Posts tonen met het label archief. Alle posts tonen
Posts tonen met het label archief. Alle posts tonen

zondag 11 mei 2025

Muizen in een kast op zolder in 1723

Huis Het Zwaard, rechts met en na de poort.
Fragment van de prent van Jan de Meijer uit 1742.
Collectie Regionaal Archief Tilburg fotonr 027817.
Voor archieven zijn insekten en knaagdieren een groot gevaar. Dat is van alle tijden en  vroeger waren er regelmatig situaties die niet gunstig waren voor de bewaaromstandigheden van archieven.
Archieven werden bij voorkeur opgeslagen op zolders of in kelders. Dat leverde in het eerste geval gevaar op vanwege hitte en kou (temperatuurswisselingen) en in het tweede geval voor vochtigheid en wateroverlast. In beide gevallen liep het archief direct gevaar.

 Ik kwam een dergelijk geval tegen bij het doornemen van het archief van de schepenbank van Tilburg. Omdat het ook nog eens met mijn oude beroep en werkplek te maken heeft, is het voor mij heel herkenbaar.

Dit speelt zich af in het begin van de 18de eeuw, 1723 om precies te zijn. Tien jaar eerder koopt de kersverse Tilburgse secretaris Johan de Jongh een huis aan de huidige Oude Markt. Dat ligt lekker centraal, in buurt van zijn mede-bestuurders en vlak bij de secretarie die op dat moment in de grote kerk, nu Heikese kerk, is gevestigd. In dat huis woonde voor hem zijn voorganger Anthonij Vereijck die in 1709 overleed. Diens erfgenamen willen het huis verkopen en de nieuwe secretaris Johan de Jong wil het graag hebben. Het huis was genaamd 'Het Zwaard' en daar staan nu twee panden: Oude Markt 3 en 5.

In dat huis bevindt zich in 1723 op de zolder een oude kast die toebehoort aan Hendrick Glaviman. Hendrick was de gezworen klerk geweest bij de voorganger van secretaris De Jongh, de leidingevende van de klerken van het dorp Tilburg. 
De vader van Hendrick Glaviman was ook klerk geweest in Tilburg maar werd in 1667 secretaris in Loon op Zand. In zijn functie van klerk kreeg Hendrik te maken met het opmaken en bewaren van paperassen van de gemeente.

Johan de Jong had bij de overdracht van het huis van Glaviman de vraag gekregen of hij de kast daer enigh tijd woude laten staen tot dat die bij occagie soude laten halen. Dat was tot op heden niet gebeurd en de Jong wilde de kast nu wel kwijt. Hij formuleerde het mooi: de kast was een retrette van muijsen dien hem seer incommodeerde. 

Oude Markt 5 en 3 in 1970. De poort is er dan nog altijd.
Collectie Regionaal Archief Tilburg nr 1657046073001.
De kast was al een jaar of acht niet meer opengeweest. De laatste keer had de meid van Glaviman uit een reijssack daar deen off dander uijgehaelt (...) en weder toe gesloten. Blijkbaar vertrouwde De Jong het toch niet want er was een zware delegatie opgetrommeld om bij het openen van de kast aanwezig te zijn. Dat waren Adriaen Bernagie, de drossaard van Tilburg en Goirle, de schepenen Dirck Otterinck en Hendrick Hagemeijer en Govert Bles gesworen clercq. De secretaris zelf was er vanzelfsprekend ook bij aanwezig.

De sleutel berustte bij Hendrick Glaviman. Om de kast te openen riepen ze de hulp in van Adriaen van Aelst soone van Hendrick van Aelst slootmaecker alhier out omtrent sestien jaren. Die verklaarde dat de kast gesloten was en toen hij de kast opende op heden naer de middagh de clocque tussen twee en drie uren vond hij daar een quantiteijt papieren, die deels door de muijsen waren onstucken gebeeten

Het bleek te gaan om papieren die de gemeente toebehoorden. Archief van Tilburg dus. 
De secretarie lag tegenover het huis van De Jong en daarom zijn de paperassen in twee manden in ons presentie geladen, en op de secretarije gedaen brengen, om morgen verder te examineren.

