: wè zèn we toch wès war.

Zomaar ineens kon hij zeggen: Ik schiet oe dood meej munne zakdoek!

(mijn vader zit links met sjaal, midden Jo Zegveld en rechts Jo Heijnen)