maandag 27 april 2026

De Spaanse griep in Udenhout

De legendarische Spaanse griepepidemie brak uit tegen het eind van de Eerste Wereldoorlog. Het aantal slachtoffers overtrof het totaal aantal gestorven soldaten in de Eerste Wereldoorlog met afstand. De oorlog kostte ruim 9 miljoen militairen het leven, het aantal slachtoffers van de Spaanse griep schommelde wereldwijd tussen de 20 en 40 miljoen. De hele wereld was in de greep van deze razendsnelle verspreiding van de griep die grote bevolkingsgroepen ziek maakte. Daarmee was de impact van de Spaanse griep veel ernstiger dan die van de befaamde Zwarte Dood (de pest) in de 14de en volgende eeuwen. De snelheid waarmee de Spaanse griep om zich heen greep en slachtoffers eiste kende geen precedent. Sindsdien is er nooit meer een dergelijke epidemie uitgebroken.

Tilburgsche Courant van 25 juli 1918 over de Spaanse griep en de gevolgen
voor de opkomst van nieuwe lichting soldaten. De eerste wereldoorlog woedde nog.

Wat is de Spaanse griep?
Hoewel de epidemie wereldwijd bekend staat als de Spaanse griep is de ziekte niet in Spanje uitgebroken, maar zeer waarschijnlijk in een legerkamp in de Verenigde Staten. Vanwege de censuur met betrekking tot de oorlog en alles wat daar mee te maken had in de oorlogvoerende landen, kwamen de eerste meldingen van deze epidemie uit Spanje. Spanje nam geen deel aan de oorlog, net als Nederland, en daardoor was de berichtgeving daar niet aan censuur onderhevig.

In maart 1918 brak de epidemie uit op de militaire basis Fort 
Funston in Kansas  en
 verspreidde zich over meerdere bases. Toen de troepenzendingen vanuit de Verenigde Staten op gang kwamen, verspreidde de ziekte zich in rap tempo in Azië en - wat later - in Europa. Aanvankelijk was het een gewoon griepvirus dat snel om zich heen greep. Er zijn twee golven van de epidemie zichtbaar. De eerste golf was in het voorjaar en die eiste nauwelijks slachtoffers. Toen de tweede golf in Spanje slachtoffers begon te eisen en zich sterk uitbreidde kwam de berichtgeving op gang en kreeg de ziekte zijn naam. In augustus 1918 was de helft van de Amerikaanse soldaten ziek van de griep. 43.000 van hen overleden in Europa. Bijna net zoveel als de 50.000 die aan het front stierven tijdens de oorlog. Ook de andere legerkorpsen kenden veel zieken en slachtoffers. De invloed van vier jaar oorlog op de kwaliteit en de hoeveelheid van het voedsel en het opeengepakt zitten van de soldaten in kazernes, legerkampen en aan het front, speelde zeker een rol.

De griep kon op twee manieren verlopen. In het eerste geval begon de ziekte als een 
gewone griep met de bekende symptomen: rillingen, hoesten, hoge koorts, keel- en
 spierpijn. Maar na vier of vijf dagen kregen patiënten longontsteking die onbehandelbaar was en waaraan ze vaak overleden. In het tweede geval werden de patiënten direct doodziek. De longen liepen vol met vloeistof en konden daardoor niet genoeg zuurstof opnemen. Ademhalen werd steeds moeilijker en het zuurstofgebrek kleurde het bloed, het gezicht en de lippen donkerblauw. Na een paar dagen, soms al binnen een paar uur, overleed de patiënt. Eigenlijk was het een verdrinking. 
Vandaar dat verschrikkelijke verhalen de ronde deden over de griep en menigeen zich afvroeg of het wel om griep ging.

De Spaanse griep in Nederland en Tilburg
Hoewel Nederland neutraal was en hier geen buitenlandse troepen kwamen, stak de griep er toch relatief snel de kop op. De Nieuwe Tilburgsche Courant berichtte in de editie van 4 juni 1918 over de ziekte in Spanje. Het artikel beschreef dat de ziekte na vier of vijf dagen voorbij was. Er was al wel sprake van slachtoffers. In juli schreef de krant over het uitbreken van de ziekte in Berlijn, Parijs en London. De eerste griepslachtoffers in Nederland waren arbeiders uit het oosten van het land die werkten in de industrie in het Duitse Ruhrgebied.