Ze zorgden goed voor het archief deze 18de eeuwse bestuurders. Daar plukken veel onderzoekers nog dagelijks de vruchten van!

Hieronder twee voorbeelden van muizenvraat aan archiefstukken die mogelijk kunnen zijn gevonden in de hiervoor beschreven kast in het huis van secretaris Johan de Jongh. Beide foto's zijn afkomstig van ex-collega Marcel van de Wouw van Regionaal Archief Tilburg.
Kwitantie van Frans Brouwers uit 1691 die is aangevreten door muizen.
Je ziet de afdrukken van de tanden nog aan de rand die aangevreten is.
Voorbeeld van een gevouwen blad dat aan de rand is aangevreten door muizen
waardoor er, als het blad weer is opengevrouwen een gat in het midden (b)lijkt te zitten.


vrijdag 18 mei 2018

Een gitzwarte dag

Dat klinkt nogal dramatisch: een gitzwarte dag. Maar zo beschouw ik deze 18de mei 2018 toch wel.
Regionaal Archief Tilburg heeft 258 registers met bevolkingsinformatie offline moeten halen. Ruim 400.000 records die niet meer doorzocht mogen worden vanwege de aanstaande invoering van de Algemene Verordening Gegevensbeheer, de AVG. Ik heb er al eerder over geschreven op dit blog.

Ik ben een groot deel van mijn arbeidzame leven bezig geweest om zoveel mogelijk informatie gratis online te krijgen en te houden. Dat komt voor een belangrijk deel uit de stellige overtuiging dat een archiefdienst er is om de bewaarde gegevens zo breed mogelijk te verspreiden. Openheid van zaken geven. In de afgelopen 30 jaar waarin ik actief ben heeft zich dat ontwikkelt van een fysieke papieren raadpleging naar steeds betere en uitgebreide digitale beschikbaarstelling.
Het internet was en is een zegen voor archiefdiensten die onderzoekers van allerlei pluimage zo optimaal mogelijk in staat willen stellen om onderzoek te doen. Ruimhartig en gratis. Mensen toegang geven tot informatie die hen helpt om te ontdekken waar ze vandaan komen, een verhaal te reconstrueren over hun herkomst, de belevenissen van hun familie e.d. vast te leggen, en soms om familiegeheimen te ontdekken. Identiteit kweken. Kleur geven aan je afkomst. Zelf, zelfstandig en met behulp van de techniek die ons allen ten dienste staat. Democratisering van het gebruik van archieven in optima forma. Hoe mooi is dat!

De AVG slaat daar een groot gat in. Waarom? Dat is eigenlijk onduidelijk. Waarom de gegevens die bijna 80 jaar geleden zijn verzameld nu niet ingezien mogen worden kan eigenlijk niemand uitleggen. De motivatie: het staat in de wet. Dat is waar. En in een rechtstaat heb je je aan de wet te houden. Als iedereen daar zijn of haar eigen draai aan gaat geven, dan wordt het er niet beter op. Maar in dit geval is er echt geen enkele reden om deze beperking op te leggen. Het dient geen enkel doel. Juristen lachen zich ongetwijfeld een kriek.

Het frustreert me heel erg dat we deze stap hebben moeten zetten. Bah!

dinsdag 30 april 2013

Itinera Nova: Toegankelijk maken van rechterlijke archieven in Leuven

Christian van der Ven, de digitale archivaris, is volop aan het bloggen over het tweedaags colloquium dat op 25 en 26 april werd gehouden in Leuven. Daarmee vierde het stadsarchief Leuven dat hun project Itinera Nova een nieuwe fase ingaat. De afgelopen vier jaar is een groep vrijwilligers bezig geweest om het archief van de Leuvense schepenbank te scannen en de inhoud te transcriberen. Daarmee is er een verwantschap met het Charterbankproject van Regionaal Archief Tilburg. Helemaal in het begin van het Leuvense project hebben we daar dan ook met projectleider Inge Moris en stadsarchivaris Marika Ceunen gepraat over de ervaringen in Tilburg.

