dinsdag 16 juli 2013

Lorgues en Draguignan

Vandaag zijn we vertrokken uit ons afgelegen plekje om een stukje van de omgeving te verkennen. De voorraadkast was ook leeg, dus we hadden niet veel keus!

Dat betekende wel dat we de vreselijke weg naar het asfalt weer over moesten. L. noemt het al de dodenweg. Het is een en al kuil en oneffenheid. Toen we het huisje boekten kregen we ook telefoon van Topic Travel dat het huisje niet bereikbaar was voor auto's die een bodem dicht bij de grond hebben. Daar is geen woord van gelogen. Ik hoorde af en toe ook de bodemplaat knarsen... Heel rustig rijden, niet te veel schommelen en proberen de wielen op de hoogste punten van het pad te houden en als dat niet kan proberen een beetje schuin te hangen zodat het hoge middendeel niet alles onder de auto afschraapt. Het is een avontuur waar concentratie wel een vereiste is. En een 4W-drive eigenlijk. Maar goed die hebben we niet. De Citroën DS4 moet het zien te redden in zijn thuisland. We zijn heelhuids beneden en later ook weer boven aangekomen. L. wil nu niet meer zo vaak een excursie maken. Dus hebben we weer voorraad gekocht voor een paar dagen in ons mooi gelegen huisje. Dat wel.

Eerst gingen we naar Lorgues hier een kilometer of 9 vanaf. Daar was het markt. Een hele grote markt met veel toeristen uit Nederland en Vlaanderen. Dat is altijd merkwaardig dat je 1100 km van huis bent en dan gewoon Nederlands hoort praten op straat. Je moet dan zelf ook een beetje uitkijken wat je zegt. Dat is ook jammer. De markt hebben we helemaal gezien en alleen potje olijvenjam gekocht. Benieuwd hoe dat gaat smaken. Zoete olijven is een merkwaardige smaaksensatie in ieder geval.

Daarna ging de tocht verder naar Draguignan en kilometer of 10 verderop. We konden er niets over vinden in het boekje dat we bij ons hebben maar dat mag de pret niet drukken. Het was volop siësta in Draguignan, veel winkels dicht maar er was nog wel wat even op straat en de terrassen waren ook volop open. Dat is al genoeg om op een gegeven moment het hongergevoel te temmen door een smakelijke lunch te bestellen. Op een typisch Frans pleintje, naast een fontein (non potable) een werkelijk heerlijke lunch genuttigd. Goede keuken daar!

Vervolgens nog wat rondgelopen een papeterie bezocht voor een blok met lijntjespapier (in Frankrijk schrijven ze bij uitsluitend in schriftjes met ruitjespapier iemand een idee waarom?) en daarna de auto weer in op weg naar de Intermarche in Lorgues om de provisiekast weer voor een paar dagen te vullen. Dat verliep vlekkeloos..

De rit naar het huisje verliep voorspoedig ondanks een jammerende L. naast me die zich zorgen maakte om haar auto. Kan ik me ook wel voorstellen hoor, het is een nachtmerrie die weg. Nu zitten we weer volledig bevoorraad op ons eigen terras te wachten tot de krekels hun mond houden en de muggen het gaan overnemen. En boeken lezen! Heerlijk zo.

Lars Kepler - Slaap

Dit schrijversechtpaar houdt van korte titels. Na Hypnose en Contract zit dit jaar Slaap in de leesdoos, nou ja op de e-reader dan.

"Slaap" is een heel spannend boek. Een typische thriller, dat wel. Maar het blijft me verbazen hoe het ene boek bol kan staan van de spanning terwijl het andere eigenlijk net niet genoeg spanning opwekt. Knap ook hoe schrijvers steeds weer thema's bedenken die intrigerend genoeg zijn om de lezer 600 pagina's lang te boeien. Een vak dus dat schrijven.

Zonder te veel te willen prijsgeven wil ik over dit boek zeggen dat het een race tegen de klok is om verdwenen personen terug te vinden. Een geliefd thema bij veel thrillerschrijvers en een thema dat bij mij in ieder geval werkt. Dit boek bevat bovendien een Hannibal Lector-achtige bad guy die in staat is om mensen niet alleen te bedreigen, maar hen ook werkelijk slachtoffer laat worden.

Hoewel deze man bepaald geen lieverdje is werd mijn weerzin toch vooral gewekt door een arts die de grens van het toelaatbare met enige regelmaat overschrijdt, zowel in zijn werk als thuis. Beetje sneue man die zijn lot verdiend.

Het echtpaar heeft mij opnieuw voor zich gewonnen. Ben benieuwd of er nog meer op de e-reader staat.

maandag 15 juli 2013

Philip Huff - Dagen van gras

Een boek van krap 170 pagina's dat een stuk beter beviel dan Inferno van Dan Brown. Het leest geweldig goed door en het taalgebruik is heel erg toegankelijk.

