Posts tonen met het label protestanten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label protestanten. Alle posts tonen

woensdag 30 september 2026

Dubbel dopen voor de zekerheid

Kerk van Tilburg (Heikese kerk) in 1657 getekend door Roelof van Vleuten

Als de eerste protestanten in de 17de eeuw naar Tilburg komen, zijn dat voornamelijk opportunisten. De regering (Staten Generaal) besluit op enig moment dat alleen nog mannen van het protestantse geloof officiële functies mogen bekleden. De schout, de drossaard, de vorster, de dokter, de chirurgijn, de advocaat, de notaris, alle notabelen van het dorp moesten van het juiste geloof zijn. Die overgang verliep in rap tempo maar ging niet van de ene dag op de andere.

De protestanten hebben met een overwegend katholieke meerderheid te kampen en die proberen natuurlijk hun belangen en posisites te behouden. Uiteindelijk is er geen houden aan en domineren de protestanten op de posities die er toe doen.

In 1633 is de eerste predikant in Tilburg actief geworden: ds Arleboutius. Zijn aanstelling verloopt turbulent en hij kan zich met moeite staande houden in het katholieke geweld.
Dat de katholieken zich verweren is natuurlijk logisch. Ze hebben een hoop te verliezen, niet alleen hun geloof, maar ook hun kerkgebouw, door hun geld gebouwd, hersteld en onderhouden. Bovendien gaan de lucratieve overheidsbanen naar de protestanten. Zo komt er een einde aan hun carrièrekansen, niet alleen in Tilburg, maar in heel Brabant én in het landsbestuur.

Ds Arleboutius heeft zich met hand en tand verzet en probeert binnen te dringen in Tilburg. Hij neemt bezit van de kerk maar kan dat alleen volhouden met militaire steun van zijn geloofsgenoten uit omliggende steden als Den Bosch en Breda. Na enkele wisselingen tussen bezit van de kerk door pastoor Wichmans en ds. Arleboutius delft hij uiteindelijk toch het onderspit, de katholieke tegenwerking is te sterk. Hij vertrekt naar Den Bosch en in 1637 is hij officieel ontheven van zijn taak als predikant in Tilburg.

Na enkele turbulente jaren komt er na de Vrede van Munster een wat rustigere periode voor de protestanten. De katholieken krijgen bij die vrede niet hun rechten terug en de dominantie van de nieuwe godsdienst is in dat vredesverdrag bestendigt.

Aangezien de aanhangers van het nieuwe geloof niet in grote mate voorhanden zijn in het Brabantse land, komen er allerlei protestantse lieden van elders hier hun geluk zoeken. Die groep nieuwkomers bestond voornamelijk uit jonge, ongehuwde mannen. Dit was hun kans om carrière te maken en zich op maatschappelijk vlak te manifesteren.

Zij komen terecht op een huwelijksmarkt die voor het grootste deel uit katholieke meisjes en vrouwen bestaat. Dat is toch een beetje vragen om moeilijkheden. Want een behoorlijk deel van deze protestantse mannen trouwt met een katholiek meisje. Dat zal ongetwijfeld in beide huishoudens tot vertwijfelde blikken en gespannen verhoudingen hebben geleid. Ik leerde al het gezegde: twee geloven op een kussen, daar slaapt de Duivel tussen!

Dat vertaalt zich deels doordat in een aantal gevallen de uit die gemengde huwelijken geboren kinderen twee keer gedoopt zijn: een keer voor de predikant en een keer voor de pastoor. Dat was natuurlijk een ongewenst effect van deze gemengde huwelijken. Maar iedere familie wilde geen risico lopen dat een kind in het verkeerde geloof terecht kwam! 