Oud archief toegankelijk maken, archieven van voor 1811 in ons geval, wordt meestal fronsend beschouwd. Wie is nog geïnteresseerd in die oude informatie? In ons tijdperk van foto en film is het lezen van dikke registers met akten in moeilijke handschriften toch niet meer relevant? Tja. Toevallig zijn archiefdiensten er om ook dat soort informatie te bewaren en ter beschikking te stellen. Waarom zou je het anders bewaren?

Naast alle presentaties over de technische oplossingen in het project Itinera Nova op dag 1, was er op dag 2 aandacht voor projecten die iets met de informatie uit dergelijke archieven hebben gedaan. Daar kwam ook meteen mijn eigen interesse om de hoek kijken. Ik blogde al eens over mijn eigen onderzoek waarbij ik juist dit soort van schepenbankakten hard nodig heb. Vandaar mijn bijzondere interesse naar de bevindingen in België. Ik werd niet teleurgesteld.

Leuven
Als eerste presenteerde stadsarchivaris Marika Ceunen resultaten uit de Leuvense schepenakten. Deze serie beslaat de periode 1362-1795. Zij benadrukte dat de schepenakten, hoewel die bijna uitsluitend officiële rechtshandelingen beschrijven zoals, transporten, verklaringen, schuldbekentenissen, veel informatie prijsgeven over het leven van alledag. Dat is ook mijn eigen ervaring. In de akten komt regelmatig informatie bovendrijven over hoe mensen met elkaar omgaan, hoe ze hun oude dag organiseren, hoe erfrecht in elkaar zat, welke bezittingen ze hadden in de boedelbeschrivingen of testamenten, hoe ze hun dienstbodes beloonden etc. Die rijkdom aan inzicht in de middeleeuwse schepenakten komt alleen aan het licht door systematisch alles toegankelijk te maken. Incidenteel onderzoek is daarvoor te beperkt.

Bosch protocol
Geertrui van Synghel is bekend om haar kennis van het Bossche schepenprotocol dat tot de oudste in de Nederlanden behoort. Het beslaat de periode 1366-1811 en bevat informatie over de hele Meierij van 's-Hertogenbosch. Deze rijke bron is tot op heden heel fragmentarisch toegankelijk gemaakt en dan vooral voor de periode tot 1500. In het Bossche stadsarchief staat een wand met kaartenbakken die een index per plaats bevat voor die periode. Van Synghel gaf uitleg over haar zoektocht naar de secretarissen en klerken die de Bossche registers vol hebben geschreven. Een veeleisend onderzoek dat uiteindelijk alleen met behulp van grafologie enige antwoorden kon geven. Zij kon ook meedelen dat het Bossche schepenprotocol gedigitaliseerd gaat worden. Dat zou onderhand eens tijd worden!


Gent
Prof. Dr. Jelle Haemers gaf na de koffie een verslag van zijn onderzoek naar de Gentse opstandelingen in de prachtige serie Gentse schepenprotocollen. Hij wilde op zoek gaan naar de menselijke kant van de opstandelingen die in de woorden en documenten van de overwinnaars er over het algemeen niet goed vanaf komen. Is er nog informatie te vinden in de schepenakten die meer prijsgeeft over wie deze mensen waren, wat ze deden om te voorzien in hun levensonderhoud etc. Dat bleek niet altijd even eenvoudig. Wat wel glashelder werd was de constatering dat er sprake was van sterke banden (familie- en zakelijke banden) binnen de verschillende groepen die elkaar bestreden. Het bestaan en definiëren van netwerken in de middeleeuwse stad is een onderzoek waarvoor de oude bronnen prachtig materiaal leveren.

Antwerpen
Tot slot kwamen twee studenten vertellen over hun onderzoek in een heel klein deel van de Antwerpse schepenprotocollen uit het eind van de 15de eeuw.
Inneke Baatsen deed verslag van haar onderzoek naar de manier waarop de aanstelling van voogden verliep. Zij onderzocht daarbij wat de relatie (familie en zakelijk) was tussen voogden en (half-)wezen. Haar onderzoek wees uit dat zowel zakelijke relaties als familieleden optraden als voogd zonder dat een van beide groepen daarin domineerden.
Julie de Groot onderzocht de rol van weduwen op de vastgoedmarkt in Antwerpen. Waren de weduwen afhankelijk van familie als ze actief optraden en waren ze uberhaupt bezig om hun bezit actief te beheren? Haar onderzoek toont aan dat de weduwen veel zelfbewuster en onafhankelijker optraden dan je op basis van overlevering zou verwachten. Ze beheerden hun vermogen, ook de onroerende goederen, actief en probeerden er geld van te maken dan wel hun bezit ermee te vergroten.


