Vanuit Villeneuve naar Mont St. Michel is zo’n 450 km. Een fikse afstand dus. Maar
omdat alles weer eens voorspoedig verliep schoven we in de middag aan
in de file voor het pitoresque eiland. Een ander woord is er niet voor.
Knoeperddruk dus, maar uiteindelijk waren we op de parkeerplaats beland
en waren we te weten gekomen dat ons hotel niet op het eiland lag, maar
aan de pier op het vasteland. Weliswaar het eerste hotel, maar dat
betekende toch een terugreis in de file de andere kant op. Het was niet
anders. Het
was alweer heel veel jaren geleden dat ik hier was, minstens 25 jaar,
maar uiteindelijk bleek er niet zoveel veranderd. In het straatje op het
eiland was het ontzettend druk, je kon over de koppen lopen. Wij zijn
zo snel mogelijk helemaal naar boven gelopen om de abdij te bezichtigen.
Dat had ik de vorige keer niet gedaan, een vergissing zo bleek nu. Wat
me het meeste opviel waren de enorme ruimten die de abdij bezat. Zalen,
groot en ruim. De kunst was minder, maar dat werd ruimschoots
gecompenseerd door de fantastische vergezichten die vanaf verschillende
hoeken te zien waren. Ook in de abdij was het heel druk, maar desondanks
hebben we rustig rond kunnen kijken en lopen en alles op ons gemak
kunnen bekijken. Indrukwekkend mooi, dat wel. Al die stenen naar boven
krijgen en mooi pas neerzetten zodat het eeuwenlang blijft staan, dat is
pas echte kunst. Na
de abdij zijn we naar beneden gelopen via een andere route en daarna
ons hotel gaan opzoeken. De terugweg was heerlijk, de zon is onze beste
vriend gebleven deze vakantie. Af en toe een omkijken naar een nieuw
uitzicht op de Mont Saint-Michel, de vele mensen die op de een of andere
manier onderweg zijn naar of vanaf het eiland over de pier, of de
uiterwaarden, allemaal goed en mooi. Het enige dat ik gemist heb was
hoogwater. Helaas. Maar goed, dat is dan een reden om een keer terug te
gaan en dan een hotelkamer te vinden op het eiland zelf. Uiteindelijk
moet dat ook mooi zijn. Nu
ben ik ‘s avonds nog terug gelopen om de schemering en de zonsondergang
te bewonderen en wat foto’s te maken van het eiland in de avond. De
lichten gingen wel aan,maar ik was hopeloos underdressed, want met de
zon verdween ook een heleboel warmte. Mooi om te zien hoe een hele bus
Japanners richting eiland gingen met reflecterende jasjes aan. Er liepen
ook mensen met fotoapparatuur om het plaatje van hun leven te gaan
schieten. Het is ook erg mooi, de glinstering van het water, het eiland
in de verte en al het leven daar tussenin. Dus heb ik ook maar wat
foto;’s gemaakt, zonder statief en allerlei mogelijke instellingen en
die foto's laten al mooi zien hoe mooi het daar is en waarom zoveel
mensen heel; lang in de file gaan staan om daar te mogen en kunnen
vertoeven. Het hotel was minder en in een mintkleurige kamer is het lastig slapen. De isolatie was prima in orde.
Tendentieus. Dat komt in me op bij dit nummer. Maar tegelijkertijd raakt de tekst me telkens weer en komt het gevoel van verlies in me op. Verlies van onschuld, van onbezonnenheid, van creativiteit. Het ingebakken gevoel dat uit de jaren 70 op de een of andere manier vast is blijven zitten in me.
Is onze samenleving er niet op gericht om zoveel mogelijk mensen tot redelijk dociele volgers te maken, gespeend van orginele gedachten. Het idee komt terug in het nummer van Pink Floyd: We don't need no education. En in nog zovele andere presentaties en opvattingen. Onlangs nog in een prachtige presentatie van RSA.org over onderwijs.
De regel tekst die dat samenvat in The Logical Song is deze: Won't you sign up your name, we'd like to feel you're acceptable, respectable, oh presentable, a vegetable!
Soms roept dat enorme weerstand bij me op. Lekker onaangepast zijn, dat is toch heerlijk!
Van
Pamplona naar Villeneuve-Mons is een behoorlijke overgang. De tocht
voerde langs een prachtige weg vanuit Pamplona naar de grens. Geen
snelweg, maar een goed begaanbare weg die niet druk was, dus we konden
lekker doorrijden.
De
rest van de 400 km ging over wegen die we op de heenreis als bereden
hadden. Het was nog spannend of we het adres wel zouden kunnen vinden
aangezien nog TomTom nog Google Earth de straatnamen ter plaatse kende.
Gelukkig bleek het een lekker overzichtelijk dorpje en we bereikten het
huis zonder veel moeite. Aan de straatkant was er een blauwe dubbele
poort waar we naar binnen konden, nadat die was geopend. kwamen we in
een mooie ommuurde tuin/plaats met meerdere gebouwen. Het huis grensde
ook aan de straatkant, en verder was er nog een grote schuur en enkele
kleine gebouwtjes. Het huis was aan de buitenkant nog work in progess,
maar de kalkzandsteen was mooi vrijgekomen nadat de smeerlaag was
verwijderd. De luiken en kozijnen hadden een mooie fris-blauwe kleur en
van binnen was het weliswaar laag (plafond) maar ruim. Ruim genoeg om er
goed te kunnen leven. De
tuin bestond uit een grasveld dat zwaar dor was na langdurige droogte.
Maar er waren veel terrasjes en ruimten om lekker in en uit de zon te
zitten. Marc
en Emily waren goede gastheer en vrouw. We hebben gezellig buiten
gekletst en gegeten. Ik heb samen met Marc de hond nog uitgelaten
terwijl de dames gingen koken. De wandeling duurde een uur, en voerde
langs langgestrekte wegen met velden al dan niet begroeid.
Na
een voedzaam maal, arabisch kwa bereiding en geur en smaak, hebben we
nog geruime tijd nagetafeld, tot het tijd was om naar bed te gaan.
Lekker geslapen in een geïmproviseerd bed.