De epidemie situeerde zich vooral rondom de legerkampen in Nederland. Later kwamen er steeds meer meldingen van burgerslachtoffers. Op 31 juli meldde de krant dat er nog geen militaire slachtoffers waren gevallen. Er werden langzaamaan maatregelen afgekondigd om de griepuitbraak te beperken. Er kwam een verzoek om kermissen niet door te laten gaan en scholen te sluiten. 
In augustus meldden de Tilburgse kranten dat het hoogtepunt van de epidemie was 
bereikt en het aantal militaire slachtoffers terugliep. Onder burgerbevolking nam het aantal nog toe. De eerste sterfgevallen kregen aandacht in de krant, waaronder ook een Tilburgse militair. Op 24 augustus schreef de krant dat de examens van de Rijks HBS werden uitgesteld. Daarna stopte de berichtgeving. Het bleek de spreekwoordelijke stilte voor de storm te zijn.
Op 19 september 1918 verscheen de melding van een nieuwe uitbraak van de griep in Spanje. Daarna explodeerde de epidemie ook in Nederland. Een voortdurende stroom van berichten over scholen die gesloten werden en openbare bijeenkomsten die werden verboden, kwam op gang. Er kwamen nu ook berichten over longontsteking. De Spaanse griep pleegde een grote aanslag op de ademhalingsorganen en het ontstaan van longontsteking als gevolg van de griep kwam op grote schaal voor. Veel mensen overleden aan de longontsteking die de griep opvolgde. De krant berichtte nu dagelijks over het aantal sterfgevallen in de stad als gevolg van de Spaanse griep. Er verschenen overzichten met vergelijkingen met andere jaren. In de laatste week van oktober en de eerste drie weken van november 1917 overleden zeventig Tilburgers. In dezelfde maand in 1918 waren dat er 324, bijna vijfmaal zoveel. Het gezag greep in. Op 31 oktober werden de bioscopen gesloten en mochten er geen andere bijeenkomsten meer gehouden worden. Op dezelfde dag stonden er ook adviezen in de krant om de griep te 

voorkomen. Vooral frisse lucht was een aanrader. Maar wat ook hielp: Vergeet uw biechtvader niet. Een gerust geweten is een goed middel ook om het lichaam te sterken. 

Een week later, op 8 november, moesten deken en pastoors van Tilburg ingrijpen en de kerkgangers met griepgevallen in het gezin of in hun omgeving verzoeken niet meer ter kerke te gaan. Bovendien kortten ze de kerkdiensten in. Een dag later werden op verzoek van de burgemeester alle scholen gesloten. Naast de Spaanse griep heersten ook mazelen, kink- en slijmhoest. Het was ernst. Op 2 december gingen de scholen weer open en op 14 december meldde de krant dat de griep over zijn hoogtepunt heen was. Nog steeds waren er veel mensen ziek, maar het aantal nam af. De bioscopen en andere publieke gelegenheden mochten weer open en het openbare leven nam weer langzaam zijn normale ritme aan. 

Uiteindelijk stierven er ongeveer 60.000 Nederlanders aan de Spaanse griep, 22.000 aan de griep zelf en 38.000 aan de longontsteking die daarvan het gevolg kon zijn. 


De Spaanse griep in Udenhout 

Henricus van Heeswijk was
burgemeester van 1900 tot 1920.

Uiteraard bleef ook Udenhout niet verschoond van de Spaanse griep. Over het verloop van de ziekte in Udenhout is het een en ander bekend. 

Gealarmeerd door dr. J.L.

Lobach schreef burgemeester Van Heeswijk op

november 1918 aan de diverse bijzondere scholen in Udenhout dat hij er op aandrong de scholen voorlopig te sluiten. “De zich ter plaatse sterk uitbreidende Spaansche griep...” noodzaakte hem daartoe. Niet alleen de leerlingen waren ziek, maar ook veel leden van het onderwijzend personeel.
Op 8 november schreef 
pastoor Van Eijl “deed de zoogenaamde Spaansche griep haar intocht in Udenhout en maakte (vooral in Biezenmortel) spoedig 10 a 12 slachtoffers, behalve nog verschillende kinderen.”
 




Pastoor van Eijl was
pastoor van 1903 tot 1939.
Vijf dagen later schreef de burgemeester naar de commissaris van de Koningin en vroeg om tijdelijk meer geneeskundige hulp vanwege “het enorme aantal ziektegevallen die zich momenteel binnen deze gemeente voordoen”. Dr. Lobach stond er helemaal alleen voor in deze epidemie. Bovendien was er sprake van twee gevallen van febris typhoida (buiktyfus) waaraan één patiënt al was overleden. Die gevallen vonden plaats bij de zusters van Sint-Felix. De overledene betrof Adriana Giebels, zuster Theophile, die op 11 november 1918 het leven liet. Hoewel een begrafenis niet binnen 36 uur mocht plaatsvinden verzocht dokter Lobach vanwege de ziekte en het besmettingsgevaar het lijk wel binnen 36 uur te begraven. Burgemeester Van Heeswijk was verplicht deze ziekte te melden bij de gezondheidscommissie in Oisterwijk en bij de hoofdinspecteur van gezondheid in Noord-Brabant. In de brief naar de gezondheidscommissie schreef hij: “De alhier heerschende Spaansche  griep neemt in kwaadaardigheid toe, vele sterfgevallen doen zich de laatste dagen voor.“ 


De Udenhoutse slachtoffers 

In het archief van het Udenhoutse gemeentebestuur zijn de overlijdensverklaringen 

bewaard uit de periode van de Spaanse griep. Dat maakt het heel eenvoudig om het 

aantal slachtoffers te achterhalen. Verderop in dit artikel volgt een volledige lijst van 

slachtoffers. 