Ik heb een aantal gevallen die ik gevonden heb op een rijtje gezet. De eerste kwestie is even onverkwikkelijk en in het verslag van de kerkenraad staat hen met de uijterste Droefheijt ter Oorren gekoomen [is] Dat hun voormalige ouderling Jacobus vander Burght sigh soo verre vergeeten heeft in voegen hij vergeetende sijn eere en plight tegens Godt Almaghtigh sijne eijgene Dienstmaeght, ook lid van deze protestantse gemeente, beswangert heeft vertoornende soo sijnen Godt tot Droefheijt der Gemeijnte en ergernisse ja Blaem der papisten en schande voor sijn huijsgesin.

In hun vergadering van 13 december 1680 besluit de kerkenraad dese vuijle daet aen weder sijde niet ongemerckt voorbij te laten gaen en alsoo het H Avontmael des Heeren aenstaende is tegens kersmis toekomende, Hem president met scahders sijne Dienstmaeght daer van te suspendeeren ter tijt en wijle der berouw van sonden getoont sal wesen.

Dus Jacobus en Jenneken mogen niet deelnemen aan het avondmaal in de kerk. Dat was een strenge straf voor gelovigen zowel katholieken als protestanten.
den 21sten Octob(er) [in 1680] opden Alen dijck (ter oor-
saecke om den papisten Doop te ontgaen), gedoopt
het kint van Jacobus vander Burght t'welck in
oneght geteelt was bij Jenneken Adriaen Timmers
sijne Dienstmaeght en is genaemt Hendrick.

In de doopinschrijving hierboven staat ook expliciet dat het kind wat uit het slippertje van de president-schepen is geboren, ergens in protestants gebied is gedoopt om de paepschen doop te ontlopen. Waarschijnlijk verwijst Alen dijck naar het dorp Alem dat oorspronkelijk in Brabant lag maar door de kanalisering van de Maas omstreeks 1935 kwam het dorp in Gelderland te liggen. Bij de vrede van Munster in 1648 kwam de katholieke kerk in handen van de protestanten.

Een gereformeerd gedoopt kind is herdoopt door de katholieken
In 1680 klaagt de vader van Gabriel Gabriels, Andries Gabriels, naar aanleiding van een herdoop door katholieken.
Hij verschijnt voor de kerkenraad en klaagt dat sijn kint zijnde den 3. maert in onse gereformeerde kerke gedoopt, sonder sijn, ofte der moeder die paeps is, weten of toedoen uijt den huijs gehaelt vanden paep den 6 dito soude herdoopt ofte overleesen zijn geweest. 
Hij vraagt wat hij nu moet doen.
De bronnen laten zien dat dat ook feitelijk is gebeurd. Zijn zoon Gabriel is op 3 maart voor de predikant en op 6 maart door de pastoor gedoopt.

De kerkenraad zegt hem toe deze ongehoorde stoutigheijdt der Paepen nader te onderzoeken. Desondanks komen deze herdopen vaker voor.

Protestantse doopinschrijving: Anno 1680 Den 3den Maert is gedoopt het kint van Andries Gabriels en Maria Schrijnwerkers met namen Gabriel ten overstaen van Ariaen Moerlant en Mariken Ravels als getuijgen.

Katholieke doopinschrijving: 6 [maart] Gabriel filius Andrea Gabriels (...) et Maria uxor susceptores (getuigen/doopheffers) Maria Peters baptisatus sub conditione (onder voorwaarde)

Een jaar later, in 1682, moeten de katholieke schepenen weg en krijgt de drossaard de opdracht en toestemming om alde aengestelde paepsche scheepenen tegelijck met den president Ophuijsen die se haesterick den eet afgenoomen hadde te removeeren en scheepenen vande ware Gereformeerde Religie te installeeren. [304/scan 58]. Daarmee kwam een einde aan de katholieke dominantie in het bestuur van vele eeuwen.