Dit boek beschrijft het leven van de 18-jarige Ben(jamin) die al heel wat voor zijn kiezen heeft gekregen. Hij is er eentje van een tweeling, maar zijn broertje is na drie dagen overleden. Zijn Engelse vader kan daar beter mee omgaan dan zijn Nederlandse moeder. Die heeft het regelmatig te kwaad als Ben jarig is omdat dan de herinnering aan haar overleden zoon op begint te spelen. Zij kan moeilijk over het verlies heenkomen en de relatie met haar man lijdt daar onder.

Door de turbulente thuissituatie is Ben daarom vaak bij zijn opa die hem onderwijst, het leven leert op een doe-wijze: wandelen, schaken en mee laten helpen. Opa overlijdt als Ben dertien jaar is. Een belangrijk ankerpunt valt weg. Een buurjongen, Tom, die een stuk ondernemender is neemt Ben mee op sleeptouw in het leven. Ben's vader is vaak afwezig voor zijn werk en omdat het thuis niet bepaald feest is. Tom is een durfal en helpt Ben over allerlei grenzen heen. De belangrijkste is wel het gebruik van drugs. Aanvankelijk blowen ze er stevig op los en late komen daar ook nog paddestoelen bij.

De ouders van Ben gaan scheiden en hij raakt geïsoleerd van zijn vader die terugkeert naar Engeland. Naar later blijkt is hij dan al ernstig ziek van longkanker. Hij overlijdt jaren later.
Ben raakt van de regen in de drup, heeft moeizaam contact met zijn moeder en komt al jong in aanraking met psychologen en psychiaters. Hij is soms ook aggressief naar zijn moeder. Het breekpunt komt als hij in zijn boomhut is met Tom en de hut in brand vliegt. Daarna wordt hij uit huis geplaatst en belandt in diverse inrichtingen die hem weer op het juiste spoor moeten zetten.

Het is veel ellende in een mensenleven, maar zo heb ik het boek niet gelezen. De stijl is heel erg vanuit het gezichtspunt van de jongen zelf en niet beschouwend en belerend. Ben is groot liefhebber van muziek en put daarvoor uit de muziekcollecte van zijn vader die erg veel platen uit de jaren 70 had, waarbij met name de Beatles een rode draad vormen in het verhaal. Ben speelt ook gitaar en probeert in de muziek zijn toekomst te vinden. Zoals een puber dat kan doen en denken.

Het boek is een absolute aanrader wat mij betreft. Het laat zien hoe een ogenschijnlijk goede basis thuis kan ontaarden door het overlijden van een tweelingbroertje, waardoor de situatie en de context geleidelijk aan veranderen. Waar een jongen die daar part noch deel aan heeft toch min of meer het slachtoffer van wordt. Nou chargeer ik wel trouwens.

Pikant detail: ik heb ook een tweelingbroer/zus gehad die blijkbaar in een vroege fase in de baarmoeder al niet levensvatbaar was. Gelukkig ben ik er beter afgekomen. ;-)

zondag 14 juli 2013

Dan Brown - Inferno

In de doos met boeken die mee is gegaan op vakantie koos ik als eerste de laatste publicatie van Dan Brown die wereldberoemd werd met de Da Vincicode. Een boek dat mij ook bijzonder aansprak en waar ik van genoten heb. Dit nieuwe boek, daar heb ik een heel ander gevoel bij.

Na de Da Vincicode heb ik snel achter elkaar twee andere boeken van Dan Brown gelezen waarvan de thematiek bijna identiek was. Geheim genootschap, religieus fanatisme, onheil, dood en verderf. Dat ging vervelen. Dit moest dan een nieuwe topper zijn. Helaas. Ik vond het behoorlijk zwak.