Op 29 oktober overlijdt Elizabeth van der Steen. Zij is dan negen jaar oud. Als overlijdensoorzaak wordt griep (influenza) op de overlijdensverklaring ingevuld door 

Dr. Lobach. Ondanks het feit dat er geen Spaanse griep staat ingevuld beschouw ik haar als het eerste slachtoffer van de Spaanse griep in Udenhout. Vervolgens blijft het een week rustig, maar op 6 november is het volgende slachtoffer te betreuren: 

Jan van Rijn. Hij is 32 jaar. Dan volgt op 7 november de eenjarige Lucia van den Bersselaar. Er volgen dan nog twaalf andere slachtoffers in november. Op 26 november overlijdt de laatste: Henrica Timmermans, zes jaar oud. 

In de tussenliggende periode zijn er twee gezinnen die elk twee slachtoffers te 

betreuren hebben. Op 11 en 13 november overlijden de zusjes Christina en 

Francisca van Antwerpen, een tweeling van 3 jaar oud. Het gezin was naar Udenhout gekomen op 1 februari 1918 vanuit Berkel. Op 6 februari 1919 vertrokken de ouders terug naar Berkel met hun enige nog levende kind. Op 11 november overlijdt ook Hendrikus Verhoeven, 58 jaar en zes dagen later zijn dochter Johanna, 26 jaar oud.


Josephus Lobach was
huisarts van 1908 tot 1945.

In Udenhout overlijden relatief veel jonge kinderen aan de Spaanse griep. Het opvallende aan de Spaanse griep was vooral dat het de adolescenten trof, een groep tussen 20 en 40 die normaliter bij griepuitbraken het minste risico liep. Dan vielen de slachtoffers onder de ouderen of de jonge kinderen. Udenhout was in dit geval een uitzondering aangezien van de vijftien slachtoffers er zeven jonger waren dan 10 jaar. Twee waren er ouder dan 45. De leeftijd van de overige zes slachtoffers varieerde van 17 tot 32 jaar.In 1917 lag het sterftecijfer in Udenhout al beduidend hoger dan de jaren daarvoor. Ik heb daar geen bijzondere reden voor kunnen vinden. Er overleden in dat jaar 86 personen, tegen 53, 60 en 56 in de drie voorafgaande oorlogsjaren. Dat is een behoorlijke stijging.

De gemeenteverslagen maken geen melding van bijzondere 

gebeurtenissen, waardoor het sterftecijfer 50% was toegenomen. In 1918 bedraagt 

het aantal overledenen 88. Het is opvallend dat in 1917 de verdeling van de 

sterfgevallen redelijk verspreid is over het jaar, met een uitschieter in maart van 13. 

In 1918 zit het venijn in de staart van het jaar met 25 sterfgevallen in november en 11 

in december. Na 1918 daalt het sterftecijfer naar 75 in 1919 en 73 in 1920.

Er zijn ook opvallend veel gevallen van longontsteking in dezelfde periode. Terwijl er 

in andere jaren twee of drie gevallen van longontsteking zijn door het jaar heen, 

vallen er tussen 28 oktober en 7 december 1918 vier heel jonge slachtoffers door die 

aandoening. Mogelijk ligt bij deze sterfgevallen ook een relatie met de Spaanse 

griepepidemie. Op 15 en 31 januari 1919 zijn er ook nog twee overledenen door 

longontsteking. 

Als de wapenstilstand op 11 november 1918 wordt getekend heerst de Spaanse 

griep in al zijn hevigheid. 

Zo ging de herwonnen Europese vrede gepaard met een ongekende en dodelijke 

epidemie die in het neutrale Nederland ook hard toesloeg. Udenhout deelde in het 

leed. 

