zondag 5 april 2026

Tilburgs echtpaar bestierde een Franse kostschool

Een Franse school was een type vervolgonderwijs na de gewone dorpsschool. In het dorp Tilburg met een dominante aanwezigheid van de textielnijverheid was een Franse (kost)school geen overbodige luxe. In dat onderwijs was er ruimte voor het leren van een vreemde taal, meestal het Frans. Dat was in die tijd een belangrijke taal. Er was veel handel met de zuidelijke Nederlanden, hedendaags België, waar zeker de bovenklasse Frans sprak en gebruikte. Hetzelfde geldt uiteraard voor Frankrijk. Dat waren allebei belangrijke handelsnaties.

Het huis de Ster met trapgevel (fofot uit 1906).
Gebouwd in 1624 volgens de muurankers en afgebroken in 1914.

Los van een tweede taal leerden de scholieren/studenten ook handelsrekenen en boekhouden. Een onmisbaar stuk scholing als je de handel in ging. De laag van de bevolking waar de leerlingen uit komen heeft geld en is in staat een Franse (kost)school te betalen. Als voobereiding op een bestaan in de textielnijverheid was dat relevant. Een dergelijke school kan leerlingen van buiten Tilburg aantrekken en dat vergrootte het aantal potentiële leerlingen.

De welvaart in een plaats was een belangrijke factor om een Franse school tot een succes te maken. Ik heb geen idee hoe duur het was om aan een Franse school te leren maar goedkoop zal het niet geweest zijn. Zeker niet als het kind in de kost was bij de kostschoolhouder. De ouders moesten het schoolgeld zelf betalen, het dorp sprong niet bij.

Dat er in Tilburg wel voorturend sprake was van een Frans school sinds het begin van de 18de eeuw is niet vreemd. Hier is de textielnijverheid en -handel een belangrijk onderdeel van het economisch leven dus onderwijs dat hierbij aansloot was noodzakelijk voor de continuïteit van de ondernemingen.

Er is uit de 17de eeuw al een verzoekschrift bekend van Joannes van der Hammen. Hij 
dient op enig moment een verzoekschrift in waarin hij aan het dorpsbestuur vraagt om aangesteld te worden als frans kostschoolmeester. Dat verzoek is niet gedateerd maar Joannes vander Hammen is geboren omstreekts 1619 en is begraven in Tilburg op 3 mei 1675, dus zal het verzoek rond 1670 zijn ingediend.

Johannes vande Hammen schrijft in zijn verzoekschrift aan het dorpsbestuur dat hij wil oprichten een wel gereguleerde fransche schoole voor knechtkens ende meijskens omme haer niet alleen de tale promptelijck te doen leeren, maer oock voor de knechtkens het cijfferen en Italjaens boeckhouden ende voor de dochters het hantwerck van naijen spelden wercken, breijen en wat daer aen meer soude mogen vereijscht worden.

Hij wil ook de kinderen soo in de geheele als in de halve kost aen te nemen (…) met goede accomodatie, gelijck alle de liefhebbers oculaerlijck sullen konnen sien.

Er is verder niet bekend over of deze franse kostschool ook daadwerkelijk heeft bestaan.

Adriaan van Iersel en Arnolda Ingenhousz leiden volgens hun verzoekschrift uit 1726 al meer dan 20 jaar een Franse kostschool in Tilburg. De jongens leren Frans lezen en schrijven en de meisjes leren handwerken, zonder onderscheid van geloof. Er komen ook kinderen van buiten Tilburg die bij hen in de kost komen. Op die manier hebben ze een bestaan opgebouwd en veel kinderen onderwijs gegeven. De school is blijkbaar succesvol geweest anders blijft die geen 20 jaar bestaan. Zij vragen in dit verzoekschrift om hun school te authoriseren en permitteren.

Gezien hun tolerante houding tegenover het protestantse geloof kreeg de Frans school van Van Iersel en Ingehousz in oktober 1726 de gevraagde autorisatie.

Handtekeningen van Adriaen van Ierssel en Arnolda Ingenhousz
Schoolmeester Van Swanenberg maakt bezwaar tegen deze tolerantie ten aanzien van het katholieke echtpaar en neemt hier geen genoegen mee. Hij zoekt het hogerop en kaart de zaak aan bij de Raad van Brabant. Hier vindt hij het gezochte succes en de Raad van Brabant legt Adriaen van Iersel een boete op van 50 gulden voor houden van een bijschool.
Maar de tijden veranderen en Swanenburg vindt het nog niet genoeg.