Het onderwerp van het boek, de kwestie waar de wereld wederom gevaar loopt, die is intrigerend genoeg. Daar ligt het niet aan. De hoeveelheid tekst, 600 pagina's, hoeft ook geen probleem te zijn. Maar dat is het wel. Het had ook de helft van dat aantal pagina's kunnen zijn. Dat had het verhaal waarschijnlijk wat meer vaart gegeven. Nu lijkt het net alsof je een encyclopedie aan het lezen bent waar de ene wetenswaardigheid over de andere struikelt. Dan Brown wil je als lezer blijkbaar overtuigen van zijn grondige research. Dan kent hij niet de aloude Duitse uitdrukking: in der Beschränkung zeigt sich der Meister. De overdaad aan detailistische informatie die vooral van kunsthistorische aard is vanwege de achtergrond van hoofdpersoon Robert Langdon, is in 90% van de gevallen absoluut overbodig. Het verhaal vertraagt er alleen maar door. Bovendien vinden de meeste overpeinzingen plaats op een moment in het verhaal dat je denkt: heb jij niets beter te doen. Gelukkig schiet de hoofdpersoon regelmatig weer terug in de werkelijkheid. Of slaakt een kreet van verbazing danwel een zucht van verlichting. Het komt op mij allemaal erg mechanisch over. Routinematig rijgt Dan Brown de zinnen aaneen en bezondigd zich daarbij aan een andere vervelende gewoonte: de herhaling. Enkele gebeurtenissen uit het verleden van personen uit het verhaal komen soms vier keer terug. Dat is wel erg veel. Een videoboodschap die heftige indruk maakt op allen die hem zien, komt eveneens vier keer terug met in alle gevallen exact dezelfde zinnen en informatie. Een beetje gelardeerd met extra's, maar toch. Het lijkt wel of Dan Brown voor een dementerend publiek schrijft. Je zou verwachten dat de correctors dat meteen zouden aangrijpen voor ingrijpen. Nee dus. Teveel pagina's derhalve.

Tot slot wil ik nog iets kwijt over het einde van het boek. Dat is echt helemaal onbevredigend voor mij. Ik geef het niet weg, dat zou niet goed zijn, maar de apotheose is ronduit teleurstellend. Dat is dan nog een keer jammer.

Als allerlaatste nog een heel hinderlijke fout die in de tekst staat (ik weet niet of het de vertalers zijn die deze fout gemaakt hebben of dat het in de oorspronkelijk Engelse versie ook staat) is de vermelding dat De Goddelijke Komedie (het boek dat dit boek voor een belangrijk deel draagt) al in de 14de eeuw in druk is uitgegeven. Maar de boekdrukkunst is echt pas in de 15de eeuw uitgevonden.

Ik zou een ander boek kiezen om te lezen!

Op vakantie

Afgelopen vrijdag was het zover: de vakantie begon!

Vol goede moed vertrokken we vanuit Udenhout naar het diepe zuiden van Frankrijk, zowat aan de Cote d' Azur. Het was nog relatief vroeg en de reis verliep heel voorspoedig. We hadden hier en daar wat oponthoud, maar al met al schoten we lekker op en lagen we goed op schema. De eerste stop was Beaune. Een mooi klein plaatsje in het midden van Frankrijk, net onder Dijon. We hadden daar al een tijd geleden een hotel geboekt, nou ja een hostellerie. Dat bleek een heel goede keuze!
Het lag vlak bij het oude centrum van Beaune. Het was dus geen klassiek hotel, maar een serie kleine kamers op de begane grond. Het heeft wat weg van een motel. Prachtig geleden. De auto kon geparkeerd worden op een binnenterrein dat door een smalle poort toegankelijk was en daarna nog eentje. We checkten in en werden begeleid naar onze kamer. Een prachtig ingerichte studio, zo zou je het bijna noemen. Op de begane grond een bank die ook als bed gebruikt kon worden, een toilet en een badkamer. Een trap op en dan kwam je in een ruime slaapkamer die via een vide weer in verbinding stond met de ruimte beneden. Heel ruim en goed ingericht. Voor de kamer was een klein terrasje met tafel en stoelen en daar weer voor een grasveld waar een hangmat en enkele ligstoelen tot onze beschikking stonden. Met een temperatuur van 32 graden was dat allemaal heel erg welkom.

Na bezichtiging van de kamer zijn we het stadje in gelopen. Beaune heeft een grote bezienswaardigheid: Hotel Dieu uit 1443. Dat gebouw was helaas niet meer te bezichtigen maar ook aan de buitenkant was het een pronkstuk. Het gekleurde dak konden we jammer genoeg net zien. Voor een volgende keer.
Rondlopen in het oude Beaune kost niet veel tijd, maar is wel aan te raden. Er zijn enkele leuke straatjes met winkeltjes en het barst er werkelijk van de hotels (de meeste in fraaie oude panden) en de restaurants. De temperatuur zorgde er voor dat er heel veel leven was op straat en op de terrassen en dat is op vakantie wel een prettige gezicht. Na een kleine uurtje ronddwalen streken we neer op een terras en nuttigden ons avondmaal.

Het is altijd weer een gok welke plaats je kiest om de nacht door te brengen op weg naar een verder gelegen bestemming, maar Beaune is daarvoor een aanrader. En Hostellerie le Bretonniere zeker ook. Kamer 32 hadden we. Gewoon een keertje doen!

Helaas kan ik de foto's van mijn telefoon niet gebruiken in dit blogbericht, dus die houden jullie nog tegoed. Via Facebook zijn er wel foto's te zien. Het is niet anders!