donderdag 15 december 2011
Vandaag heb ik een groots privé-project afgerond. Het heeft iets meer dan 5 jaar geduurd: de eerste foto's nam ik op 6 november 2006.Aanvankelijk maakte ik transcripties volgens de good old skool methode: vrije dag, op bezoek in het archief en dan proberen zoveel mogelijk archiefstukken weg te werken. Liefst geen integrale transcripties, maar regesten en dan nog zo compact mogelijk. Eerst nog met pen en papier en toen bruin het kon trekken met een digitale typemachine: een tweedehands laptop van vriend Pieter. Ik heb het ding nog ergens boven staan. Wat een luxe. En wat een snelheid ook! Eerst typte ik vrolijk alles over van mijn handschrift in de computer thuis. Nu hoefde dat niet meer. Productieverhogende vooruitgang.
Weer later kwam het digitale fototoestel in beeld. Dat maakte weer heel nieuwe dingen mogelijk. Nu hoefde je niet meer op archieflokatie je stinkende best te doen zoveel mogelijk pagina's door te lezen, nu kon je ze fotograferen. Niet dat dat het er makkelijker op maakte. De stress werd zo mogelijk groter omdat je het gevoel had dat je nu nog optimaler moest profiteren van de gelegenheid. Hoe meer voorraad je digitaal schoot des te langer kon je thuis vooruit. Ook hier geldt: je ogen zijn altijd groter dan de tijd die je denkt nodig te hebben om het allemaal te verwerken.
Maar goed, op dit moment heb ik wel de totale voorraad van het Oisterwijks schepenprotocol (het "algemeen protocol" deel) op de harde schijf, de externe harde schijf en op mijn Flickraccount staan. Van inventarisnummer 143 (1418) tot en met inventarisnummer 418 (maart 1744) heb ik het digitaal voorhanden en deel ik het met de wereld. Dan spreken we over ruim 20.000 foto's van archiefstukken, registers met rechtshandelingen die ik nodig heb voor mijn onderzoek naar de middeleeuwse geschiedenis van Udenhout en de reconstructie van het grondbezit. Gebrek aan vrije tijd wordt goedgemaakt door deze nieuwe manier van informatieverwerving.
Dat is dan wel deel 1 van het hele project. Het transcriberen is een heel ander hoofdstuk, daar ben ik nog wel wat jaartjes mee zoet. Om maar te zwijgen over het koppelen van de inhoud van de transcripties met een digitale kaart en een digitaal genealogisch bestand. Eigenlijk is het ondoenlijk. Als je even nuchter van een afstand naar de omvang kijkt dan zal ieder weldenkend mens zeggen: Luud, jongen, stop er gewoon mee! Dat gaat niet lukken.
Gelukkig ben ik geen weldenkend mens. Op naar de volgende mijlpaal: een publicatie in 2017.