Op 2 februari 1685 wordt het kind van Johan van Ophuijsen, president-schepen, en kerkmeester, en van Catharina Bedel, gedoopt. Dat gebeurt in het huis van de vader. De moeder en de peter waren beiden katholiek worden de volgende dag verwacht en er bestaat angst dat het kind dan een katholieke doop krijgt. De zuster van de moeder is een 'klop'. Dat was een ongetrouwde katholieke vrouw die een kuisheidsgelofte heeft afgelegd en gehoorzaamheid heeft belooft aan een priester of biechtvader. De situatie zou precair kunnen worden en om dat te voorkomen gaan ze de baby dopen. Het is een zoon die de namen Cornelis Paulus krijgt. De peter is Willem van Ophuijsen, in plaats van Adriaen Paulus Potteij, en juffrouw Waltera van Ophuijsen is meter.
Alle moeite blijkt vergeefs en de vermoedens blijken terecht. Op 5 februari is het kind opnieuw gedoopt in de katholieke parochie van Tilburg.

Cornelis Paulus sub conditione filius Joannis van Ophuijsen et Catharina uxor Susceptores Domine Paulus Patteij et Waltera van Ophuijsen.

Consternatie in de kerkenraad
In de kerkenraad van 29 maart 1685 komen twee kwesties aan de orde die de protestantse gemeente raakt. Het eerste punt is dat er opschudding is veroorzaakt doordat de kinderen van sommige leden met Paapsche vrouwen getrouwt zijnde, in huijs waren gedoopt soewel niet sonder merckelijcke redenen: is dien aengaende in de vreese des Heeren vast getslt: sulx in posterum niet meer te doen als in de kercke: Tzij dan voor de gansche gemeente, af immers voor de gansche Kerckenraadt zij dien zielen nootsaacklijck mochte geoordeelt worden.

Het tweede punt is de klacht: doordien door de Paapsche Bruijdegoms en Bruijden die des sondaghs hier in de kercke komen trouwen veel commotie veroorsaackt worden onder de Predikatie die dikwils het dorpshuijsje niet weten te vinden en voorts gelaght en gescherst wordt: Is dien selven tot de meeste stichtinge en order in Gots Huijs goet gevonden, alle de Bruijdegoms en Bruijden te Trouwen na de Predikatie voor de E Kerckenraet in de Consistorie.

De onrust in Tilburg was blijkbaar groot en in deze periode zijn er enkele kinderen twee keer gedoopt. In het gezin van Theodorus (Dirck) Otterinck, president schepen, en zijn vrouw Angela (of Engelken) Mutsaers zijn drie kinderen, namelijk Dirck, Joanna en Adriaen, twee keer gedoopt; een keer in de protestantse kerk en een keer in de katholieke kerk. Zoon Dirck is op twee data gedoopt die 10 dagen uit elkaar liggen: de katholieke doop op 4 mei en de protestantse doop op 14 mei 1680.
De andere twee kinderen zijn eveneens tweemaal ingeschreven als dopeling in de verschillende registers, op dezelfde dag; Joanna op 10 mei 1686 en Adriaen op 19 mei 1688.

doopinschrijving in het katholieke doopboek op 4 mei 1680 van
Theodorus filius Theodori Otterinx et Angela conjuges (echtgenoten)
Susceptores (doopheffers/getuigen) den uijl et Barbara Adriaen Mutsaerts.

Inschrijving in het protestantse doopboek op 14 mei 1680
Den 14den meij is gedoopt het kint van Dirk
Otteringer en Angelina Mutsaerts, en is ge-
naemt Dirck ten overstaen van Barbara
vanden Heuvel en sr. Adrianus Uleus als
getuijgen.N.B. dit kint is in huijs gedoopt ter
oorsaeck men de swackheijt van de paepsche
moeder wat inwilligen moest



Ik ben benieuwd of deze praktijk van herdopen en/of dubbel dopen ook in andere gemeenten plaats heeft gevonden. De gemengde huwelijke zijn ongetwijfeld op meer plaatsen voorgekomen. De liefde laat zich per slot van rekening niet dwingen.

vrijdag 31 oktober 2025

Rumoer in de straten!

Plundering huizen belastingspachters in 1748 in Amsterdam.

