vrijdag 27 februari 2026

De Bossche Nicolaes Eijmberts als Medicine doctor in Tilburg

Dokter bezoekt een welgestelde patient. 18de eeuw

Nicolaes Eijmberts is geboren in 's-Hertogenbosch, als zoon van Casper Eijmberts (geboren in Alem) en Anna Margrieta Drajers, geboren in Gelderland. Dit echtpaar ondertrouwt op 15 februari 1681 en trouwen op 2 maart daaropvolgend in Den Bosch. Voorzover bekend krijgen zij zes kinderen in de periode 1684 – 1694. Hun derde kind krijgt de doopnamen Embertus Nicolaus en dat is zeer waarschijnlijk dezelfde persoon als de man in de titel van dit artikel. Hij is gedoopt op 6 december 1689. Dat is mogelijk de reden dat hij vernoemd is naar de beroemdste jarige op die dag: Sint Nicolaas. Zijn tweede doopnaam, waarschijnlijk toegevoegd vanwege zijn geboortedag, is in dit geval zijn roepnaam geworden en hij staat in de bronnen nooit anders genoemd dan Nicolaes Eijmberts.

Over de familie waarin hij opgroeit is verder weinig bekend, ik heb er ook geen onderzoek naar gedaan. Helaas is er ook niets bekend over zijn opleiding. Het ligt voor de hand om aan te nemen dat hij zijn medische opleiding heeft genoten in het Belgische Leuven. Die universiteit had de katholieke signatuur en aangezien Nicolaes katholiek is zal hij daar zijn opleiding doorlopen hebben. Hoewel er gepubliceerde lijsten zijn van de afgestudeerden komt zijn naam, voorzover ik daar naar gezocht heb, op die lijst niet voor.

In in december 1711 solliciteert Nicolaes Eijmberts op de vacature die is ontstaan door het overlijden van Paulus Scholt, die tot zijn dood medicine doctor in Tilburg is geweest. Docter Scholt overlijdt op 31 augustus 1711. We mogen aannemen dat hij voor die datum zijn medische studie heeft afgerond. Eijmberts is er als de kippen bij om deze functie in te nemen. Op het moment dat hij het verzoekschrift schrijft, woont hij blijkbaar al in Tilburg. Hij wil graag in aanmerking komen voor het salaris van honderd gulden per jaar. Hij krijgt zijn aanstelling.

Dat brengt wel verplichtingen met zich mee natuurlijk. De drossaard en schepenen die hem per 1 januari 1712 aanstellen eisen van Nicolaes Eijmberts:
mits dat de suppliant gehouden blijft de arme menschen die vande armen alhier sijn leevende, des versocgt sijnde, getrouwelijck te visiteeren, ende aan selve de nodige mdicijnen uijt te reijcken. Ende voorts dien aangaande sig te quijten, ende te gedragen, als een goet ende opregt doctor inde medicijnen schuldig ende gehouden is te doen, want wij sulcx ten dienste van onse arme innegesetenen hoogh noodig geoordeelt hebben te behooren.

Hij krijgt die vergoeding voor het behandelen van de arme inwoners van Tilburg als ze iets mankeren. De arme Tilburgers kunnen geen dokter betalen maar hebben die natuurlijk wel eens nodig, evenals noodzakelijke medicijnen die ze gebruiken. De inwoners die het beter hebben kunnen zelf de dokter en zijn medicijnen betalen.

In dit blog heb ik twee gevallen beschreven waarbij de dokter nodig was. Dat was het geval van Adriaen Hoevenaars die een infectie in zijn been kreeg waardoor dat been deels moest worden afgezet (link). Het tweede geval betreft de malaria epidemie die in het dorp heerste rond 1728 (link).

Eenmaal een baan, was er een basis om een gezin te stichten. Zijn voorganger was van de protestantse religie maar Nicolaas was katholiek. In zijn kringen waren er voornamelijk protestantse meisjes voorhanden. We weten natuurlijk niet hoe principieel hij was, maar hij trouwde in 1713 met de protestantse Anna Margreta Otterinck. Zij was de dochter van de drossaard Dirck Otterinck. Een dochter met de naam Anna Margreta is niet terug te vinden in de doopboeken van de Nederlands Gereformeerde kerk.

Dirck Otterinck was in 1677 met de katholieke Angela Mutsaers getrouwd. Hun kinderen zijn in veel gevallen twee keer gedoopt, een keer voor de pastoor en een keer door de predikant. Je kunt niet zeker genoeg zijn. 
In 1702 staat er een Theodorus Otterinck uit Tilburg ingeschreven aan de Leuvense universiteit. Bij zijn inschrijving staat dat hij een geestelijke was, dus dat kan eigenlijk niet kloppen als het de schoonvader van Eijmberts betreft. Van de andere kant is zijn naam behoorlijk bijzonder; we kunnen niets uitsluiten. Mogelijk hebben Nicolaes Eijmberts en Dirck Otterinck elkaar op de universiteit leren kennen. Dat kan ook de reden zijn dat Eijmberts naar Tilburg kwam om als dokter aan de slag te gaan.

Het gezin Eijmberts krijgt zes kinderen die allemaal gedoopt zijn in de schuurkerk op 't Heike.

Nicolaas Eijmberts huurt op 24 januari 1714 een huis van Nicolaes van Dijck, koopman in Tilburg. Als dorpsdokter heeft hij een behoorlijk huis nodig. Het huis bevat in eenen ganck voor comptoir, opkamer en keucken, met de grote achterkamer, de kelder, de zolder en het turfschop en de helft van de tuin. Het gebouw ligt in het Nieuwland (de Nieuwlandstraat), dus in het centrum van het dorp, vlak bij kerk en markt. De huurperiode bedraagt vier jaar.
Handtekeningen van Nicolaas van Dijck en Nicolaes Eijmberts M:D: (Medicine Doctor)

Zijn schoonvader, inmiddels president-schepen van Tilburg, overlijdt in 1730 en uit zijn nalatenschap verkrijgt dokter Eijmberts onder meer een huis en half schop op Korvel met verschillende landerijen verspreid over Tilburg en Goirle. In dat huis gaat het gezin Eijmberts niet wonen. Waarschijnlijk verhuren ze het. De dokter gaat wonen in de Nieuwlandstraat, maar het is onduidelijk waar precies.

Dokter Eijmberts en zijn vrouw sterven kort na elkaar. Anna Margreta is begraven op 4 december 1737 en haar man op 22 maart 1738. Twee dagen later wordt er een inventaris opgemaakt van hun nalatenschap. Dat geeft ons een kijkje in de bezittingen van de dokter.

Zo staat er in de inventaris vermeldt: Een partij flesjes zo leedige als met medicijnen en Een partij drooge medicijne en kruijden

Als gestudeerd arts bezit hij ook een rijke bibliotheek die maar liefst 233 boecken soo folianten, quartalen, en octavie, zijnde Latijnde, Franse, en duijtse telt. Helaas is er geen lijst bewaard gebleven van die rijke bibliotheek.

Titelblad van een boek t.b.v. medicijnen studie
In de verdere inboedel bevindt zich nog o.a. een apoteek kas met sijn laatiens, Een boeke kas, Een tinne clisteerspuijt.Typisch voorwerpen die je bij een dokter in huis zou verwachten.

De dokter denkt uiteraard ook aan zijn eigen genoegens. Hij bezit een tabaksconfoor en een coffijkan en twee snuijters en een een coffij molentje. Een snuiter is een voorwerp om de verbrande lont van een kaars in te korten en een tabaksconfoor (nu komfoor) is een bakje waarin een kooltje zit om een pijp mee aan te steken. Je kon er ook een brandende pijp in leggen.

De erfgenamen van Nicolaes Eijmberts en Dirck Otterinck verkopen op 4 november 1750 aan Arnoldus van Asten, een huis, bakhuis, schuur, schop en tuin in de Nieuwlandstraat. Dat pand lag op de plaats waar nu de kringloopwinkel van Rijkers en fietsenwinkel Guill van de Ven liggen.

Dit pand komt uit de erfenis van president-schepen Dirck Otterinck.

Tot zover de wederwaardigheden van Nicolaes Eijmberts voorzover die te achterhalen zijn.

Een partij flesjes soo leedige als met medicijnen
Een partij drooge medicijne en kruijden
twee hondert en drie en dartig boecken soo folianten
quartalen, en octavie, sijnde Latijnse, franse en
duijtse



zaterdag 31 januari 2026

Malaria in Tilburg in 1727-1730

Dit verhaal begint met een enkele verklaring die Willem Clijssen en Gijsbert Jan Melis afleggen op 8 november 1727 ten behoeve van de soldaat Norbartus Willem Roeters. Deze Nobert Roeters is ongeveer vijf weken daarvoor naar het huis van zijn vader aan de Heikant in Tilburg gekomen omdat zijn vader al twee weken ziek was en er voor zijn leven gevreesd werd. Op het moment dat deze verklaring wordt opgeschreven kon Norbert nog niet terug naar zijn garnizoen. Dit lijkt een op zichzelf staand bericht te zijn. Maar niets is minder waar.

In de vergadering van het dorpsbestuur op 15 november 1728 komt een alarmerende verklaring van de medicine doctors van Tilburg ter sprake, die al op 30 augustus is opgesteld.
De verklaring is ondertekend door Eijmberts med: doct:, W. Mutsaars med: doct:.
18de eeuwse doctor (arts)
Zij verklaren dat in de afgelopen twee à drie maanden zo veel inwoners ziek zijn geworden, dat een kwart van hen niet kon worden bedient. Deze ziekte veroorzaakt een driemaal hogere sterfte dan normaal is. Als iemand in een gezin of familie besmet raakt, dan raakt nagenoeg iedereen in het gezin of familie besmet en maar wijnige van die vrij gaan. De patienten die niet aan de ziekte overlijden hebben een langen tijt nodig om te herstellen. De personen die vorig jaar ziek zijn geworden zijn tot nu toe nauwelijks hersteld. Deze herstellende zieken worden nu opnieuw door die ziekte geattaqueert. en de meeste van hen  overlijden aan de ziekte. De geneesheren verklaren dat er in vele van de geheugten (herdgangen) qualijck een gezont mens of is, zoals aan de Berkdijk, Laar, Postelstraat etc. De situatie is zo urgent dat de inwoners uit de ergst getroffen herdgangen mensen van elders moeten halen en vragen of zij hun doden naart kerkhoff brengen. De ziekte blijft maar aanhouden die steeds erger en quaataardiger wort.
Zij wijzen er ook op dat de jammer en ellende met geen penne is te beschrijven, die alhier bespeurt wert, door de groote armoede daar dese plaats door de continuale siekte van verleden jaar tot nu toe, in is gecomen.

Omdat de verklaring al anderhalve maand geleden is opgesteld geven de doctors nog een update. De epidemie is nauwelijks vermindert maar vraagt nog dagelijks slachtoffers. Volgens de artsen verergert de epidemie oock dat die menssen die toens siek waaren, tot nogh opheden niet herstelt sijn. Veel patienten houden er een febris tertiana, off quartana continua (derdedaagse koorts of vierdedaagse koorts) aan over en anderen waterzucht. Die waterzucht heerste in Tilburg in 1727 en veel inwoners zijn daar nog niet van hersteld. Bovendien maakt de nu heersende tertiana continua dat deze nog verzwakte inwoners sneller besmet raken van welke de meeste gestorven zijn en noch dagelijcx veele sterven
den dartigsten augustij seventienhondert achten
twintig ende waaren ondertekent, N: Eijmberts
med: doct: W. Mutsaars med: doct:
Nicolaas Eijmberts richt nog een verzoekschrift aan de Raad van State waarin hij vraagt om een tegemoetkoming in de extra kosten die hij heeft gemaakt tijdens deze uitbraak van malaria. De dorpskas kan dat financieel blijkbaar niet bolwerken.

Er zijn meer verklaringen van zieke soldaten. Francis de Bont laat dokter Eijmberts verklaren dat hij op 28 augustus 1728 alhier seer gevaerlijck sieck is geworden aen een febris tertiana. Daar heeft hij nu een febris quartana continua aan over gehouden. Aan die ziekte lijden nog veel meer mensen in Tilburg. Er zijn gevallen bekend dat 'sommige die sig te vroeg op de reijs begeven hadden, onderweegen sijn gestorven'. Zij die het hebben doorstaan 'sijn tot noch toe niet herstelt', waardoor 'noch verschijde andere soldaten hier sijn die dese winter onmogelijk niet in haere guarnisoene sullen connen comen vermits de swacheijt, en gans geen coude connende verdragen'. Deze ziekte maakt veel slachtoffers die langdurige klachten houden. Hun genezing laat lang op zich wachten.

Medicine doctor Walterus Mutsaers verklaart op 2 maart 1729 dat Adriaen van Bosch vanaf St. Jan ziek is geweest en nog steeds last heeft van eene quotidiana continua.' En nog op 23 maart 1730 geeft Nicolaes Eijmberts een verklaring af dat hij een bewoner van huize Moerenburg heeft bezocht, namelijk Johan Lowies de Sint Amand, die vaandrig is in het regiment van Kolonel De Vilattes in garnizoen in Ieper. Hij heeft een ernstige ziekt opgelopen in dat garnizoen en het is voor hem onmogelijk om naar buiten te gaan, te reizen of naar zijn garnizoen te gaan.

Deze verklaringen laten zien dat de ziekte in ieder geval van 1727 tot in maart 1730 in Tilburg heeft huis gehouden. De symptomen die de artsen beschrijven en de benaming daarvan lijkt op de ziekte Malaria.

Malaria werd in vroeger tijden ook wel moeraskoorts genoemd of polderkoorts. Malaria kwam regelmatig voor in Europa met name in de warmere delen waar moerassen lagen. In het stilstaande water kunnen insecten zoals muggen makkelijk eitjes leggen. De muggen brengen de ziekte over op mensen door hen te steken.

In de medische wereld staat deze ziekte bekend als een dobbelde quaataardige rotte, en besmettelijcke tertiana.  In de documenten staat de ziekte vaak omschreven als febris tertiana, off quartana continua (derdedaagse koorts of vierdedaagse koorts). Dat zijn terugkerende koortsaanvallen, iedere drie of iedere vier dagen. Die herhaalde koortsaanvallen putten het lichaam langzaam uit.

Ook in andere plaatsen in de Nederlanden heerst een ziekte die erg lijkt op malaria. 
In deel 5 van Buisman, p.542-543 en 544, schrijft hij dat in 1727 in Hoorn sprake was van een erg warme zomer met dagelijks onweersbuien, Veel mensen zijn ziek, ze lijden aan derde- en vierdeaagse koorts, soms zijn er wel 10 of zelfs 14 sterfgevallen per etmaal. De sterfte houdt aan tot in april 1728. In Amsterdam zijn in 1727 13.775 personen overleden, 4520 meer dan in 1726. De week met de meeste overledenen was tussen 26 oktober en 1 november 1727. Parallel met Tilburg.
(Buisman deel 5 pagina 551)

Om te kijken of er daadwerkelijk een uitzonderlijk hoge sterfte was in 1727 en 1728 pakken we de sterftecijfers in de jaren daar omheen er bij.

In 1725 zijn er 282 en in 1726 240 begravenen. Dat stijgt in 1727 naar 375 personen (volwassenen en kinderen) die zijn begraven op het Tilburgse kerkhof. Dat is al een behoorlijk toename ten opzichte van de voorafgaande jaren van rond de 50%. 
In 1728 zijn er 523 Tilburgers begraven dat zijn er 148 meer dan in 1727, een toename van 40%. In 1729 waren er 418 begravingen op het kerkhof , zo'n 4 % meer dan in 1727. In de jaren daarna blijft het getal overledenen redelijk hoog. 1730 bedroeg het 331, in 1731 364 en in 1732 407. Dat komt waarschijnlijk omdat de ziekte blijft 'hangen' en de patienten er maar moeilijk van genezen.


        1725: 147/135 = 282
        1726: 121/119 = 240
        1731: 226/138 = 364
        1732: 228/179 = 407

Bronnen:
Archief 15, Doop-, trouw en begraafboeken Tilburg & Goirle, 1600-1810.
J. Buisman, Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen, deel 5 1675-1750 (Franeker, 2006)