In 1728 komt schoolmeester/koster Johan Coenraet van Swanenburgh in de dorpsvergadering binnen met een boos en steurs wesen. Hij vraagt dan wie doet hier de saaken vanden drossaaert, den president of andere. Hij vervolgt: dan ick kom u aenseggen dat ordre stelt dat Adriaan van Ierssel sig niet sal hebben te bemoeijen met kost kinderen off andere frans off andere Boecken te leeren hoorde wel, ick heb u geseijt. Na deze mededeling is hij weder, sonder eenig respect te betoonen, heenen gegaen. De vergadering besluit dat president-schepen Otterinck sig in stilte met de vorster naar het huis van Van Iersel zal gaan, morgen om 10 uur, en daar het huis zal onderzoeken ofte daer eenige boecken worden geleert, 't sij duijts ofte frans. Vorste Van Daalen deelde hem mee dat sig wel moest onthouden van de kinderen in eenige boecken te leeren, tsij spellen, leesen ofte schrijven, waerop sij seijde sulcx niet te doen.

Daarmee komt er een eind aan de succesvolle school van het echtpaar. Tilburg was een belangrijke onderwijsinstelling kwijtgeraakt door de strikte schoolmeester en koster Swanenberg.

Waar de school van Adriaen en Arnolda stond is niet bekend. De familie Ingenhous bezat het pand de Ster op de hoek van de Zomerstraat en Nieuwlandstsraat.
Na het overlijden van Adriaen van Iersel verhuurt zijn weduwe Arnolda in 1747 aan Steven Francois die al in Tilburg woont, eene huijsinge en schuer of schole, met den hoff daar aan. Dat gebouw ligt in Tilburg int soomerstraatje.
Het kan zijn dat hier toch de lokatie van de Ster is bedoeld. Achter het gebouw op de hoek van Zomerstraat en Nieuwlandstraat, ligt een schuur en een hof.

Situatie rondom het huis de Ster aan de Somerstraat en Nieuwlandstraat.
Daarachter ligt een schuur die gebruikt kan zijn als schoolgebouw.
Het betekende niet het einde van de Franse school in Tilburg, maar het duurde 27 jaar voor er weer een nieuwe Franse school is gestart. Met horten en stoten bleef er een Franse school in Tilburg actief. 
In 1804 start Johannes Jacobus van Put als Franse schoolmeester. Hij heeft voorheen gewerkt in Boort-Meerbeek boven Mechelen in de Oostenrijkse Nederlanden. Hij krijgt zijn aanstelling op 6 augustus 1804. Zijn jaarlijks tractement stijgt naar 200 gulden en hij mag van iedere leerling een gulden schoolgeld vragen. Hij heeft geen toestemming om les geven in de Nederduitse taal.
Bij de invoering van de onderwijswet van 1806 komt de Franse school van meester Van Put te boek te staan als een bijzondere school van de tweede klasse.
Put gaat wonen in de wijk Kerk nr 1346. Dat vermeld ik hier omdat het pand de naamgever is van de Schoolstraat, een zijstraat van de Zomerstraat. Het schoolgebouw staat ook vlakbij de oude school van het echtpaar Van Iersel-Ingenhousz. Meester van Put bleef tot 1840 in functie.

Situatie school van Van Put
Hij is opgevolgd door Christiaan Lucas Borsten. Borsten bouwt een nieuwe school op de hoek van de Heuvel en de Telegraafstraat, waar hij al school hield. Christiaan Borsten was de laatste Franse schoolmeester in Tilburg. In 1868 is de bijzondere school van meester Borsten veranderd in een openbare muloschool. Hij blijft als hoofd van die school actief tot kort voor zijn dood op 17 januari 1885.

Christiaan Borsten trouwt in 1840 met Gertruda Maria Wassen, waardoor zij de bijzondere naam "mevrouw Borsten-Wassen" krijgt. Zou daar in de 19de eeuw om gegniffeld zijn?

Franse school in 1958. Hoek Heuvel met de Telegraafstraat.
-------------------------
Meer lezen over de Franse school in Tilburg?
In het tijdschrift Actum Tilliburgis is een uitgebreid artikel verschenen van de hand van C.J. Weijters die tevens een boekje over het Tilburgse onderwijs heeft geschreven. Hat artikel staat in jaargang 5, nummer 5 en is verschenen in december 1974. 
Het boekje van Weijters: Scholen en Schoolmeesters in Tilburg 1532-1858, is in 1981 verschenen.
Beiden publicaties zijn te raadplegen bij Regionaal Archief Tilburg.