Brugge
Op de eerste dag was er ook al aandacht voor ander onderzoek binnen Vlaanderen toen de stadarchivaris van Brugge, Jan d'Hondt, kwam vertellen over de diverse vrijwilligersgroepen die bezig waren om het Brugse verleden beter toegankelijk te maken. Het Brugse archief, in de middeleeuwen een sterke stad in Vlaanderen, is rijk aan bronnen en het stadarchief is systematisch bezig om die bronnen ook online aan te bieden. Ze beschikken inmiddels over een online beeldbank, een verhalenbank en een archiefbank.

Het oud-archief is belangrijk!
Vooral de tweede dag leverde voor mij kennis op over onderzoek waarvan ik niet op de hoogte was. De relevantie van het oud-archief aantonen kan alleen maar door dergelijk onderzoek te (laten) doen. Er zijn altijd mensen bezig in de studiezalen die dergelijke bronnen gebruiken en er jaren van hun leven in stoppen om er informatie uit te halen. Aan archieven de taak om dat beter te faciliteren door die informatie digitaal beschikbaar te stellen en de gebruikers ervan te vragen mee te helpen om het beter doorzoekbaar te maken. Of dat nou binnen vrijwilligersprojecten gebeurt of door individuele onderzoekers binnen hun eigen deelonderzoek is daarbij niet zo relevant. Het BHIC is daar al goed mee bezig en ook in Tilburg zijn we actief.
Dat de informatie bruikbaar wordt, dat is in het belang van archief, onderzoeker en uiteindelijk ook de gemeente die de informatie heeft bewaard. Gebruik van archiefbronnen is de enige rechtvaardiging om ze ook te bewaren. Voor de eeuwigheid.

donderdag 1 juli 2010

Planmatige acquisitie - een uitdaging van formaat #kvan10

Er is geen ontkomen aan na een tweet van Ingmario. Dus reageer ik op een presentatie die ik tijdens de afgelopen KVAN-dagen in Kerkrade heb bijgewoond.

Geert Luykx, werkzaam als plv. gemeentearchivaris en archiefinspecteur bij Rijckheyt in Heerlen gaf een presentatie over de manier waarop ze in Heerlen naar de acquisitie van particuliere archieven kijken.

De wettelijke verplichting zorgt voor een gestage groei van het aantal meters overheidsarchief in onze depots. Als archiefinstelling heb je ook een cultuur-historische taak. In de gemeentelijke archiefverordening van Heerlen staat daarover: "De Gemeentearchivaris is bevoegd om in de archiefbewaarplaats archiefbescheiden en documentatie op te nemen afkomstig van particuliere organisaties of personen indien dit voor de kennis van de lokale of regionale geschiedenis van belang kan worden geacht."
Het is een nobel streven dat in de meeste gevallen vastloopt in goede bedoelingen. Zo hebben veel archiefdiensten allerlei archieven uit het netwerk van de archivaris en/of andere personeelsleden. Zonder dat daar een bepaald plan aan ten grondslag lag. Of de collectie particuliere archieven is opgebouwd uit wat er te hooi en te gras is afgeleverd bij het archief.
Los daarvan is het verwerven van archieven van particulieren een heikele zaak. Ten eerste bewaren particulieren geen archief ondat het moet, maar puur uit praktische overwegingen. Daar zit vaak geen enkel plan achter anders dan het voldoen aan wettelijke verplichtingen zoals bij de financiële administratie.
Op dat proces hebben archiefdiensten geen enkele invloed tenzij ze op voorhand bepalen welke particuliere archieven interessant zijn om te bewaren. Dan kun je gericht contact opnemen met die bedrijven, verenigingen, stichtingen etc. en er voor zorgen dat ze de juiste dingen op een verantwoorde manier gaan bewaren.