Overlast op straat door met name jongeren is van alle tijden. Meestal zijn het kwajongensstreken waar tegenop getreden wordt. Maar het komt ook voor dat er gericht tegen personen of instellingen wordt geageerd.


Tilburgers hebben sinds 1648, bij de machtwisseling tussen katholieken en protestanten, een gezonde weerzin tegen hun schout (drossaard), schepenen en andere functionarissen. Ze zijn van een ander geloof, kwamen voor het merendeel niet uit Brabant en kwamen eigenlijk uitsluitend via vriendjes en relaties aan hun goede banen. Dat levert op z'n tijd spanningen op.

Er is al eeuwenlang sprake van onrust op de straten van Tilburg en andere plaatsen. Die onrust kan verschillende oorzaken hebben. In de meeste gevallen is de onrust een gevolg van verzet tegen het gezag. Met name na 1648 komt het regelmatig voor dat er geweld wordt gebruikt tegen de kerk op de Markt die dan in handen is van de protestantse minderheid in Tilburg. Al na de verovering van Den Bosch in 1629 vaardigden de Staten-Generaal een ordonnantie uit die de katholieken verplichtten hun kerkgebouwen met hare kerckelijcke ornamenten moeten overdragen aan de nieuw geïnstalleerde of nog te installeeren predikanten van protestantse huize.

Dat resulteert in eerste instantie in een ordonantie van de Staten Generaal in Den haag waarin zij de inwoners van de Meierij van 's-Hertogenbosch verbieden om geïnstalleerde predikanten gerust ende ongemoijt te laten. Ook de protestantse toehoorders bij de diensten en predicaties moet zij in egeender wijse .. turbeeren, beletten, beschimpen ofte insolentelijk bejegenen, met woorden ofte werken. Dat betekent dat zowel de predikanten als hun toehoorders niet lastig gevallen mogen worden en er mag niet  tegen ze gescholden worden. Als mensen dat toch doen worden zij vervolgd en gestraft.

In 1688 schrijft Cornelius Rouwenius, dan predikant in Goirle, dat hij d
oort bisschopsvolck van Tilborgh, waar hij toentertijd rector van de Latijnse school was, moest vluchten. Als gevolg daarvan heeft hij inkomsten gemist en is in de schulden geraakt.

Cornelius Rouwenius Predicant tot Goirle
vertoont gants ootmoedelijck, hoe dat hij suppliant
voor desen doort Bisschopsvolck, van Tilborgh,
daer hij Suppliant doen ter tijt Rector was, heeft moeten vluchten...

Op 27 september 1719 spreken drossaard en schepenen over het gegeven dat van tijd tot tijd veel schaade aende kerck [ontstaat] door 't goijen van steenen, schieten met boogen als andersints geschiet. Zowel de glazen ramen als de dakleien lopen daarbij schade op. Zij verordonneren daarom dat niemand meer met stenen of met bogen, pijlen ofte knippels (stokken) op het kerkhof mag komen. Ook niet met klaveren (klauteren), loopen en ravellen (stoeien) op de muren rondom het kerkhof. De ouders van kinderen die betrapt worden en de meesters van de knechten, krijgen een boete.
Opmerkelijk: van de daders mag de hoet worden afgepakt en dat mag als bewijs dienen om de premie te innen.

Een paar maanden later is er sprake van vernielingen aan bomen in de Warande, langs de wegen en op het marktveld, door quaet aerdige menschen en jongers. Dat hout is voor een groot deel van particulieren en de schade is dusdanig dat er maatregelen genomen moeten worden. Dat is blijkbaar al eerder gedaan want er zijn resoluties van 2 october 1713 en van 27 september 1719 (zie hiervoor) die hier ook over gaan. Mensen worden opgeroepen om de daders aan te geven en daar staat een vergoeding tegenover. Klikken loont! Drie hele guldens.

In 1725 zijn er klachten over het verwijderen van placcaten, ordonnantien ende resoluties van de regering uitgevaardigd en door de vorsters aengeplact sijnde. Dat gebeurde bij de kerk op een aangewezen plaats in de buurt van een lindeboom. Op die manier kon iedereen er kennis van nemen. Die publikaties zijn vervolgens in stukken gescheurd waardoor iedereen buijten staet gebragt om [die] te konnen lesen. Wederom komt er een premie van maar liefst 6 gulden voor de persoon die iemand daarvoor aangeeft. Opnieuw de toevoeging dat sijnt jongens, kneghten meijden ofte kinderen de ouders of werkgevers aansprakelijk worden gesteld.

Drie jaar later 'zijn het opnieuw quaat aerdige en ondeugende jongens die de ramen van de kerk, de school aan de Veldhoven en andere panden van de gemeente ingooien, en daarmee schade toebrengen aan dak, deuren en vensters, aan de lindeboom en pomp op de Heuvel en aan de kerk.

Eind december 1730 is het huis van schepen en klerk Govert Bles aangevallen. De daders braken door de hegge en de ruiten van de keuken zijn ingeslagen. Later die avond is om 11 uur drie keer bij president-schepen Ulaeus en zijn vader de predikant, seer hart op den deur geslagen. De daders liepen telkens hard weg en zijn niet gepakt terwijl, volgens de heersende wetten men dergelijke daders vrij magh doot schieten. Er staat een premie van 50 gulden voor de personen die de daders kunnen aanbrengen.

Kort daarna, op 9 februari 1731 komt Michiel van Bommel klagen, dat dezelfde middag voor sijn huijs sijn gekoomen eene heele rot (groep) volck. Onder hen was de nachtroeper van de wijk Veldhoven, Gerit Winnick, en eenen Hamels Peter Vos anderen. De nachtroeper had een clep bij zich waarmee hji hard klepperde dat een groot geraes maeckte op straet voor sijn brug of hecken. De clapwaker had een helle bart off lange stock in zijn hand. Er ontstond een handgemeen tussen de mensen van Van Bommel en de groep.
Opstand van het kaas- en broodvolk
in Haarlem.

Van Bommel vreest dat dit een vervolg gaat krijgen en in de nacht meer geweldenarijen aan zijn huis zullen plaatsvinden. Hij verzoekt daarom een capiteijn en eenige manschap deze nacht bij zijn huis om dat te bewaken. Die burgerwacht komt er onder leiding van kapiteint Ivo vande Silver en vorster Erdegaing met zes van de ordentelijkste mannen.

Het leed is nog steeds niet geleden en de onrust bleef regelmatig opduiken.
In mei 1740 ontstaan er opnieuw ongeregeldheden, veroorzaakt door een groep inwoners die door het slaan op een pan een heleboel kabaal maken. Vervolgens slaan ze ruiten in bij Dionijs van Dijck op de Heuvel, Hendrick Becx en Quirinus van Iersel aan de kerk, Christiaan vande Grinte en Anthonij Segers op Korvel, aan het huis van Leendert van Tulder en de weduwe Francis Becx in het Nieuwland. Deze vernielingen gingen gepaard met een menigte dreijgementen. De daders zijn niet gepakt. Van deze gebeurtenissen zijn wel verklaringen opgenomen en de schepenen zijn gaan kijken naar de schade. Deze actie is gericht tegen bakkers die blijkbaar hun brood te duur verkopen. Omdat niemand met naam bekend is kan er geen aangifte worden gedaan.

In 1741 is er vuurwerk gegooid op het saterdags martvelt omstreeks 11 uur in de avond. Het was een slang of poffer dien een grooten slag gaf. Ze zoeken de schuldige.

Zo blijven er incidenten plaatsvinden in Tilburg. Soms om economische redenen (broodprijs), soms omdat de jeugd zich verveeld en gaat gooien naar openbare gebouwen.
Wat dat betreft is er bar weinig veranderd in al die eeuwen.