Verzet: dienstweigeren

donderdag 7 juli 2016

Ik ben van bouwjaar 1958. In die tijd bestond er nog dienstplicht. Alle jongens moesten 14 maanden verplicht in dienst, in het leger, om in geval van nood het land en de bevolking te kunnen beschermen. Nobele gedachte.
De dienstplicht of conscriptie is in Nederland ingevoerd na inlijving van ons land bij Frankrijk in 1810. Napoleon is weliswaar twee keer verslagen op het slagveld, maar sommige van de Franse organisatiemodellen hebben hem eeuwenlang overleefd. Pikant detail: van al mijn voorvaders in rechte lijn heeft er maar eentje daadwerkelijk zijn dienstplicht vervult. Dat was Joannes de Brouwer die in 1830 werd opgeroepen. Kort daarna brak de Belgische Opstand uit en moest hij het geoefende in de praktijk gaan brengen. In het militieregister staat dat hij is gedeserteerd. Dat deden wel meer Brabanders in die tijd. Dat was ook betrekkelijk eenvoudig aangezien je hier een groot familienetwerk tot je beschikking had. Bij zijn huwelijk in 1847 overlegde hij wel keurig een bewijs dat hij zijn dienstplicht had volbracht. Dus geen paniek!

Er waren meerdere omstandigheden voor mijn voorvaderen om geen dienstplicht te hoeven vervullen. Voor Johannes Cornelis de Brouwer, mijn overgootvader, was dat economische onmisbaarheid: hij was de enige zoon in huis. Mijn opa Bernardus de Brouwer had twee oudere broers die al in dienst waren geweest. Dan gold de broederdienst en hoefden de volgende broers niet meer op te komen. Dan zijn we bij mijn vader aanbeland, die de jongste van het gezin was en met twee broers boven hem ook aan de dienstplicht ontsnapte. Mijn broer werd afgekeurd. Let wel: hij honkbalde op het hoogste niveau en studeerde aan de Sportacademie in Tilburg. Voor mij was er daarom geen enkele excuus of uitweg meer: ik moest toetreden tot het leger der dienstplichtigen. Hoera!


In het op jaargroep georiënteerde en geënte systeem van de staat ben je dan op 19-jarige leeftijd rijp om gekeurd te worden voor dienstplicht. Ik was daarop geen uitzondering. Veel van mijn klasgenoten waren geboren in 1959 en kregen collectief vrijstelling. Mazzelaars. Mijn dienstplicht zou volgens schema in 1978 beginnen.


De toekomstige dienstplichtigen moesten een keuring ondergaan. Die eer viel mij te beurt op 2 december 1977, vlak voor mijn 19de verjaardag. Ik moest me melden in Breda. Van die dag herinner ik me niet zo heel veel meer. Wel dat ik het niet al te serieus nam en snel optrok met een mede te keuren jongeman die het allemaal niet zo zag zitten. Er waren een paar knapen die mochten meteen naar huis omdat ze niet voldoende taalvaardig waren. Ik doorliep netjes de verschillende keuringsonderdelen en daarvan heb ik als getuigen de stempels op mijn keuringskaart. Ik herinner met nog wel een gesprek dat onderdeel van de procedure was. Daarin werd ik bevraagd door een militair die mij probeerde de officiersopleiding aan te smeren. Meer geld, meer verantwoordelijkheid en vooral: langere diensttijd. Ik bedankte voor de eer. Aan het eind van de rit bleek ik goedgekeurd te zijn. Op 20 december 1977 ontving ik daarvan bericht.



Goedgekeurd dus. Nu maar wachten op de oproep. Ik heb nog een brief van 29 november 1978 waarin ik uitstel kreeg van eerste oefening omdat ik een studie volgde. Dat was de lerarenopleiding aan het Mollerinstituut in Tilburg voor de vakken geschiedenis en aardrijkskunde. Voorlopig hoefde ik daarom niet in dienst. In het begin van 1984 deed ik nog een poging om onder de dienstplicht uit te komen door een verzoek in te dienen waarin ik aangaf dat ik door wilde met een eerste graads opleiding geschiedenis. Dat verzoek werd afgewezen omdat ik te oud was. Dat kon alleen in het jaar waarin je 25 werd en in 1984 zou ik 26 worden. Jammer!


Nog voor het behalen van het diploma, ik deed er langer over dan officieel mocht, volgde de onherroepelijke nieuw oproep op 4 september 1984. In de eerste week van januari 1985 zou het zover zijn: ik mocht het land gaan dienen. Op 26 november volgde de definitieve oproep: 8 januari 1985 moest ik me melden in de Korporaal van Oudheusdenkazerne in Hilversum bij het opleidingscentrum van de militaire geneeskundige dienst. Tijd om in actie te komen.


Ik schreef op 12 december 1984 dat ik gebruik wilde maken van de wet gewetensbezwaren. Binnen een week kreeg ik opnieuw uitstel van eerste oefening en een vragenlijst toegestuurd. In het voor mij kenmerkende tempo kreeg ik op 31 januari 1985 een herinnering dat ik de toelichting, mijn met redenen omkleed verzoek tot dienstweigeren, nog niet had ingestuurd. Of ik dat alsnog wilde doen. Maar natuurlijk. Ik moest nog even nadenken.



Op 28 februari is mijn bezwaar geschreven. Ik bezit nog een kopie van die brief. Daarmee had ik alvast twee maanden gewonnen. Waarom? Geen idee. De bureaucratie bij de commissie werkte sneller. Op 11 maart ontving ik de uitnodiging om mijn bezwaren mondeling toe te lichten op 27 maart. Dat gesprek zou plaats vinden in een gebouw van de indelingsraad aan de Fellenoordstraat in Breda.


Dit keer zorgde ik er voor op tijd aanwezig te zijn. Waarom je gesprekspartners op voorhand al agiteren? Ik herinner me een mevrouw die het gesprek met mij voerde. Zij zaagde me behoorlijk door over mijn motivatie en probeerde allerlei situaties te schetsen die mij tot gewelddadige actie zouden doen overgaan. Ik gaf geen krimp. Voor elke situatie wist ik een geweldloze oplossing zonder me aan verzet of iets dergelijks te onttrekken. Curieus, want dat deed ik op dat zelfde moment ook: ik pleegde geweldloos verzet tegen het leger. Het gesprek verliep goed. Dat is natuurlijk makkelijk te zeggen nu 30 jaar later, maar dat voelde ik op dat moment ook. Dat zei natuurlijk nog niets over het vonnis.



Dat vonnis volgde op 9 mei toen ik de verlossende brief ontving. Mijn bezwaren waren erkend als ernstige gewetensbezwaren. Daarmee was ik ontslagen van militaire dienst. Mijn verzet was succesvol geweest. Ik was opgelucht.

Op naar de vervangende dienstplicht!

2 reacties:

Rob Coers zei

Wat een heerlijk en herkenbaar verhaal, Luud. Het had het mijne kunnen zijn. Alleen met verschillende jaren, dat van mij begint in 1962. Ik stond aanvankelijk o te popelen om in dienst te gaan en gaf gaf me zelfs aan voor de luchtmacht; de droom van iedere jongen was toch piloot te worden in een Starfighter? Maar tijdens de bibliotheekopleiding ging ik met de verkeerde mensen om (punkers, langharig tuig en wietrokers) en ook ik ging dienstweigeren. In 1985 begon voor mij de vervangende dienst en begon mijn bibliotheekcarriere èn startte ik mijn genealogische hobby. Want met die OV Jaarkaart toch maar mooi heel wat archieven kunnen bezoeken :-)

Je was toen al een archivaris. Geweldig al die brieven, vooral je motivatie. Ik kan de mijne nog wel vaag herinneren, die van de atoomwapens en besteding van defensie uitgaven aan onderwijs, daar had ik niet aan gedacht!
Na lezing ben ik wel ook benieuwd of ik mijn stukken ook ergens heb bewaard. Ergens... Volgens mij wel ergens mijn allereerste salarisstrook van het ministerie van SoZa.

Komt er nog een vervolg op dit artikel???

Luud de Brouwer zei

@Rob
Dank voor je leuke reactie!
Volgende week nog de schriftelijke bronnen die meer vertellen over achtergrond van dienstweigeren uit die tijd. En dan nog eentje over mijn vervangende dienstplicht. Overigens begon ik in 1986 mijn vervangende dienstplicht en beëindigde die in 1987: in de Universiteitsbibliotheek in Utrecht :)

 
links, tags en widgets - Templates para novo blogger