Om tot dat overzicht te komen zijn ze in Heerlen heel ver gegaan. Ik zeg nadrukkelijk niet: té ver. Het beeld dat Geert schetste was bijzonder aannemelijk en blonk uit door een zo objectief mogelijk uitgangspunt.

Hoe bepaal je welke archieven van belang kunnen zijn voor de geschiedenis van jouw plaats? Dat is bepaald geen sinecure. Het vereist een zorgvuldige analyse van de bedrijvigheid, het verenigingsleven en andere aspecten uit de plaatselijke samenleving en dat dan nog eens bekeken vanuit het historisch perspectief. Mogelijk zijn er al instellingen en bedrijven verdwenen die van belang zijn geweest. In de praktijk komt dat neer op het doorvlooien van vele jaargangen Gouden Gidsen en hun voorlopers zoals adresboeken en wat dies meer zij om zo te komen tot een totaaloverzicht van wat er in de gemeente aan particuliere activiteiten is geweest. Aan de hand daarvan kun je dan komen tot een lijst van archiefvormers. Voor je op dat niveau bent aangekomen heb je al een hele weg bewandeld.
Als je dan zo´n lijst hebt komt het er op aan om te bepalen welke van die archieven nou de moeite waard zijn om in je collectie op te nemen. Dat doen ze in Heerlen op basis van puntentelling. Vier criteria spelen daarbij een rol:
Voor de subcategorie:
1. Mate van impact/invloed van instelligen uit die betreffende subcategorie op maatschappij.
2. Mate waarin de activiteiten van instelling sporen nalaat in het archief.

Voor de archiefvormer:
1. Mate van impact/invloed van instelling binnen diens betreffende subcategorie.
2. Mate van risico van verlies van archief/gegevens indien niet tot verwerving wordt overgegaan.

Dit levert een getal op op basis waarvan je kunt bepalen welk belang een archief heeft en de noodzaak om al dan niet op korte of langere termijn actie te ondernemen.  Heb je dat bepaald, dan zul je moeten gaan netwerken. De betreffende mensen (bestuurders, secretarissen, ondernemers etc.) gaan benaderen of ze mee willen werken aan dit plan. Of ze willen voldoen aan de voorwaarden.

Conclusie: het is een gedegen onderzoek en Geert Luykx heeft heel helder gemaakt waarom het zo verdomde lastig is om een goed acquisitieplan te maken dat succes heeft. Er zijn zoveel factoren die een rol spelen waarbij tijd één van de belangrijkste is. In de tijd dat je bezig bent om dit soort van acquisitieprofielen op te stellen verlies je tegelijkertijd waardevolle tijd. Maar dat kan nou eenmaal niet anders.

Wat ik zo goed en helder vond in deze aanpak was het duidelijk maken van keuzes. Archivarissen zijn nog veel te veel geneigd om archief te accepteren onder het adagium: weggooien kan altijd nog. Dat laatste gebeurt echter te weinig en wordt pas actueel als er b.v. ruimtegebrek ontstaat. Het is beter om een heldere boodschap te communiceren: wij willen deze collectie wel/niet om de volgende redenen.

Een van de aanwezigen tijdens de presentatie betoogde dat ruimtegebrek geen reden mocht zijn om archieven te weigeren dan wel extra kritisch te worden op wat er al in je depot staat. Je moet dan als archiefinstelling op zoek gaan naar meer ruimte. Ik denk dat daar niemand mee gediend is.

Een archivaris moet vooral goed zijn in het weggooien van archieven. Het weigeren van archieven en collecties. Kunnen en durven selecteren is de belangrijkste kwaliteit van een archivaris. Niet het klakkeloos opslaan van allerlei niet ter zake doende informatie.
We zullen ook moeten accepteren dat er informatie verloren gaat. Zoals dat al eeuwen het geval is. Ook in het digitale tijdperk zullen we niet alles kunnen en willen bewaren. Kiezen is niet altijd makkelijk. De methode van Heerlen is daarbij een goed hulpmiddel hoewel ik betwijfel of wij in Tilburg in staat zijn om het plan zo ver uit te werken.