 

Lijst van overleden aan de Spaanse griep in Udenhout

1. 29 oktober 1918 - Elizabeth van der Steen - influenza - 9 jaar – ouders Wouther 

van der Steen en Francisca Heessels 

2. 6 november 1918 - Jan (Johannes Gerardus) van Rijn - Spaanse griep - 32 jaar 

– geboren in Den Haag - wonende te Tilburg – ouders Jacobus Johannes van 

Rijn en Anna Maria Teijertag 

3. 7 november 1918 - Lucia van den Bersselaar - Spaanse griep - 1 jaar – ouders 

Jan van den Bersselaar en Wilhelmina de Jong 

4. 11 november 1918 - Christina van Antwerpen – Spaanse griep – geboren te 

Berkel – 3 jaar – ouders Marinus van Antwerpen en Johanna Maria van Esch 

5. 11 november 1918 - Hendrikus Verhoeven - Spaanse griep - 58 jaar – gehuwd 

met Johanna Vugts - geboren te Oisterwijk – ouders Nicolaas Verhoeven en 

Johanna de Bever 

6. 11 november 1918 - Petronella van de Laak - Spaanse griep - 19 jaar – ouders 

Frans van de Laak en Cornelia Witlox 

7. 13 november 1918 - Antonius Brekelmans - Spaanse griep - 24 jaar – ouders 

Adriaan Brekelmans en Adriana van Dun 

8. 13 november 1918 - Cisca (Francisca) van Antwerpen - Spaanse griep - 

geboren te Berkel - 3 jaar – ouders Marinus en Johanna Maria van Esch 

9. 15 november 1918 - Adriana (Maria) Brekelmans - Spaanse griep - 17 jaar - 

geboren te Berkel – ouders Johannes Brekelmans en Johanna Mutsaerds 

10. 17 november 1918 - Johanna Verhoeven - Spaanse griep - 26 jaar – ouders 

Hendrikus Verhoeven en Johanna Vugts 

11. 17 november 1918 - Cornelis van Loon - Spaanse griep - 48 jaar - geboren te 

Nieuwkuik – ouders Willem van Loon en Clasina van Zon 

12. 20 november 1918 - Franciscus van Roessel - Spaanse griep - 29 jaar – ouders 

Jacobus van Roessel en Adriana Bertens

Overlijdensverklaring Frans van Roessel
  
Frans van Roessel, slachtoffer van de Spaanse Griep
13. 21 november 1918 - Hendrika (Maria Josephina) Vercammen - Spaanse griep - 

24 jaar – ouders Cornelis Vercammen en Johanna van de Pas 

14. 23 november 1918 - Wilhemina Adriana Smolders - Spaanse griep - 1,5 jaar – 

ouders Willem Smolders en Johanna Denissen 

15. 24 november 1918 - Johannes Mathijssen - Spaanse griep - 1,5 jaar – ouders 

Marinus Mathijssen en Cornelia Hamers 

16. 26 november 1918 - Hendrika Timmermans - Spaanse griep - 6 jaar – ouders 

Petrus Timmermans en Gerarda Vermolen 

Overleden aan longontsteking in dezelfde periode 

17. 28 oktober 1918 - Johannes Marinus Denissen - 21 maanden – ouders 

Johannes Denissen en Anna Gerarda van Diessen 

18. 15 november 1918 - Johanna van Heel - 1 jaar – ouders Jan van Heel en 

Antonia van Os 

19. 22 november 1918 - Theodora van Amelsfoort - 11 maanden – ouders Johannes van Amelsfoort en Anna Boons 

20. 7 december 1918 - Adrianus Vermeulen - 4 maanden – ouders Petrus Vermeulen en Anna Vercammen 

 

Genoemde personen 5, 9, 10, 14, 16 en 20 woonden in Biezenmortel. De andere 

veertien in Udenhout.

Vader Henricus Verhoeven en dochter Johanna Verhoeven overleden beiden binnen eé'n week ten gevolge van de Spaanse Griep.

 

Gebruikte bronnen 

Regionaal Archief Tilburg 

865. Archief gemeentebestuur van Udenhout, 1814-1925. Inventarisnummers: 181 Register van uitgaande brieven van de Burgemeester, 20 september 1917 - 31 januari 1921; 325 Overlijdensverklaringen 1900 – 1925; 887 Stukken betreffende de hulp aan Belgische vluchtelingen en buitenlandse kinderen, 1914 -1918 en 920 (Ambtenaar) van de Burgerlijke Stand van de gemeente Udenhout, 1811-1950, overlijdensregisters 1914, 1915, 1916, 1917, 1919 (via website www.regionaalarchieftilburg.nl).

Parochiearchief van de Johannes XXIII-parochie 

Memoriaal van pastoor Van Eijl.


Websites 

(laatst geraadpleegd op 10 juni 2014) 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Spaanse_griep 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Eerste_Wereldoorlog 

http://griep.blog.nl/spaanse-griep/2006/09/13/het_monster_van_1918 

http://www.wereldoorlog1418.nl/spaanse griep/ 

http://www.w8.nl/spgriep.htm 

http://kranten.delpher.nl/ krantenberichten Tilburgsche Courant en Nieuwe Tilburgsche Courant

[Dit artikel is eerder verschenen in Sprokkels 15, Jaarboek van Heemcentrum 't Schoor Udenhout/Biezenmortel pp. 11-17]

Geen opmerkingen: