![]() |
| Boeren spelen kaart in de herberg. schilderij van David Teniers de jongere |
Wedden is al zo oud als de mensheid. Er is altijd wel een reden of aanleiding te bedenken om een weddenschap af te sluiten. In onze tijd is er zelfs een televisieprogramma geweest dat aan het wedden was gewijd! Onze verre voorouders hadden geen televisie tot hun beschikking, maar zij hadden genoeg creativiteit om op z'n tijd een gokje te wagen en speculeerden er lustig op los. Bovendien hadden ze de goede gewoonte om in sommige gevallen hun weddenschappen voor notaris of schepenbank vast te leggen. Natuurlijk kwam het ook voor dat de wedders hun belofte niet nakomen en dat leidde onherroepelijk tot zaken voor de plaatselijke schepenbank. Dat zijn dan ook meteen twee bronnen waardoor wij weten om wat voor weddenschappen het ging.
Een voorbeeld: in 1665 sluiten Arnoldus
Cloostermans, drossaard van Tilburg, en Johan Verassen, rentmeester
van de heer van Tilburg en Goirle, een weddenschap af die betrekking
heeft op de uitkomst van de militaire ontwikkelingen rond de stad
Groningen (het is de tijd van de Tweede Engelse oorlog). Cloostermans
beweert dat Groningen niet is ingenomen door de bisschop van Munster
en evenmin de kans loopt beschoten te worden door diens kanonnen. Hij
zal 40 carolusgulden betalen aan de rentmeester indien zijn bewering
onwaar blijkt te zijn.(1)
Het blijkt dat er een etymologische
overeenkomst is tussen het Nederlandse werkwoord 'wedden' en het
Engelse 'wed' in de betekenis van trouwen. De gemeenschappelijke vorm
is het Proto-Germaanse *wadajn/*wadi, Dat betekent: een belofte doen,
zich verbinden, iets als onderpand geven. In het Oudengels kreeg het
werkwoord 'weddian' de specifieke betekenis zich verbinden door een
belofte, dat wat we nu 'in het huwelijk treden' noemen.
In het Nederlands is de betekenis
geëvolueerd naar: een belofte doen waarop iets staat, gokken,
wedden.
Dat kennen we nu in het Engels als: to
wed; je binden vie een belofte (huwelijk). In het Nederlands is dat
'wedden' geworden: een belofte doen met inzet (gok).
Eigenlijk heel bijzonder dat er in het
Nederlands in ieder geval weddenschappen zijn aangegaan met een
huwelijk als inzet. De ultieme samenvoeging van beide betekenissen
die hiervoor beschreven zijn. (1)
Weddenschappen over huwelijkssluitingen
Er zijn legio weddenschappen met een genealogisch tintje. Welke genealoog wil niet te weten komen waarom zijn voorouders er toe zijn gekomen om elkaar de eeuwige trouw te beloven. Precies daarover zal de rest van dit artikel gaan: weddenschappen met een huwelijk als inzet.
Wat ik op dit moment als oudste
voorbeeld ken van een dergelijke weddenschap, dateert uit 1482. Op 19
november van dat jaar belooft Wolterus, zoon van wijlen Henricus van
Tillaer, ten overstaan van schepenen van Den Bosch 3 rijnsgulden te
betalen aan Johannes, zoon van wijlen Egidius Huesdens, op
Allerheiligen in het volgende jaar, als dezelfde Johannes tenminste
voor die tijd getrouwd is.(2) Het is mij in dit geval niet
bekend wie de weddenschap heeft gewonnen.
Soms willen mensen het niet meer weten
dat ze een weddenschap hadden lopen. Dat loopt dan steevast uit op
een proces. In 1616 zien we zo'n proces tussen Jan Jan Scheuren en
Peter Pauwels de Wever in Tilburg. Volgens de getuigenis van Anna,
huisvrouw van Cornelis Jan Willemssoon van Gorp, was er enkele jaren
voordien in haar huis een bedrag van 30 stuivers ingelegd door
dezelfde Jan Jan Scheuren. De inzet van de weddenschap was eenvoudig:
van de voornoemde Peter Pauwels de Wever en Adriaen Janssoon van
Raemsdonck, beiden nog vrijgezel, zou degene die als eerste trouwde
aan Jan Scheuren het dubbele bedrag betalen: 3 gulden. Het trouwboek
van de pastoor verklapt ons dat Peter Pauwels Antonis de Weefver op
13 oktober 1613 trouwde met Maria Cornelis Jan Dircks. Hij was de
eerste en moest dus het verschuldigde bedrag betalen en de
schuldeiser sleepte hem voor de schepenbank van Tilburg.(3)
Deze weddenschappen staan niet op
zichzelf. De redenen om dergelijke weddenschappen af te sluiten
blijven onduidelijk. Misschien was het een manier om extra spanning
te kweken, misschien sloot het aan bij een oude traditie. Het is
evenmin duidelijk of dit soort weddenschappen alleen in bepaalde
kringen in zwang waren.
Het gaat in al deze weddenschappen
uitsluitend om mannen die met elkaar wedden, met een al dan niet
bekende vrouw als lijdend voorwerp. In de periode 1655-1667 komt er
in Tilburg een opvallend aantal van deze weddenschappen voor. Laten
we eens kijken wat er precies aan de hand was.
Tilburgse voorbeelden
Het begint in 1655 met een weddenschap
tussen acht personen. Het betreft aan de ene kant Goossen Jans de
Cordt en aan de andere kant Gerit Loeff Hendricks van de Graeff,
Huijbert Willems van Heijst, Adriaen Peters Nademaels, Hendrick Jan
Schaepsmeerders, Aerdt Peters Backers, Robbrecht Willems Peijnenborch
en Huijbert Jan Soettricx. Op 26 januari 1655 laten zij een akte
opstellen (voor schepenen van Tilburg?), die het volgende behelst.
Goossen Jans de Cordt heeft een ton
bier getapt aan genoemde personen ter waarde van zeven carolus
gulden. De overige zeven comparanten beloven aan Goossen 14
carolusgulden te betalen binnen acht dagen nadat iemand van hen is
ondertrouwd of is komen te overlijden. In het geval dat iemand van
hen overlijdt, moeten de vrienden van de overledene de schuld
afbetalen.(4) Van enkele van de personen die in deze weddenschap
genoemd worden heb ik wat meer kunnen achterhalen, maar helaas niet
voldoende om te weten hoe het is afgelopen:
• Goossen de Cordt. lijstenverver (5),
is gedoopt in Tlburg op 2 februari 1628 als zoon van Jan Aert Joost
Brenders, die als alias ook de naam De Cort voert, en Cornelia Jan
Gijsbert Dircks. Op 23 januari 1656 trouwt hij
met Jenneken van Spaendonck. Zij is gedoopt in Tilburg op 18 februari
1610 als dochter van Huijbert Peter Hendrick van Spaendonck en Maria
Jan Peter Tieleman. Uit dit huweljk zijn vier kinderen geboren,
waarna Jenneken begraven werd in Tlburg op 14 november 1675. Goossen
de Cort hertrouwt op 5 november 1676 met Mechel Gerits van Gorp (6),
dochter van Geridt Cornelis Nelen (van Gorp), olieslager aan de
Hoeven, en van Gijsbertken Huijbert Peters van Beurden. Ook dit
huwelijk levert vier kinderen op. Goossen Jan de Cordt is in Tilburg
begraven op 11 maart 1701, zijn tweede vrouw op 27 februari 1721.
• Gerit Loeff Hendricks van de Graeff
is gedoopt in Loon op Zand op 22 oktober 1637 als zoon van Loef
Hendrickx van de Graef en Maria Jan Goossens, die daar op 27 februari
1632 waren getrouwd. Hij was 18 jaar ten tijde van de weddenschap.
Verder is er niets over zijn levenswandel bekend.
• Adriaen Peters Nademaels was een
ongelukkig geval. Hij verloofde zich in 1678 met Cathalijn Wouters
van Ammelroij te Tilburg, die het echter uitmaakte, zich verloofde
met Jan de Weir en met deze in ondertrouw ging. Aanvankelijk vond
Naedemaels het wel goed, maar toch besloot hij de
huwelijksproclamaties op te houden. Bruidegom De Weir sloeg hem toen
finaal in elkaar. Daarna legden beide vrijers het weer enigszins bij
en de versmade Naedemaels ging bij Cathalijn op visite. Zij zag hem
aankomen en zette een stoel klaar, waarop zij hem eenen vetten
boterham is gaen smeren van wittebroot. Die accepteerde hij pas
na enige aandrang, maar toen had hij zo de smaak te pakken, dat hij
er nog een vroeg. Terwijl hij zijn tanden daar in zette, werd het hem
erg qualijck, zodat hij met de boterham in de hand naar huis
ging, waar hij flink moet overgeven. Zijn zus nam zijn boterham, daer
van bijtende om 't crijtende kindt daer mede te stillen. Zowel
het kind, Bartel Beckers, als oom Adriaen Naedemaels stierven.
Bartels borst en buik waren opgeblazen, hij had de lippen een beetje
van elkaar en op zijn tong zat een witte 'schors'. Toen hij was
opengesneden, vonden de chirurgijns het gedarmte als met windt
opgeblasen en van een onnatuurlijke kleur, neigend naar
paarsbruin, terwijl de maag aan een kant half leek te zijn verrot.
Bovendien was de maag op drie plaatsen geërodeert ende ten deelen
doorknaeght. Cathalijn van Ammelroij was gevlucht.(7)
• Hendrick Jan Schaepsmeerders is in
Tilburg op 19 januari 1642 gedoopt als zoon van Jan Willem Gerit
Schaepsmeerders en Marie Hendrick Simon Hollen. Hij trouwt op 8
december 1670 voor de predikant van Tilburg met Ida Aert
Braspennings. Hendrick Schaepsmeerders is op l februari 1674 begraven
in Tilburg.
• Aerdt Peters Backers is gedoopt in
Tilburg op 8 november 1641 als zoon van Peter Jacob Beckers en
Deliana Herman Aerts de Roij. Hij was dus 14 jaar ten tijde van de
weddenschap. Hij trouwt voor de predikant van Tilburg op 13 oktober
1675 met Jenneken Schalcken. In 1694 hertrouwt hij, nu met Anna Jan
Cornelis Simons, gedoopt in Tilburg op 9 september 1634 als dochter
van Jan Jan Cornelis Sijmons, wever, en van Barbara Willem Adriaen
Willem Goijaerts. Zij was al eerder getrouwd op 8 mei 1661 met de
lakenwever Jan Matheuss Jans van Gorp.
• Robbrecht Willem Peijnenborch is
gedoopt in Tilburg op 20 oktober 1646 als zoon van Willem Goossen
Gerit Peijnenborch en Catharina Robbrecht Jan Leijnen. Hij is 8 jaar
en 3 maanden als hij deze weddenschap afsluit... en hij ondertekent
de akte zelf. Hij trouwt op 13 juli 1681 in Tilburg met Engel Jacob
Hofmans, gedoopt in Tilburg op 23 januari 1645 als dochter van Jacob
Jan Willems en Judith. Hij is in Tilburg overleden en begraven op 29
september 1694.
• Huijbert Jan Soettricx heb ik niet
kunnen identificeren.
Uit de identificatie blijkt dat we te
maken hebben met jonge jongens, adolescenten zouden we die nu noemen.
In eerste instantie lijkt het op een spelletje bravoure van een groep
jongeren die in de herberg iets te diep in de bierkruik hebben
gekeken. Maar het feit dat ze de moeite nemen om deze weddenschap
vast te leggen, wijst op een serieuze aangelegenheid. Het is de
betrokkenen menens, wat hun motieven ook mogen zijn geweest. Waarom
Goossen Jans de Cort het bier onder deze voorwaarden verstrekte, is
evenmin bekend. Hij was, zoals het zich nu laat aanzien, de oudste
van het stel en was misschien al op vrijersvoeten. Hij trouwt bijna
op de dag af een jaar later met zijn eerste vrouw. Was de nieuwe
verkering de aanleiding om het met vrienden te gaan vieren?
De volgende weddenschap die opvalt,
vindt bijna twee jaar later plaats. Op 28 december 1656 verschijnen
Johan Willemen, woonachtig te Goirle, en Adriaen Jacob Peeters van
Gilse, die de volgende weddenschap afsluiten. Johan Willemen belooft
aan Adriaen Jacob Peter van Gilse te leveren drie el zwart laken van
vijf gulden per el. Daarvoor zou Van Gilse niet hoeven te betalen
wanneer hij in mei 1657 zou zijn getrouwd. Sterker nog, wanneer hij
dan niet getrouwd zou zijn, moet hij voor elke el tien gulden betalen
aan Johan Willemen. Het lukt Adriaen van Gilse om op tijd een bruid
te vinden. Hij ondertrouwt op 6 mei 1657 in Hilvarenbeek met Catalijn
Jacob Jan Schilders. Ze trouwen op 25 mei daaropvolgend.(8)
Blijkbaar was de hiervoor beschreven
weddenschap het startsein voor een aantal lieden om het ook over die
boeg te gooien. Vier dagen na het huwelijk van Adriaen van Gilse en
Catalijn Schilders, dus op 29 mei 1657, sluiten Ego Gijsbert de With
en Jan Willem Toten een soortgelijke weddenschap. Om onduidelijke
redenen zien beiden hier een dag later weer van af. De getuigen bij
deze weddenschap waren Peeter Hendricks en Peeter Somers.(9)
Deze laatste heeft klaarblijkelijk de
smaak te pakken gekregen, want hij sluit op 20 juli 1658 een
weddenschap met Mercelis Gerits, die als gemachtigde optreed voor Jan
de Bont, koopman van wollen laken. Peeter Cornelis Somers zegt voor
de komende Tiburgse kermis getrouwd te zullen zijn. Wanneer dat zo
is, krijgt hij van Jan de Bont drieëneenhalf el cleur laken
voor niets. Mocht het hem niet lukken een bruid te vinden, dan moet
hij 11 gulden per el betalen, in dit geval een totaalbedrag van 38
gulden 10 stuiver. De vader van Peter, Cornelis Somers, treedt als
borg op. Daarmee stemt hij duidelijk in met de handelswijze van zijn
zoon. Jan Alewijns en Hendrick Stakenborch zijn de getuigen bij deze
weddenschap.(10) Het lukt Peter Cornelis Somers de weddenschap
winnend af te sluiten. Hij ondertrouwt op 25 juli 1658 en trouwt op
21 augustus daaropvolgend met Jenneken Jan van Lissem. De bruid heeft
geen vader meer en degene die haar assisteert is dezelfde Hendrick
Stakenborch die getuige was bij de weddenschap.
Hem treft ook het wedvirus dat
blijkbaar heerst. Op zondag 25 augustus 1658 wedt hij met dezelfde
Ego de With die het ruim een jaar eerder ook al probeerde, en wel om
vier el zwart laken ter waarde van 36 gulden, dat hij voor maandag 2
september getrouwd, dan wel ondertrouwd zou zijn. Hendrick
Stakenborch ondertrouwt op 29 augustus met leffken Cornelis Somers.
Alweer een weddenschap gewonnen.(11) Zou hier sprake kunnen zijn van doorgestoken kaart? Eva en Peter zijn broer en zus.
![]() |
| Jan Steen - het huwelijk |
Enkele jaren
later vinden we bij dezelfde notaris nog een weddenschap die het
huwelijk als inzet had. Op 20 november 1661 zetten Gerard Swagemakers
en Johan Peter van en Eijnde beiden 90 gulden in en geven zij dat in
bewaring aan Marcelis Gerit van Valckenborch. Deze persoon was ook al
partij in de weddenschap van 20 juli 1658. Wanneer Jan van den Eijnde
niet binnen vier maanden is ondertrouw of getrouwd, gaat het geld
naar Gerard Swagemakers. Lukt het hem wel om binnen die termijn een
bruid te vinden, dan krijgt hij de 180 gulden. Jan vanden Eijnde
slaagt er niet in en zal zijn wedschuld hebben moeten voldoen.(12)
Enkele maanden later, op 15 maart 1662,
verschijnen Jan Aert Crillaerts en Peter Gerit Schaepsmeerders voor
schepenen van Tilburg. Zij gaan een weddenschap aan, waarbij de inzet
drie el cleur laken is. Peter Gerit Schaepsmeerders moet voor
Sint-Jansdag in ondertrouw zijn om dit laken gratis in bezit te
houden. Lukt het hem niet, dan moet hij aan Jan Crillaerts 22 gulden
betalen. Het is niet bekend of Peter Schaepsmeerders daar in geslaagd
is.(13)
De eerdergenoemde Jan Peter van den Eijnde ging zes jaar
na zijn eerste poging opnieuw een weddenschap aan, waarschijnlijk
onder het motto: de aanhouder wint! Vlak voor de Tilburgse kermis, op
21 augustus 1667, wedt hij met Peter van de Ven om drie el zwart fijn
laken, bestemd voor een pack cleeren, dat hij binnen een
halfjaar na de kermis sijnde den XVIIIen (18)
februarij des toecomenden jaers MDLXVIII (1668) ondertrouwd zal
zijn. Is dat niet het geval dan moet hij aan Peter van de Ven 33
gulden betalen.(14) Ook ditmaal slaagt hij er niet in binnen de
gestelde termijn een bruid te vinden. Pas drie jaar later vindt hij
zijn levensgezellin Helena Jan Jacobs van de Kerkhof. Zij trouwen in
Tilburg op l juli 1670.
Protestactie?
Op 30 januari 1656 kwam de kerkeraad
van de Nederduits Gereformeerde gemeente in Tilburg bij elkaar om te
vergaderen. Deze kersverse groep nieuwkomers in de katholieke
heerlijkheid Tilburg en Goirle ergerde zich aan het gebruik dat bij
het aangeven van de ondertrouw een groep vrijgezellen de nieuwe
echtelieden vergezelden. Deze begeleiders verkeerden regelmatig in
beschonken toestand en dit deed afbreuk aan het 'heilige huwelijk'.
Bovendien komen ze op onchristelijke tijden aan de deur om de
ondertrouw aan te geven. Het geval dat ze in hun vergadering
bespreken, heeft plaatsgevonden in Goirle. De vergadering besluit om
een publicatie uit te vaardigen, waarin dit gebruik zou worden
veroordeeld. Daarnaast mag er alleen nog op vrijdagen van 3 tot 4 uur
een ouderling in de kerk aanwezig zijn om ondertrouw in te
schrijven.(15)
Deze actie van de kerkeraad krijgt spoedig een officieel vervolg, doordat het nieuwe echtreglement voorde generaliteitslanden op 18 maart van kracht wordt. Daarin regelt de overheid in goed Hollandse traditie alles ten aanzien van het wettelijk huwelijk. Het is voortaan verboden om bij nacht en ontij de ondertrouw te komen aantekenen. Voortaan mogen huwelijkskandidaten alleen nog maar op zaterdag in ondertrouw gaan en dan wel na zonsopgang en voor zonsondergang (artikel VII). Alleen in heel bijzondere omstadigheden, waarover de predikant uitspraak mag doen, kan men van deze regel afwijken. Op overtreding van deze regel komt een fikse straf van 50 gulden te staan voor degenen die de huwelijkskandidaten toch inschrijft buiten deze dag en tijd zonder geldige reden. Bovendien is de inschrijving dan ongeldig (artikel VIII).
In het negende artikel komt het uiteindelijke verbod op de eerder beschreven festiviteiten: dat alles sonder lichtveerdigheyt, sonder dronckenschap, nuchteren, eerbiedeüjck, ende in des Meeren vreese toe gae, ende beletten, dat voor, ende geduyrende de imchrijvinge, geen stercken dranck geschoncken, ende gedroncken werde, op pene van die contrarie doet, te verbeuren XXV guldens. In het daaropvolgende artikel staat nog specifieker genoemd, dat Niemant sal hem vervorderen inde steden ofte ten Platten Lande, de Bruydegoms ende Bruyts in het in schrijven ofte trouwen, in het gaen van den Gerechte ofte Kercke, ofte in het weder keeren nae Huys, nae te roepen, te schutten ofte. schatten, 't zy in het gesellen der selve van ofte naer Huys, met roers, ende die ofte schieten, ofte met het schencken vanstercke Wateren, Bier ofte Wijn, 'tzyin 't afvorderen naer gedane inschrijvingen, ofte Trouw, van Ry-Bieren, ofte BoxemBieren, ofte auansel Bieren, ofte wat naem soodanige quade ghewoonten ende insolentien mogen hebben. De boetes zijn niet mals, die lopen op van twaalf gulden voor het eerste vergrijp naar honderd gulden voor het derde. Ook echtparen die daartoe medewerking of aanleiding geven, kunnen rekenen op een boete van 25 gulden.
Deze reglementering maakt een eind aan een oud gebruik, het zogenaamde kwanselen en het losschieten van de bruid. Dat zijn rituelen, waarbij de vrijgezellen in de buurt - zowel familie als buren - van het aanstaande paar de overgang van de vrijgezellentijd naar de gehuwde staat vieren, meestal met de nodige hoeveelheid drank.
Bij gelegenheid van een huwelijk of
ondertrouw eist de jonkheid een traktatie in de vorm van bier of
sterke drank, het zogenaamde kwanselbier. Dat gaat gepaard met het
nodige rumoer in de vorm van roepen, schreeuwen en zingen. Het
gebruik van de kwanselbieren is gebaseerd op het principe van
wederkerigheid: de aantasting van de huwelijksmarkt (er wordt een
vrijgezelle vrouw onttrokken aan de huwelijksmarkt) compenseren door
de achterblijvende vrijgezelle jongeren af te kopen met traktaties.
Het woord 'kwansel', dat ruilen of uitwisselen betekent (vergelijk de
uitdrukking iets verkwanselen), benadrukt deze wederkerigheid.
Daarnaast kent Van Dale aan kwanselen de betekenis van verkwisten
en morsen toe, wat in het kader van deze uitbundige traktaties zeker
toepasselijk is.
Het losschieten van de bruid heeft
een andere achtergrond en betekenis. Om het afscheid van de
'jonkheid' en de overgang naar de huwelijkse staat te markeren,
knallen buurtgenoten en vrienden bij het huis van de bruid steevast
met geweren of met kleine tafelkanonnetjes (zogenaamde donderbussen).
De overgang van de vrijgezelle- naar de gehuwde status werd door het
gezamenlijke drinken bezworen en beklonken. Het schutten van het
aanstaande echtpaar was bedoeld om een rituele barrière op te
werpen, het bij de kwanselbieren veel voorkomende schatten duidt op
het vaststellen van de waarde van de bruid.
Deze gebruiken komen in enkele
varianten voor, maar de overeenkomst zit hem in de verstrekking van
vrij drinken. Mede door het overmatige drankgebruik vonden bij het
'losschieten' regelmatig ongelukken plaats en er bestond altijd het
risico van rellen, waarvoor de wereldlijke overheid beducht was. De
kerkelijke overheid was eerder bang voor de sexuele uitspattingen
tijdens de festiviteiten.(16)
Deze festiviteiten waren uiteraard een
doorn in het oog van de katholieke pastoors, maar evenzeer of
mogelijk nog meer van de protestantse predikanten en kerkenraden.
Daarom ook dat de kerkenraad van de Nederduits-Gereformeerde gemeente
in Tilburg en Goirle zo heftig reageert in 1655 op een waarschijnlijk
uit de hand gelopen kwanselfeest in Goirle. Zij hebben met de
uitvaardiging van het nieuwe echtreglement een instrument in handen
gekregen om deze kwalijke traditie te bestrijden.
Mogelijk was de reeks weddenschappen
tussen 1655 en 1667 een soort van protest vanuit een bepaalde
katholieke klasse (de inzet is vaak laken), die een nieuwe vorm van
vertier zocht nu het kwanselen hen was afgenomen. Dat zou ook
verklaren waarom de leeftijd van de deelnemers over het algemeen aan
de lage kant was. Overigens werd de soep niet zo heet gedronken als
die werd opgediend. Het is opmerkelijk dat kort daarop bij notaris
Johannes van Rotterdam diverse weddenschappen werden afgesloten,
waarbij het al dan niet trouwen binnen een bepaalde tijd van de
betrokken persoon bepalend was wie er moest betalen. Johannes van
Rotterdam maakte zelf deel uit van de Nederduits-Gereformeerde
gemeente en zou dus eigenlijk van dergelijke praktijken niets moeten
weten. Blijkbaar was hij geen scherpslijper. (Hij kwam op 16 juni
1656 vanuit Oudenbosch en liet zich toen inschrijven als lidmaat van
de hervormde gemeente in Tilburg.)
Het kwanselen en het losschieten van de
bruid is pas in de loop van de negentiende eeuw definitief in onbruik
geraakt, hoewel de tegenwoordige vrijgezellenavond zeker ook in deze
traditie past.
[Deze blogpost is een bewerking van een artikel van mijn hand dat eerder verscheen in het tijdschrift De Brabantse Leeuw, 2001. nr 2, pp 89-96.]
Noten:
3. G. van Synghel, Het Bosch Protocol. Een praktische handleiding ('s-Hertogenbosch, 1993) 175.
4. RAT, archief 14 schepenbank Tilburg & Goirle, civiele processtukken Tilburg, voorlopig inventaris 1871.
5. RAT, idem, Varia, doos 676. (niet teruggevonden)
6. L.F.W. Adriaenssen, „Kleur voor Tilburgs laken. Lakenververijen in stad en meierij van Den Bosch in in Breda in de zeventiende eeuw", Noordbrabants Historisch Jaarboek. XVI (1999) 227.
7. RAT, archief 14 schepenbank Tilburg en Goirle, Voogdij- en boedelrekeningen Tilburg 665-9.
8. RAT, 14. Schepenbank, Criminele processen Tilburg, 1678-1679; archief 14 schepenbank Tilburg & Goirle, 616, 30 april 1678 (twee akten); 29 april 1678; 5 mei 1678; 28 april 1678 (twee akten).
9. RAT, archief 115, Notarieel archief Tilburg, invnr 18, f 61.
10. RAT, idem, invnr 19, f 42.
11. RAT, idem, invnr 20, f 33.
12. RAT, idem, invnr 20, f 38.
13. RAT, idem, invnr 21, f 90v.
14. RAT, archief 14 schepenbank Tilburg & Goirle, varia, doos 676.
15. RAT, archief 115, Notarieel Tilburg, invnr 23, f 103.
16. RAT. archief 304, Hervormde gemeente Tilburg la.
17. G. Rooijakkers, Rituele repertoires. Volkscultuur in oostelijk Noord-Bruhant 1559-1853 (Nijmegen. 1994) pp. 326-331,416-431.
.jpg)




Geen opmerkingen:
Een reactie posten